Costa Rica
reisverslag Costa Rica
¿Que me dice mae?

31 oktober - Amsterdam-San José (CR)
Nadat we door Andre’s ouders zijn afgezet op Schiphol, begint na een probleemloze incheck en zonder vertraging onze vakantie met de vlucht naar Orlando, waar we over zullen stappen op een ander toestel, dat ons zal vervoeren naar onze eindbestemming San José - Costa Rica.
Op Orlando aangekomen, blijkt dat de Amerikanen de beveiliging erg serieus nemen en worden we onderworpen aan een security-check, waarbij de vingerafdrukken van onze beide wijsvingers en een foto vereist zijn. Verder moeten we een aantal formulieren invullen en dat alles terwijl we slechts transit passagiers zijn en Amerika nooit zullen betreden.
Na een oponthoud van zo’n twee uur, vliegen we zonder verdere problemen naar San José. Bij de bagageclaim rolt Andre’s back-pack echter niet van de band, maar blijft wel een bijna identiek exemplaar rondjes maken. Hieruit maken wij op, dat iemand anders per ongelijk zijn rugzak heeft meegenomen en daarom melden we ons bij lost-and-found, om een rapport op te laten maken. We zijn niet de enigen die iets kwijt zijn en moeten behoorlijk lang wachten voor we aan de beurt zijn.  We vrezen dan ook dat diegene die ons af zou halen, inmiddels rechtsomkeert heeft gemaakt. Tijdens het invullen van het rapport meldt de persoon, die onze rugzak had, zich gelukkig alsnog en kunnen we eindelijk verder.
Buiten wacht er inderdaad niemand meer op ons en we besluiten daarom maar een taxi te nemen. Het probleem met San José is echter, dat er geen straatnamen en adressen zijn. Gelukkig kan een erg behulpzame en vriendelijke taxichauffeur, met de telefonische aanwijzingen het adres wel vinden en leert hij ons ondertussen alvast een paar typisch Costa Ricaanse woorden, zoals tuanis [twannies] wat een combinatie is van too nice of you are nice en zoiets betekend als erg goed of erg aardig. Verder natuurlijk het bekende en te pas en te onpas gebruikte pura vida!
Verder raadt hij ons aan het rietsuikerdrankje guaro eens te proberen. Onderweg zien we voor zover dit in het donker nog mogelijk is, dat de huizenbouw in San José niet altijd even fraai is.
Eenmaal aangekomen op onze bestemming, Hostel Madeleine, worden we alsnog vriendelijk ontvangen door onze gastvrouw en betrekken we onze kamer, waarna we van onze welverdiende nachtrust genieten.

 

01 november - San José
’s Ochtends lopen we voor het ontbijt een blokje om en ontdekken, dat we ons adres nog niet zo slecht gekozen is. Alles ziet er netjes uit en in het parkje achter de wijk zien we al een aantal fraaie vogels en zelfs al een kolibrie. Na het ontbijt lopen we, na enig gestuntel, de stad in en komen tot de ontdekking, dat we hier niet al te lang willen blijven. Smog, chaotische verkeerstaferelen, junks, zwervers, erg slechte straten, ontbrekende putdeksels en afschuwelijk lelijke gebouwen bepalen het straatbeeld. Verder is er ook nog eens erg weinig te beleven. Na een bezoek aan een paar winkelstraten enkele schamele parkjes en een overdekte markt, die overigens wel grappig was om te bezoeken, omdat er zoveel producten worden verkocht waar we nog nooit van hadden gehoord, besluiten we terug te gaan. Dit blijkt al snel makkelijker gezegd dan gedaan. Alles komt bekend voor en we hebben eigenlijk niet echt een idee waar de bus vandaan was gekomen. Na wat omzwervingen op plaatsen die we eigenlijk liever niet hadden gezien en een drietal bussen later, besluiten we uiteindelijk bij een McDonald’s te vragen waar we in hemelsnaam heen moeten. Gelukkig hadden we het telefoonnummer van het hostel nog en kunnen we zo aan de hand van de aanwijzingen een taxichauffeur duidelijk maken waar we heen willen en zijn we gelukkig weer snel terug in het hostel, waar we horen dat er slechts één bus de goede kant op gaat.

 

02 november – San José-La Fortuna
‘s Ochtends vroeg nemen we een taxi naar het beruchte Coca-Cola busstation, waarna we van de klaarstaande taxichauffeurs te horen krijgen, dat we de rechtstreekse bus naar La Fortuna nét gemist hebben. Deze chauffeur geeft aan dat hij wel achter de bus aan wil rijden en ons op deze manier bij een ander opstappunt alsnog in de bus kan krijgen. In alle hectiek besluiten op het aanbod in te gaan en voordat André er erg in heeft is Pris al ingestapt. Als hij om de taxi heenloopt, om aan de andere zijde in te stappen, ziet hij dat deze volledig is ingedeukt en bekrast, zo erg dat zelfs het handvat volledig in het portier is gedrukt en de chauffeur deze van binnenuit moet openen. Op dat moment had hij niet veel vertrouwen meer in de te volgen taxirit. Dit bleek volledig terecht. De chauffeur spuit er vandoor terwijl hij de ontbrekende stukken asfalt en het overige verkeer al claxonerend ontwijkt. Wij worden intussen in de taxi van links naar rechts geslingerd, waar we overigens wel om moeten lachen. Na een wilde rit, die veel langer duurde dan we hadden verwacht, komen we nog voor de bus aan bij de volgende halte, waar de chauffeur een onredelijk hoog bedrag van ons eist. Pris geeft hem de overgebleven Colones en zegt, dat dit alles is wat we nog hebben. Hier neemt de chauffeur echter geen genoegen mee en sluit onze portieren, waarna Pris met Dollars op de proppen komt en zonder ons enig wisselgeld terug te geven zegt hij, dat de bus er al aankomt en dat we op moeten schieten. Omdat we weinig keus hebben, verlaten we zwaar geïrriteerd en met onze eerste echte negatieve ervaring de taxi en nemen vervolgens, voor een absurd laag bedrag, plaats in de bus naar La Fortuna. Na een rit van enkele uren door een prachtig en voor ons geheel nieuw landschap komen we uiteindelijk toch opgetogen aan in La Fortuna, waar het leven een stuk relaxter is. Na de informatie van de vriendelijke aanbieders van onderkomens in ontvangst te hebben genomen richten we onze eerste blikken op de vulkaan en gaan we op zoek naar een cabina. Na een paar adressen te hebben bekeken nemen we onze intrek bij El Paisaje aan de rand van het kleine dorpje. Een uiterst simpel ‘hok’, maar wel schoon en niet duur. Nadat we door de eigenaar telkens achtervolgd worden in het dorp besluiten we voor de volgende dag vast de Caño Negro tour te boeken en voor de daarop volgende dag de avondwandeling naar de vulkaan met daaropvolgend een bezoek aan het hotsprings resort Baldi.

