|

Onderstaand
tref je een vertaling aan van een artikel van de Website
van Shwachman Diamond Syndroom - Canada.
Voor het
laatste nieuws over SDS, zie ook 'het
SDS gen'! |
| Introductie |
-
pagina top - |
Shwachman-Diamond
Syndroom (SDS) is een zeldzame genetische aandoening die verschillende
organen in het lichaam kan aantasten, maar de effecten zijn
variabel; verschillende personen vertonen verschillende symptomen.
Voor zover we nu weten, vertonen alle personen met SDS een defect
aan de alvleesklier en bloedafwijkingen. Velen vertonen tevens
een afwijking aan het skelet en zijn gemiddeld korter van lengte.
Er is een groot aantal bijkomende complicaties die sommige patiënten
kunnen treffen.
Het is niet exact bekend hoe vaak SDS voorkomt. Medische onderzoekers
schatten dat het gemiddeld 1 per elke 50.000 geboortes betreft,
maar er is geen wetenschappelijk bewijs voor dit aantal omdat
er nog geen eenvoudige manier bestaat om de juiste diagnose
te stellen. Sommige artsen denken zelfs dat SDS vaker voorkomt
dan eerdergenoemde schatting omdat voor een aantal mensen een
verkeerde diagnose, dus voor een andere aandoening, gesteld
kan zijn. Omgekeerd kan de diagnose voor sommige patiënten
bij wie wel SDS is geconstateerd, ook foutief zijn.
In dit document worden de verschillende klinische kenmerken
van SDS gesorteerd in twee categorieën, de primaire
kenmerken, welke waarschijnlijk een direct resultaat zijn
van de genetische fout die SDS veroorzaakt en de secundaire
kenmerken, welke minder vaak consequent worden waargenomen;
sommigen kunnen door complicaties ten gevolge van de primaire
kenmerken veroorzaakt worden. |
| Primaire
kenmerken van het Shwachman-Diamond Syndroom |
-
pagina top - |
De volgende kenmerken (bloedafwijkingen,
alvleesklier afwijkingen,
botafwijkingen en korte
gestalte) worden beschouwd als de primaire kenmerken.
Zij worden ook het meest waargenomen. |
| Bloedafwijkingen: |
-
pagina top - |
In het beenmerg worden van erg jonge cellen (stamcellen genoemd),
bloedcellen geproduceerd. Dit zijn 3 typen bloedcellen:
| 1. |
Witte
bloedlichaampjes, inclusief neutrofielen, die infecties
bevechten. |
| 2. |
Rode
bloedlichaampjes die zuurstof door het gehele lichaam
transporteren. |
| 3. |
Bloedplaatjes,
die helpen bij de bloedstolling. |
Alle
SDS patiënten hebben minstens één bloedafwijking,
resulterend uit het feit dat hun beenmerg niet goed functioneert.
De meeste
mensen met SDS (98%) hebben last van neutropenie (een laag
aantal neutrofielen in het bloed). In 2/3 van deze gevallen,
is de neutropenie intermitterend (dwz met onderbrekingen,
de neutrofiel telling kan normaal zijn tussen twee periodes
van neutropenie) en in het resterende 1/3 deel, is de neutropenie
constant. Mensen met SDS hebben daarnaast nog een ander neutrofiel
probleem. Het kan zijn dat hun neutrofielen niet de mogelijkheid
bezitten om bacteriën goed te vinden en te vernietigen.
Dit wordt 'slechte mobiliteit en verminderde chemotaxie' genoemd.
Als gevolg
van deze neutrofiel problemen, lopen SDS patiënten een
hoger risico om sneller en vaker infecties te krijgen. Deze
infecties kunnen soms ernstig, zelfs levensbedreigend zijn
door de verminderde mogelijkheid tot het overwinnen van deze
infecties. Infecties kunnen ontstaan in de longen, oren, sinussen,
mond, keel, het bloed, botten of de huid. Een snelle herkenning
en behandeling van zo'n infectie zijn van groot belang.
