Portret Fotografie


Wel de meest verbreide vorm van fotografie!
Onmiddelijk na de uitvinding van Daguerre werd de wereld reeds overstroomd door portretten op zilverplaat. Andere onderwerpen kwamen weinig aan bod. Het is is ook begrijpelijk dat personen, die nooit een kostbaar geschilderd of getekend portret konden bekostigen, zich door de Daguerreotypist lieten afbeelden.
De allereerste portretten zijn steeds zeer eenvoudig van opzet door de kleding en haardracht maken ze vrijwel steeds een zeer artistieke indruk. Foto's uit latere tijd zijn meestal, gunstige uitzonderingen daar gelaten, van een veel geringere kwaliteit. In die begintijd moest men noodgedwongen veel tijd en aandacht aan het portret besteden, dit kwam de kwaliteit ongetwijfeld zeer ten goede.
Er werd meestal met daglicht gewerkt en kwam dan nog op zeer lange belichtingstijden.
Ook de nabehandeling eiste veel deskundigheid en aandacht.
Hier tegenover gezien heeft men het tegenwoordig wel zeer gemakkelijk.
Snelle camera's met lichtsterke objectieven en hooggevoelige films, zowel voor zwart-wit als kleur, verlichten de arbeid.
Maar toch vereist het maken van een goed portret veel ervaring.
Je moet met de fotografische apparatuur en techniek zeer vertrouwd zijn om tot eerste klas resultaten te komen.
Tegenwoordig worden voor de portretfotografie nog alleen kleinbeeld of middenformaat camera's gebruikt.
Grote formaten zijn mogelijk, maar die leiden de fotograaf door de ingewikkelde techniek te veel van de te portreteren persoon af.
Je moet namelijk moeiteloos kunnen werken, en al zijn aandacht aan het model kunnen geven.

Voordat men begint moet alles in orde zijn: lampen aangesloten, de camera van de juiste lens voorzien en de film reeds ingelegd.
Dit is natuurlijk niet zo met een digitale camera, maar voor de rest blijft alles hetzelfde.
Ieder geknoei onder de opname zal het model afleiden en in een minder gewenste stemming brengen.
Velen vinden het niet prettig om gefotografeerd te worden, omdat ze zich bewust zijn van bepaalde tekortkomingen in hun uiterlijk, waaraan ze niet herinnerd wensen te worden.
De fotograaf die zich hiervan bewust is, zal hier mee rekening moeten houden, hij moet het model op zijn of haar gemak stellen, liefst een praatje vooraf houden en ondertussen de gunstige kant van het gelaat bepalen.
Soms is het sterk aan te bevelen met de te fotograferen persoon gezellig iets te drinken in een ontspannen sfeer.
Natuurlijk is voor een beroeps-fotograaf bijna geen beginnen aan, maar voor de amateur, die alle aandacht en tijd aan het model kan besteden, liggen de zaken weer anders.

Het voornaamste hulpmiddel bij de portretfotografie is de verlichting.
Vaak ziet men portretten met aan ieder kant een lamp en verder geen andere lichtbronnen.
Deze verlichting mag voor een pasfoto goed voldoen, voor een portret is het ongeschikt, het doel van de verlichting is het bereiken van een zo goed mogelijke plastiek, terwijl men er tevens op moet letten, dat onflatteuse lijnen in het gelaat niet te veel geaccentueerd worden.

Het is daarom beter met fotolampen te werken dan met flitslicht.
Bij flitslicht is de controle over de verlichting niet altijd mogelijk.
Of je moet beschikken over een flits-installatie met instellicht.
Het voordeel is wel dat een bewogen opname niet voorkomt.
Wil je toch met flitslicht werken dan is het aan te bevelen het licht door middel van reflectieschermen, flitsparaplu's of lichtbakken te verzachten.

Men kan de verlichting opbouwen uit een hoofdlicht, dat meestal schuin van boven zal moeten komen en een licht, om de schaduwen op te lichten.
Deze lichtbron kan meestal naast de camera staan, de verheldering mag niet zo helder zijn, dat het effect van het hoofdlicht verloren gaat.
Verder kan men met spots in tegenlicht werken.
Met tegenlicht van opzij moet men zeer voorzichtig zijn bij personen met weinig haar, aangezien het licht dan al gauw op de neus valt, wat ongewenst is.
Vaste regels voor de verlichting zijn niet te geven. Het hangt teveel af van het effect dat de fotograaf wenst te bereiken.
Ook met daglicht zijn goede portretten mogelijk Men werkt in dat geval beter bij een bewolkte lucht dan bij een felle zon.

Je kunt wel opname maken met de zon in tegenlicht, indien men voor een uitgebalanceerde oplichting van de schaduwen zorg kan dragen.
Dit kan door een ophelderingsscherm of door inflitsen.
De lens, waarmee een portret gemaakt wordt, is van enorm belang voor het eindresultaat.
Gebruikt je het standaardobjectief van de camera, dan is het meestal niet mogelijk een "grote kop" te maken zonder vertekening.
Ga je namelijk met een objectief van b.v. 50 mm(bij kleinbeeld) zo dichtbij, dat het hoofd formaatvullend word, dan zullen de delen van het gelaat, die het dichtstbij zijn, sterk vergroot worden weergegeven.(te grote neus)
Je kunt het best een objectief gebruiken, waarvan de brandpuntafstand het dubbele is van de standaard lens.(100 mm)

Langer mag ook, maar je moet ook niet gedwongen worden om te ver af te gaan staan.
In dat geval verliest men het contact met de te portretteren persoon.