 

03 november – Caño Negro
‘s Ochtends om half acht worden we door Eagle Tours opgehaald met een busje. Verder zitten nog de 2 Duitse meisjes, Nicole en Jaqueline, die de vorige dag ook al bij ons in de bus naar La Fortuna zaten en twee Belgen bij ons in het busje met hun privégids. Onderweg naar het reservaat worden we door onze gids op de hoogte gebracht van de gewassen die in de velden langs de straat worden verbouwd, zoals papaya, guave [guayaba] en suikerriet. Als eerste maken we een tussenstop bij een restaurant voor het ontbijt en laten we ons onze eerste gallo pinto goed smaken. De tweede en misschien wel belangrijkere reden om hier stoppen is om de leguanen, die in de bomen naast het restaurant huizen, te bewonderen. Een aantal kilometer verderop stoppen we nogmaals, maar ditmaal in een klein dorpje, bij een soda (familie restaurantje), om het een en ander in te slaan voor de lunch. Uiteindelijk komen we dan aan in het reservaat Caño Negro. Bij het aanlegsteigertje ligt het motorbootje ‘Shakira’ voor ons klaar in de bruine rivier, de Rio Frío, om ons door het vogelrijke gebied te vervoeren. Onderweg zien we naast een grote verscheidenheid aan vogels, waaronder verschillende soorten kingfishers, reigers, gieren, valken, ibissen en anhinga’s, een groot aantal reptielen zoals kaaimannen, hagedissen en een schildpad. De leukste was ongetwijfeld de fel groene Jesus Christ Lizard, die op een takje boven het water zit te zonnen en zodra hij opgeschrikt wordt de benen neemt, door op z’n achterpoten over het water te rennen en aan land tussen het groen te verdwijnen. Wat ook erg leuk was om te zien, was een groep brulapen waaronder zich een albino bevond. Het schijnt de enige geregistreerde albino brulaap van Centraal Amerika te zijn en we waren dan ook erg blij haar te mogen aanschouwen. De route voert ons eerst naar de grens met Nicaragua waar we omdraaien om vervolgens een aantal kilometers links van de aanlegsteiger te verkennen. Hier zien we onder anderen nog vleermuizen die, door achter elkaar te gaan zitten op een boomstam, een slang nabootsen om zichzelf te verdedigen. Tussentijds, maken we nog uitstapjes in aftakkingen die naar de Caño Negro, het eigenlijke moerasgebied leiden. Voordat we terugvaren, gaan we aan land om van de meegebrachte lunch te genieten, die onder anderen bestond uit gefrituurde jucca , gekookte palmhart blokjes, gebakken plantaan en gallo pinto. Uiteindelijk varen we op hoge snelheid terug naar de steiger waarna we in een ruk terugrijden naar La Fortuna.

 