Mensen
met SDS kunnen ook nog andere bloedafwijkingen hebben: 42%
leidt aan anemie (bloedarmoede, een laag aantal rode bloedlichaampjes),
34% aan trombocytopenie (een laag aantal bloedplaatjes) en
19% aan pancytopenie (vermindering van cellen in het bloed,
dus een laag aantal van elk soort bloedcel). Er kunnen zich
ernstige beenmerg complicaties ontwikkelen. Eén mogelijke
complicatie is beenmergfalen, wat resulteert in een belangrijke
afname van de bloedcelproductie (aplastische anemie). Het
is onbekend hoe vaak dit voor komt.
Sommige
SDS patiënten ontwikkelen acute myeloide leukemie (AML).
Het risico hierop ligt waarschijnlijk tussen de 20-25%, hoewel
individuele studies juist een lager of een hoger percentage
aantonen.
De meeste hematologen geloven dat behandeling succesvoller
is wanneer de leukemie vroeg ontdekt wordt. Daarom raden sommige
artsen een regelmatige beenmerg analyse aan, in de hoop om
vroeg pré-leukemische veranderingen in het beenmerg
op te merken voordat de echte leukemie zich openbaart.
De belangrijkste
doodsoorzaken voor SDS patiënten zijn infecties, leukemie
en beenmergfalen. |
| Alvleesklier
afwijkingen: |
-
pagina top - |
De
alvleesklier heeft twee functies:
| 1. |
De
productie van enzymen t.b.v. de spijsvertering, de exocriene
functie van de alvleesklier (exocrien = afscheidend dmv
een afvoerbuis); |
| 2. |
De productie van insuline welke de bloedsuiker regelt,
de endocriene functie van de alvleesklier (endocrien =
met inwendige afscheiding in de bloedstroom). |
Mensen
met SDS hebben een defecte exocriene alvleesklier. Bij de
meeste SDS patiënten blijft de endocriene functie van
de alvleesklier normaal.
De acinaire
cellen van de alvleesklier zijn de cellen die de enzymen,
die nodig zijn voor de spijsvertering, produceren. De 'normale'
alvleesklier heeft een overcapaciteit; slechts 2% van deze
acinaire cellen hoeft te functioneren om voldoende hoeveelheden
enzymen te produceren voor het voedsel dat men binnenkrijgt.
Wanneer de capaciteit van deze exocriene alvleesklier functie
bij iemand lager is dan deze 2%, worden er onvoldoende hoeveelheden
enzymen geproduceerd en kan het voedsel niet voldoende verteerd
worden. De medische term hiervoor is pancreasinsufficiëntie
(= onvoldoende werking van de alvleesklier).
Omdat
ze onvoldoende hoeveelheden functionerende acinaire cellen
bezitten, leiden SDS patiënten in hun kinderjaren vaak
aan pancreasinsufficiëntie. Na deze kinderjaren vertoont
tot 50% van de SDS patiënten een verbetering in de enzymproductie
en kunnen pancreassufficiënt worden (er worden dus voldoende
enzymen geproduceerd). De onderliggende alvleesklier afwijking
blijft echter aanwezig.
De symptomen
van alvleesklier insufficiëntie zijn grote hoeveelheden,
zeer onaangenaam ruikende ontlasting of diarree. Deze symptomen
tonen aan dat de ingewanden niet al het vet en de voedingstoffen
uit het voedsel absorberen (malabsorptie). Dit kan leiden
tot ondervoeding en tekorten aan vitamines (vooral de vitamines
A, D, E en K) en andere voedingstekorten.
