SDS Nederlandstalige Website met Informatie over het Shwachman Diamond Syndroom/Syndroom van Shwachman
Home
 
terug
verklarende medische woordenlijst
dank aan
 
Inhoud van dit Artikel
*  Introductie
* Primaire kenmerken
- Bloed afwijkingen
- Alvleesklier afwijkingen
- Skeletachtige afwijkingen
- Korte gestalte, slechte groei
* Secundiare kenmerken
- Tanden
- Lever
- Eetgewoonten
- Nieren
- Oogproblemen
- Huid
- Zuigelingen periode
- Vroege ontwikkeling
- Hart problemen
* Genetica van SDS
* Diagnose
* Meer informatie
Home
verklarende medische woordenlijst
schematische uitleg recessief erfelijk
Home
Home
verklarende medische woordenlijst
schematische uitleg recessief erfelijk
Home
Home

Algemene Info Shwachman Diamond Syndroom

Onderstaand tref je een vertaling aan van een artikel van de Website van Shwachman Diamond Syndroom - Canada.
Voor het laatste nieuws over SDS, zie ook 'het SDS gen'!

Introductie - pagina top -
Shwachman-Diamond Syndroom (SDS) is een zeldzame genetische aandoening die verschillende organen in het lichaam kan aantasten, maar de effecten zijn variabel; verschillende personen vertonen verschillende symptomen. Voor zover we nu weten, vertonen alle personen met SDS een defect aan de alvleesklier en bloedafwijkingen. Velen vertonen tevens een afwijking aan het skelet en zijn gemiddeld korter van lengte. Er is een groot aantal bijkomende complicaties die sommige patiënten kunnen treffen.

Het is niet exact bekend hoe vaak SDS voorkomt. Medische onderzoekers schatten dat het gemiddeld 1 per elke 50.000 geboortes betreft, maar er is geen wetenschappelijk bewijs voor dit aantal omdat er nog geen eenvoudige manier bestaat om de juiste diagnose te stellen. Sommige artsen denken zelfs dat SDS vaker voorkomt dan eerdergenoemde schatting omdat voor een aantal mensen een verkeerde diagnose, dus voor een andere aandoening, gesteld kan zijn. Omgekeerd kan de diagnose voor sommige patiënten bij wie wel SDS is geconstateerd, ook foutief zijn.

In dit document worden de verschillende klinische kenmerken van SDS gesorteerd in twee categorieën, de primaire kenmerken, welke waarschijnlijk een direct resultaat zijn van de genetische fout die SDS veroorzaakt en de secundaire kenmerken, welke minder vaak consequent worden waargenomen; sommigen kunnen door complicaties ten gevolge van de primaire kenmerken veroorzaakt worden.
Primaire kenmerken van het Shwachman-Diamond Syndroom - pagina top -

De volgende kenmerken (bloedafwijkingen, alvleesklier afwijkingen, botafwijkingen en korte gestalte) worden beschouwd als de primaire kenmerken. Zij worden ook het meest waargenomen.

Bloedafwijkingen: - pagina top -

In het beenmerg worden van erg jonge cellen (stamcellen genoemd), bloedcellen geproduceerd. Dit zijn 3 typen bloedcellen:

1. Witte bloedlichaampjes, inclusief neutrofielen, die infecties bevechten.
2. Rode bloedlichaampjes die zuurstof door het gehele lichaam transporteren.
3. Bloedplaatjes, die helpen bij de bloedstolling.

Alle SDS patiënten hebben minstens één bloedafwijking, resulterend uit het feit dat hun beenmerg niet goed functioneert.

De meeste mensen met SDS (98%) hebben last van neutropenie (een laag aantal neutrofielen in het bloed). In 2/3 van deze gevallen, is de neutropenie intermitterend (dwz met onderbrekingen, de neutrofiel telling kan normaal zijn tussen twee periodes van neutropenie) en in het resterende 1/3 deel, is de neutropenie constant. Mensen met SDS hebben daarnaast nog een ander neutrofiel probleem. Het kan zijn dat hun neutrofielen niet de mogelijkheid bezitten om bacteriën goed te vinden en te vernietigen. Dit wordt 'slechte mobiliteit en verminderde chemotaxie' genoemd.

Als gevolg van deze neutrofiel problemen, lopen SDS patiënten een hoger risico om sneller en vaker infecties te krijgen. Deze infecties kunnen soms ernstig, zelfs levensbedreigend zijn door de verminderde mogelijkheid tot het overwinnen van deze infecties. Infecties kunnen ontstaan in de longen, oren, sinussen, mond, keel, het bloed, botten of de huid. Een snelle herkenning en behandeling van zo'n infectie zijn van groot belang.