04 november – Waterval, El Arenal vulkaan, Baldi Hot Springs
Aangezien onze tocht naar de waterval deze dag pas rond 4 uur gepland staat, besluiten we ’s ochtends naar de waterval te wandelen. Onderweg krijgen we gezelschap van 3 straathonden die alles en iedereen onderweg aanvallen. Lokale bewoners laten het er niet bij zitten, springen van hun fiets en bekogelen de honden met stenen (erg komisch om te zien en geen enkele steen treft doel). Ook paarden en andere honden moeten er aan geloven. Na een stevig klimmetje bereiken we, nog steeds in gezelschap van de honden, de ingang van het park, waar we tot onze teleurstelling entree moeten betalen en er toch wat meer bezoekers blijken te zijn dan we hadden verwacht. Na van bovenaf de waterval te hebben bekeken, komen we na het volgen van een, hier en daar nogal steil pad, onderaan bij het neerstortende water, temidden van de prachtige natuur. De honden wisselen ons in voor een ander baasje en de regen heeft inmiddels plaatsgemaakt voor een broeiende hitte. Na een tijdje volgen we dezelfde route terug naar het dorp, als ons onderweg een pick-up passeert, met daar achterop een aantal mensen, die een lift krijgen. Honderd meter verderop komt hij tot stilstand om een paar mensen af te laten stappen. Het lijkt Andre ook wel wat, om op deze alternatieve manier, de weg te vervolgen en hij besluit de bestuurder te vragen, of wij ook achterop plaats mogen nemen. Dit blijkt geen probleem en niet veel later staan we onderaan bij een T-splitsing. Verderop komen we nog langs een overdekt marktje, waar we enkele voor ons onbekende fruitsoorten kopen, die we bij onze cabina opeten.
’s Middags worden we door Eagle tours afgehaald, voor de tocht naar de El Arenal vulkaan. Er is duidelijk veel belangstelling, want het busje is vol.  Na  een erg hobbelige tocht naar boven, gaan we te voet verder door het groen en steken blootvoets stappend op stepstones een beekje over. Plotseling doemt naast ons een wand op. Dit is de plek, waar de lava van de laatste grote uitbarsting is geeindigd. Een stukje verderop kunnen we de rosten beklimmen en geeft de gids uitleg en vraagt om enig geduld. Door alle bewolking, is zelfs de vulkaan onzichtbaar geworden, laat staan dat er sprake zou zijn van positieve vooruitzichten op het zien van een eruptie. Na drie kwartier wachten geeft zelfs de gids het op en moeten we in het stikdonker, maar inmiddels gelukkig in het bezit van zaklantaarns, de weg terug zien te vinden over de rosten, stronken en door het beekje terug naar het busje. Onderweg worden we plotseling verrast door een donderend geluid uit de vulkaan. Het idee, dat we alsnog te vroeg zijn weggegaan, komt bij ons op. Eenmaal onderweg met het busje naar beneden, blijkt dat deze gedachte zo gek nog niet was. We passeren een aantal auto’s met daarbij mensen met verrekijkers. De bus stopt, we stappen snel uit en zien alsnog hoe een groot aantal gloeiende brokken uit de vulkaan gespuwd wordt, die op de helling van de vulkaan in duizenden gloeiende stenen uiteenvallen, onderweg naar beneden. Een erg spectaculair gezicht en we zijn opgewonden over het feit, dat we het alsnog hebben mogen zien. We vervolgen onze weg en brengen een bezoek aan Baldi Hot springs. Een soort zwemparadijs, maar dan met water uit een bron, dat wordt opgewarmd door de vulkaan. Er zijn een aantal baden met verschillende temperaturen. Van aangenaam tot een gevaarlijke 65 graden heet. In één van de baden is een barretje waar je, zittend in het water, een cocktailtje of een biertje kunt drinken. Al met al een erg prettige ervaring.

 

05 november – La Fortuna-Santa Elena
Voor ons vervoer van La Fortuna naar Monteverde hadden we de jeep-boat-jeep gereserveerd, omdat de enige andere mogelijkheid om er te komen erg tijdrovend en oncomfortabel is, namelijk door geheel om Lake Arenal te rijden via Tilaran. Deze weg staat bekend om de slechtst begaanbare van heel Costa Rica en aangezien de overige wegen soms al gruwelijk slecht zijn, wilden we onszelf dit graag besparen. Ondanks deze keuze, werd het toch nog een van de meest hobbelige trips van de hele vakantie, waarbij gezegd moet worden dat het uitzicht fantastisch is en het jammer is, dat er geen stops worden ingelast om foto’s te kunnen maken. Ook de oversteek van Lake Arenal is zeker de moeite waard. We worden in het centrum van Sante Elena afgezet en worden opnieuw overspoeld door mensen, die ons een accommodatie willen aanbieden. Na een paar foldertjes te hebben vergeleken, besluiten we met een meisje mee te lopen, wiens vader ons vervolgens met een Jeep naar Monteverde Paraiso brengt, ergens achterin het dorp. Omdat we redelijk vroeg over zijn, gaan we direct vragen wat we die middag eventueel nog kunnen doen en dat blijkt de Sky Walk te zijn. Dit zijn acht metalen hangbruggen, die met tussenruimtes in cirkelvorm in het nevelwoud Santa Elena zijn gebouwd, ter hoogte van het bladerdak. We worden er opnieuw met een busje en wederom over een hobbelig pad naartoe gebracht, waarna we binnen twee uur de acht bruggen rondlopen.
De  planten groeien hier letterlijk op en over elkaar, om zoveel mogelijk licht te kunnen vangen en de verscheidenheid is enorm indrukwekkend, maar na een paar bruggen te hebben genomen en de natuur in de diepte te hebben bewonderd wordt het toch een beetje eentonig, ook omdat we hadden verwacht nog wel enige dieren te kunnen spotten, wat echter niet het geval is. Vlak voor de uitgang zien we, totaal onverwacht, toch nog een neusbeer. Als we klaar zijn, hebben we nog een half uur voor de laatste bus terug gaat naar het dorp en daarom lopen we even naar de colibri-tuin waar een groot aantal in kleur variërende exemplaren drinken, uit de hier opgehangen nectar voederplaatsen. Het is ongelooflijk hoe snel deze vogeltjes zijn en je kunt er gewoon tussendoor lopen, zonder dat ze ervandoor gaan.
’s Avonds gaan we het dorpje in en komen er achter dat het, in tegenstelling tot de omschrijving in onze Roughguide, best een gezellig dorpje is met een paar leuke eettentjes waaronder eentje in de vorm van een boomhut.

