Homepage van Bas van Pelt

Stuur een e-mail naar mij


UT SIDERA FULGENS


Klik voor een grotere afbeelding van Ottelien van Pelt

Klik voor een grotere afbeelding van Victor van Pelt

Welkom op mijn homepage. Klik hier voor de voorouders van Victor van Pelt (30) en Ottelien van Pelt (28). Een 'stamboom' is nooit compleet: graag uw eventuele verbeteringen of aanvullingen per e-mail.

Verder wil ik hier melden dat in Nederland het volgende (nog) niet goed geregeld is:

Ieder kind en iedere ouder moet kunnen vertrouwen op een ongestoord en natuurlijk 'family-life', wat er ook gebeurt, dus ook na een eventuele beëindiging van de liefdesrelatie tussen de beide ouders.

Dit recht van het kind is een internationaal erkende grondrecht, maar is, met name in Nederland, in de praktijk helaas een gunst van de verzorgende ouder, met alle nadelen van die absolute machtspositie, zoals in dit geval het weigeren van bemiddeling. Family-life gaat te vaak ten onrechte niet door, omdat door de machtsongelijkheid de sterkere ouder onvoldoende is gemotiveerd. Zo ook bij Victor en Ottelien en hun ouders. Daarmee staat voor hen zelfs de deur naar het ouderverstotingssyndroom of oudervervreemding open.

Hieronder de voorlopig laatste vruchteloze poging om er via de wet daadwerkelijk iets aan te doen. Het betreft een uittreksel uit het verslag van een algemeen overleg van de vaste commissie voor Justitie op 24 mei 2000 overleg met staatssecretaris Cohen van Justitie. Het volledige Tweede Kamerstuk 25451 nr 7 vindt u hier.

.......... De heer Vos (VVD) constateerde dat bij echtscheidingsprocedures de vrijkomende negatieve energie van haat en teleurstelling onder ouders vaak zo groot is dat het niet lukt om in alle redelijkheid afspraken over een omgangsregeling te maken dan wel om ze na te komen. Traumatische ervaringen van ouders en kinderen door het wegvallen van ieder contact zijn het gevolg.

Gelukkig zijn er veel zelfhulporganisaties die mensen kunnen opvangen. In de praktijk komen omgangsproblemen heel veel voor. Uit het onderzoek van Griffith en Hekman van de Universiteit van Groningen blijkt dat in circa 40% van de echtscheidingsgevallen de relatie tussen kind en ouder verbroken is, waarbij als meetpunt is genomen één jaar na de echtscheiding. Het platform van samenwerkende cliëntenorganisaties in jeugdzorg en familierecht (SCJF) schat in dat ten aanzien van het ontbreken van registratie van geregistreerde partnerschappen de situatie nog problematischer is. In Nederland zijn 38.000 echtscheidingen per jaar en bij iedere 100 echtscheidingen zijn 75 kinderen betrokken.

In veel gevallen is de communicatie tussen de ouders verstoord en zijn de emoties te hoog opgelopen om nog met elkaar te praten. Om elkaar te raken, worden de kinderen vaak de inzet van de echtscheiding. Ook wanneer de echtscheiding een feit is, kunnen die communicatiestoornis en de pijn van de echtscheiding nog vaak opwellen. Fnuikend voor de omgangsregeling is veelal de rancune van de verzorgende ouder jegens de voormalige partner. In de praktijk kan de ouder die de kinderen verzorgt het contact met de andere ouder geheel maken of breken. In een aantal gevallen vindt de omgang wel plaats, maar zijn de kinderen door de verzorgende ouder als het ware voorbereid op de omgang, in de zin dat deze hun alles wijsmaakt over de andere ouder. Hierdoor kan het voorkomen dat de kinderen zelf zullen aangeven deze ouder niet meer te willen zien. Ook kunnen ze in een loyaliteitsconflict terechtkomen. In dit kader doen zich uitwassen voor zoals het ouderverstotingssyndroom. In 90% van de gevallen is de vader en in 10% de moeder de versmade ouder.