De tekening van de meeste moderne objectieven is niet geschikt om wat oudere personen te fotograferen.
Dan zie je de rimpels te veel wat veel oudere mensen niet leuk vinden ,maar als je dit juist wilt is dit prima.
Voor dat doel kan men een softfocus objectief gebruiken.
Dit is een lens, waarin men bewust een niet zo scherpe tekening heeft nagestreeft.
Deze objectieven zijn duur en lang niet voor iedere camera te verkrijgen.
Je kunt ook met een duto-filter verzachten je krijgt dan ongeveer hetzelfde resultaat : een zachte tekening met uitstraling in de hoge lichten.
Ook de zogenaamde cross-filters zijn hiervoor geschikt, in dat geval krijgt men een lichtkruisje in de reflectie van de ogen. De firma Cokin heeft wel iets in zijn assortiment.
Wie uit is op een softfocus effect moet er aan denken, dat dit effect minder wordt bij het diafragmeren. Men krijgt gunstige resultaten tussen f.4 en f.8 .

Wil men echter de huidstructuur goed laten uitkomen, dan zijn natuurlijk de moderne scherp-tekenende objectieven van groot nut.
Ook flitsen geeft, als je het goed toegepast, een fraaie huidstructuur.

De film die men voor portretten gebruikt, kan het beste van middelgevoelige of hooggvoelige panchromatisch materiaal zijn.
Het middelgevoelige materiaal geeft de hoogste kwaliteit ; het hooggevoelige staat korte belichtingstijden toe bij weinig licht.
De achtergrond van een portret kan zeer belangrijk zijn.
Je moet er voor oppassen om een drukke achtergrond te kiezen.

In een studio is het niet moeilijk ; wij werken met achtergrondpapier in de gewenste kleur, maar op locatie moet men er voor zorgen, dat de achtergrond niet overheerst.

In iedergeval moet je er voor zorgen dat achter het model een paar meter ruimte is, zodat alles wat zich op de achtergrond bevindt onscherp word weergegeven en dat de af te beelden persoon scherp en plastisch naar voren komt.
Ook valt de schaduw van de lampen niet op de achtergrond.

Wil je het beroep van iemand laten uitkomen, dan kun je op de voorgrond of op de achtergrond voorwerpen mee opnemen, die symbolisch zijn voor het beroep.
Bijvoorbeeld een wetenschapsman met boeken en/of microscoop.

De meeste personen kunnen niet poseren ; ze hebben op dit gebied geen enkele ervaring.
Je moet dus op de hoogte zijn van hoe je het model moet plaatsen.
Laat het model met het bovenlichaam naar de camera toekomen.
Dit maakt een vriendelijke indruk ; naar achter maakt een afwijzende indruk.
Het beste is het model met de benen naar opzij te laten zitten.
Let dan op de schouderlijn.
Plaats voor het model een klein tafeltje, waarop ze kunnen leunen.
Vraag bijvoorbeeld een hand aan het hoofd te houden.
Bijna iedereen doet dat anders, je kunt ook iets in de hand geven.
Leuke houdingen krijg je door het model op de grond te laten zitten.
Over het algemeen gaat dat het beste met jonge personen.

Maakt je portretten buiten, dan zal het poseren minder moeilijkheden opleveren. Je hebt daar meer houvast aan andere dingen in de omgeving.

Ook in het eigen interieur voelen personen zich meer op hun gemak.

Belangrijk is in ieder geval, dat de fotograaf goed moet weten wat hij wil : hij moet de persoon aanwijzingen geven zonder de indruk te wekken, dat hij het ook niet weet.
Belangrijk is dus om van te voren te weten hoe je de foto wilt hebben. Wees altijd vriendelijk, prijs de modellen als ze het goed doen.
Maar laat het vooral niet merken, als het je niet bevalt.

De laatste jaren is kleurenfotografie zo vanzelfsprekend geworden, dat de amateur bijna uitsluitend in kleur werkt.
Het voordeel van kleur is de grotere herkenbaarheid, zoals ogen, haar en kleding.

In veel gevallen zal men afhankelijk zijn van de afwerkcentrales, die vaak niet in de smaak van de fotograaf vallen
Daarom is het goed reeds bij de opname te zorgen, dat de uitsnede goed is.
Het gehele negatief moet dus direct vergroot een juist beeld geven.
Voor kleur moet men vooral niet een te kleurige achtergrond kiezen, zwart, wit, bruin of grijs zijn de beste kleuren.
De fotograaf moet in staat zijn het gezicht van zijn modellen te analyseren op de goede en slechte kanten.

Bij zeer veel personen zijn de beide gezichtshelften ongelijk, neem deze deze mensen recht van voren op.
Zo ook mensen met een scheve neus, die moet naar de camera gericht zijn.

Een onbeduidende kin kan met een ondersteunde hand weggewerkt worden.
Iemand met mooi haar kan je met veel tegenlicht fotograferen.
Mooie ogen zijn natuurlijk voor een portret belangrijk ; zorg er dan ook voor dat ze goed tot uitdrukking komen.
En ze moeten altijd scherp zijn.

Zo dit was nog al wat om op te letten, maar al doende leert men.

Veel plezier met de vele foto's en de tevreden modellen.