lesidee poëzie




Dierenmanieren


Stappenplan voor het schrijven van een gedicht, geschikt voor het voortgezet onderwijs. Geef de stappen een voor een, door ze bijvoorbeeld op het bord te schrijven. De schuingedrukte tekst dient steeds als voorbeeld.


Stap 1
Noem drie dieren waarin jij jezelf herkent (denk aan zowel uiterlijk als karakter).

Rat, poes en paard

Stap 2
Geef bij elk dier 3 dingen waarin jij op dat dier lijkt, noem steeds minimaal één karaktertrek per dier.

Rat: nieuwsgierig, brutaal, op zoek naar fijne plekjes;

Poes: eigenwijs, stiekem snoepen, in de zon liggen;

Paard: vegetariër, rennen, bang voor lawaai

Stap 3
Geef nu bij elk dier ook één eigenschap waarin dat dier totaal niet op je lijkt.

  Rat: grootte;

  Poes: jagen;

  Paard: iemand dragen

Stap 4
Je hebt nu 4 regels per dier. Maak van die regels een gedichtje, zodat je drie strofes krijgt. Zorg ervoor dat elke laatste regel de eigenschap bevat waarin je niet op het dier lijkt.

Alles wil ik onderzoeken

Dit maakt mij soms brutaal

Ik vind het fijn om onder jouw trui te kruipen,

Maar ik pas niet door jouw mouw

Ik bepaal zelf wanneer ik geaaid wil worden

Als ik eten wil, pak ik stiekem lekkers van het aanrecht

Ik strek me uit in zonlicht dat in een stoffige streep door het raam valt

Maar ik vang geen muizen of vogels

Andere dieren eet ik niet; tenminste niet met opzet

Rennen door wind en regen maakt me vrij

Voor grote machines loop ik een blokje om

Maar ik draag niemand op mijn rug


Stap 5
Noem nu een dier waarin je jezelf totaal niet herkent.

Goudvis
 

Stap 6
Geef bij dit dier 3 dingen aan waarin je niet op het dier lijkt.

Beharing, manier van ademen, bezigheden

Stap 7
Geef ook één eigenschap waarin je toch wel op dat dier lijkt.

Sierlijk bewegen

Stap 8
Maak van deze 4 regels ook een gedichtje, waarbij de laatste regel de regel is met de eigenschap waarin je wel op het dier lijkt.

In plaats van schubben heb ik haar

Ademen kan ik alleen boven water

Ik draai nooit rondjes om de waterplant

Maar mijn bewegingen zijn wel net zo sierlijk

Stap 9
Schrijf nu van alle 4 de strofes de laatste regel op, eventueel mag je de zinnen een beetje aanpassen. Dit is de vijfde strofe.

Ik pas niet door jouw mouw

Muizen en vogels vang ik niet

Ik draag niemand op mijn rug

Maar ik beweeg wel ontzettend sierlijk

Stap 10
Verzin een titel voor je gedicht.

Mijn dieren en ik



Bedacht door: Petra de Jong, Aljosja van der Baan, Anna-Marije van der Leest
Lerarenopleiding Nederlands NHL


Mogelijk eindresultaat:

Ik en mijn dieren


Alles wil ik onderzoeken

Dit maakt mij soms brutaal

Ik vind het fijn om onder jouw trui te kruipen,

Maar ik pas niet door jouw mouw

Ik bepaal zelf wanneer ik geaaid wil worden

Niet voor mij bedoelde hapjes pak ik stiekem van het aanrecht

Ik strek me uit in zonlicht dat in een stoffige streep door het raam valt

Maar ik vang geen muizen of vogels

Andere dieren eet ik niet; tenminste niet met opzet

Rennen door wind en regen maakt me vrij

Voor grote machines loop ik een blokje om

Maar ik draag niemand op mijn rug

In plaats van schubben heb ik haar

Ademen kan ik alleen boven water

Ik draai nooit rondjes om de waterplant

Maar mijn bewegingen zijn wel net zo sierlijk


Ik pas niet door jouw mouw


Muizen en vogels vang ik niet

Ik draag niemand op mijn rug

Maar ik beweeg wel ontzettend sierlijk



Door: Anna-Marije van der Leest


lesideeënhome