SDS Nederlandstalige Website met Informatie over het Shwachman Diamond Syndroom/Syndroom van Shwachman
Vertaling SDSC
Vertaling SDSI
Het SDS gen!
Schema recessief erfelijk
Medische woordenlijst
Enkele cijfers
 
Jaimz
Home
Home
tekst (indien niet anders vermeld), afbeeldingen & layout © Christel
design Christel

Deze woordenlijst is slechts bedoeld ter verduidelijking van (soms moeilijke of ingewikkelde) medische termen.

Deze lijst is niet bedoeld als hulp bij zelfmedicatie o.i.d.

Voor meer informatie over een bepaald begrip, zie de eventuele bron vermelding bij dat begrip.

Raadpleeg bij twijfel altijd je eigen arts!

A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z
- pagina top -
Home
 
- pagina top -
Home
A
B
C
D
E
F
G
H
I
J
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z

Algemene Info Shwachman Diamond Syndroom

- Verklarende Medische Woordenlijst -
A-B-C-D-E-F-G-H-I-J-K-L-M-N-O-P-Q-R-S-T-U-V-W-X-Y-Z

Tip: zoek snel m.b.v. de eerste letter van het gezochte woord, door daar (hierboven) op te clicken, of toets control (Ctrl) F en typ het gezochte woord in.
A - pagina top -
ACD = Anemia of Chronic Disease = anemie ten gevolge van een chronische ziekte.
Acidose Verzuring van het bloed.
Acute-fase eiwit Acute-fase (acuut = plotseling en hevig - fase = trap van ontwikkeling) eiwitten worden aangemaakt bij o.a. bacteriële infecties.
Verhogingen kunnen gevonden worden bij o.a. chronische infectie/ontsteking, kanker (bijvoorbeeld acute myeloïde leukemie), lever necrose (levercel verval) en hemochromatose (ijzerstapeling, hier is het ferritine gehalte erg verhoogd).
Wanneer de ferritine (een soort acute-fase eiwit) gehalte bijvoorbeeld ten gevolge van een (acute bacteriële) infectie is verhoogd, zal het gehalte na herstel zeer snel dalen.
Alvleesklier Zie: Pancreas.
AML Acute Myeloïde Leukemie: zie MDS.
Aminozuren Zoals eiwitten de bouwstenen van ons lichaam zijn, zo zijn aminozuren de bouwstenen van eiwitten. De volgorde van de verschillende aminozuren bepaalt de eigenschappen van het eiwit.
Anemie Bloedarmoede, verlaagd hemoglobine gehalte. Klachten/symptomen: o.a. vermoeidheid, bleek zien, duizeligheid, kortademigheid, hoofdpijn, hartkloppingen.
Anemie kan een symptoom van een onderliggende ziekte zijn. Anemie kan vele oorzaken hebben, zoals een gebrek aan ijzer, een vitamine B12 of foliumzuur tekort, bloedverlies, een ontstekingsanemie, beenmerg aandoeningen, etc.
Laboratorium onderzoek van het bloed toont in veel gevallen de oorzaak van de anemie aan. Bij twijfel geeft een cytologisch (=celleer/celdiagnostiek) beenmerg onderzoek nadere uitslag.
Grenswaarden anemie volgens de WHO (World Health Organisation) Anemie bij Hb-gehalte lager dan Referentie waarden Hb
pasgeborenen   8,5 - 12,5 mmol/l
kinderen 6 maanden - 6 jaar < 6,8 mmol/l afhankelijk van leeftijd
kinderen 6 jaar - 14 jaar < 7,5 mmol/l
mannen > 15 jaar < 8,1 mmol/l 8,5 - 11,0 mmol/l
vrouwen> 15 jaar < 7,5 mmol/l 7,5 - 10,0 mmol/l
zwangere vrouwen < 6,8 mmol/l 6,8 - 8,7 mmol/l
Anti-oxidant Anti-oxidanten beschermen allerlei stoffen zoals vetten, vitamine A en hormonen tegen vernietiging door vrije radicalen.
Apraxie Onvermogen tot het uitvoeren van onbewuste handelingen, zie ook (mond)dyspraxie.
Autosomaal recessief Autosomaal: zowel jongens als meisjes kunnen de aandoening krijgen. Recessief, zie 'Genen: dominant, recessief ' & schematische voorstelling ter verduidelijking
B - pagina top -
Bacterie Een bacterie is een relatief eenvoudig eencellig organisme zonder celkern. Het DNA van bacteriën bestaat meestal uit een enkel ringvormig chromosoom.
Bacteriën zijn overal. Veruit de meeste bacteriën die overal om ons heen leven zijn niet schadelijk. Veel bacteriën doen bijzonder nuttig werk, bijvoorbeeld in onze darmen.

Bron: Wikipedie vrije encyclopedie
Beenmerg In het beenmerg worden de bloedcellen aangemaakt. Het is week weefsel in de holten van onze botten en bevindt zich hoofdzakelijk in het bekken, het borstbeen, de ribben en de ruggenwervels. Beenmerg is rood van kleur. Het beenmerg bevat enkele duizenden (bloed) stamcellen waaruit per dag miljarden bloedcellen ontstaan. Wanneer de vraag naar een bepaalde soort bloedcellen toeneemt, leggen de stamcellen zich er direct op toe om dát type cel te maken.
Weefsel dat in de mergholten van de botten zit. Het bestaat uit een netwerk van vezels waartussen stamcellen zitten.
Beenmerg aspiratie Opzuigen van beenmerg ten behoeve van onderzoek.
Beenmerg onderzoek Soms moet een monster van het beenmerg worden onderzocht om vast te stellen waarom bloedcellen er abnormaal uitzien. Er zijn twee verschillende manieren om beenmergmonsters af te nemen: beenmergpunctie en botboring (botbiopsie).
Beenmerg punctie/biopsie Een beenmerg aspiratie of biopsie wordt toegepast om bijvoorbeeld de oorzaak van een afwijkend, in het bloed gevonden, aantal rode bloedcellen, witte bloedcellen of bloedplaatjes vast te stellen, of voor een diagnose van bijvoorbeeld o.a. leukemie, bepaalde vormen van anemie, hemochromatose (= ijzerstapeling), etc.
Bètacaroteen zie Vitamine A
Biopsie Weefselonderzoek. Het wegnemen van een stukje weefsel voor onderzoek.
Biopt Stukje weefsel voor onderzoek.
Bloed Bloed is een vloeistof (plasma) met daarin cellen. Het bloed stroomt door de slagaders, haarvaten en aders naar en van de lichaamsweefsels, geeft daar zuurstof en essentiële voedingsstoffen af en voert kooldioxide en andere afbraakproducten af.
Bloedarmoede Zie: Anemie.
Bloedcellen In het beenmerg worden van erg jonge cellen (stamcellen genoemd), bloedcellen geproduceerd. Wanneer de hoeveelheid zuurstof in de lichaamsweefsels of het aantal rode bloedcellen afneemt, zorgen de nieren voor de productie en afgifte van erytropoëtine, een hormoon dat het beenmerg aanzet tot een grotere productie van rode bloedcellen. Als reactie op een infectie produceert het beenmerg meer witte bloedcellen en na een bloeding worden meer bloedplaatjes gevormd.
Verder worden er ook lymfocyten in de lymfeklieren en de milt geproduceerd en ontstaan en rijpen T-lymfocyten in de thymus (zwezerik)
Er zijn 3 typen bloedcellen: witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes.
 