 

06 november – Santa Elena
’s Ochtends worden we opnieuw opgehaald door een busje, maar dit keer voor de Canopy Tour. Op de plaats van bestemming aangekomen krijgen we, nadat we onze harnassen, handschoenen en helmen hebben aangetrokken, van één van de drie begeleiders een uitgebreide uitleg over hoe te werk te gaan aan de gespannen kabels en wat vooral niet te doen. Vervolgens gaan we op weg naar het eerste platform en worden daar gezekerd en vervolgens aan de kabel geklikt. Na wat laatste aanwijzingen is het tijd om te springen. Op grote hoogte en op hoge snelheid, suizen we als een soort moderne Tarzan tussen de bomen door, naar het tegenoverliggende platform. Als de begeleider aan de overzijde in beeld komt, volgen er handmatige aanwijzingen over snelheid houden of remmen. Door met je achterste hand op de kabel te drukken, rem je vervolgens af zodat je met acceptabele snelheid het andere platform bereikt, waar je al snel wordt doorgeklikt naar de volgende kabel. Nadat we met groot enthousiasme een aantal kabels hebben genomen, komen we aan bij een ander discipline ‘Rappel’. De bedoeling is, dat we zonder ook maar iets te doen, aan een verticale loshangende kabel zo’n zes meter naar beneden springen en dat doen we dan maar. We zijn samen met een stel uit Nieuw Zeeland en een stel uit Oostenrijk en er ontsnappen hier en daar wel wat gilletjes. Vervolgens nemen we weer een aantal kabels, waana we uitkomen bij de Tarzan Swing, waar we onze katrollen tijdelijk inleveren en via een trap naar redelijk grote hoogte lopen waar ons verteld wordt, dat we opnieuw naar beneden moeten springen, maar dit keer bevestigd aan een touw. Als Tarzan aan een liaan zwieren we vervolgens om beurten tussen de bomen door, waarna we door de begeleiders met een soort binnenband worden opgevangen, waardoor je met een klap tot stilstand komt. Erg spannend allemaal en voor iedereen die denkt hier nog eens te komen een absolute aanrader. Na een aantal uren onderweg te zijn geweest, worden we teruggebracht naar het dorp en omdat het nog redelijk vroeg in de middag is besluiten we nog wat rond te wandelen in de omgeving van het dorp, waar we van het uitzicht over de valleien genieten. Later op de middag hadden we nog een koffietour geboekt. Om vier uur melden we ons in de lobby van een chique hotel aan de rand van het dorp en even later staat Braulio voor ons die ons op de kleine plantage achter het hotel het een en ander verteld over de koffieplant, het onderhoud, het oogsten van de koffiebonen en de bereiding tot gebrande koffie. In een houten hutje boven op de heuvel met een geweldig uitzicht, doet hij het voor, mogen we zelf meehelpen en drinken we de uiteindelijk gezette koffie. In het donker gaan we terug naar het dorp.

07 november – Santa Elena-Montezuma
Deze dag staat ons een redelijk lange tocht te wachten, die al erg vroeg begint met een bustocht vanuit Santa Elena naar Puntarenas. Deze verloopt redelijk comfortabel, al wordt het in de bus steeds voller en moeten we onze stoelen merendeels afstaan en plaatsnemen in het gangpad. Op een splitsing waar een deel van de backpackers kiest voor de richting Liberia, wordt het weer wat rustiger en in Puntarenas aangekomen nemen we een taxi, omdat we niet precies weten hoe laat de veerboot gaat en we geen zin hebben deze te missen. Daar aangekomen blijkt dat we nog zo’n uur moeten wachten en daarom gaan we bij onze back-packs zitten wachten en kijken op ons gemak hoe het dagelijkse leven er hier uitziet. Fregatvogels en pelikanen vliegen af en aan en voor ons staan schraapijs- en kokosnootverkopers slechte zaken te doen, waar ze zich overigens niet al te druk om schijnen te maken. Eenmaal op de boot kiezen we een plaatsje op het bovendek en begeleid door vrolijke klanken uit de luidsprekers steken we de Golf van Nicoya over naar het plaatsje Paquera. Het ziet er hier allemaal plotseling een stuk tropischer uit met de uitstekende rotsen en witte zandstrandjes omgeven door overhangende palmen. Als we in Paquera van de boot komen is het dan ook een heel stuk warmer en loopt het zweet ons direct al van het voorhoofd. Opnieuw nemen we de al gereedstaande bus, om het laatste stuk naar Montezuma af te leggen. De weg wordt weer steeds slechter en vlak voor we er aankomen duikt de zandweg steil naar beneden, waardoor je bijna het gevoel krijgt dat de bus op z’n grill naar beneden rijdt. Montezuma blijkt een erg gezellig klein dorpje met een hippie cultuurtje. Nadat we een rondje hebben gemaakt nemen we onze intrek aan de rand van het dorp bij de waterval in La Cascada. Onze kamer is volledig uit hardhout opgetrokken en er is gelukkig een ventilator aanwezig. Ook hier treffen we weer zo’n vreemde douche met ingebouwde waterverwarmer (die het overigens nooit doet). We hebben uitzicht op zee en op de veranda hangen een groot aantal hangmatten waar we dankbaar gebruik van maken.

 

08 november -  Montezuma
Het is een mooie zonnige dag en we besluiten ’s ochtends een wandeling te maken over de stranden naar Playa Grande. Daar aangekomen begint de vloed op te komen en besluiten we niet al te lang te blijven, omdat het anders wel eens moeilijk zou kunnen worden on terug te komen. 's Middags brengen we een bezoekje aan de naast La Cascada gelegen waterval.