Mensen met SDS kunnen ook nog andere bloedafwijkingen hebben: 42% leidt aan anemie (bloedarmoede, een laag aantal rode bloedlichaampjes), 34% aan trombocytopenie (een laag aantal bloedplaatjes) en 19% aan pancytopenie (vermindering van cellen in het bloed, dus een laag aantal van elk soort bloedcel). Er kunnen zich ernstige beenmerg complicaties ontwikkelen. Eén mogelijke complicatie is beenmergfalen, wat resulteert in een belangrijke afname van de bloedcelproductie (aplastische anemie). Het is onbekend hoe vaak dit voor komt.

Sommige SDS patiënten ontwikkelen acute myeloide leukemie (AML). Het risico hierop ligt waarschijnlijk tussen de 20-25%, hoewel individuele studies juist een lager of een hoger percentage aantonen.
De meeste hematologen geloven dat behandeling succesvoller is wanneer de leukemie vroeg ontdekt wordt. Daarom raden sommige artsen een regelmatige beenmerg analyse aan, in de hoop om vroeg pré-leukemische veranderingen in het beenmerg op te merken voordat de echte leukemie zich openbaart.

De belangrijkste doodsoorzaken voor SDS patiënten zijn infecties, leukemie en beenmergfalen.

Alvleesklier afwijkingen: - pagina top -

De alvleesklier heeft twee functies:

1. De productie van enzymen t.b.v. de spijsvertering, de exocriene functie van de alvleesklier (exocrien = afscheidend dmv een afvoerbuis);
2. De productie van insuline welke de bloedsuiker regelt, de endocriene functie van de alvleesklier (endocrien = met inwendige afscheiding in de bloedstroom).

Mensen met SDS hebben een defecte exocriene alvleesklier. Bij de meeste SDS patiënten blijft de endocriene functie van de alvleesklier normaal.

De acinaire cellen van de alvleesklier zijn de cellen die de enzymen, die nodig zijn voor de spijsvertering, produceren. De 'normale' alvleesklier heeft een overcapaciteit; slechts 2% van deze acinaire cellen hoeft te functioneren om voldoende hoeveelheden enzymen te produceren voor het voedsel dat men binnenkrijgt. Wanneer de capaciteit van deze exocriene alvleesklier functie bij iemand lager is dan deze 2%, worden er onvoldoende hoeveelheden enzymen geproduceerd en kan het voedsel niet voldoende verteerd worden. De medische term hiervoor is pancreasinsufficiëntie (= onvoldoende werking van de alvleesklier).

Omdat ze onvoldoende hoeveelheden functionerende acinaire cellen bezitten, leiden SDS patiënten in hun kinderjaren vaak aan pancreasinsufficiëntie. Na deze kinderjaren vertoont tot 50% van de SDS patiënten een verbetering in de enzymproductie en kunnen pancreassufficiënt worden (er worden dus voldoende enzymen geproduceerd). De onderliggende alvleesklier afwijking blijft echter aanwezig.

De symptomen van alvleesklier insufficiëntie zijn grote hoeveelheden, zeer onaangenaam ruikende ontlasting of diarree. Deze symptomen tonen aan dat de ingewanden niet al het vet en de voedingstoffen uit het voedsel absorberen (malabsorptie). Dit kan leiden tot ondervoeding en tekorten aan vitamines (vooral de vitamines A, D, E en K) en andere voedingstekorten.

Pancreasinsufficiëntie kan behandeld worden door vervangende enzymen samen met de voeding in te nemen. Tevens worden vitaminen als supplementen vaak geadviseerd. In de late kinderjaren, kunnen diegenen die een lichte verbetering in de enzymenproductie tonen, deze vervangende enzyminname vaak verminderen of zelfs stopzetten.

Skeletachtige afwijkingen: - pagina top -

Ongeveer de helft van de kinderen met SDS vertoont een afwijking aan het skelet die metafysaire dysostosis wordt genoemd. Wanneer deze afwijking aanwezig is, komt deze meestal voor in de heupen of in de knieën. Deze abnormaliteit is m.b.v. röntgenfoto's zichtbaar, maar hoeft niet altijd symptomen of klinische problemen te veroorzaken. Maar soms kan het deel van het bot dat groeit (de groeischijf of metafyse) aangetast zijn. In zeldzame gevallen zal de bovenkant van het dijbeen (het bot tussen de heup en knie) niet goed ontwikkeld zijn en daardoor niet goed in de heup passen (coxa vara) of kan het kniegewricht aangetast zijn, wat een zogenaamde O- of X-stand van de benen kan veroorzaken. Wanneer deze problemen aanwezig zijn, kan een operatie noodzakelijk zijn.

