Agility



 

 

 

 

 Wat is nu precies Agility?    Is iedere hond geschikt om hondenbehendigheid mee te doen
    Training   de Toestellen    de Wedstrijd   de Klassen   de Parcoursen        de Fouten

            

Wat is nu precies Agility?

In het Nederlands vertaald betekent het hondenbehendigheid. Velen zien het als niet meer een spelletje tussen mens en hond, waarbij de hond zich naar believen kan uitleven. Gedeeltelijk hebben ze ook nog gelijk, maar wie verder kijkt, ziet meer. Inderdaad, het is een spel waar de hond en tevens de mens zich in kan uitleven, maar niet naar believen.

Een spel, waarbij de hond goed moet luisteren naar de baas/bazin, en waar ook de baas/bazin goed moet kijken naar de verrichtingen van zijn/haar hond. We spreken dan ook in de behendigheidswereld van een combinatie, als we het over een handler en zijn/haar hond hebben. Maar voordat je van een goede combinatie kunt spreken, gaat er een lange tijd voorbij aan training. Je moet inspelen op zijn zwakheden, je moet zijn sterke punten benutten. Je speelt in op zijn karakter. De ene hond is de andere niet. Je hebt honden waarvan je de werklust van de snuit af kunt lezen. Daarnaast zijn er ook honden, die hondenbehendigheid niets aan vinden. 

 

Daarom de vraag: Is iedere hond geschikt om hondenbehendigheid mee te doen?

Nee, er zijn honden waarvan ik gezien heb dat er behendigheid mee gedaan wordt, maar die er eigenlijk niets aan vinden. Doe je hond een plezier en stop er dan mee. Er zijn vele andere sporten te waar je samen met je hond al je energie in kan stoppen, zoals flyball, frisbeeen, speurwerk  of  G & G cursussen. Maar ja, de baas vindt het zo leuk. Tevens zijn de zeer grote honden, waarbij vermeld moet worden dat ze ook zwaar gebouwd zijn, waar je vanuit medisch oogpunt geen behendigheid mee moet doen, omwille van zijn gewrichten. De belasting op  de gewrichten, die je vraagt op met name de dakschutting of de slalom van zo'n grote hond zijn enorm.  Tevens is de ontwikkeling van de agility-sport dusdanig dat de parcoursen meer en meer technischer worden. Kortere wendingen en niet vloeiende lijnen, waardoor  de belasting nog groter wordt, maken het voor de grote honden dusdanig belastend dat het eigenlijk onverantwoord is om hiermee verder te gaan. Eén keer heb ik met eigen ogen gezien, dat een zeer grote hond door de tunnel moest. Kruipend kwam hij erdoor. Wel lachen geblazen, vanwege het komisch effect, maar  toch.......

Tevens moet je met een jonge hond, die nog in de groei is, geen behendigheid gaan doen op wedstijdniveau, daar je dan ook problemen kunt verwachten, zoals misgroeiïngen of overbelasting. Leer hem/haar eerst in alle rust de toestellen aan. Maar ook daar zijn beperkingen, zoals de dakschutting. Deze is zeer belastend voor een hond, dus doe deze niet al te vroeg. 

 

                               

Training

Alvorens met de training te beginnen, moet je hond goed gesocialiseerd zijn, zowel met andere honden als met mensen. Je traint tenslotte niet alleen, maar in een groep. Het is daarom verstandig om een cursus sociale huishond te volgen, mede vanwege het feit, dat de hond goed naar je moet luisteren. Wanneer je hond goed luistert en gesocialiseerd is, kan met behendigheid begonnen worden. Bij sommige hondenscholen kent men een opstapcursus behendigheid. Hier leert men de honden de diverse hindernissen ( de dakschutting, de wip en o.a. de slalom) te nemen. Na deze cursus stroomt men (met goed gevolg) door naar de eigenlijke hondenbehendigheid.

Hier leert men eigenlijk de hond niets aan, maar de baas oftewel de handler. Hij moet leren wanneer commando's te geven en waar hij zijn hond moet steunen door bij hem te zijn in het parcours. Hij moet leren zijn hond aan te voelen, hoe snel deze is en wat de hond voor hindernis het liefste wil doen. Dit leer je echter niet in één of twee lessen. Hier gaat tijd overheen, soms veel tijd, maar continuïteit in het volgen van de trainingen met een gedegen inzet zijn nodig om een goede combinatie te worden. En dan nog moet je soms twee stappen terug doen om vervolgens één voorwaarts te doen.