Pancreasinsufficiëntie
kan behandeld worden door vervangende enzymen samen met de
voeding in te nemen. Tevens worden vitaminen als supplementen
vaak geadviseerd. In de late kinderjaren, kunnen diegenen
die een lichte verbetering in de enzymenproductie tonen, deze
vervangende enzyminname vaak verminderen of zelfs stopzetten. |
| Skeletachtige
afwijkingen: |
-
pagina top - |
Ongeveer
de helft van de kinderen met SDS vertoont een afwijking aan
het skelet die metafysaire dysostosis wordt genoemd. Wanneer
deze afwijking aanwezig is, komt deze meestal voor in de heupen
of in de knieën. Deze abnormaliteit is m.b.v. röntgenfoto's
zichtbaar, maar hoeft niet altijd symptomen of klinische problemen
te veroorzaken. Maar soms kan het deel van het bot dat groeit
(de groeischijf of metafyse) aangetast zijn. In zeldzame gevallen
zal de bovenkant van het dijbeen (het bot tussen de heup en
knie) niet goed ontwikkeld zijn en daardoor niet goed in de
heup passen (coxa vara) of kan het kniegewricht aangetast
zijn, wat een zogenaamde O- of X-stand van de benen kan veroorzaken.
Wanneer deze problemen aanwezig zijn, kan een operatie noodzakelijk
zijn.
Ongeveer
de helft van de kinderen met SDS vertonen op Röntgenfoto's
afwijkingen aan het kraakbeen in de omgeving van de borstkas
(costo-chondrale verdikking). Dit veroorzaakt geen symptomen
of klinische problemen.
Ongeveer
1/3 van de kinderen met SDS vertonen afwijkingen aan de borstkas,
zoals verkorte ribben met afgeplatte uiteinden en een nauwe
borstkas. Dit kan, in zeldzame gevallen, leiden tot ademhalingsproblemen
in de zuigelingenfase (een ernstige versie hiervan wordt thoracale
dystrofie genoemd). Deze ademhalingsproblemen verdwijnen meestal
tijdens de groei.
Andere
afwijkingen aan het skelet worden zelden waargenomen. Deze
zeldzame vormen zijn o.a. clinodactylie (gebogen vingers),
osteopenie (verlaagde botdichtheid), groeistoplijnen, ingezakte
wervels, afgegleden groeischijf van de heup (dislocatie van
de bovenkant van het dijbeen) en een gedupliceerd distaal
duim kootje (een extra duim). |
| Korte
gestalte op elke leeftijd, slechte groei tijdens de kindertijd: |
-
pagina top - |
Sommige
kinderen met SDS zijn kleiner dan gemiddeld bij de geboorte.
Op de leeftijd van 1 jaar, zijn bijna alle kinderen kleiner
dan gemiddeld, vergeleken met leeftijdsgenootjes van hetzelfde
geslacht. Bijna de helft van deze kinderen valt onder de 3e
percentiellijn voor lengtegroei.
De meeste
kinderen met SDS zijn niet onder het normale gewicht of ondervoed,
nadat de diagnose is gesteld en behandeling met enzymen aangevangen
is. Hun gewicht is gemiddeld voor hun lengte.
Zelfs
nadat is aangevangen met de behandeling met enzymen en een
normale voedingstoestand is bereikt, zullen de meeste kinderen
met SDS klein blijven. Een korte gestalte (kleiner dan gemiddeld)
is een primair kenmerk
van Shwachman Syndroom en wijziging van de voedingswaarde
status of enzymen therapie zal hier geen verandering in brengen.
Eén
consequentie van deze kleine gestalte is een verlate puberteit.
