Van vader op zoon

 

 

 

 

 

 

 


 

Vraag me niet precies wanneer, maar het was waarschijnlijk begin jaren dertig.
Mijn opa en oma, Arend en Zwaantje Kleiman met hun keuter boerderijtje, een paar koeien een paar varkens en wat kippen hadden het met hun vier kinderen en vijfde op komst niet gemakkelijk.
Omdat men op het Drentse platteland gewend was op klompen te lopen, kwam opa op de gedachte om naast z’n boerenbedrijfje, een klompenmakerijtje te gaan beginnen.

 

Zo zag hij kans om naast z’n toch al drukke werkzaamheden bij een klompenfabriekje in de leer te gaan, waar hij (naar ik meen) een jaar voor niets gewerkt heeft. Zo ontstond zijn eigen klompenmakerij. Al snel floreerde het kleine bedrijfje, en werd mijn opa een begrip in zijn dorp en wijde omgeving.

Wie kende “Kleiman de klompenmaker“ nou niet ? !

Inmiddels brak de Tweede Wereldoorlog uit. Nu kwam het regelmatig voor dat Duitse soldaten die oefeningen op zijn land hielden langs kwamen voor een slok water en een praatje.Vol verbazing keken ze hierbij naar opa’s verrichtingen, hoe kon iemand uit een stuk boomstam een “holzschuh“ maken. Mede door dat opa over de nodige humor


beschikte bezochten ze zijn bedrijfje graag en stond hij (tussen aanhalingstekens) na verloop van tijd op  “zeer goede voet “ met hen. Ondertussen zaten onderduikers en Joodse Nederlanders veilig verborgen in zijn boerderijtje. Al met al geen gemakkelijke tijd, mijn vader Bart Kleiman, weet daar alles van al was hij toen nog maar een jochie van een jaar of tien. In de oorlog gold voor m’n opa en oma “ Wat je niet weet kun je ook niet vertellen“ en dat was dan natuurlijk voor al van toepassing op kleine Bartje, met name wanneer er razzia’s te verwachten waren. Want okéé, hij had dan pikzwart haar; maar dat Pietje Bakker  waarmee hij speelde, ruzie maakte, mee in één bed sliep, en samen mee naar school ging een Joods jongetje was, nee.........dat kwam nooit bij Bartje op. Wel scholden de jongens op school Piet wel eens uit voor Jood, maar dan was het wel z’n broertje en kwam de klomp uitermate goed van pas.

 

 

 


 

 


 


 


 



Opa bleef ook na zijn pensionering, tot aan zijn dood op 92 jarige leeftijd klompjes maken, maar nu alleen voor z’n kinderen, kleinkinderen, vrienden en kennissen als herinnering en als souvenir.

Zou de leus van elke klompenmaker:  “Wie zich op hout begeeft, weet zeker dat hij langer leeft“ dan echt waar zijn??

Na het overlijden van opa erfde mijn vader, zijn ouderwetse hand gereedschappen, en ging er nadat hij in de V.U.T. kwam mee aan de slag. Hoewel hij als kind met z’n neus boven op de werkzaamheden van opa stond en dus vertrouwd was met z’n handgereedschappen, heeft hij inmiddels ervaren hoe moeilijk het is om goede klompjes te maken, er was n.l. niemand die hem dat kon leren of aanwijzingen kon geven. Een kunstenaar maakt b.v één beeld, maar een handmatige klompenmaker moet van z’n werk een exacte kopie maken, waar van één links en één rechts, dus als het ware in spiegelbeeld waar geen milimeter van af mag wijken.
Bepaald geen gemakkelijke klus en dat met handgereedschap van 60 á 70 jaar geleden. Maar goed: zo vader zo zoon, want het zou mijn vader niet zijn als hij nu geen schitterende klompjes kon maken.

Mijn vader is nu heel enthousiast bezig souvenirklompjes te maken welke mijn moeder beschilderd, meestal met stripfiguurtjes. Voor haar was dit een herontdekt talent en komen haar teken- en schilderscapaciteiten nu letterlijk en figuurlijk uit de verf.
Momenteel genieten mijn ouders er intens van om gedurende de zomer maanden het oude ambacht van  “handmatig klompenmaken“ op o.a. braderiën en andere festiviteiten te tonen. U kunt ze dus tegen komen .

Bart en Nel Kleiman , ie weet wel...
uuut Drente.


bkleiman@home.nl

                                                                          

 

Zwanet van der Veer - Kleiman   Amersfoort .