Witte bloedcellen (leukocyten) bevechten infecties, o.a. door antistoffen te produceren. Ze hebben een levensduur van enkele dagen.
Veel witte bloedcellen blijven aan de wand van de bloedvaten kleven of dringen er zelfs doorheen naar het omliggende weefsel. Wanneer witte bloedlichaampjes op een plaats met een infectie of een ander probleem terechtkomen, scheiden ze stoffen af die nog meer witte bloedcellen aantrekken.
Rode bloedcellen (erytrocyten), het daarin aanwezige hemoglobine zorgt dat zuurstof door het gehele lichaam wordt getransporteerd. Ze hebben een levensduur van enkele maanden en maken onder normale omstandigheden bijna de helft uit van het totale bloedvolume.
Bloedplaatjes (trombocyten) zorgen samen met het fibrogeen voor de bloedstolling. Ze hebben een levensduur van enkele dagen.
De 5 typen witte bloedcellen:
Granulocyten: deze cellen bevatten granula (korrels) met enzymen en zijn het meest voorkomende type witte bloedcel. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
Neutrofiele granulocyten spelen een rol bij de afweer van het lichaam tegen bacteriële infecties en schimmelinfecties en nemen vreemde deeltjes op.
Er zijn twee typen neutrofiele granulocyten: met een staafvormige (onrijpe) en een segmentvormige (rijpe) kern.
Eosinofiele granulocyten doden parasieten en zijn bij allergische reacties betrokken.
Basofiele granulocyten spelen ook een rol bij allergische reacties.
Lymfocyten: T-lymfocyten spelen o.a. een rol bij de bescherming tegen virusinfecties. B-lymfocyten ontwikkelen zich tot cellen die antistoffen produceren (plasmacellen).
Monocyten: nemen dode en beschadigde cellen op en zorgen voor immunologische afweer tegen vele infecterende organismen.
 