Het omgangsrecht als zodanig is een wederzijds recht: het kind heeft recht op omgang met de ouders en de ouders hebben recht op omgang met de kinderen. In Nederland beschikken kinderen niet over een directe rechtsingang, zodat het vaak de ouders zijn die de omgang aan de orde stellen. Het omgangsrecht is zeer fundamenteel en is vastgelegd in artikel 8 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens en in artikel 9 van het VN-verdrag op de rechten van het kind. Lukt het partijen niet om zelf een omgangsregeling te treffen, dan resteert de weg via de rechter. Uit een recentelijk onderzoek van mevrouw Kombrink, gepubliceerd in het Nederlands Juristenblad, blijkt dat in 86% van de gevallen de rechter uiteindelijk het advies van de Raad voor de kinderbescherming volgt. Bovendien bestendigen de rechters vaak de bestaande situatie. Als de omgangsregeling twee jaar lang niet meer is toegepast, wordt die ook niet meer opgestart. Hoewel het aantal gevallen, waarin de rechter een eindbeschikking in de omgangsregeling opneemt stijgt, is het niet onaannemelijk dat rechters er nog steeds mee worstelen. Wanneer een ouder echt dwars wil liggen, is er vaak geen kruid tegen gewassen. Verder blijkt uit onderzoek dat problemen met de omgang zich ook in zeer ruime mate in het buitenland voordoen en dat de omringende landen voorlopen op Nederland met betrekking tot zowel het voortraject, gericht op de totstandkoming van een regeling, als het eindtraject, gericht op de handhaving ervan. Het gaat daarbij met name om het kennelijk vaak gebruikte concept van omgangshuizen, bemiddeling in allerlei varianten en de uiteindelijke mogelijkheden van tenuitvoerlegging en handhaving. In het desbetreffende onderzoeksrapport wordt breed uitgedragen dat het voor het welzijn van het kind van cruciaal belang is om met beide ouders contact te hebben. Er is dan ook alle aanleiding om hieruit lering te trekken. Het huidige instrumentarium alhier wordt in brede zin als ontoereikend gezien. In eerste instantie is een mentaliteitsverandering nodig. Scheidende partners moeten er beter van doordrongen zijn dat hun ouderlijke taak en hun verantwoordelijkheid na de echtscheiding ongewijzigd blijven. In aanvulling hierop moet de wetgever het wettelijk kader afronden, hetgeen inhoudt uitbreiding van de middelen om in het voortraject een regeling tot stand te brengen en uitbreiding van het instrumentarium in het eindtraject. Het voortraject moet zodanig uitgebreid zijn dat men eigenlijk niet meer behoeft toe te komen aan het eindtraject. In eerste instantie zouden partijen eerst dan een beroep op de rechter kunnen doen, nadat ze een serieuze bemiddelingspoging hebben ondernomen. In Noorwegen bijvoorbeeld is mediation ofwel bemiddeling verplicht omdat men van mening is dat het belang van kinderen ermee wordt gediend. Een en ander houdt niet in dat een overeenkomst wordt afgedwongen maar wel dat men moet ingaan op de uitnodiging voor het aanvaarden van oplossingen. Weigert een van de partijen bot, dan is dat geen uiting van verantwoordelijkheid en is dit een onvermijdelijk minpunt in de verdere procedure. Mediation als drempel voor ontvankelijkheid laat onverlet dat de partijen zelf in goed overleg moeten proberen overeenstemming te bereiken. De niet verzorgende ouder zal hierdoor waarschijnlijk snel proberen een deal te bereiken en indien dat niet mocht lukken, de mediation op te starten. Het handhavingsinstrumentarium is ontoereikend en dient onmiskenbaar te worden uitgebreid. In eerste instantie betreft het middelen die de relatie tussen beide ouders kunnen verbeteren. De heer Vos toonde zich groot voorstander van de in het rapport «Effectuering van omgang in rechtsvergelijkend perspectief» gedane aanbeveling om een bepaling in het strafrecht op te nemen in verband met de preventieve werking die ervan uitgaat. Waar thans onttrekking aan het ouderlijk gezag reeds strafbaar is gesteld, zag hij weinig verschillen tussen onttrekking aan het ouderlijk gezag en onttrekking aan een omgangsregeling. Het strafrecht biedt de mogelijkheid van een taakstraf die veel flexibeler is dan lijfsdwang. In het geval van lijfsdwang zal de verzorgende ouder uit de omgeving van het kind worden weggenomen, bij een taakstraf is dat lang niet altijd het geval. Hoe dan ook is het onverantwoordelijk dat het gezag van de rechter simpelweg te grabbel kan worden gegooid, indien een van de ouders zich ongestraft niet aan de omgangsregeling houdt. Het personen- en familierecht staat of valt bij de naleving door partijen. In de gegeven omstandigheden riep de heer Vos de staatssecretaris dan ook op om, met inachtneming van de aanbeveling in het rapport, nadere voorstellen aan de Kamer te doen die dienen tot uitbreiding van het handhavinginstrumentarium, waaronder het opnemen van een strafrechtelijke bepaling............

Antwoord van de staatssecretaris

De staatssecretaris benadrukte de ernst van situaties waarin kinderen de inzet zijn van conflicten tussen ouders, waarvan het effect kan zijn dat een van de ouders de facto ontzegd wordt verder contact met die kinderen te onderhouden......

.......Waar gezocht wordt naar oplossingen voor conflicten tussen ouders, dient weliswaar geprobeerd te worden de middelen daartoe zoveel mogelijk op te rekken, maar dan wel zoveel mogelijk in termen van overleg en zachte drang (maar als dit het uiterste middel is, dan is de wet een dode letter! (BvP)), zodat de betrokken volwassenen uiteindelijk bereid zijn mee te werken aan een omgangsregeling........

Sinds 2000 blijkt uit nieuwer onderzoek en de niet aflatende stroom van allerlei signalen in de media dat de onschuldige kinderen die in deze situatie terecht komen nog steeds de gevolgen moeten incasseren. De halfzachte maatregelen werken inderdaad niet afdoende. Dat zou grond moeten zijn voor een wat krachtigere aanpak door onze samenleving. Dat ontmoet enorm verzet. Maar de meest hardnekkige weerstand kan uiteindelijk bezwijken zoals de Berlijnse Muur. Immers: een fundamenteel grondrecht laat zich maar moeizaam duurzaam kisten. Uiteindelijk heeft iedereen dan baat bij het opruimen of voorkomen van een dergelijk probleem. Wat dan, lijkt mij, minimaal aangewezen is, dat is het vooruitzicht op een continue, niet aflatende aandacht voor deze. Een niet aflatende stroom van ruchtbaarheid... laat dat dan in ieder geval maar het gevolg zijn. Dat alles in de hoop dat het een van de drijvende krachten kan zijn die leiden tot omstandigheden die meer recht doen aan het belang van de belevingswereld van alle opgroeiende kinderen en jonge volwassenen. Volgens die redenering hoop ik dat deze website zoiets kan bewerkstelligen, en dat u me vergeeft dat ik er hier aandacht voor vraag. Meer?

maar beter gezag wijzigen, toch?

^ Naar boven ^

 

bezoekers.