Ook zonder dat je het beseft, wordt je eigen gedrag in veel situaties
gestuurd door het gedrag van anderen. Als iemand boos kijkt en je moet die
persoon om een gunst vragen, dan zul je dat op een andere manier doen dan in het
geval dat die ander blij kijkt. Met andere woorden, jouw interpretatie van
hetgeen je waarneemt - in dit geval de gezichtsuitdrukking van de ander -
bepaalt hoe je die ander benadert.
Het is zinnig eens stil te staan bij het communicatieproces, en te analyseren
wat er gebeurt als mensen met elkaar communiceren. Stel je voor dat je iets wilt
zeggen tegen een ander. Het eerste dat er dan plaatsvindt is het omzetten van de
aandrang om iets te zeggen in woorden. Als je iets wilt zeggen over maten,
afstanden of gewicht, dan is dat gemakkelijk. Internationaal zijn er afspraken
gemaakt, zodat een kilo of een meter overal op de wereld hetzelfde is. Maar voor
dingen die jij mooi, lelijk, spannend of saai vindt, bestaan geen internationale
afspraken.
Het omzetten van gevoelens kost dan ook meer moeite, en de woorden zijn voor
iedereen anders. Het proces van het onder woorden brengen van gevoelens voltrekt
zich in de hersenen. De ander merkt daar niets van.
Dan komt het moment dat de woorden uitgesproken kunnen worden. Daarbij richt
je je op de ander tijdens het uitspreken van de woorden. De ander kan afgeleid
worden door iets wat in de omgeving gebeurt. Bovendien is het goed denkbaar dat
de ander een heel andere interpretatie geeft aan jouw woorden. Het gevolg van
dit alles is dat de uitkomst anders kan zijn dan jij bedoelde.
Nu zullen we de gedragscomponent en de mogelijkheid om die te sturen nader
beschouwen.
Twee Amerikaanse onderzoekers, Joseph Luft en Harry Ingham, hebben naar
aanleiding van hun onderzoeken een model opgesteld, waarmee op eenvoudige wijze
kan worden uitgelegd wat de relatie is tussen gedrag en feedback. Dit model
staat bekend als het JOHARI venster, en ziet er als volgt uit:
|
Bekend bij jezelf |
Onbekend bij jezelf |
Bekend bij anderen |
Vrije ruimte |
Blinde vlek ('slechte adem') |
Onbekend bij anderen |
Verborgen gebied |
Onbekende zelf |
Stel je voor dat je naar jezelf kon kijken. Je zult ontdekken dat de dingen
die je doet voor een groot deel bekend zijn bij jezelf, en dat ze voor een ander
ook nauwelijks verrassend zijn. Dit gebied wordt de vrije ruimte
genoemd. Naar mate mensen elkaar beter kennen zal de vrije ruimte groter zijn.
In je omgang met anderen zijn er ook een aantal zaken die de ander niet weet.
Dit wordt het verborgen gebied genoemd. Voor een belangrijk deel bepaal
je zelf hoe groot dit gebied is. Een gebied waar niemand direct invloed op
kan uitoefenen is het onbekende zelf. Dit gebied komt in de meeste
gevallen pas in de openbaarheid door omstandigheden waarin je terecht komt. Het
is dan ook niet voor niets dat je mensen wel eens hoort zeggen 'Ik had niet
verwacht dat ik dat zou kunnen'.
Het laatste gebied wordt de blinde vlek genoemd. Dit gebied wordt
ook vaak het gebied van de 'slechte adem' genoemd. Net als bij slechte adem -
bijvoorbeeld door het eten van knoflook - weet je het niet van jezelf, maar
anderen weten (ruiken) het des te beter.
Door het geven van informatie over hoe je elkaar ervaart en over de reacties
die dat teweegbrengt, wordt de vrije ruimte van ieder vergroot en wel
op twee manieren. Doordat je feedback krijgt van de ander over gedrag dat jezelf
onbekend is, wordt de ruimte van de blinde vlek kleiner en dus de vrije ruimte
groter. Het uitwisselen van de informatie door middel van feedback heeft als
voordeel dat het de communicatie tussen twee mensen inzichtelijker maakt, en
daardoor effectiever. Bovendien kun je je door feedback bewust worden van een
groter aantal gedragingen van jezelf, en de effecten daarvan op anderen. Dit
bewust zijn geeft iemand de mogelijkheid zijn gedrag te handhaven of te
veranderen.
Doel van het feedback geven is de vrije ruimte vergroten. Je kent elkaar
beter, je begrijpt elkaar beter. Het ontstaan van bijvoorbeeld vooroordelen
en/of het voorbarig concluderen van iets zal dan veel minder makkelijk
voorkomen. Met andere woorden, storingen in het communicatieproces komen minder
voor.