Bron: Merck Manual Medisch Handboek
Bloedplasma Een volwassen mens heeft ongeveer 5 liter bloed. Bloed bestaat uit plasma (> 50%) en bloedlichaampjes. Plasma is een vloeistof die grotendeels (circa 90%) uit water bestaat, met daarin opgelost zouten en eiwitten (zoals bijvoorbeeld albumine, antistoffen -immunoglobulinen- en stollingseiwitten). Verder bevat plasma hormonen, elektrolyten, vetten, suikers, mineralen en vitaminen.
Naast dat plasma de bloedcellen transporteert, vormt het ook een watervoorraad voor het lichaam, zorgt het ervoor dat de bloedvaten niet dichtvallen en verstopt raken en speelt het een rol bij de instandhouding van de bloeddruk en de circulatie in het gehele lichaam. Daarnaast dragen antistoffen in het plasma bij aan de verdediging van het lichaam tegen bacteriën. De stollingseiwitten in het plasma spelen een rol bij het stelpen van bloedingen. Naast transport van hormonen en regulering van hun effecten zorgt plasma naar behoefte voor verwarming en afkoeling van het lichaam.
Bron: Merck Manual Medisch Handboek (e.a.)
Bloedserum Deel van het bloed dat is ontdaan van de bloedcellen en fibrinogeen (stollingseiwit).
Bloedtelling
Test Wat wordt bepaald Normaalwaarden
Hemoglobine (HB) de hoeveelheid van dit zuurstoftransporterende eiwit in de rode bloedcellen man: 8,7 - 11,2 mmol/l (millimol per liter)
vrouw: 7,5 - 10,0 mmol/l
Hematocriet verhouding tussen rode bloedcellen en het totale bloedvolume man: 0,45 - 0,55 l/l
vrouw: 0,40 - 0,50 l/l
MCV (mean corpuscular volume) berekening van het volume van de rode bloedcellen 85 - 103 fl (f=femto=10 -15)
Leukocyten aantal witte bloedcellen per gespecificeerde hoeveelheid bloed 4,0 - 10,0 x 10 9 /l
Differentiatie percentages van de verschillende typen witte bloedcellen (zie 'de 5 typen witte bloedcellen') Eosinofiele granulocyten: 0,05 - 0,40 x 10 9 /l (0,01 - 0,05)
Basofiele granulocyten: 0,00 - 0,10 x 10 9 /l (0,00 - 0,02)
Neutrofiele granulocyten: 1,80 - 6,50 x 10 9 /l (0,45 - 0,75)
Lymfocyten: 0,65 - 3,00 x 10 9 /l (0,20 - 0,50)
Monocyten: 0,15 - 0,60 x 10 9 /l (0,03 - 0,10)
Trombocyten aantal bloedplaatjes per gespecificeerde hoeveelheid bloed 150 - 400 x 10 9 /l
bron en meer info: http://www.merckmanual.nl/ 
C - pagina top -
Cel De cel is de kleinste eenheid waaruit alle organismen of levende wezens zijn opgebouwd. Alle planten en dieren maar ook bacteriën en schimmels bestaan dus uit cellen.
De cel bestaat onder meer uit een celmembraan (= een dun weefsellaagje rond de cel), het cytoplasma waarin bij hogere levensvormen dan bacterën een celkern en celorganellen (= een gedeelte van een cel met een bepaalde functie) aanwezig zijn. Er zijn ook levende wezens die slechts uit 1 cel bestaan: de eencelligen. Een plantaardige cel heeft naast de celmembraan ook een celwand, terwijl een dierlijke cel alleen een celmembraan bevat.
Zie ook: stamcellen - bloedcellen.
Bron: Wikipedie vrije encyclopedie 
Celdeling Spontane splitsing van cellen, nodig om te groeien en te leven.
Chemotherapie Medicijnen die de celdeling remmen.
Cholesterol Cholesterol is een vetachtige, niet in water oplosbare, stof die in ons lichaam onder andere als bouwstof wordt gebruikt. Ondanks zijn slechte naam is cholesterol voor ons lichaam absoluut noodzakelijk! Cholesterol zit in veel dierlijk en plantaardig materiaal dat we eten, maar het overgrote deel maakt ons lichaam zelf, vooral in de lever. Normaal gesproken maakt het lichaam precies voldoende cholesterol om goed te kunnen functioneren.
Cholesterol dient als grondstof bij de opbouw van de celwand. Ook worden andere belangrijke stoffen, zoals hormonen en de gal, gemaakt van cholesterol.
Doordat cholesterol niet in water (dus ook niet in bloed) oplost, worden kleine bolletjes cholesterol daarom omgeven door een laagje eiwit en op die manier vervoerd door het bloed.
De twee belangrijkste eiwit-cholesteroldeeltjes zijn LDL en HDL.
LDL (low-density lipoproteïn) HDL (high-density lipoproteïn)
Het LDL vervoert het cholesterol naar de verschillende delen van het lichaam. Onderweg kan cholesterol zich gemakkelijk in de wanden van slagaders nestelen en zo een vernauwing veroorzaken. LDL-cholesterol wordt daarom ook wel slecht cholesterol genoemd. Het HDL voert het teveel aan cholesterol juist af naar de lever. De lever zorgt ervoor dat het cholesterol in de darmen komt en vervolgens via de ontlasting wordt uitgescheiden. HDL-cholesterol wordt daarom ook wel goed cholesterol genoemd.
Wanneer is het cholesterolgehalte te hoog?
bloedcholesterolgehalte
< 5 mmol/l normaal
5,0/6,4 mmol/l licht verhoogd
6,5/7,9 mmol/l verhoogd
> 8 mmol/l sterk verhoogd
HDL cholesterolgehalte
< 0,9 mmol/l laag
> 2,0 mmol/l komt hier zelden boven
trigyceride-gehalte
< 2,2 mmol/l normaal
hoe lager het gehalte, hoe beter
Bron en meer info: o.a. Spreekuur thuis & GGD-gezondheidsinfo-cholesterol
Chromosomen & Chromatine De chromosomen (= staafachtig lichaampje in de celkern dat vooral bij de celdeling een belangrijke rol speelt en de drager is van erfelijke eigenschappen) zijn de dragers van ons erfelijkheidsmateriaal en bevinden zich in de celkern. Zij bevatten de volledige genetische informatie die noodzakelijk is voor het ontwikkelen, in stand houden en voortplanten van een individu. Chromosomen zijn voor te stellen als lange, dunne strengen, die bestaan uit een stof die chromatine wordt genoemd.
Chromatine is een combinatie van DNA en een aantal belangrijke eiwitten die een rol spelen bij het opvouwen van de lange strengen DNA.
Elke lichaamscel bevat normaal 46 chromosomen, die twee aan twee gelijk zijn. In totaal heeft iedere cel dus 23 chromosomenparen. Van elk paar is het ene chromosoom van de moeder afkomstig en het andere van de vader.
Zie ook: gen/genen - genen, dominant of recessief.
Chronisch Van lange duur.
Congenitaal Aangeboren
Coxa Vara Ernstige O-been vorming door een afwijkende stand van het bovenbeen ten opzichte van het bekken.
CT-scan (Computer tomogram.) Met behulp van computer technieken van röntgenbeelden een dwarsdoorsnede van het lichaam maken.
Cytogenetica Cytogenetica (letterlijk: erfelijkheidsleer m.b.t. de cellen) is een onderdeel van het Laboratorium voor Diagnostische Genoomanalyse van de afdeling Klinische Genetica en hier vindt chromosomenonderzoek plaats.
Bron: LUMC
Cytoplasma Het cytoplasma (celvocht) is het plasma in een cel. In het cytoplasma zit de kern, die gebruik maakt van het plasma om stoffen uit te wisselen. Het cytoplasma en de kern samen worden het protoplasma (= mengsel van water, eiwitten en anorganische bestanddelen, waaruit de cellen zijn opgebouwd) genoemd.
Voor stoffen die zich in het plasma kunnen bevinden, zie bijvoorbeeld: bloedplasma.
Bron o.a.: Wikipedie vrije encyclopedie   
D - pagina top -
Deficiëntie Een tekort.
Diabetes Mellitus Suikerziekte, een aandoening die op alle leeftijden kan ontstaan. Bij deze aandoening is het lichaam het vermogen verloren om suiker, opgenomen uit het voedsel, op te nemen in spier- en vetcellen en om het om te zetten in bepaalde andere stoffen welke gebruikt worden voor opslag. Om dit te kunnen is insuline nodig.
Diagnose Het vaststellen van de aandoening van de patiënt.
Distaal Naar het uiteinde van de ledematen toe.
DNA: drager van erfelijke eigenschappen DNA is een afkorting van DeoxyriboNucleic Acid (desoxyribonucleïnezuur), een voor het leven zeer belangrijke chemische verbinding. Het DNA bevat namelijk de complete erfelijke informatie van het organisme waar het de eigenschappen van omschrijft, zoals van een mens. In het DNA ligt dus bijvoorbeeld vast wat voor kleur van ogen iemand heeft. Het DNA bevindt zich in de kern van iedere lichaamscel, en wel in de chromosomen in de celkern. Alle cellen van één mens (op de geslachtscellen na) bevatten hetzelfde DNA. Het is tegenwoordig mogelijk door analyse van het DNA bepaalde genen op te sporen die een bepaalde ziekte veroorzaken.
Bron: Wikipedie vrije encyclopedie 
Dysostosis Afwijkende botgroei.
Dysplasie Ongewone ontwikkeling, misvorming, abnormale vorming en groei van weefsel.
Dysplastische cellen Cellen met relatief weinig cytoplasma (= celvloeistof), polymorfie (polymorf = in meer dan een vorm binnen dezelfde groep voorkomend => veelvormig) van cel en kern.
Dyspraxie Beperking of onvermogen in het uitvoeren van bewust gewilde bewegingen.
Dystrofie Voedingsstoornis, groeistoornis van organen, degeneratie (= aantasting van de normale functie) van organen, cellen, weefsels.
E - pagina top -
Eiwitten Eiwitten zijn de bouwstenen van ons lichaam. Eiwitten zijn essentieel voor een cel. Zij zorgen voor de stevigheid van een cel, bepalen of de cel een zenuwcel, spiercel, haarcel wordt of een andere taak krijgt. Sommige eiwitten zijn enzymen die biochemische reacties sturen of die onderdeel van de spijsvertering zijn. Eiwitten vormen dus de basis voor het goed functioneren van ons lichaam.
Endocrien Met inwendige afscheiding in de bloedstroom.
Enzym Splitsings- of ontledingsstof, die een bepaald scheikundig proces in het organisme veroorzaakt of bevordert, zonder zelf te veranderen; cellulaire eiwitten.
Enzymsynthese Het aanmaken van een enzym.
Epifyse Uiteinde van het bot dat samen met een ander deel het gewricht vormt.
Erytrocyten Rode bloedcellen.
Exocrien Afscheidend d.m.v. een afvoerbuis.
F - pagina top -
Femoralis Met betrekking tot het dijbeen.
Ferritine Ferritine is een acute-fase eiwit dat in de lever wordt aangemaakt en ijzerbindend is. Het meeste ijzer dat zich in het lichaam bevindt, is gebonden aan (opgeslagen in) ferritine. Ferritine bevindt zich in alle weefsels (o.a. in de lever, de milt en het beenmerg) en in het bloed (serumferritine).
Onder normale omstandigheden weerspiegelt de concentratie van ferritine in het serum de ijzervoorraad in het lichaam.
Bij een verhoogd ferritine gehalte in het bloed, kan voor nader onderzoek een beenmerg punctie/biopsie noodzakelijk zijn.
Fibrose Woekering van bindweefsel.
Flow cytometrie Met behulp van de techniek van 'flow cytometrie' is een alternatieve manier ontwikkeld om chromosoomafwijkingen te gebruiken voor het opsporen van zeer lage aantallen leukemiecellen in het beenmerg van ogenschijnlijk genezen patiënten. Het principe van de techniek berust op de analyse van cellen die in een vloeistof met grote snelheid één voor één langs stralen laserlicht stromen. Aan de hand van de hoeveelheid licht die dan van de cel terugkaatst of de hoeveelheid fluorescerend licht dat door de cellen wordt uitgezonden, kan worden bepaald welk celtype is gepasseerd. De som van alle gepasseerde cellen geeft een beeld van de totale celpopulatie.
bron: Erasmus Universiteit - Rotterdam (archief 1995)
FSME Zie: teken & teken-meningo-ecefalitis
G - pagina top -
Gastro-oesofageale reflux Zie: Reflux oesofagitis
Gen/genen Genen spelen de hoofdrol in de erfelijkheid, zij bevatten de informatie voor alle erfelijke eigenschappen. Een gen is een stukje van het DNA dat de code bevat voor een eigenschap. Genen liggen verspreid op de chromosomen. Elke code, dus elk gen, bevat de informatie om één van de vele eiwitten te vormen waaruit ons lichaam is opgebouwd.
Genen: dominant, recessief Voor elke eigenschap zijn 2 genen verantwoordelijk.
Dominante genen komen altijd tot uitdrukking bij een bepaalde eigenschap, zij overheersen het andere gen.
Recessieve genen daarentegen komen niet tot uitdrukking, zij worden onderdrukt door het andere gen. Wanneer twee genen voor een bepaalde eigenschap echter allebei recessief zijn, komt deze recessieve eigenschap wel naar voren.
  dominant gen A recessief gen b
dominant gen A AA (= dominante eigenschap komt naar voren) Ab (= dominante eigenschap komt naar voren)
recessief gen b bA (= dominante eigenschap komt naar voren) bb (= recessieve eigenschap komt naar voren)
Een dominante eigenschap komt dus in 75% van de gevallen naar voren en een recessieve eigenschap in 25% van de gevallen.