Hoewel het sociaal moeilijk kan zijn voor tieners om later
de puberteit te bereiken dan hun vrienden, is dit eigenlijk
wel goed nieuws wanneer we naar de fysieke groei kijken, want
het betekent dat de tiener een langere periode heeft om te
blijven groeien. Wanneer de puberteit eenmaal bereikt is,
vindt er nog een groeispurt plaats, maar de tijd dat het skelet
nog kan blijven groeien is dan beperkt. |
| Secundaire
kenmerken: andere, minder vaak voorkomende, kenmerken van het
Shwachman-Diamond Syndroom |
| De
onderstaande kenmerken worden minder vaststaand waargenomen
bij mensen met SDS. Sommige mensen bezitten vele van deze kenmerken,
terwijl anderen maar enkele of zelfs geen van deze secundaire
kenmerken bezitten. |
| Tanden: |
-
pagina top - |
Kinderen
met SDS kunnen een slecht ontwikkeld gebit hebben. De medische
term hiervoor is dentale dysplasie. De oorzaak hiervoor is niet
bekend, maar is mogelijk één van de skeletachtige
defecten van deze aandoening.
Tevens bestaat er een verhoogd risico op tandbederf (mogelijk
door neutropenie), tandglazuurdefecten
(mogelijk een skeletachtig defect of veroorzaakt door tandplak
dat calcium aan de tanden onttrekt), later tanden krijgen (mogelijk
door langzamere groei) en peridontale ziekten (mogelijk samenhangend
met de neutropenie).
Zoals ook het geval is bij andere aandoeningen die betrekking
hebben op neutropenie, kunnen mensen met SDS door peridontale
ziekten hun tanden verliezen. Mensen met neutropenie zouden
elke 6 maanden hun tandarts dienen te bezoeken en zouden hun
tanden regelmatig professioneel dienen te laten fluorideren.
De tandheelkundige literatuur adviseert ook, tijdens een periode
van neutropenie, dagelijks gebruik van een ontsmettend mondwater.
Overleg met uw arts of antibiotica nodig is voor een routine
tandartsbehandeling of voor chirurgische procedures. |
| Lever: |
-
pagina top - |
Leverproblemen
worden vaak waargenomen bij mensen met SDS. Deze problemen zijn
vaak minder ernstig en hebben geen grote consequenties.
Lever enzym (serum transaminasen) abnormaliteiten zijn waargenomen
bij ongeveer 60% van de mensen met SDS. Ongeveer 15% van de
SDS patiënten heeft een vergrote lever (hepatomegalie).
De patiënten met hepatomegalie hoeven niet dezelfde patiënten
te zijn als degenen met leverenzym abnormaliteiten.
Deze abnormaliteiten komen vaker bij jongere dan bij oudere
kinderen voor en kunnen bij veel patiënten later weer verdwijnen. |
| Eetgewoonten: |
-
pagina top - |
Sommige
kinderen met SDS hebben een eetlust die groter is dan normal.
Dit is een symptoom van hun slechte
voedselopname; ze nemen niet al hun voeding op en eten daarom
meer om in hun calorische behoefte te voorzien.
Over andere kinderen wordt gerapporteerd dat ze zeer kleine
hoeveelheden eten en ze worden beschreven als kieskeurige eters.
Tot op zekere hoogte wordt de eetlust bepaald door de groei.
Een kind dat niet zo snel groeit, zal minder eten omdat zijn
lichaam geen voedsel nodig heeft om te groeien. Wanneer het
gewicht goed is voor de lengte, dan zal het kind waarschijnlijk
voldoende voedsel binnenkrijgen.
In heel zeldzame gevallen is voor ernstige eetproblemen sondevoeding
nodig. |
| Nieren: |
-
pagina top - |
Er
zijn zeldzame gevallen gerapporteerd van nierstenen bij mensen
met SDS. De oorzaak hiervan kan de verhoogde concentratie van
oxalaat (een bestanddeel van urine) zijn. Dit wordt waarschijnlijk
veroorzaakt door de slechte
voedselopname; het vet in de ingewanden veroorzaakt dat
er te veel oxalaat uit de voeding wordt opgenomen door de ingewanden.
Erg zeldzame nieraandoeningen zijn o.a.
