Meten met de losse belichtingsmeter



Meten van het opvallend licht

Gebruikt u de meter voor het meten van opvallend licht, dan is de belichting alleen gebaseerd op de helderheid van het licht wat op het onderwerp valt.
Hieruit volgt dat de helderheid van het onderwerp zelf (hoe licht of hoe donker het onderwerp is) geen invloed zal hebben op de meet uitslag.

De lichte en donkere partijen zullen dan ook op de film even licht en donker worden weergegeven.

Een ander voordeel van deze meet methode is, dat de meetkop bij het onderwerp kan worden gehouden.

Voor drie-dimensionele onderwerpen gebruikt u de sferische diffusor ( halve bol ):bij vlakke onderwerpen , zoals tekeningen, posters en dergelijke moet u gebruik maken van de platte diffusor.

De opvallend lichtmeting is de simpelste en meest prettige methode voor het bepalen van de belichting, in de meest uiteenlopende situaties.

Het is bizonder effectief bij opnamen met een veelheid van lichte en donkere partijen zoals bij architectuur-en landschaps-opnamen.

Ook is deze methode zeer geschikt bij portretopnamen en andere situaties waarbij het licht kan worden geregeld en aangepast, zodat de contrast-omvang van de scene de belichtings-omvang van de film niet zal overschrijden.

Voor het uitvoeren van een opvallend licht meting moet een van de diffusors op de meter worden aangesloten. Dat kan zijn de standaard sferische diffusor, of een van de accessoires: de platte diffusor, het mini-meetstuk of een van de andere hulpstukken.

Houd de meter vlak bij het onderwerp, richt de meetkop naar het camera-objectief en druk de meettoets in.


Meten van het gereflecteerde licht

Bij meten van het gereflecteerde licht, houd de meter rekening met de licht-reflectie van alle onderwerpen binnen de meethoek.

Zoals bij alle "gereflecteerd-lichtmeters" is ook de autometer IV F afgestemd om daaruit dan een belichtings-uitslag te bepalen, waarmee het gemeten vlak word weergegeven als een "gemiddelde waarde" (d.w.z. met een reflectie van 18% of te wel, voor de zone-fans, als zone 5 ), ongeacht het werkelijke reflectie-percentage.

Na enige oefening kan men met de autometer, door verschillende metingen van het gereflecteerde licht, zeer nauwkeurig de contrast-omvang van het onderwerp beoordelen, en de belichtings-instelling daarop afstemmen.

De meting van het gereflecteerde licht, en de mogelijkheid voor eenvoudig bepalen van het helderheids-verschil stellen u in staat om snel de totale contrast-omvang van de scene vast te stellen.

Aan de hand van deze gegevens kunt u dan zonodig de belichtings-instelling (of de ontwikkel methode) aanpassen, in overeenstemming met de belichtings-omvang van de film.

Meten van het gereflecteerd licht is ook handig wanneer u een onderwerp wilt meten wat licht uitstraalt, inplaats van reflecteerd.

Voor het meten van het gereflecteerde licht moet het 40 graden meet-hulpstuk, op de meter worden bevestigd.

Wordt nu op een beeldpartij gemeten die bijvoorbeeld 1 stop helderder is dan zone 5, dan moet u de gemeten waarde met een stop verlengen (dus bijv. een stop groter diafragma instellen), waardoor die partij uiteindelijk weer in z'n orginele helderheid wordt weergegegeven.

Meet u een beeldpartij die 1 stop donkerder is dan zone 5, dan moet u de belichting met een stop verkorten om te voorkomen dat die partij lichter dan normaal wordt weergegeven.

Ook in dit geval geldt dat u door ervaring in staat zult zijn om de relatieve helderheid van verschillende beeldpartijen te herkennen, zonder u te laten beinvloeden door b.v. de kleur ervan.