|
Korte
beschrijving De Bonte boer is 23 cm. groot. Vleugels, rug, staart en
de borst (in een punt lopend) zijn groen. De buik is van geel tot bijna rood
(het onderscheid tussen de (onder)soorten). De kop is grijsbruin. De snavel en
poten grijs. Iris bij volwassen vogels strogeel. Er zijn ook wel vogels met
blijvend witte irissen. Dit is geen kenmerk voor een bepaalde (onder)soort.
Geslachtsonderscheid Onderzoek door zowel de
Poicephalus Section England (in het Engelse vogelbestand) als door het
Poicephalus Stamboek Nederland (in natuurhistorische musea in Tring (Engeland)
en Leiden) heeft aangetoond dat het verschil tussen man en pop met 90% zekerheid
is vast te stellen door de groene driehoek op de borst te vergelijken. Bij de
poppen loopt deze door tot tussen de poten, terwijl bij de man de punt niet
verder reikt dan de onderborst.
Habitat De
Bonte boer komt voor in de landen van het midden-westen van Afrika, van Senegal
tot het noorden van Kameroen. De P.s.senegalus is te vinden in Senegal - Gambia
waarbij de noordelijkst voorkomende vogels geel zijn en de zuidelijker
voorkomende vogels al naar licht oranje kleuren. De P.s. mesotypus komt voor in
het gebied Nigeria - Kameroen waar de kleur varieert van licht tot donker
oranje. De P.s. versteri komt voor in een gebied in het noordelijk gedeelte van
Ivoorkust - Togo tot aan de kust en varieert van donkeroranje tot roodoranje.
Op de kaart gezien ten opzichte van de evenaar verloopt de kleur van
lichtgeel tot donderoranje (rood). Maar de opmerking ,,zo geel als een citroen,
zo oranje als een sinaasappel en zo rood als een tomaat'' gaat toch niet op. Zo
duidelijk is het niet. Meest geďmporteerde en dus ook meest voorkomende soort
is de nominaatvorm, waarvan de kleur varieert van lichtgeel tot geeloranje.
Momenteel loopt een genetisch onderzoek om vast te stellen of de
senegalus en mesotypus eigenlijk 1 soort zijn.
Biotoop Open
en licht beboste savannen in het noordelijk gedeelte van het leefgebied (veel
graszaden en insekten) en oerwoud en mangrovebossen in het zuiden (bladknoppen
en fruit). In hun leefgebied wordt ook veel aan landbouw gedaan. Denk aan
bijvoorbeeld verbouw van pinda en gierst. Hier kunnen ze veel schade
aanrichten. De vogels trekken enkele honderden kilometers tussen noord en
zuid afhankelijk van het voedselaanbod. Broedtijd medio oktober/november (het is
dan regentijd).
In avicultuur De Bonte
boer is de vertegenwoordiger van het geslacht Poicephalus die het meest gehouden
wordt. De kleurverdeling, het formaat en de relatief lage prijs spelen hierbij
zeker een rol. Er is goed mee te kweken. De vogel is makkelijk en sterk, wordt
gemakkelijk tam en vindt de laatste tijd ook steeds meer de weg naar de
huiskamer.
Kweek De vogels, die in de natuur in
groepen leven, zonderen zich in de broedtijd als paar af en bakenen een
territorium af. In gevangenschap blijkt een voličre waarin een groep wordt
gehouden prima te werken. Als men wil broeden, zondert men een paar af en brengt
dat onder in een kistkooi (alleen aan de voorzijde tralies). Dit geeft de vogels
de meeste rust. Een gesloten broedblok met een hoogte van circa 50 cm en een
bodemoppervlak van 25X25 cm. wordt met een te klein invlieggat van circa 4 cm
van het licht af opgehangen. (boor in het blok een gat van 7 cm met ervoor een
dun plaatje vurenhout of schors waarin een gat van 4 cm). Zijn de vogels
geďnteresseerd dan wordt het invlieggat door de vogels aangepast tot de gewenste
grootte. Deze methode geeft de vogels een veilig gevoel. De pop legt 2/4 eieren
die gedurende ongeveer 27 dagen worden bebroed. Na 9 tot 11 weken vliegen de
jongen uit en worden nog enkele weken door de ouders gevoerd. Verandering in
ruimte, voeding en afzondering geven de vogels vaak een impuls om te gaan
broeden. Nb. Sommige kwekers laten het gehele jaar het nestblok hangen. Deze
wordt dan tevens gebruikt als slaapplaats.
Voeding Een groot parkietenmengsel,
vette zaden afhankelijk van aantal vlieguren. Kistkooivogels vet-armer voeren
dan voličrevogels. Voličrevogels die in de winter buiten blijven, wat vetter
voeren in de koude periode. Verder aanvullen met een mengsel van ei- en
universeelvoer, fruit, wortel, noten en proteďnerijke kiemzaden (peulvruchten).
3 delen zaad/2 delen overig. In de broedtijd zaadmengeling afbouwen naar bijna 1
en overig naar 4.

You are here: Home-senegal papegaai
Previous Topic: handopfok Next Topic: roze collie
|