- renale acidose (verkeerde zuurgraad in de nieren zorgt voor
een chemische onbalans),
- renale lithiases (kalkafzettingen in de nieren) is bij één
patient waargenomen,
- één andere patiënt had een extra urinebuis.
|
| Oogproblemen: |
-
pagina top - |
| Ptosis
(verzakking van het bovenste ooglid) is bij enkele mensen met
SDS waargenomen. Strabismus (scheelzien), Coloboma (congenitaal
defect van het oogweefsel) en keratitis punctata (oogbindvliesontsteking,
mogelijk door vitamine A tekort) zijn elk eenmaal waargenomen
bij verschillende patiënten met SDS. Het is niet bekend
of dit door SDS is veroorzaakt. Wanneer aanwezig, dan worden
deze aandoeningen snel na de geboorte waargenomen. |
| Huid: |
-
pagina top - |
| Op
jonge leeftijd hebben sommige kinderen met SDS last van huidproblemen.
Deze kunnen zich voordoen boven op de schedel of op ander plaatsen.
De symptomen kunnen uitslag of een droge, ruwe, schilferige
huid zijn. Kinderen groeien hier tijdens hun vroege jeugd vaak
overheen. De oorzaak is onbekend, maar kan te maken hebben met
tekorten aan voedingstoffen (waarschijnlijk vetzuurdeficiëntie
maar mogelijk vitaminedeficiëntie) veroorzaakt door opnameproblemen. |
| Problemen
tijdens de zuigelingenperiode: |
-
pagina top - |
Soms
maken ademhalingsmoeilijkheden en voedingsproblemen deel uit
van deze neonatale problemen. Elk kan een resultaat zijn van
verkorte ribben of veroorzaakt
worden door een infectie.
Vaak, tijdens deze perioden, komt de zuigeling niet aan of verliest
zelfs aan gewicht. De oorzaak is een slechte
vertering. Behandelingen die de vertering en opname van
voedsel verbeteren, zullen zorgen dat het kind tot een acceptabel
niveau in gewicht zal toenemen, maar groeiproblemen
zijn een primair kenmerk
van SDS en deze zullen blijven bestaan. |
Vroege
ontwikkelingsfase: |
-
pagina top - |
Mensen
met SDS hebben dezelfde variatie in intelligentie als de gemiddelde
bevolking. De meesten hebben een normaal IQ, enkelen zijn geestelijk
minder ontwikkeld en sommigen zijn hoog begaafd.
Achterstanden in motoriek of spraak worden tijdens de eerste
kinderjaren af en toe waargenomen bij kinderen met SDS. Sommige
kinderen met een achterstand zullen deze inlopen op schoolgaande
leeftijd. Voor anderen kan de ontwikkelingsachterstand een vroege
indicatie zijn voor leerproblemen. Een medisch onderzoek bij
88 mensen met SDS, toonde aan dat 16% leerproblemen had en 3%
ADD (aandachts-tekort stoornis).
Sommige ouders van SDS patiëntjes merken op dat hun kinderen
gedragsproblemen vertonen. Hier is geen onderzoek naar gedaan,
dus we weten niet welk percentage kinderen hier last van heeft
of wat de oorzaak is.
Er zijn veel factoren die de ontwikkeling kunnen beïnvloeden,
zoals infecties tijdens de vroegste kinderjaren (bijvoorbeeld
middenoorinfecties), onvoldoende voedingstoffen opname, en -
misschien - de sociale effecten van het hebben van een chronische
conditie die veel aandacht en medische verzorging vereist. |
| Hartproblemen: |
-
pagina top - |
| Er
zijn enkele gevallen gerapporteerd van personen met een vergroot
hart (hypertrofie aan de rechterzijde) als een resultaat van
chronische long ziekte. Tevens rapporteerde een Fins medisch
artikel enkele SDS kinderen met myocard fibrose. Deze aandoening
is onbekend bij kinderen met SDS uit andere landen. Myocard
fibrose is echter een bekende, niet vaak voorkomende, complicatie
bij kinderen met de ziekte cystic fibrosis. |
| De
genetica van Shwachman-Diamond Syndroom |
-
pagina top - |
Elk
kenmerk van een individu wordt bepaald door minstens een genenpaar.
