Gepubliceerd in De Daler Lelie - december 2006

 

Juweeltjes van Schilderijen in Drents Museum

door Caroline Verschoor

 

  "Twee Meisjes in de Sneeuw", ca. 1890/94, Isaac Israëls, olie op doek, 65 x 36 cm, Rijksmuseum Amsterdam.

 

Het hoofdgebouw van het Rijksmuseum in Amsterdam is vanwege een grote renovatie en verbouwing enkele jaren gesloten. Om de daarbij in het geding gekomen collectie toch openbaar te maken voor het publiek, hebben een aantal Nederlandse én buitenlandse musea zich aangeboden als gastouders.

 

Het Drents Museum opende in februari 2004 als eerste met “Rijksmuseum aan de Brink”, een tentoonstelling van schilderijen, sieraden en kunstnijverheid uit ca.1885-1915.

 

Met dit gegeven zullen een aantal van u wel bekend zijn. Waar het mij om gaat, voordat de tentoonstelling 14 januari 2007 sluit, zijn zo’n 47 schilderijen, die enigszins verscholen in een zaal op de begane grond hangen. Zelf had ik, toen ik een andere tentoonstelling bezocht, deze juweeltjes over het hoofd gezien.

 

De schilderijen waar ik zo lyrisch over ben zijn geen bekende meesterstukken of publiektrekkers. Wél aanwezig zijn een aantal grote schilders zoals George Breitner, Isaac Israels, Thérèse Schwartze en Jan Toorop. Er hangt zelfs een ietwat verdonkerd landschap, uit de vroege periode van Vincent van Gogh. Verder worden er schilderijen tentoongesteld van Jan Veth, Floris Verster en Marius Bauer, kleinere meesters, maar daarom niet minder belangrijk en prachtig om te aanschouwen.

 

Drie schilderijen liggen mij vers in het geheugen. De eerste is een klein schilderijtje (65 x 36 cm) van Isaac Israëls (1865-1934). Deze Nederlandse of Amsterdamse impressionist, zoon van Jacob Israëls en bevriend met Breitner, kon met een voortreffelijke, directe uitvoering, taferelen weergeven van de gewone mens. Met een veel bredere penseelvoering dan zijn Franse collega’s én met een hoogst persoonlijk palet vereeuwigde hij o.a. “Twee Meisjes in de Sneeuw” (zie foto). De geraffineerde kleur toetsen en de intimiteit van de compositie maken dit meesterwerkje adembenemend.

 

Niet minder indrukwekkend vond ik het portret dat Thérèse Schwartze (1851-1918) schilderde van een vrouwelijke collega. Deze Amsterdamse portretschilder had geen officiële kunstopleiding maar werd geïnstrueerd door haar vader, die ook portretschilder was. Toen ze in 1881 leden van de Koninklijke familie had geschilderd werd ze daarna steeds meer gevraagd voor opdrachten. Het portret dat in het Drents Museum hangt is geschilderd met olieverf en omhuld in een mysterieuze ambiance. Het gezicht, een spel tussen warme en koele huidskleuren, komt langzaam uit de reusachtige schaduwpartij. De penseelvoering is los en luchtig, toch is de afgebeelde vrouw dermate levensecht, dat ze je ieder moment zou kunnen toespreken. Thérèse Schwartze schilderde ook vele portretten met pastel.

 

Het derde schilderij waar ik vaak aan terug denk is een groot liggend naakt van George Breitner (1827-1923). Daarop is duidelijk te zien dat deze “peintre du peuple” (schilder van het volk) gebruik maakte van abstracte vormen in de onderliggende compositie. Het solide, met weinig detail geschilderde naakt, ligt uitdagend tussen de twee horizontaal geabstraheerde vlakken van de achtergrond en bed/sofa.

 

De tentoonstelling bevat te veel om op te noemen, ik zou er wel tien Daler Lelies over vol kunnen schrijven. Een beter idee is om zelf een kijkje te gaan nemen en deze fantastische collectie schilderijen eerstehands te ervaren. Misschien komen we elkaar wel tegen!! (Informatie te vinden op www.drentsmuseum.nl)

 

Terug naar pagina