 

Er zijn hoofdzakelijk twee manieren van trainen. De voet en volg methode en de Freestyle methode.

De voet en volg methode kun je het beste trainen met honden  die een geringe mate van zelfstandigheid hebben, zodat het beter is het hele parcours mee te rennen en de te nemen hindernissen aan te wijzen.  Dit betekent echter niet per definitie,  dat ze niet willen werken, maar ze hebben de baas meer nodig. Door zelf mee te rennen krijgt de hond een betere ondersteuning en betere aanwijzingen welke hindernissen de hond moet nemen. Het is ook een middel om de snelheid van je hond te verhogen.

De Freestyle handling methode berust hierop dat de hond van afstand wordt geleid. De  handler staat op cruciale punten om de hond aanwijzingen te geven. Groot voordeel hiervan is dat hond en handler tijdens het parcours, elkaar niet in de weg lopen. Tevens heeft de handler een beter overzicht in de te nemen hindernissen tijdens het parcours lopen. Je voelt je dan niet zo gejaagd en je krijgt een beter inzicht over de verrichtingen van je hond. Je beleeft er meer plezier aan. Maar dat is persoonlijk. Freestyle handling kun je het beste doen met honden waarbij een grote werklust en zelfstandigheid aanwezig is. Groot nadeel is echter dat de training langer duurt dan bij de voet en volg methode, daar de honden meer commando's, zowel verbaal als non-verbaal beheersen moeten. Baas en Hond moeten elkaar dus zeer goed kennen, zodat ze op elkaar kunnen inspelen.

De laatste jaren zie ik  steeds meer dat er een combi van beide handlersmethoden wordt gebruikt met dien verstande dat niet de hond voorop loopt, maar de handler. De honden zijn zeer werklustig, maar de parcoursen worden/zijn zeer technisch aan het worden. Het is niet meer simpel de eerstvolgende hoogtesprong te nemen, maar het kan gebeuren dat deze hoogtesprong van de andere kant genomen dient te worden. Ook worden er steeds minder vloeiende lijnen gebruikt. Nadeel van dit alles is dat, mijn inziens, de kans op blessures bij de hond aanmerkelijk groter worden. Tevens dient de handler een grote mate van conditie te bezitten. Een bijkomstigheid, vind ik als eigenaar van border collies, dat de huidige manier van training/wedstrijd lopen steeds verder afbuigt van de weg waarvoor borders gefokt worden, namelijk een grote mate van zelfstandigheid  en hun intelligentie te gebruiken. Enkel  van hun wendbaarheid wordt goed gebruik gemaakt.

        Verbale commando's : dit zijn commando's die we allemaal wel kennen, zoals "zit, af, en volg"  en zo zijn er tientallen verbale commando's.

        Non-verbaal : Dit zijn commando's die we niet uitspreken, maar d.m.v. handgebaren of lichaamstaal kenbaar maken. Klappen met je handen kan attentie betekenen. Een  voorbeeld van lichaamstaal is wanneer je hond wegloopt van jou. Wanneer je gaat volgen, kan dit een teken voor je hond zijn dat hij roedelleider is. Daarom moet je eigenlijk ook altijd de tegenovergestelde richting lopen, want jij bepaalt de route, niet de hond.

De positie van de handler  kan veel betekenis hebben, wanneer je je hond links en rechts leert. Als je hond naast je zit en wilt dat hij een hoogtesprong links van je neemt en  je geeft het commando links hoog, dan gaat hij ook links voor jou, maar indien hij tegenover je staat of naar je toekomt, en je geeft hetzelfde commando, dan zal hij (vanuit handler's positie gezien) naar rechts gaan, maar voor hem is het nog steeds hetzelfde commando, oftewel links.