 

09 november – Montezuma
In Montezuma is geen bank en omdat we bijna door ons cashgeld heen zijn, pakken we ’s ochtends de bus naar Cobano om te pinnen. Bij de bushalte leren we een Amerikaans stel kennen die ons hun belevenissen vertellen en in de bus maken we nog kennis met een Duits stel dat al 10 maanden in Montezuma verblijft doordat hun toenmalig aangeschafte VW-busje het al snel begaf. Het meisje was min of meer naar Costa Rica gevlucht, omdat haar ouders in scheiding lagen. Voor ’s middags hebben we paardrijden op het programma staan en melden ons op tijd bij de toegang tot het strand, waar onze gids Emilio al snel verschijnt met de paarden. Nadat zich nog een Canadees een Francaise en een Belgisch stel bij ons gevoegd hebben, vraagt Emilio of we Spaans spreken. Dit blijkt het eerste struikelblok. Er is slechts één persoon die Spaans spreekt en dat is de Francaise en zij spreekt verder alleen Frans. De Canadees echter, spreekt ook Frans en kan zo het Frans voor ons vertalen in het Engels, voor zover Andre het Frans zelf niet kan volgen. Vervolgens vraagt Emilio, of iedereen ervaring heeft met paardrijden. Die blijkt slechts één persoon te hebben en dat is wederom de Francaise. Emilio lijkt niet erg blij met deze situatie maar gaat toch door. Dat kan dus wat worden. Als we allemaal op ons paard zitten begint de summiere uitleg; teugel losjes vasthouden, teugel naar links is linksaf, teugel naar rechts is rechtsaf, teugel aantrekken en naar links is stoppen. Verder kun je met je hakken het paard een por geven zodat hij harder gaat. Alleen voor Pris haar paard gelden andere regels en zij is ook de enige met een knoop in de teugels. En dan begint de tocht voorzichtig over het strand. Dit duurt echter niet al te lang. Voor we er erg in hebben moeten we tussen grote keien door, door het water en even later het bos in over glibberige wortels en onder overhangende takken door, waarbij de Canadees er eentje over het hoofd ziet terwijl zijn paard doorloopt en zo achterover van het paard afkukeld, op een aantal keien. Emilio schiet te hulp en gelukkig zit hij er al snel weer op, met slechts een gekrenkt ego. Een eind verderop volgt nog enige uitleg; bult op: voorover leunen; bult af: achterover hangen. Een stuk is zo steil, dat we met onze rug bijna op de kont van het paard moeten gaan liggen. Knikkende knieen en schrapende hoeven maken het voor ons onervaren paardrijders, een erg spannende ervaring. Uiteindelijk komen we aan op Playa Grande en kunnen achteraan de waterval ontwaren, het verste punt van onze tocht. Emilio gebaard dat we als we willen (en durven) hier mogen galopperen. Nou, dat willen we wel en we geven het paard de sporen. Het paard van Pris dat de hele tijd al de meest vurige was en tevens de enige hengst, gaat er als een speer vandoor en Emilio moet er op een draf vandoor, om de boel weer tijdig onder controle te krijgen. Pris is een beetje geschrokken, maar vond het geweldig om te doen. Andre’s paard is helaas een stuk minder enthousiast en is niet vooruit te branden, en het lange lijf van Andre werkt ook al niet echt mee op dit kleine exemplaar. Emilio reikt hem een twijgje en zegt hem het paard ermee te meppen, maar het enige resultaat is een verontwaardigde blik van het paard en hooguit over een paar meter extra snelheid. Als het even iets sneller gaat, zit hij te stuiteren in het zadel, wat niet echt een plezierige ervaring is. Uiteindelijk komt hij als één na laatste en enigszins gefrustreerd aan bij de rest van de groep. Hier wordt eindelijk een pauze ingelast, we bekijken de waterval, zwemmen in zee en laten ons de meegebrachte ananas, die Emilio op een afgekapt bananenblad klaarmaakt, goed smaken. Dan moeten we echt terug, want de schemer zet al in en de vloed is al aardig op komen zetten. Op de terugweg lijken de paarden er plotseling meer zin in te hebben en al snel galopperen we allemaal over Playa Grande. Pris nog steeds voorop en inmiddels met een stuk meer zelfvertrouwen. Zij lijkt hier echt aanleg voor te hebben, wat van André nog steeds niet echt gezegd kan worden. Hij neemt staand in de stijgbeugels een nogal vreemde houding aan, om het paard rennende te houden en het zweet gutst van zijn lijf. Op een punt moeten we, met het paard wadend door het water, een beekje oversteken en de stukken door het bos moeten bijna in het donker worden afgelegd. Uiteindelijk komen we gelukkig allemaal zonder kleerscheuren weer aan in het dorp, waar we afscheid nemen van Emilio. Het was voor iedereen een onvergetelijke ervaring.

 

10 november – Montezuma-Mal País-Sante Teresa
Vanuit Montezuma reizen we verder naar Mal País, omdat we hierover goede dingen hadden gelezen en omdat we graag nog wat meer van de kust willen zien. Nadat we opnieuw de bus naar Cobano hebben genomen, blijkt dat we nog 2 uur moeten wachten voor de bus vertrekt en we besluiten daarom een taxi te nemen wat hier meestal een Nissan Patrol is. Bijna tegelijkertijd meldt zich een Duits stel, dat naar Santa Teresa wil en we besluiten de taxi te delen. Van hun krijgen we onderweg de tip, dat als we nog naar Cahuita gaan (wat wel ons plan was) we beslist bij Cabinas Jenny moesten gaan kijken. In Santa Teresa gaan ze eruit en wij vervolgen onze weg naar Mal País over zandweg met veel kuilen en bulten. Daar aangekomen blijkt dat het dorp buiten het hoogseizoen uitgestorven is en nadat we een aantal cabinas bekeken hebben, besluit Pris dat ze hier niet helemaal Remie wil zitten. Gelukkig was de taxichauffeur al die tijd bij ons gebleven en kon hij ons alsnog ook in Santa Teresa afzetten. Santa Teresa is eigenlijk geen dorp, maar de naam van het strand met daarachter een parallel lopende straat met daaraan winkeltjes en onderkomens. Om alles te kunnen bekijken, moet je erg ver lopen en vooral met de back-packs op is dit niet te doen. Na een eind te hebben gelopen, besluit Pris de eerste de beste cabina die we bezichtigen te nemen. Dit blijkt achteraf niet zo’n goede keus. Het is er nogal vies en er hangt nogal een afstandelijke sfeer. Het wordt ook al snel duidelijk dat de mensen hier alleen zitten, omdat het er zo goedkoop is. Wanneer we ’s middags een wandeling maken over het prachtige strand met geweldige golven, komen we op de terugweg, over de weg langs een prachtig hotel, Casa Zen en besluiten er een biertje te drinken. De sfeer is er direct al een stuk beter en er wordt ook van alles georganiseerd. We hoeven niet lang na te denken en besluiten er voor de volgende nacht te boeken. Er staat voor deze avond Thais op het menu en we besluiten er ook maar gelijk te blijven eten. Ook is het filmavond en er kan worden gestemd op 3 films. Uiteindelijk wordt het '21 Grams' en wanneer de film is afgelopen, is het al laat in de avond. We lopen over een verlaten weg terug naar Carmen en doen in dit hok snel onze ogen dicht.