Ongeveer de helft van de kinderen met SDS vertonen op Röntgenfoto's afwijkingen aan het kraakbeen in de omgeving van de borstkas (costo-chondrale verdikking). Dit veroorzaakt geen symptomen of klinische problemen.

Ongeveer 1/3 van de kinderen met SDS vertonen afwijkingen aan de borstkas, zoals verkorte ribben met afgeplatte uiteinden en een nauwe borstkas. Dit kan, in zeldzame gevallen, leiden tot ademhalingsproblemen in de zuigelingenfase (een ernstige versie hiervan wordt thoracale dystrofie genoemd). Deze ademhalingsproblemen verdwijnen meestal tijdens de groei.

Andere afwijkingen aan het skelet worden zelden waargenomen. Deze zeldzame vormen zijn o.a. clinodactylie (gebogen vingers), osteopenie (verlaagde botdichtheid), groeistoplijnen, ingezakte wervels, afgegleden groeischijf van de heup (dislocatie van de bovenkant van het dijbeen) en een gedupliceerd distaal duim kootje (een extra duim).

Korte gestalte op elke leeftijd, slechte groei tijdens de kindertijd: - pagina top -

Sommige kinderen met SDS zijn kleiner dan gemiddeld bij de geboorte. Op de leeftijd van 1 jaar, zijn bijna alle kinderen kleiner dan gemiddeld, vergeleken met leeftijdsgenootjes van hetzelfde geslacht. Bijna de helft van deze kinderen valt onder de 3e percentiellijn voor lengtegroei.

De meeste kinderen met SDS zijn niet onder het normale gewicht of ondervoed, nadat de diagnose is gesteld en behandeling met enzymen aangevangen is. Hun gewicht is gemiddeld voor hun lengte.

Zelfs nadat is aangevangen met de behandeling met enzymen en een normale voedingstoestand is bereikt, zullen de meeste kinderen met SDS klein blijven. Een korte gestalte (kleiner dan gemiddeld) is een primair kenmerk van Shwachman Syndroom en wijziging van de voedingswaarde status of enzymen therapie zal hier geen verandering in brengen.

Eén consequentie van deze kleine gestalte is een verlate puberteit. Hoewel het sociaal moeilijk kan zijn voor tieners om later de puberteit te bereiken dan hun vrienden, is dit eigenlijk wel goed nieuws wanneer we naar de fysieke groei kijken, want het betekent dat de tiener een langere periode heeft om te blijven groeien. Wanneer de puberteit eenmaal bereikt is, vindt er nog een groeispurt plaats, maar de tijd dat het skelet nog kan blijven groeien is dan beperkt.