Daarnaast wordt vaak een combinatie van voet en volg en Freestyle getraind, zodat je hond op lange rechte stukken vooruit wil werken, maar bij veel bochten- en draaiwerk, is het handig om je hond dichtbij je te hebben, zodat de instructies die de handler geeft, beter overkomen. Daarnaast is het soms handig wanneer je een niet te nemen hindernis kunt blokken, door jezelf ervoor te stellen, zodat de kans dat de hond deze neemt, aanzienlijk kleiner wordt.

Er is niet voor niets het spreekwoord dat zegt, oefening baart kunst en tegen elke inzet staat een beloning. Het is aan de handler op welk niveau hij bezig wil zijn, recreatief of wedstrijdniveau. Maar één ding is zeker, de band tussen baas en hond zal beter worden.

 

                                         Naar Top

de Toestellen 

Binnen de hondenbehendigheid kent men verscheidene categorieën van toestellen

 

1. De Raakvlaktoestellen de A-schutting, een toestel waar de hond overheen moet en waarbij hij de raakvlakken (geel op de tekening hiernaast) met zijn poten moet raken.

Schutting............commando "Schut of Over"

de Wip, voor vele honden één van de minst leuke toestellen, omdat de hond een kantelpunt voorbij moet, wil de andere kant naar beneden gaan. De, dit keer, witte raakvlakken dienen weer geraakt worden, maar tevens moet het raakvlak van de afloop de grond  raken, voordat de hond de wip verlaat.

Wip..........commando "wip of over"

 

de Kattenloop, een lang toestel van tussen de 10,8 en 12,6 meter. Deze wordt in volle vaart genomen, waarbij opgepast moet worden dat de honden er niet afglijden. Dit wordt deels voorkomen doordat zowel aan het begin als aan het einde van het toestel een raakvlak zit. Deze dient de hond aan te raken met een poot.

 

Katteloop.........commando "kat of over"

 

2. De Hoogtesprongen

 

De gewone hoogtesprong, waar de hond over een legger moet springen zonder dat deze laatste eraf valt. De leggers liggen op verschillende hoogten, afhankelijk van de grootte van de hond. Naast de gewone hoogtesprong kent men ook nog de oxer, een hindernis waarbij 2 of 3 hoogtesprongen aan elkaar geplaatst worden. De eerste legger dient ook minimaal 10cm lager te liggen dan de rest. Dit is een moeilijke variant van de hoogtesprong. Tevens hebben we nog de parallelsprong. Dit is gelijk aan de oxer met één verschil dat de leggers op één hoogte liggen.

 

Hoogtesprong.......commando "Hoog of Jump"

 

de Muur, ook een hoogtesprong, met één moeilijkheid meer, en dat is dat de hond niet direct kan zien waar hij/zij aan de andere kant landt.

 

Muur..........commando " Hoog, Muur of Jump"

 

de Band of de Hoepelsprong, gelijkend op een grote motorband, waar de honden doorheen moeten springen.

Band.......commando "Band"

 

de Breedtesprong, een sprong waarbij het niet zozeer om de hoogte gaat, maar om de breedte. De breedte is weer afhankelijk van de grootte v/d hond.

 

Breedtesprong........commando "Breed"

 

3. de "Door" oefeningen

 

de Slurf, een toestel waar de hond doorheen moet rennen. Echter het achterstuk ligt vlak op de grond zodat de hond, net als bij de muur, niet kan zien wat erna komt. De ingang dient 60cm hoog, als wel 60 cm breed te zijn. Het slappe gedeelte is 3 meter.

 

Slurf...........commando "Door"

 

de Tunnel, een toestel dat men uit kan rekken zodat deze langer of korter wordt. De doorsnee is 60 cm. De minimale lengte is 4 meter.

Tunnel.........commando "Door"

 

4. de Slalom

 

alias "Paaltjes" is een aparte hindernis die niet bij de vorige drie categorieën ingedeeld kan worden. Het zijn 12 paaltjes, in één rechte lijn staand, met een onderlinge afstand van 60cm. Deze dient de hond al zigzaggend te nemen. Hierbij dient men rekening te houden met de insteek, die van rechts genomen dient te worden.

 

 

Slalom.............commando "Paaltjes"

 

5. de Tafel

 

Deze dient tussen de 90 of 100 vierkante cm breed te zijn. De hoogte is afhankelijk van de grootte van de hond. Hier moet de hond opspringen, waarbij de hond een door de scheidsrechter vooraf bepaalde minimale tijd al zittende, al liggende of al staande moet vertoeven. Binnen de F.H.N. wordt dit toestel niet meer gebruikt, maar bij de Cynophilia nog wel.