Feedback zal effectief zijn als er vooraf aan een aantal voorwaarden is
voldaan, en de feedback zelf aan een aantal criteria voldoet.
Voorwaarden waaraan voldaan moet zijn
- Er moet een sfeer van vertrouwen en veiligheid zijn tussen degene die
feedback krijgt en degene die feedback geeft;
- Beiden moeten het gevoel hebben dat feedback een belangrijk hulpmiddel
is om de communicatie te verbeteren;
- Beiden moeten de bereidheid hebben van elkaar te leren.
De criteria waaraan feedback moet voldoen, wil ze effectief zijn
- De feedback moet betrekking hebben op waargenomen en aanwijsbaar
(deel)gedrag van de ander, niet op diens persoon. Laat duidelijk merken dat
je, bij het geven van negatieve feedback, niet de ander als individu laat
vallen;
- Feedback moet een beschrijving zijn en niet veroordelend. het concrete
gedrag van de ander wordt beschreven. Bijvoorbeeld: het te laat komen en
niet:'Je zal er wel vaker op aangesproken zijn in je leven, dat te laat
komen van jou, dat vind ik vervelend';
- Feedback moet specifiek zijn. Bijvoorbeeld: 'Het valt me op dat je
tijdens de discussie moeilijk anderen kunt laten uitpraten' en niet; 'Je
bent onverdraagzaam';
- De feedback zal effectiever zijn als de tijd die ligt tussen het
feedback geven en het gedrag waarop de feedback betrekking heeft, zo kort
mogelijk is. Dan ligt het nog vers in het geheugen;
- Feedback moet de ontvanger in staat stellen iets met de informatie te
doen. Het heeft dus geen zin, en werkt alleen maar frustrerend, als je
iemand herinnert aan iets wat hij toch niet kan veranderen ('Je stem is zo
laag'). Beperk feedback tot informatie, en ga geen adviezen geven over wat
de feedback-ontvanger met de informatie moet doen. Dan pas laat je de ander
de vrijheid om zijn of haar gedrag al dan niet bij te sturen;
- De feedback moet geformuleerd worden op een manier die de ander
uitnodigt om te reageren;
- Geef niet alleen negatieve, maar ook positieve feedback. Het is
makkelijk om alleen kritiek uit te oefenen, maar probeer ook positieve
dingen naar voren te halen. Er kan een stimulans van uitgaan om door te
gaan;
- Tot slot: wees eerlijk!
Slotopmerkingen
Feedback, die gegeven wordt, kan voor de ontvanger geheel nieuw zijn, en hem
(weer) aan het denken zetten over de vraag 'Wie ben ik?'. Dit kan een heel
positief, alhoewel soms pijnlijk, proces zijn. Het wordt gevaarlijk op het
moment dat de eigen identiteit zo wankel is, dat de nieuwe informatie leidt tot
een volledige twijfel over de zin van het 'eigen ik', zonder dat er hulp geboden
wordt om de informatie te helpen verwerken. Als je die hulp niet kunt geven,
overweeg dan of de feedback wel gegeven moet worden!
Feedback wordt vaak gegeven naar aanleiding van gedrag, wat als negatief
wordt beleefd. Dergelijke feedback wordt dan meestal verstaan als een eis aan de
feedback-ontvanger om zijn gedrag te veranderen. Een eis kan men moeilijk naast
zich neerleggen, dus is de feedback-ontvanger haast gedwongen om zich aan te
passen aan de ander. Door de feedback zodanig te formuleren dat het geen eisen
zijn of als zodanig overkomt, gun je de ontvanger de vrijheid om het gedrag aan
te passen.
Slechts als er sprake is van een vrije keuze zal de gedragsverandering een
permanent karakter hebben.
Feedback maakt de ander vaak bewust van gedragingen, die hij tot dan toe niet
bij zichzelf onderkend had. Of maakt hem bewust wat het effect is van zijn
gedrag op anderen. Wellicht ontdekt hij onbevredigende aspecten aan zijn manier
van handelen. Het is daarom belangrijk dat er mogelijkheden zijn om
alternatieven te zoeken en uit te proberen.
Vergeet tot slot niet dat feedback lang niet altijd betrekking hoeft te
hebben op negatief gedrag. Mensen zijn zich meestal niet zo bewust van dingen
die ze goed doen of die positief op een ander overkomen. Positieve feedback
heeft net zoveel voordelen als negatieve feedback, maar is minder pijnlijk.
Klik hier om te
zien hoe jij feedback geeft.
Klik hier om te
zien hoe jij feedback ontvangt.
|