11 november – Sante Teresa
Voor het ontbijt halen we fruit bij de supermarkt, waarvan we een salade maken. Daarna pakken we snel onze spullen en verkassen naar Casa Zen, waar we onze intrek nemen in een simpele, maar mooie, en vooral schone kamer. Overdag hangen we wat op het strand en spelen met de branding. ’s Avonds genieten we van de bloedrode zonsondergang en zitten we bij een kampvuur, met nog een  aantal gasten van Casa Zen en drinken een biertje.

12 november – Santa Teresa-San Jose 
Als San José weer in beeld komt, beginnen bij ons alle alarmbellen inmiddels te rammelen en we zouden dan ook graag in een dag van San Jose naar Cahuita doorreizen, maar we beseffen ons maar al te goed, dat dat niet tot de mogelijkheden zal behoren en dat we waarschijnlijk gedoemd zullen zijn een nacht in San José door te brengen. Maar vol goede moet gaan we op weg. In de bus naar Paquera komt Pris aan de praat met Yu een Nederlandse-Chinees die al vijf jaar lang Centraal Amerika doorreist en zich inmiddels twee jaar in Montezuma heeft gevestigd en bezig is een kantoortje op te zetten om toertjes te boeken. Naast veel achtergrond informatie over Costa Rica, verteld hij smakelijk over zijn avonturen in Colombia. Hij is op weg naar Nicaragua omdat hij een paar dagen het land uit moet i.v.m. het verlopen van zijn verblijfsvergunning. Voor een nieuwe stempel moet hij 72 uur het land uit zijn geweest. Ook reist hij met ons mee op de veerboot terug naar Puntarenas, waar wij hem verlaten en de bus pakken naar San José. Doordat de over een van de weinig goede straten van Costa Rica rijden, verloopt de reis erg voorspoedig en hopen toch nog stiekem op een aansluiting richting de Caribische kust. In San José aangekomen, wacht ons echter een teleurstelling. De laatste bus richting Limon is al weg en er zit dus weinig anders op dan onderdak te gaan zoeken, al is het nog maar vier uur. Het regent en de moet zakt ons in de schoen. Op dat moment, komt er een niet al te fris ogend type met een fluoriserend hesje op ons af, met de vraag, of hij ons misschien kan helpen. Als we zeggen dat we de volgende dag naar Cahuita willen, zegt hij dat hij een perfect hotel voor ons heeft, om de nacht door te brengen, lekker dichtbij het station aangezien de bus de volgende dag om vijf uur vertrekt. Hij biedt zelfs aan, ons ernaartoe te brengen. Wij accepteren het aanbod, we kunnen immers altijd gaan kijken. Met een geperforeerde paraplu boven Pris haar hoofd wijst hij ons de weg en het blijkt inderdaad lekker dichtbij. We realiseren ons wel, dat we in de wijk Coca-Cola zitten en dat dit nou niet bepaald de meest frisse wijk van de stad is, maar als we gewoon binnen blijven moet het toch kunnen. In het hotel aangekomen blijkt het acceptabel, zeker niet mooi maar acceptabel. We besluiten de kamer te nemen. Het behulpzame type bedeld Andre nog een paar honderd Colones af, alvorens hij verdwijnt en wij gooien onze back-packs af. In dezelfde straat gaan we op zoek naar wat eetbaars, nu het nog licht is. Veel soeps is er niet te krijgen en we doen het maar met  een pizzaatje en kleffe cheeseburger uit de magnetron. Vervolgens maken we dat we binnen het veilige hek van het hotel komen en besluiten al erg vroeg te gaan slapen, omdat er verder toch niets te doen valt. Als we in bed liggen krijgen we allebei nogal jeuk en hopen maar dat het van de pillende dekens komt. Nog geen uur later veranderd ons gevoel van veiligheid plotseling volledig. Uit een kamer boven ons komt een keihard gekreun en er wordt onmiskenbaar een flink nummertje gemaakt. Pris geeft het erop dat het de huisbaas is, die voor de kinderen thuiskomen, nog snel even een nummertje maakt met zijn vrouw. Al snel wordt duidelijk dat er iets heel anders aan de hand is. Het hotel wordt namelijk veelvuldig gebruikt om er prostituees mee naartoe te nemen en al snel veranderd het hotel in een kreunend pand. We doen geen oog dicht, voelen ons echt goor en doen onze kleding weer aan, omdat we in dit bed echt niet meer willen liggen.