 

Tafel..........commando "Tafel"

                                                  naar Top

 

De Wedstrijd.

Een wedstrijd beslaat meestal een hele dag. 's Morgens ben je vroeg op pad en 's avonds ben je pas weer thuis. Zo'n dag bestaat uit drie onderdelen: het Spel, het Vast Parcours en de Jumping. Per onderdeel kun je prijzen winnen. Het Vast Parcours en de Jumping zijn de twee belangrijke onderdelen. Op deze onderdelen kun je ook promotiepunten halen die benodigd zijn om in een hogere klasse te komen.

Er zijn vijf klassen: de Debutantenklasse, A-, B-, en C-klasse en de Veteranenklasse. De A-, B- en C-klasse zijn weer ingedeeld naar grootte van de hond. Zo heb je de  30-groep (Toy), de 40-groep (mini), de 55-groep (midi) en de 65-groep (maxi). De debutanten- en veteranenklasse zijn ingedeeld naar groot of klein, waarbij de schofthoogte van 40 cm de grens is. <40 cm is klein en >40 cm is groot.

30 was Toy-groep   : honden met een maximale schofthoogte van 30 cm.

40 was mini-groep : honden m/e schofthoogte van meer dan 30 cm tot maximaal 40 cm.

55 was Midi-groep : honden m/e schofthoogte van meer dan 40 cm tot maximaal 50 cm.

65 was Maxi-groep :honden m/e schofthoogte van meer dan 50 cm.

 

                                                     Naar Top

De Klassen.

De Debutantenklasse is een klasse voor de beginneling die nog nooit aan wedstrijden heeft meegedaan. Hier kan hij/zij ervaring opdoen. De Parcoursen zijn aangepast aan het niveau, wat wil zeggen dat de dakschutting en de wip niet opgesteld staan en de slalom bevatten geen 12, maar 6 paaltjes. Tevens bestaat een parcours uit maximaal 15 hindernissen.

In de A- en de B-klasse lopen de al wat meer ervarener mensen en honden. De Parcoursen worden moeilijker en tevens zijn de dakschutting en de wip opgesteld. De slalom bevat geen 6, maar 12 paaltjes. Om te promoveren vanuit de A-klasse naar de B-klasse moet men 3 promotiepunten halen, 2 punten op het vast parcours en 1 punt op de jumping. Een promotiepunt behaalt men wanneer men een foutloos parcours loopt binnen de SPT (Standaard Parcours Tijd).

In de B-klasse kan men promoveren d.m.v. drie promotiepunten, 2 op het vast parcours en 1 op de jumping.  Ook hier geldt dat men een foutloos parcours moet lopen binnen de SPT.

De C-klasse is de hoogste klasse. Promotiepunten zijn niet meer van toepassing. Aangezien de F.H.N. nog geen degradatiesysteem kent, blijft men in deze klasse lopen ongeacht de prestaties. Wel kan men zelf beslissen om over te stappen naar  een lagere klasse indien men bij de laatste 20% van zijn klasse  eindigt of men kan naar de Veteranenklasse gaan indien de hond 7 jaar of ouder is. Het is echter niet mogelijk om vanuit de A-klasse te degraderen naar de veteranenklasse.

De Veteranenklasse is een klasse bedoeld voor honden die het hoge tempo niet meer zo kunnen bijbenen en/of ze kunnen niet meer zo hoog springen vanwege de gevorderde leeftijd. In deze klasse zitten honden van minimaal 7 jaar oud. Eénmaal in deze klasse gelopen, kan men echter niet meer terug naar de voorgaande klasse.

                                                    Naar Top

De Parcoursen 

Zoals eerder vermeld bestaat een wedstrijddag uit meerdere parcoursen die men dient te lopen. Meestal begint men met een spel, waarna het Vast Parcours gelopen wordt en als laatste de Jumping. Het Vast Parcours is de belangrijkste van de drie.

Het Vast Parcours is een opstelling van plusminus 20 hindernissen, die in een vooraf bepaalde volgorde gelopen moet worden.  In het vast parcours staan alle categorieën van toestellen opgesteld.