Zie ook: chromosomen - DNA
Genetisch = de erfelijkheid betreffend.
H - pagina top -
Hb De concentratie van hemoglobine in bloed, kortweg Hb genoemd, wordt bepaald om bloedarmoede (anemie) vast te stellen. Bij een laag hemoglobinegehalte transporteert het bloed (dus: de rode bloedcellen) te weinig zuurstof naar weefsels en organen. Iemand met bloedarmoede ziet bleek en heeft een verminderd uithoudingsvermogen.
Hemoglobine Hemoglobine is een ijzerbevattend eiwit in de rode bloedcellen dat zuurstof transporteert en verantwoordelijk is voor de rode kleur van het bloed.
Voor de productie van hemoglobine is ijzer nodig dat via het voedsel wordt opgenomen.
Voor opname van ijzer zijn vooral vitamine C en mineraal koper nodig.
Verlaagde waarden voor hemoglobine worden gevonden bij een ijzergebrek (bijvoorbeeld door onvoldoende ijzer in de voeding of door opnamestoornissen van de darm). De aanmaak van hemoglobine is ook verstoord bij onvoldoende opname van vitamine B12 en foliumzuur. Verder zie je verlaagde waarden voor hemoglobine bij ernstig bloedverlies, bij versnelde afbraak van rode bloedcellen en bij zwangerschap. Soms spelen erfelijke factoren een rol bij afwijkingen in de aanmaak van de eiwitketens van hemoglobine. Ook bij ziekten van het beenmerg en bij chemotherapie wordt bloedarmoede waargenomen.
Hepatomegalie Lever vergroting
Hersenvliesontsteking Hersenvliesontsteking is een infectie van het centraal zenuwstelsel (CZS). De hersenen zijn omgeven door de hersenvliezen, meningen. Een van deze meningen omsluit een ruimte in de hersenen waarin het hersenvocht zit.
Een ontsteking in deze ruimte en hersenvliezen leidt tot symptomen als hoofdpijn, koorts en pleocytose in het hersenvocht.
Andere symptomen kunnen zijn; nek- en rugpijn, misselijkheid, braken, spierpijn, verwarring, vermoeidheid, overgevoeligheid voor licht en een algemeen gevoel van zich slecht voelen.
Acute hersenvliesontsteking Chronische hersenvliesontsteking
Acute hersenvliesontsteking ontstaat in uren of dagen en kan weer worden onderverdeeld in septische en aseptische hersenvliesontsteking.
Septische (bacteriële) hersenvliesontsteking Aseptische hersenvliesontsteking
wordt meestal door bacteriën veroorzaakt. De meest voorkomende bacteriën zijn Streptococcus pneumoniae, Neisseria meningitidis, Haemophilus influenzae en Escherichia coli, afhankelijk van de leeftijd van de patiënt. wordt over het algemeen veroorzaakt door virussen, hoewel er ook verscheidene niet-virale verwekkers zijn.
Virale hersenvliesontsteking komt het meest voor bij kinderen en jongvolwassenen.
Bij chronische hersenvliesontsteking blijven de symptomen van ontstoken hersenvliezen met pleocytose in het hersenvocht langer dan vier weken aanhouden. Deze vorm van hersenvliesontsteking kan worden veroorzaakt door bacteriën, virussen, schimmels en parasieten.
bron & meer info: ILO-lesbrieven
Hormoon Stof die allerlei processen reguleert in het lichaam. Wordt aangemaakt in organen en oefent elders in het lichaam zijn functie uit.
Hypertrofie Bovenmatige groei.
I - pagina top -
IJzer (ijzer en voeding). IJzer (opname via voedsel) is nodig voor de hemoglobine productie. Voor de opname van (heem-)ijzer (uit voedsel in de dunne darm) zijn o.a. vitamine C, vitamine B12, foliumzuur en mineraal koper nodig. Rooibosthee schijnt de (heem-)ijzeropname te verbeteren. Teveel calcium (melkproducten), thee (theïne) en koffie (cafeïne), rode wijn (looizuur), rabarber & spinazie (oxaalzuur), losse (tarwe) zemelen en de sojaboon (fytinezuur) schijnen een negatieve invloed op de (heem-)ijzeropname te hebben.
IJzertekort  IJzertekort kan ontstaan door: te weinig ijzer in de voeding - verminderde ijzeropname in de darm (ik zoek nog info of dit specifiek kan samen hangen met SDS) - abnormaal ijzerverlies door b.v. bloedingen.
Een tekort aan ijzer zorgt o.a. voor een tekort aan zuurstof in het bloed (zie hemoglobine) en dus o.a. voor vermoeidheid, lusteloosheid, hoofdpijn en duizeligheid. Een tekort aan ijzer bij baby's en jonge kinderen kan ook zorgen voor verminderde groei en heeft een negatieve invloed op (de ontwikkeling van) het denkvermogen en het geheugen.
Een teveel aan ijzer is ook nadelig voor de gezondheid en kan bijvoorbeeld secundaire hemochromatose (ijzerstapeling) als gevolg hebben.
Voedsel rijk aan ijzer Voedsel dat rijk is aan ijzer: peulvruchten, appelstroop, (zwarte) bessendranken, noten, zaden, eieren, gedroogde abrikozen, tutti frutti, vlees, vis, gevogelte, zilvervliesrijst, gierst en andere volkoren producten.
  IJzer informatie: bronnen & meer info, o.a.: dietistennet - planetgreen.
IJzer: heem-ijzer en non-heem-ijzer (haem-ijzer en non-haem-ijzer) Er zijn 2 soorten ijzer heem-ijzer (komt voor in vlees, vis en gevogelte en hiervan wordt naar schatting 25% opgenomen, ongeacht wat er verder gegeten wordt) en non-heem-ijzer (komt voornamelijk in plantaardige voedingsmiddelen voor en wordt niet altijd even goed opgenomen. Het soort non-heem-ijzer, de zuurgraad (hoe lager de zuurgraad, dus zuurder) van het maagzuur en andere stoffen in de voeding (bijvoorbeeld vitamine C) spelen een rol (zie ook hierboven).
bron & meer info: voedingscentrum.
IJzer, hoeveelheid in het lichaam. De totale hoeveelheid ijzer in een volwassene bedraagt 4 gram, waarvan 70% zich bevindt in hemoglobine en myoglobine. Bijna 30% is opgeslagen in de lever, milt, beenmerg of darmmucosa (mucosa = slijmvlies). Slechts 0,1% van het totale ijzer komt voor in het plasma, waar het voornamelijk gebonden is aan transferrine. Een normaal dieet bevat ongeveer 15 mg ijzer per dag. Hiervan wordt circa 1 mg door de darmen geabsorbeerd. Niet geabsorbeerd ijzer wordt uitgescheiden met de faeces.
Onder normale omstandigheden is opname en verlies van ijzer goed in balans. Per dag wordt er ongeveer 1 mg aan ijzer opgenomen en wordt er ongeveer 1 mg verloren. Dit verlies zit in urine, faeces, nagels, haren en huid.