13 november San Jose-Cahuita
Om vijf uur ’s ochtends maken we dat we onze kamer uitkomen en vragen de eigenaar of hij een taxi voor ons wil bellen naar Caribeno, een ander station waar we op de bus moeten en niet zoals we eerder dachten het station om de hoek. Nadat hij op straat zinloos geprobeerd heeft een taxi voor ons aan te houden, zegt hij, dat we maar moeten gaan lopen, omdat het toch rustig op straat is. Dit weigeren we echter pertinent, omdat we weten hoe link het hier is. Uiteindelijk lukt het toch een taxi aan te houden en als we onderweg, zien we dat we het er lopend nooit zonder kleerscheuren af zouden hebben gebracht. Overal zien we hangjongeren, zatlappen, hoeren en junks. We zijn dan ook blij, als de bus uiteindelijk gaat rijden en langzaam de stad verlaat.
Eenmaal buiten de stad, veranderd het landschap al snel en wordt het steeds fraaier en zonniger. Ananas- en bananenplantages bepalen een uur later het beeld, een enkele keer onderbroken door een wildstromende bruine rivier. Aan de horizon trekt het Chiripo gebergte aan ons voorbij en vlak voor we Puerto Limon bereiken, staan de velden langs de weg vol met zeecontainers van Chiquita, Dole en Delmonte. In Limon wisselen we van bus en een lange rechte, uitstekend geasfalteerde weg, langs de kust en nog meer bananenplantages, brengt ons uiteindelijk naar Cahuita, waar we direct onze intrek nemen in Cabinas Jenny, een uitstekende tip van het Duitse stel, dat we in Cobano leerden kennen.
We besluiten de overige dagen van onze vakantie hier te slijten en van hieruit dagtrips te maken naar omliggende dorpjes. Ons appartement is opnieuw volledig uit hardhout, maar dan meer open, met grote luiken van waaruit we uitzicht op zee hebben direct vanuit ons bed. Het is hier nog warmer, en op deze manier kan de zeewind er lekker doorheen waaien. Verder is het bed voorzien van een klamboe en is er een grote plafondventilator. Verder heeft de douche voor het eerst warm water. De stranden zijn hier mooi geel en het water is een stuk blauwer dan aan de westkust. Cahuita is een dorpje vergelijkbaar met Montezuma maar dan met een reggae-sfeertje. Verder is de bevolking hier totaal anders. Jamaicanen bepalen het straatbeeld. Het is echt Caribisch. De overhangende palmbomen op het strand doen hier nog eens een schepje bovenop en daar gaan we dan ook maar naartoe. ’s Avonds in het dorp, besluiten we eens op zoek te gaan naar een fiets om de volgende dag mee naar Puerto Viejo te kunnen fietsen. De fietsen die aangeboden worden zijn echter allemaal veel te klein voor Andre. Daarna brengen we een bezoek aan de populairste kroeg van het dorp ‘Coco's’, waar we gaan voor de cocktailtjes. Een paar Caipirinha’s en Cahuita Coolers later zijn we behoorlijk jolig.

14 november – Cahuita
Als we onderweg zijn, vanuit ons appartement naar het dorpje, om een tweede poging te wagen een grotere fiets te vinden, is Pris iets vergeten en loopt snel even terug. Terwijl Andre op straat wacht , komt er een jongen naar hem toe die vraagt of hij plannen heeft om te gaan snorkelen. Hij geeft aan dat dit zo is, maar dat dat voor de volgende dag op het programma staat. De jongen zegt dat het weer erg goed is om te snorkelen en dat dat morgen wel eens heel anders zou kunnen zijn. Andre moet hem daar gelijk in geven, maar wil niet alleen beslissen. Pris is echter al onderweg en stemt ook in. Een half uurtje later, zijn we onderweg naar de aanlegplaats van de bootjes, iets verderop. Samen drukken we de boot in het water en nemen er plaats in. Wij zijn de enigen die meegaan en we mogen zolang snorkelen, tot we moe zijn. We varen eerst verder de zee op, alvorens we een scherpe bocht naar rechts maken ter hoogte van Punta Cahuita. De bootbestuurder met de gouden voortand en het rastastaartje, stuurt ons vlak langs de kant, waarna we Punta Vargas bereiken, waar hij ons naar het koraalrif stuurt. Hier is een deel afgezet met boeien. Later vertelt hij Pris, dat hij dat stuk pacht en dat hij met dit soort tochtjes zijn geld verdient. Tevens is hij verplicht, zijn stukje te onderhouden. Van het rif bij Cahuita is bekend, dat het is aangetast door de pesticiden van de bananenplantages en op deze manier proberen ze toch nog aan natuurbehoud te doen. We krijgen onze snorkelsetjes uitgereikt en verruilen de boot voor het water. Onder water zijn verschillende soorten koraal te zien en eromheen een grote verscheidenheid aan vissen. Geheel helder is het water niet, maar het zicht is goed en het geheel ziet er prachtig uit. Op sommige plekken is het even oppassen dat je je niet stoot aan het scherpe koraal. Als Andre na enige tijd om zich heen kijkt, ziet hij dat Pris terug is naar de boot, ze verslikte zich constant en ze voelt zich nogal onzeker als ze niet kan zien wat er boven water gebeurt. Hij wil echter nog wel wat meer zien en gaat nog even door met het maken van onderwaterfoto’s. Als hij een tijd later weer bovenkomt ziet hij de bestuurder van de boot wijzen en als hij die kant opkijkt, komt hij niet meer bij van het lachen. Pris heeft zwembandjes gekregen om beter te blijven drijven. Nadat we beiden tevreden in de boot zijn teruggekeerd zet de boot koers naar Punta Cahuita, waar we aan land worden gezet om via het reservaat terug te keren naar het strand.    