De Jumping is een parcours waarin echter de raakvlaktoestellen niet opgesteld staan. Ook dit parcours bestaat uit een opstelling van ongeveer 20 hindernissen, die net als bij een vast parcours in een vooraf bepaalde volgorde gelopen moet worden.

Voor beide parcoursen geldt, dat de hindernissen foutloos en in een zo snel mogelijke tijd te laten nemen door de hond. Hierbij gaat foutloos altijd voor iemand die een fout heeft, ongeacht de tijd die hij/zij gemaakt heeft. Je kunt dus nog zo snel zijn, als je een fout hebt, en er loopt iemand foutloos met een langzamere hond, dan is deze laatste toch de winnaar.

Naast het Vast Parcours en de Jumping wordt er nog een derde ronde gelopen: het Spel.

Het spel kan bestaan uit een Tijd-Fout-Uit, een Gambling, Snooker of een Power en Speed spel.

Een Tijd-Fout-Uit spel is een vooraf bepaald parcours lopen. Hiervoor krijg je een bepaalde tijd. Doe je dit snel, vervolg je je parcours voor een tweede keer. Het aantal genomen hindernissen zijn je punten. Dus hoe meer hindernissen je neemt, hoe meer punten je hebt, echter.......bij een fout  is het voorbij en moet je zo snel mogelijk finishen.

Bij een Gambling mag je zelf  je te lopen rondje bepalen. Elke hindernis heeft zijn puntenwaarde. Hoogtesprongen zijn bijvoorbeeld 10 punten en de raakvlaktoestellen zijn 30 punten waard. Echter, bij een fout genomen hindernis krijg de geen punten voor dat toestel. Ook kan men soms bonussen krijgen door een door de scheidsrechter bepaalde route te lopen en je kan al je punten verliezen indien je buiten de standaard parcours tijd loopt. Deze laatste regel wordt vaak toegepast in de hogere klassen, de B- en de C-klasse.

Snookeren is een spel waarbij het doel is om door combinaties van hindernissen een zo groot aantal punten te vergaren.

Power en Speed, een onderdeel waarbij je een een gedeelte raakvlakken en de slalom goed moet lopen........dus foutloos. Eén foutje en je bent gediskwalificeerd. Na het Power gedeelte gaat het om het Speed gedeelte. Veel hoogtesprongen en hierbij is de tijd een belangrijke factor.

                                                      Naar Top

Fouten

Veel voorkomende fouten zijn: 

1) een legger van een hoogtesprong eraf gooien.
2) een paaltje overslaan in de slalom of een verkeerde insteek v/d slalom voor de tweede keer
3) een raakvlak missen van de dakschutting, wip of kattenloop

Daarnaast zijn er ook nog weigeringen. Dit noemt men zo als de hond binnen een meter van de te nemen hindernis tot stilstand komt. Een andere veel voorkomende weigering is als de hond de eerste keer de slalom verkeerd insteekt. Een weigering krijgt men ook als de hond de te nemen hindernis voorbij loopt, hierbij is een neuslengte of een poot al genoeg. Bij de "door" toestellen wil het nog wel eens gebeuren dat de hond er goed in gaat, maar vervolgens in het toestel draait en dus hetzelfde gat weer uitkomt, dit is tevens een weigering.

Verder kent men nog fouten en weigeringen die leiden tot een diskwalificatie van de combinatie. De bekendste zijn:

1) Je hond neemt een andere hindernis dan die hij eigenlijk zou moeten nemen.
2) Tijdens de slalom slaat hij een paaltje over zonder te corrigeren en neemt dan de volgende hindernis.
3) Springen over de tunnel en de slurf leiden eveneens tot een diskwalificatie
4) Drie keer een weigering is tevens een diskwalificatie
5) Poepen of plassen van je hond tijdens het lopen van je parcours, leidt onherroepelijk tot een lang fluitsignaal, een diskwalificatie dus.
6) Het verlaten van het parcours tijdens het lopen van je ronde

Natuurlijk zijn er meer fouten, van gewone aard of die tot een diskwalificatie leidt. Ik heb even de meest bekende uiteengezet waar men zoal rekening mee moet houden