Bron: afstudeeropdracht M. van Zuylen
Immunoreactief trypsinogeen (IRT) Wanneer het IRT niveau is verhoogd, kan dit wijzen op een afwijking aan de enzymproductie van de alvleesklier.
Insufficiëntie Onvoldoende werking.
Insuline Hormoon geproduceerd door de alvleesklier, speelt een rol in de suikerhuishouding.
Intermitterend Met onderbrekingen.
K - pagina top -
Keratitis Oogbindvliesontsteking.
Kinkhoest
Kinkhoest-bacterie: Bordetella pertussis = bacil van Bordet-Gengou.
Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie die door hoesten wordt overgebracht. De ziekte is erg besmettelijk en veroorzaakt enorme hoestbuien, die enkele weken of zelfs maanden kunnen doorgaan. Deze hoestbuien zijn erg uitputtend voor je kind. Bovendien kunnen de longen van je kind door het langdurige en geforceerde hoesten blijvende schade oplopen. Soms gaat kinkhoest vergezeld van een middenoor ontsteking en heel af en toe zelfs van een longontsteking.
Bron & meer info: www.kinderinfo.nl - dokter - kinkhoest
Zie ook: NVPK - Kinkhoestdossier.
Klinisch In het ziekenhuis.
Krentenbaard (Impetigo of crusteuze pyodermie). Krentenbaard is een besmettelijke aandoening van de huid die veroorzaakt wordt door een bacterie. Door de infectie ontstaan rode plekken, blaasjes met geel vocht en geelbruine korstjes. De infectie komt meestal in het gezicht voor rond de neus of mond, vandaar de naam krentenbaard. De infectie kan ook op andere plaatsen optreden.
De huidaandoening kan worden behandeld met antibiotica (in zalf of in een andere vorm).
Bron & meer info: GGD (Zeeland) - Krentenbaard
L - pagina top -
Leukocyten Witte bloedcellen.
Lever De lever is een orgaan wat rechtsboven in de buikholte gelegen is en is de grootste (circa 1,5 kilo) klier van het lichaam.
De lever heeft heel veel functies (is in feite de grootste -erg complexe- chemische fabriek van ons lichaam). De belangrijkste functies zijn:
Glucose (koolhydraten) wordt omgezet in glucogeen (dient als energievoorraad) en vice versa. Er worden verschillende eiwitten voor het bloed gemaakt, evenals cholesterol en eiwitten die nodig zijn voor de afbraak van vet. Vitamine A wordt gevormd. Vitamine E wordt opgestapeld. Eigen hormonen worden afgebroken. Gifstoffen worden omgezet of gebonden en opgeslagen.
De lever produceert o.a. gal (gifstoffen kunnen worden afgevoerd via de gal). De gal kan rechtstreeks afgevoerd worden naar de twaalfvingerige darm maar kan ook opgeslagen worden in de galblaas. De galblaas bevindt zich achter de lever.
bron en meer info: http://www.merckmanual.nl/ 
Leverfunctie tests
Leverfuncties worden bepaald in bloedmonsters. In onderstaande tests (dit zijn de 2 meest gebruikelijke tests, die ook bij Jaimz worden verricht) worden de spiegels van enzymen in het bloed bepaald als een manier om leverproblemen te diagnosticeren.
Onderzoek Wat wordt gemeten Wat geeft de proef aan
alanine-aminotransferase (ALAT) een in de lever geproduceerd enzym dat in het bloed wordt afgegeven wanneer levercellen beschadigd raken Levercel beschadiging (zoals bij hepatitis)
Gamma glutamyl-transpeptidase
(Gamma GT)
een enzym dat wordt geproduceerd door lever, pancreas en nieren en dat wordt afgegeven aan het bloed bij beschadiging van deze organen Orgaanbeschadiging, geneesmiddelenvergiftiging, alcoholmisbruik, aandoening van de pancreas
bron en meer info: http://www.merckmanual.nl/
Lever necrose Levercel verval.
Leukemie Er zijn verschillende soorten leukemie. Er wordt onder meer onderscheid gemaakt in chronische en acute leukemie. Bij elke vorm van leukemie is er, net als bij andere soorten kanker, sprake van een ongecontroleerde deling van cellen, in dit geval van een bepaalde soort witte bloedcellen. Die kwaadaardig veranderde cellen reageren niet meer op signalen om de aanmaak te remmen wanneer er voldoende cellen zijn geproduceerd. Er komen dus niet alleen afwijkende maar ook veel te veel cellen in de bloedbaan. Door deze woekering van abnormale cellen komt de productie van normale cellen in het gedrang. Aanvankelijk is er alleen in het beenmerg een overmaat aan onrijpe cellen. Na verloop van tijd komen die onrijpe cellen in de bloedbaan en dus ook in de organen terecht. Bepaalde weefsels kunnen dan overvol raken met abnormale cellen. Dat is onder meer te merken aan vergrote lymfeklieren, een vergrote milt en/of een vergrote lever.
Bij acute leukemie rijpen de bloedcellen niet uit en vindt in korte tijd een ophoping van onrijpe cellen plaats. Binnen enkele weken treden klachten op.
Bij chronische leukemie is er nog sprake van dat de cellen redelijk goed uitrijpen. Het kwaadaardige proces verloopt veel trager, waardoor de klachten lang kunnen uitblijven.
Daarnaast wordt onderscheid gemaakt op basis van het celtype van de abnormale witte bloedcellen. Zo kennen we een lymfatische en myeloide leukemie.