15 november – Puerto Viejo
We nemen de bus naar Puerto Viejo om dat dorp eens te bekijken. In het dorp bezoeken we een paar souvenierswinkeltjes, maar al snel lopen we weer langs het strand met prachtige golven. Het weer is jammer genoeg behoorlijk slecht en het begint steeds harder te regenen. We schuilen een tijdje onder een afdak, maar het lijkt erop dat het de hele dag zo zal blijven. Na drie kwartier vinden we het leuk geweest en kunnen we met enige moeite een taxi aanhouden. Als bestemming geven we het dichtstbijzijnde restaurant op. De taxichauffeur weet wel iets en zet ons af bij een erg mooi maar ook redelijk prijzig adres waar wat eten en drinken. In de eerste instantie zien we het wel zitten om hier ook nog een nachtje door te brengen, maar bij nader inzien deed het toch iets te resort-achtig aan, omdat het niet op loopafstand van het dorp was. De regen houdt maar aan en we zien de dag volledig aan ons voorbijtrekken. Aan het einde van de middag nemen we een taxi terug naar de bushalte en de bus terug naar Cahuita, waar we bij de supermarkt wat chips en bier halen voor op ons balkon. Jammer genoeg een nogal verloren dag.

16 november – Puerto Viejo
Als we ’s ochtends de luiken opengooien is het weer totaal opgeklaard. We gaan opnieuw naar Puerto Viejo om onze plannen van de vorige dag te herhalen. Deze dag kunnen we gelukkig doorbrengen op Playa Cocles met een heerlijk zonnetje.

17 november – Manzanillo
nog onder Puerto Viejo tegen de grens met Panama ligt nog een klein dorpje met een natuurpark dat volgens onze Rough Guide weinig bezocht wordt, maar dat zeker de moeite waard is. Een gids en een kapmes worden wel aangeraden. Voor we het park kunnen betreden moeten we eerst een beekje doorwaden, het pad loopt daarna verder tussen palmbomen door en is goed zichtbaar een eindje verderop wordt dit al minder en bruine kleigrond wordt steeds drassiger. Na een paar kilometer moeten we tegen een steil glibberig  pad omhoog klimmen dat gelukkig nog is verstevigd met bananenzakken gevuld met zand, waardoor er een soort trappetje ontstaat. Eenmaal bovenaan is het uitzicht fantastisch, met rotsen palmbomen en een klein lagergelegen strandje. Als we verder gaan wordt het pad steeds slechter herkenbaar, we nemen zo nu en dan een verkeerde afslag en wordt de grond steeds drassiger totdat we soms tot onze enkels toe wegzakken in de sompige modder. We horen enorm veel verschillende vogels, maar zien er door de dichte begroeiïng bij geen één, wel zien we veel hagedissen en kleine donkerrode gifkikkertjes. De natuur is prachtig en motiveerd ons steeds verder de jungle in te trekken. Ons uiteindelijke doel is Punta Mona, maar na verschillende pogingen moeten we het toch opgeven. Het is gewoon te drassig en te glibberig, het wordt gewoon te gevaarlijk om op eigen houtje verder te gaan. Daarbij is het ook nog eens bloedheet en zijn onze kleren volledig doordenkt van het zweet. (Thuis komen we erachter, dat Punta Mona geen uitkijkpunt is, zoals we dachten, maar een ecologische boerderij die we op dat moment al gepasseerd waren.)
Op de terugweg merken we nog eens, dat we goed aan hebben gedaan terug te keren. Op sommige glibberige stukken bergop, krijg je al snel de neiging je vast te grijpen aan een boom. Dit is echter geen goed idee, als je de boom van tevoren niet goed bekeken hebt. Naast dat er van allerlei ongedierte zoals grote steekvliegen, dikke spinnen en bull-ants of erger, op kunnen zitten zijn er ook palmen, die stukken schors naar buiten klappen over de volle lengte van de stam. met daaraan vlijmscherpe zwarte punten. zolang als je vingers en zo dik als een breinaald. Het was ons beiden een keer gelukt er vol in te grijpen, maar gelukkig ging het goed. Met modder tot onze knieën en dikke klonten aan onze schoenen. verlaten we uiteindelijk het park en waden dit keer met onze broeken aan door de beek en proberen ze. zo goed en zo kwaad als het gaat, weer schoon te krijgen. In het dorpje aangekomen hangen we onze spullen te drogen over een volleybalnet en nemen een verfrissende duik in zee. Nog even bakken en daarna is het tijd voor een biertje bij het grote en drukbezochte Maxi's restaurant, waaruit het hele dorp zo ongeveer lijkt te bestaan. Een beetje vervelend is dat er slechts twee bussen per dag naar Manzanillo gaan waardoor we verplicht zijn tot vijf uur te blijven, maar het was het zeker waard.

18 + 19 november – Cahuita- Santa Maria Airport
De terugweg verliep voorspoedig, afgezien van een bijna ongeluk, waarbij de geflipte buschauffeur nog net tussen twee Mack trucks doorglipte. Bijtijds komen we met een tussenstop in Limon en San Jose aan op de luchthaven. Keurig drie uur voor vertrek. Het toestel naar Orlando vertrekt redelijk op tijd, waarbij André zelfs nog een plaats bij de nooduitgang weet te bemachtigen. Op Orlando begint het hele security gedoe op Amerikaanse bodem opnieuw en vanaf Orlando naar Amsterdam zitten we bijna dubbelgevouwen in de 767 van Martinair, er is zo weinig beenruimte dat Andre’s benen er simpelweg niet tussenpassen en hij ze slechts in het gangpad kan leggen, waar de stewardessen er volgens heerlijk tegenaan schoppen. Ach ja, het hoort er nou eenmaal bij. Op Schiphol nemen we de trein en zonder verdere problemen bereiken we Station Enschede waar de ouders van André al weer klaar staan om ons naar huis te brengen.