Elk genenpaar wordt geërfd; één gen van de
vader en één gen van de moeder. Een erfelijke
ziekte wordt veroorzaakt door een defecte gen. SDS is autosomaal
recessief, om de aandoening te krijgen moet het genetisch defect
dus in beide genen voorkomen. De vader en de moeder kunnen elk
één goed en één defect gen hebben.
Zij hebben zelfs de aandoening niet, maar zijn dragers van het
defecte gen. De SDS patiënt erft van elke ouder dat defecte
gen en heeft daardoor de aandoening, want hij/zij heeft dan
dus twee defecte genen.
Bij elke zwangerschap, hebben ouders van kinderen met SDS 25%
kans op een kindje met SDS (met dus twee geërfde defecte
genen) te krijgen. Er is 50% kans dat het kindje één
goede en één defecte gen van de ouders erft en
dus een gezonde 'drager' (net als de ouders) zal zijn. Er is
25% kans dat het kindje 2 goede genen zal erven en dus geen
'drager' zal zijn.
Bij elke zwangerschap is de kans op nog een kindje met SDS hetzelfde
(25%); het risico verandert niet naarmate ouders meer of minder
kinderen krijgen.
Iemand met SDS zal waarschijnlijk geen kinderen krijgen met
SDS, behalve wanneer de partner een 'drager' is van deze zeldzame
genetische fout.
De genetische fout zelf is nog niet geïdentificeerd. Het
mechanisme waardoor elk orgaan wordt beïnvloedt is ook
nog niet gevonden. (Zie ook schematische
uitleg recessief erfelijk) |
| De
Diagnose van Shwachman-Diamond Syndroom |
-
pagina top - |
De
verscheidenheid aan klinische kenmerken maken het erg moeilijk
om voor deze aandoening de diagnose te stellen. De schrijvers
van het grootste onderzoek betreffende de meeste patiënten,
stellen dat exocriene alvleesklier
en bloed afwijkingen centraal
staan bij de diagnose van SDS. Skeletachtige
afwijkingen en een korte
gestalte zijn kenmerken die de diagnose staven.
Wanneer het betreffende gen geïdentificeerd zal zijn, zal
het veel eenvoudiger zijn de juiste diagnose te stellen. |
| VOOR
MEER INFORMATIE |
-
pagina top - |
De
klinische kenmerken van SDS variëren van persoon tot persoon
en u moet er dus niet van uitgaan dat alle informatie in dit
artikel op u of een lid van uw familie van toepassing zal zijn.
Uw eigen arts kan bepalen welke aspecten van de conditie wel
van toepassing zijn.
Sommige medische literatuur over Shwachman Syndroom is inmiddels
achterhaald. Medische publicaties over elk onderwerp kunnen
misleidend zijn. Dit is ten dele zo omdat diagnostische maatstaven
met de loop der tijd kunnen veranderen. Tevens, door de veranderlijke
natuur van deze aandoening, kunnen patiënten heel andere
klinische kenmerken tonen dan de personen die in dit artikel
besproken zijn.
Uw eigen arts is de aangewezen persoon voor al uw persoonlijke
vragen. |
|
|
Dit
artikel is met toestemming van CCSD Canada vertaald & gebruikt
op deze website.
Copyright: This article is a publication of the Communications Committee
of Shwachman-Diamond Canada. It has been edited for medical accuracy
by members of the Medical Advisory Board. This article may be copied
and distributed provided it is distributed in its entirety. Individual
sections should not be abstracted and distributed out-of-context.
De uitleg tussen haakjes in dit artikel is toegevoegd
door Christel
|
| vertaald
door Christel, met veel dank
aan Dr. J.H. Hoekstra - design Christel |
|