bron: Beenmerg donorbank
Acute leukemie is vooral bekend als een veel voorkomende soort kanker bij kinderen. Chronische leukemie komt eerder voor bij oudere personen.
Leukemie kan leiden tot lage hoeveelheden rode bloedcellen (anemie), lage hoeveelheden bloedplaatjes (nodig voor stolling van het bloed), gezwollen lymfe klieren en vergrote lever of milt.
Symptomen van leukemie zijn o.a. een bleke huid, gewichtsverlies, vermoeidheid, snel blauwe plekken krijgen, algemene zwakte, vatbaar zijn voor infecties.
Leukocyten Witte bloedcellen.
Lyme, de ziekte van
Lyme-borreliose
De ziekte van Lyme komt vrijwel overal ter wereld voor en wordt overgedragen door teken. Lyme-borreliose wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia burg-dorferi. Kenmerkend voor de ziekte is een rode plek, die geleidelijk groter wordt en centraal verbleekt. Deze huid-aandoening wordt erythema migrans genoemd. Meestal ontstaat de rode plek binnen drie weken na de tekenbeet.
Bron & voor meer info, zie: SAAG & Teek Care.
Lymfeklier-ontsteking (lymfangitis) Ontsteking (-itis) van één (= plaatselijk) of meer (= systemisch) lymfeklieren door een micro-organisme (o.a. bacterie, virus, schimmel, protozoön, parasiet). Lymfeklier-ontsteking is een (bij)verschijnsel van zeer veel plaatselijke of systemische infecties.
bron: Consumed 
M - pagina top -
Macrocytose = De vorming van vergrote rode bloedlichaampjes. Macrycytose is een gevolg van een stoornis in deling en rijping van rode voorlopercellen in het beenmerg.
Maligne = Kwaadaardig, met kans op uitzaaiing. Maligniteit = kwaadaardigheid.
MCV = Mean Corpuscular Volume. Wanneer hier bij een bloedtest naar gekeken wordt is dit voor de berekening van het volume van de rode bloedcellen. (zie ook bloedtelling)
MDS De benaming Myelodysplastisch Syndroom (MDS), ook wel myelodysplasie genoemd, staat voor een groep van beenmergstoornissen waarbij de productie van bloedcellen ernstig is verstoord.
Bij MDS is er niet alleen sprake van een productie van gestoorde bloedcellen, maar kunnen sommige voorlopercellen ook ontsporen richting acute leukemie.
In ongeveer een derde van de gevallen van MDS ontwikkelt zich inderdaad een acute vorm van leukemie, meestal Acute Myeloïde Leukemie (AML).
Bij MDS worden vaak bepaalde karakteristieke afwijkingen in de chromosomen vastgesteld. Dezelfde afwijkingen worden ook vaak vastgesteld bij AML.
Sommige gevallen van MDS die zich uiteindelijk niet ontwikkelen tot een acute vorm van leukemie, kunnen daar soms sterk op lijken door de toename van het aantal primitieve voorlopercellen (blasten) in het beenmerg. Deze gevallen worden vaak aangeduid als 'sluimerende' leukemie ('smouldering' leukemia).
Bron & voor meer info over MDS: www.bloedziekten.nl (ga naar 'kenmerken': andere bloedziekten).
Aandoening waarbij de deling van de bloedvormende (= haemopoëtische) cellen -meestal de rode bloedcellen (= erythrocyten)- in het beenmerg is verstoord.
Mogelijke verschijnselen (o.a.): Lichaamszwakte, vermoeidheid, verminderde eetlust (= anorexie), gewichtsverlies, vol gevoel in de buik, ademtekort (= dyspnoe), opgezette lymfeknopen (= lymphadenopathie), bloedarmoede (= anemie), bleekheid, bloedbeeld-afwijkingen, vergrote milt en lever, stoornissen in de afweer (= immunodeficiëntie), auto-immuunziekten, huidvlekken (petechiae), acute myeloïde leukemie (= AML).

Bron & voor meer info: Consumed (index ziekten & klachten)
Morfologie De morfologie bestudeert de uitwendige bouw en vorm van planten en levende wezens (vormleer) en hun organen (orgaanleer) en probeert hun veelvormigheid terug te brengen tot enkele grondtypen (bouwplannen).
Bron: wikipedia
Metafyse Gedeelte van een groeiend bot waar het kraakbeen uit de groeischijf wordt omgezet in been.
Myeloïde Uitgaande van het beenmerg.
Myoglobine Myoglobine is een vrij klein eiwit dat veel voorkomt in spiercellen. Myoglobine dient om zuurstof op te slaan dat dan gebruikt kan worden wanneer de spieren veel arbeid moeten leveren en dus veel zuurstof nodig hebben.
N - pagina top -
Neonaat = Pasgeborene.
Neonataal Met betrekking tot de eerste weken na de geboorte.
Neutrofielen/Neutrofiele granulocyten Een type witte bloedcel, nodig voor het overwinnen van een bacterie infectie (besmetting). Letterlijke betekenis: kleurbaar met neutrale kleurstoffen. De 2 typen neutrofiele granulocyten:
Met een staafvormige (onrijpe) kern.
Met een segmentvormige (rijpe) kern.
Neutropenie Tekort aan witte bloedlichaampjes.
Nieren De nieren zuiveren het bloed, vooral van daarin opgeloste (anorganische en organische) stoffen. De waardevolle, opgeloste stoffen worden teruggewonnen. Ook een groot deel van het water wordt teruggewonnen.
Uiteindelijk, na een lang proces, wordt de van waardevolle bestanddelen ontdane en geconcentreerde vloeistof, die nu urine heet, afgevoerd.
Wanneer nodig zorgen de nieren o.a. ook voor de productie en afgifte van een hormoon dat het beenmerg aanzet tot een grotere productie van rode bloedcellen.
O - pagina top -
Oorbuisje Zie: trommelvliesbuisje.
P - pagina top -
Pancreas Alvleesklier, een orgaan dat dwars in de buik ligt. Het is ongeveer vijftien cm lang en één tot drie cm dik. De 'kop' van dit orgaan ligt in de binnenbocht van de twaalfvingerige darm, het 'lichaam' en de 'staart' liggen voor de wervelkolom en de grote bloedvaten achter in de buik. Aan de bovenkant ligt het pancreas tegen de maag, aan de onderkant tegen de dunne darm. Het pancreas is opgebouwd uit cellen, die hormonen maken (insuline en glucagon) en uit cellen die enzymen maken (onder andere amylase, lipase, trypsine). De pancreashormonen worden afgegeven in het bloed en zorgen ervoor dat het bloedsuikergehalte binnen normale waarden blijft. Als de hormoonproductie te laag is, ontstaat er suikerziekte (diabetes). De pancreasenzymen zijn van groot belang voor de spijsvertering. Ze komen via een afvoerbuis bij de zogenaamde Papil van Vater in de twaalfvingerige darm terecht. Wanneer er te weinig enzymen worden geproduceerd ontstaan er stoornissen in de vertering van suikers (door amylase), vetten (door lipase) en eiwitten (door trypsine).
Pancytopenie Vermindering van cellen in het bloed.
Pleocytose Pleocytose wil zeggen dat er meer cellen voorkomen dan normaal. Meestal gaat het dan om een verhoogd aantal witte bloedcellen, met name lymfocyten.
Pulmonair Met betrekking tot de longen.
Punctie Het via een naald opzuigen van cellen ten behoeve van onderzoek.
R - pagina top -
Reflux oesofagitis De slokdarm (oesophagus) is een buis die loopt van de mond tot aan de maag en die zorgt voor het transport van het voedsel. Normaliter bevat de zone die de maag scheidt van de slokdarm, oesofago-gastrische overgang genaamd, een cirkelvormige spier, sfincter genaamd. Deze belet dat de inhoud van de maag, met name het zure maagvocht, opstijgt in de slokdarm. Indien de overgang tussen de maag en de slokdarm slecht functioneert, vloeit er maagvocht terug dat dan in contact komt met de binnenwand van de slokdarm. Daardoor kunnen refluxsymptomen (zuurbranden) en/of een min of meer ernstige en uitgebreide ontsteking van de slokdarm optreden, de zgn. gastro-oesofageale reflux (GOR).
bron: maagdarminfo - voor meer info over 'reflux' zie ook 'het verhaal van Nina'.
Renaal Met betrekking tot de nier.
Ruggenmerg
Het ruggenmerg is opgebouwd uit:
1 Zenuwbanen (dat zijn de bundels van zenuwuitlopers die vanuit de grote en kleine hersenen en vanuit de hersenstam naar de armen, de benen, de romp en de andere delen van het lichaam verlopen, en vice versa).
2 Zenuwcellen.
3 Steunweefsel (de zogenaamde glia-cellen).
4 Bloedvaten.
5 Ependymcellen die het in midden van het ruggenmerg verlopend kanaaltje waarin zich het ruggenmergsvocht bevindt (het zogenaamde centrale kanaal) bekleden.
Het ruggenmerg is door middel van zijdelingse bindweefselbandjes als het ware opgehangen in een omhulsel van hersenvlies (of beter: ruggenmergvlies, dit , is een voortzetting van het rondom de hersenen gelegen hersenvlies). Net zoals de hersenen is ook het ruggenmerg omgeven door een ruime hoeveelheid vocht. Dit vocht wordt op zijn plaats gehouden door een omhulsel van het harde hersenvlies (dura mater = buitenste hersenvlies). Doordat het ruggenmerg is opgehangen in deze zak met vocht, is het beter bestand tegen schokken en stoten. Bovendien speelt het vocht een rol bij het transport van voedingsstoffen naar het ruggenmerg, en bij de afvoer van afvalstoffen.
bron & meer info: Ziekenhuis.nl - ziektebeelden.
S - pagina top -
Serum Bloedwei, het vloeibare van gestold bloed.
Skeletachtig Met betrekking tot het geraamte.
Speekselklieren &
Speekselklierontsteking
De mond is het begin van de lange weg die het voedsel aflegt door ons lichaam. In de mond wordt het voedsel vermengd met speeksel. Dit speeksel wordt gevormd door verschillende speekselklieren. Zo onderscheiden we de oorspeekselklier, de onderkaakspeekselklier en de ondertongspeekselklier. De afvoerkanalen van deze klieren monden op verschillende plaatsen in de mond uit.
Speekselklierontsteking is meestal het gevolg van een infectie door een bacterie of een virus. Soms zijn speekselstenen de oorzaak van een ontsteking in de speekselklier.
- Infectie door een bacterie
Deze infectie gaat vaak gepaard met koorts en troebel speeksel.