Secundaire kenmerken: andere, minder vaak voorkomende, kenmerken van het Shwachman-Diamond Syndroom
De onderstaande kenmerken worden minder vaststaand waargenomen bij mensen met SDS. Sommige mensen bezitten vele van deze kenmerken, terwijl anderen maar enkele of zelfs geen van deze secundaire kenmerken bezitten.
Tanden: - pagina top -
Kinderen met SDS kunnen een slecht ontwikkeld gebit hebben. De medische term hiervoor is dentale dysplasie. De oorzaak hiervoor is niet bekend, maar is mogelijk één van de skeletachtige defecten van deze aandoening.
Tevens bestaat er een verhoogd risico op tandbederf (mogelijk door neutropenie), tandglazuurdefecten (mogelijk een skeletachtig defect of veroorzaakt door tandplak dat calcium aan de tanden onttrekt), later tanden krijgen (mogelijk door langzamere groei) en peridontale ziekten (mogelijk samenhangend met de neutropenie).
Zoals ook het geval is bij andere aandoeningen die betrekking hebben op neutropenie, kunnen mensen met SDS door peridontale ziekten hun tanden verliezen. Mensen met neutropenie zouden elke 6 maanden hun tandarts dienen te bezoeken en zouden hun tanden regelmatig professioneel dienen te laten fluorideren. De tandheelkundige literatuur adviseert ook, tijdens een periode van neutropenie, dagelijks gebruik van een ontsmettend mondwater.
Overleg met uw arts of antibiotica nodig is voor een routine tandartsbehandeling of voor chirurgische procedures.
Lever: - pagina top -
Leverproblemen worden vaak waargenomen bij mensen met SDS. Deze problemen zijn vaak minder ernstig en hebben geen grote consequenties.
Lever enzym (serum transaminasen) abnormaliteiten zijn waargenomen bij ongeveer 60% van de mensen met SDS. Ongeveer 15% van de SDS patiënten heeft een vergrote lever (hepatomegalie). De patiënten met hepatomegalie hoeven niet dezelfde patiënten te zijn als degenen met leverenzym abnormaliteiten.
Deze abnormaliteiten komen vaker bij jongere dan bij oudere kinderen voor en kunnen bij veel patiënten later weer verdwijnen.
Eetgewoonten: - pagina top -
Sommige kinderen met SDS hebben een eetlust die groter is dan normal. Dit is een symptoom van hun slechte voedselopname; ze nemen niet al hun voeding op en eten daarom meer om in hun calorische behoefte te voorzien.
Over andere kinderen wordt gerapporteerd dat ze zeer kleine hoeveelheden eten en ze worden beschreven als kieskeurige eters. Tot op zekere hoogte wordt de eetlust bepaald door de groei. Een kind dat niet zo snel groeit, zal minder eten omdat zijn lichaam geen voedsel nodig heeft om te groeien. Wanneer het gewicht goed is voor de lengte, dan zal het kind waarschijnlijk voldoende voedsel binnenkrijgen.
In heel zeldzame gevallen is voor ernstige eetproblemen sondevoeding nodig.
Nieren: - pagina top -
Er zijn zeldzame gevallen gerapporteerd van nierstenen bij mensen met SDS. De oorzaak hiervan kan de verhoogde concentratie van oxalaat (een bestanddeel van urine) zijn. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de slechte voedselopname; het vet in de ingewanden veroorzaakt dat er te veel oxalaat uit de voeding wordt opgenomen door de ingewanden.
Erg zeldzame nieraandoeningen zijn o.a.
- renale acidose (verkeerde zuurgraad in de nieren zorgt voor een chemische onbalans),
- renale lithiases (kalkafzettingen in de nieren) is bij één patient waargenomen,
- één andere patiënt had een extra urinebuis.
Oogproblemen: - pagina top -
Ptosis (verzakking van het bovenste ooglid) is bij enkele mensen met SDS waargenomen. Strabismus (scheelzien), Coloboma (congenitaal defect van het oogweefsel) en keratitis punctata (oogbindvliesontsteking, mogelijk door vitamine A tekort) zijn elk eenmaal waargenomen bij verschillende patiënten met SDS. Het is niet bekend of dit door SDS is veroorzaakt. Wanneer aanwezig, dan worden deze aandoeningen snel na de geboorte waargenomen.
Huid: - pagina top -
Op jonge leeftijd hebben sommige kinderen met SDS last van huidproblemen. Deze kunnen zich voordoen boven op de schedel of op ander plaatsen. De symptomen kunnen uitslag of een droge, ruwe, schilferige huid zijn. Kinderen groeien hier tijdens hun vroege jeugd vaak overheen. De oorzaak is onbekend, maar kan te maken hebben met tekorten aan voedingstoffen (waarschijnlijk vetzuurdeficiëntie maar mogelijk vitaminedeficiëntie) veroorzaakt door opnameproblemen.
Problemen tijdens de zuigelingenperiode: - pagina top -
Soms maken ademhalingsmoeilijkheden en voedingsproblemen deel uit van deze neonatale problemen. Elk kan een resultaat zijn van verkorte ribben of veroorzaakt worden door een infectie.
Vaak, tijdens deze perioden, komt de zuigeling niet aan of verliest zelfs aan gewicht. De oorzaak is een slechte vertering. Behandelingen die de vertering en opname van voedsel verbeteren, zullen zorgen dat het kind tot een acceptabel niveau in gewicht zal toenemen, maar groeiproblemen zijn een primair kenmerk van SDS en deze zullen blijven bestaan.

Vroege ontwikkelingsfase:

- pagina top -
Mensen met SDS hebben dezelfde variatie in intelligentie als de gemiddelde bevolking. De meesten hebben een normaal IQ, enkelen zijn geestelijk minder ontwikkeld en sommigen zijn hoog begaafd.
Achterstanden in motoriek of spraak worden tijdens de eerste kinderjaren af en toe waargenomen bij kinderen met SDS. Sommige kinderen met een achterstand zullen deze inlopen op schoolgaande leeftijd. Voor anderen kan de ontwikkelingsachterstand een vroege indicatie zijn voor leerproblemen. Een medisch onderzoek bij 88 mensen met SDS, toonde aan dat 16% leerproblemen had en 3% ADD (aandachts-tekort stoornis).
Sommige ouders van SDS patiëntjes merken op dat hun kinderen gedragsproblemen vertonen. Hier is geen onderzoek naar gedaan, dus we weten niet welk percentage kinderen hier last van heeft of wat de oorzaak is.
Er zijn veel factoren die de ontwikkeling kunnen beïnvloeden, zoals infecties tijdens de vroegste kinderjaren (bijvoorbeeld middenoorinfecties), onvoldoende voedingstoffen opname, en - misschien - de sociale effecten van het hebben van een chronische conditie die veel aandacht en medische verzorging vereist.
Hartproblemen: - pagina top -
Er zijn enkele gevallen gerapporteerd van personen met een vergroot hart (hypertrofie aan de rechterzijde) als een resultaat van chronische long ziekte. Tevens rapporteerde een Fins medisch artikel enkele SDS kinderen met myocard fibrose. Deze aandoening is onbekend bij kinderen met SDS uit andere landen. Myocard fibrose is echter een bekende, niet vaak voorkomende, complicatie bij kinderen met de ziekte cystic fibrosis.
De genetica van Shwachman-Diamond Syndroom   - pagina top -
Elk kenmerk van een individu wordt bepaald door minstens een genenpaar. Elk genenpaar wordt geërfd; één gen van de vader en één gen van de moeder. Een erfelijke ziekte wordt veroorzaakt door een defecte gen. SDS is autosomaal recessief, om de aandoening te krijgen moet het genetisch defect dus in beide genen voorkomen. De vader en de moeder kunnen elk één goed en één defect gen hebben. Zij hebben zelfs de aandoening niet, maar zijn dragers van het defecte gen. De SDS patiënt erft van elke ouder dat defecte gen en heeft daardoor de aandoening, want hij/zij heeft dan dus twee defecte genen.
Bij elke zwangerschap, hebben ouders van kinderen met SDS 25% kans op een kindje met SDS (met dus twee geërfde defecte genen) te krijgen. Er is 50% kans dat het kindje één goede en één defecte gen van de ouders erft en dus een gezonde 'drager' (net als de ouders) zal zijn. Er is 25% kans dat het kindje 2 goede genen zal erven en dus geen 'drager' zal zijn.
Bij elke zwangerschap is de kans op nog een kindje met SDS hetzelfde (25%); het risico verandert niet naarmate ouders meer of minder kinderen krijgen.
Iemand met SDS zal waarschijnlijk geen kinderen krijgen met SDS, behalve wanneer de partner een 'drager' is van deze zeldzame genetische fout.
De genetische fout zelf is nog niet geïdentificeerd. Het mechanisme waardoor elk orgaan wordt beïnvloedt is ook nog niet gevonden. (Zie ook schematische uitleg recessief erfelijk)
De Diagnose van Shwachman-Diamond Syndroom - pagina top -
De verscheidenheid aan klinische kenmerken maken het erg moeilijk om voor deze aandoening de diagnose te stellen. De schrijvers van het grootste onderzoek betreffende de meeste patiënten, stellen dat exocriene alvleesklier en bloed afwijkingen centraal staan bij de diagnose van SDS. Skeletachtige afwijkingen en een korte gestalte zijn kenmerken die de diagnose staven.
Wanneer het betreffende gen geïdentificeerd zal zijn, zal het veel eenvoudiger zijn de juiste diagnose te stellen.
VOOR MEER INFORMATIE - pagina top -
De klinische kenmerken van SDS variëren van persoon tot persoon en u moet er dus niet van uitgaan dat alle informatie in dit artikel op u of een lid van uw familie van toepassing zal zijn. Uw eigen arts kan bepalen welke aspecten van de conditie wel van toepassing zijn.
Sommige medische literatuur over Shwachman Syndroom is inmiddels achterhaald. Medische publicaties over elk onderwerp kunnen misleidend zijn. Dit is ten dele zo omdat diagnostische maatstaven met de loop der tijd kunnen veranderen. Tevens, door de veranderlijke natuur van deze aandoening, kunnen patiënten heel andere klinische kenmerken tonen dan de personen die in dit artikel besproken zijn.
Uw eigen arts is de aangewezen persoon voor al uw persoonlijke vragen.
Dit artikel is met toestemming van CCSD Canada vertaald & gebruikt op deze website.
Copyright: This article is a publication of the Communications Committee of Shwachman-Diamond Canada. It has been edited for medical accuracy by members of the Medical Advisory Board. This article may be copied and distributed provided it is distributed in its entirety. Individual sections should not be abstracted and distributed out-of-context.
De uitleg tussen haakjes in dit artikel is toegevoegd door Christel
vertaald door Christel, met veel dank aan Dr. J.H. Hoekstra - design Christel
Home pagina top