- Infectie door een virus
Een bekend voorbeeld van deze infectie is de 'bof'. Bij deze besmettelijke kinderziekte zijn de oorspeekselklieren ontstoken en opgezwollen. Mogelijke complicaties van de 'bof' zijn teelbalontsteking en een ontsteking van de alvleesklier.
Bron & uitgebreidere informatie: MLD (maag lever darm stichting)
Stamcel Cel die zich tot een ander celtype differentieert (differentiëren = vanuit een homogeen geheel in verschillende vormen splitsen), een stamcel is dus een cel waaruit nog allerlei soorten cellen gevormd kunnen worden. Een stamcel specialiseert zich tot een cel met een eigen functie. Zo'n gespecialiseerde cel kan daarna alleen nog deze specifieke functie - en geen andere functie meer - vervullen. Als de celfunctie celdeling toestaat, worden door deling van deze gespecialiseerde cellen, alleen soortgelijke of nog sterker gespecialiseerde cellen gevormd.
In het beenmerg aanwezige ‘oercel’ die zich kan ontwikkelen tot elke soort lichaamscel. Bijvoorbeeld tot een levercel, hartspiercel of zenuwcel. Uit een stamcel kunnen alle verschillende soorten bloedcellen (rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes) worden gevormd.
bron: Academisch Ziekenhuis Groningen - Begrippenlijst
Staphylococcus aureus Een van de bacteriën die 30% van de mensen bij zich draagt is de Staphylococcus aureus. Deze bacterie kan infecties geven, bijvoorbeeld een steenpuist of ontstoken wondjes. Deze infecties genezen vaak vanzelf. Soms is het nodig ze te behandelen met antibiotica. Dat zijn medicijnen die bacteriën doden.
Zie ook: 'krentenbaard'.
Sufficiënt Voldoende werkend.
Syndroom Groep van verschijnselen die hoort bij één aandoening.
T - pagina top -

Teek/Teken

FSME
Früh Sommer Meningo Encephalitis

Hersenontsteking

Teken-meningo-ecefalitis.

FSME is een virusinfectie die wordt verspreid door teken. Teken zijn kleine spinachtige dieren die zich vastbijten in de huid van mensen of dieren. Deze teken kunnen besmet zijn met virussen. FSME is er één van. Ons lichaam kan besmet worden door de beet van een geïnfecteerde teek, maar ook door het drinken van ongepasteuriseerde melk.
bron: Travel Clinic.
FSME: Ongeveer tweederde van de besmette mensen wordt in het geheel niet ziek. De ziekte verloopt vaak in twee fasen. Eén tot twee weken na de tekenbeet ontstaat gedurende enkele dagen koorts. Bij een deel van de patiënten ontstaat een tweede ziekteperiode met hoge koorts, hoofdpijn en verlammingsverschijnselen. Zelden leidt dit tot ernstige en blijvende aandoeningen van het zenuwstelsel. Tegen deze ziekte bestaat geen behandeling. Vaccinatie is wel mogelijk.
bron & meer info: SAAG
In o.a. Oost-Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Turkije en de Oost-Europese landen zijn gebieden waar teken met het FSME virus besmet zijn.
RSSE: Russische variant van FSME die vaak ernstiger verloopt. Bij de Europese variant overlijdt ongeveer 1% van de mensen hieraan. Bij de Russische variant is de kans op overlijden en blijvende complicaties groter.
Bron: o.a. GGD & KNNV
Teken-vaccin: hetzelfde vaccin beschermt voor beide varianten. Een volledige serie vaccinaties bestaat uit 3 injecties. Let op: vaccinatie niet geschikt voor kinderen jonger dan 4 jaar!
Zie ook: Lyme, de ziekte/Lyme-borreliose.
Testiculair Met betrekking tot de teelbal.
Thoracaal Met betrekking tot de borstkas.
Toxisch-infectieuze anemie = Ontstekingsanemie. Anemie ten gevolge van een ontsteking.
Transaminase Enzym dat een amino groep van de ene stof op de andere kan overdragen.
Trombocyten Bloedplaatjes. Zie: bloedcellen.
Trombocytopenie Verlaagd aantal bloedplaatjes.
Trombopenie Een tekort aan bloedplaatjes.
Trommelvliesbuisje Indien de buis van Eustachius niet goed werkt, ontstaat onderdruk in het middenoor, waardoor het trommelvlies naar binnen wordt getrokken. Door de onderdruk kan het slijmvlies in het middenoor geïrriteerd raken en vocht afscheiden waardoor het middenoor gevuld raakt met vocht in plaats van met lucht. Dit wordt OME (Otitis Media met Effusie) genoemd, maar ook wel 'lijmoor' of 'glue ear', vanwege de stroperige samenstelling van het vocht. Hierdoor kunnen klachten ontstaan van een vol drukkend gevoel in het oor en soms van pijn; hevige pijn kan veroorzaakt worden door een ontsteking van dit vocht (middenoorontsteking). Tevens treedt gehoorverlies op, omdat de geluidstrillingen door de aanwezige vloeistof gedempt worden.
Ook kan het gedrag van uw kind veranderen: het kan gaan schreeuwen en in zichzelf gekeerd raken. Bij kinderen tussen de 2 en 6 jaar komt deze aandoening veelvuldig voor. De afwijking is bijna altijd dubbelzijdig (dus aan beide oren). Vaak treedt binnen enkele weken tot maanden spontaan genezing op zonder dat blijvende schade ontstaat. Indien de afwijking echter langer blijft bestaan of veelvuldig aanleiding geeft tot oorontstekingen, hinderlijk gehoorverlies en/of langdurige klachten van afwijkend gedrag, kan een tijdelijke beluchting van het middenoor via een trommelvliesbuisje zinvol zijn.
Een trommelvliesbuisje heeft als doel een open verbinding te bewerkstelligen tussen middenoor en uitwendige gehoorgang, opdat via het buisje lucht in het middenoor komt. Er bestaat een nauw verband tussen bovenste luchtweginfecties, zoals neusverkoudheid en een niet goed functionerende buis van Eustachius. Voordat een trommelvliesbuisje geplaatst wordt, dienen andere oorzaken voor terugkerende bovenste luchtweginfecties, zoals een vergrote neusamandel en/of een ontsteking van de neusholte en neusbijholten uitgesloten of behandeld te worden.
bron & meer info: Ziekenhuis.nl - ziektebeelden.
V - pagina top -
Vertebraal Met betrekking tot de wervels
Vitamine A & Bètacaroteen Vitamine A (retinol) is vetoplosbaar (oplosbaar in vet).
Bètacaroteen is vetoplosbaar en wordt ook provitamine A genoemd. Dit wil zeggen dat het lichaam in staat is het bètacaroteen om te zetten in vitamine A. Men neemt aan dat zoveel bètacaroteen wordt omgezet als het lichaam aan vitamine A nodig heeft. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat bètacaroteen niet alleen als voorloper van vitamine A biologische activiteit heeft, maar ook activiteit van zichzelf.
De bekendste functie van vitamine A is dat het een bouwsteen is van het pigment in het netvlies dat er voor zorgt dat we in het schemerdonker kunnen zien. Tevens is vitamine A betrokken bij het in conditie houden van de cellen die de buitenste laag van alle organen (zoals de huid en longen) vormen. Ook maakt vitamine A deel uit van het afweersysteem en speelt het een rol bij de groei en botvorming.
Bronnen vitamine A: dierlijke vette producten zoals vis, levertraan, vlees (lever, nier), eieren, zuivelproducten.
Bronnen bètacaroteen: bladgroenten, fruit, worteltjes, boerenkool, brocolli.
Vitamine C De mens (en mensaap en cavia) kan, in tegenstelling tot de meeste andere levende wezens (planten en dieren), vitamine C niet zelf aanmaken. Hiermee onderscheidt vitamine C zich wezenlijk van de andere essentiële voedingsstoffen.
Vitamine C verhoogt o.a. de activiteit van de witte bloedlichaampjes, is een anti-oxidant, heeft een ontgiftende werking, stimuleert de omzetting van cholesterol in galzuur en is o.a. betrokken bij een groot aantal stofwisselingsprocessen, zoals de ijzeropname. Vitamine C (samen met andere vitamines en mineralen) zorgt ook voor de botvorming.
Bronnen vitamine C: citrusvruchten, kiwi, verse (blad)groenten, aardappelen.
Vitamine D Tenminste tien verbindingen behoren tot de vitamine D groep. Ze zijn allen vetoplosbaar. Ze worden aangeduid met vitamine D1, D2 etc. Vitamine D2 en vitamine D3 zijn de belangrijkste. Vitamine D2 is van plantaardige oorsprong en vitamine D3 van dierlijke oorsprong.
In de lever en de nier worden zowel Vitamine D3 als Vitamine D2 omgezet in andere verbindingen.
Vitamine D kan door het lichaam, onder invloed van zonlicht, zelf worden aangemaakt.
Vitamine D is nodig voor sterke botten en tanden. Het zorgt ervoor dat calcium en fosfor goed uit de voeding worden opgenomen en in de botten en tanden worden vastgelegd tijdens de groei.
Bronnen vitamine D: levertraan, vette vis (zoals sardientjes, haring, zalm, tonijn), eieren, melk en andere zuivelprodukten (zoals kaas en roomboter).
Vitamine E Tot het vitamine E complex worden de tocoferolen gerekend. Dit zijn een aantal verbindingen aangeduid met de Griekse letters alfa, bèta, gamma, delta, epsilon, èta en dzeta. Alfa-tocoferol is biologisch de meest actieve vorm. Van de tocoferolen bestaat een rechtsdraaiende (aangeduid met de letter d) en een linksdraaiende vorm (aangeduid met de letter l). In de natuur komt alleen de rechtsdraaiende vorm voor. De linksdraaiende vorm is biologisch nauwelijks actief.
Vitamine E is een belangrijke voedingsstof die een regulerende werking heeft op allerlei lichaamsprocessen die bij het ouder worden de neiging hebben te verslechteren.
Vitamine E speelt een rol in rode bloedcellen en in celwanden van weefsels in ons lichaam. Veel van de gunstige uitwerkingen van vitamine E hebben verband met zijn functie als vetoplosbare antioxidant. Ook heeft vitamine E een (lichte) ontstekingsremmende werking. Tevens speelt vitamine E een belangrijke rol in het immuunsysteem. Een aantal recente studies toonden aan dat de immuunrespons aanmerkelijk kon worden verbeterd door extra vitamine E, met name bij ouderen en mensen die vetten slecht verteren.
Bronnen vitamine E: tarwekiemolie, plantaardige olie (zoals soja olie en zonnebloemolie), broccoli, spruiten, spinazie, noten, sesamzaad, volkorenproducten, eieren.
Vitamine K In de natuur komen verschillende vormen van vitamine K voor (K1, K2) die allen vetoplosbaar zijn.
Vitamine K is belangrijk bij de stolling van het bloed.
Vitamine K wordt door bacteriën in de dikke darm omgezet, waardoor het opgenomen kan worden in het bloed. Door bijvoorbeeld diarree verdwijnen deze bacteriën voor een groot deel en wordt de vitamine K minder goed opgenomen.
Bronnen vitamine K: Yoghurt, eierdooiers, sojaolie, levertraan, kelp, bloemkool, brocolli, groene bladgroenten ( spinazie) en koolsoorten (boerenkool).
Voorlopercellen Cellen die voorbestemd zijn tot uitrijping in één bepaalde richting, dus elke soort voorlopercel ontwikkelt zich tot één bepaald soort cel, een rijpe eindcel die gespecialiseerd is in het uitoefenen van een bepaalde functie.
Vrije radicalen Vrije radicalen ontstaan o.a. bij oxidatie (verbrandings) processen in het lichaam en spelen o.a. een rol bij het ontstaan van kanker, aderverkalking en reumatische en neurologische aandoeningen.
W - pagina top -
Weefsel Opeenstapeling van cellen. Samenhangend geheel van gelijksoortige cellen waaruit de delen van het organisme zijn samengesteld
samengesteld door Christel
Home pagina top