GROTER | KLEINER

Menu

Zie ook


Jij bent bezoeker:

0000

sinds 29 januari 2005








Gratis Verzending


   

Op deze site vind je doelgroepanalyses van mensen met handicap. Mensen die geen handicap hebben kun je in principe alle activiteiten aanbieden die je maar wilt. In dit hoofdstuk worden basistheorie n geÔntegreerd in de beroepsuitoefening.

2. Methodisch werken
  • Fasen van methodische begeleiding. Voor de fasen van methodische begeleiding kun je gebruik maken van een fasenschema.
  • Een bijdrage leveren aan het ondersteuningsplan. Een behandelaar is meestal de regisseur van het ondersteuningsplan. Hij geeft de verschillende disciplines richtlijnen en zorgt voor evaluatie en bijstelling van het plan.
  • Methodische uitwerking ven het ondersteuningsplan. Elke discipline maakt zijn eigen plan die op een methodische manier aan moeten sluiten op het ondersteuningsplan.
  • Integreren van activiteiten. Soms kunnen activiteiten geÔntegreerd worden:
    • Binnen de eigen discipline
    • Met andere disciplines.
2.1. Een alternatief stappenplan

Het fasenschema verkort is het vijfstappenplan.

Stap 1: Beginsituatie vaststellen

Komt overeen met de eerste drie fasen van het fasenschema. Hiervoor moet je:

  • Informatie verzamelen over de doelgroep en individuele cliŽnten in de groep;
  • Inventariseren wat de begeleidingsvraag c.q. behoefte is;
  • Inventariseren welke mogelijkheden er zijn om de begeleidingsvraag te beantwoorden.

Stap 2: Doelen stellendoelen van de cliŽnt en die van de organisatie moeten naadloos op elkaar aansluiten.

Stap 3: Strategie bepalen

Als de doelen duidelijk zijn dan kunnen er activiteiten aan gekoppeld worden voor het realiseren van de doelen. Daarbij gaan we uit van:

  • De vorm
  • De structuur.

Vragen voor het bepalen van vorm en structuur

De vijf w's:

  • Welke activiteit?
  • Waarom (sluit deze activiteit aan op het doel)?
  • Wanneer?
  • Waar?
  • Wie?

Vragen als:

  • Welke middelen heb ik nodig en zijn die er?
  • Moeten de activiteiten en middelen aangepast worden?

Bij de keuze voor en uitvoering van een activiteit wordt er op de volgende aspecten gelet:

  • Afstemming op de doelen;
  • Afstemming op andere disciplines;
  • De veiligheid;
  • Het milieu;
  • De appelwaarde van de activiteit;
  • De toepassings - en gebruiksmogelijkheden;
  • De zingeving.

Stap 4: Plan uitvoeren

Tijdens de uitvoering wordt er alvast een voorschot genomen op de evaluatie. Let daarbij op:

  • Het resultaat: gaat het plan in de richting van de doelen?
  • Het proces: op welke manier gaat het?

Stap 5: Evalueren

Het spreekt vanzelf dat er tijdens de uitvoering al bijgestuurd wordt en niet op het laatste moment.

2.2. Het activiteitenplan

Als het fasenplan of het stappenplan uitgeschreven wordt, is er een activiteitenplan. Daarvoor moet er begonnen worden met de inleiding. Hierin wordt precies beschreven waarom dit plan is geschreven. Bij doelen en strategie n staat waarom deze aansluiten bij het waarom.

2.3. Doelen bij activiteitenbegeleiding

De doelen van de cliŽnt en die van de organisatie moeten naadloos op elkaar aansluiten.

3. Doelen
3.1. Doelen op organisatieniveau

Doelstellingen op organisatieniveau:

  • Instellingsdoelen, strategische doelen, gelden voor een termijn van drie jaar of langer.
  • Afdelingsdoelen, tactische doelen, gelden voor een middellange termijn van een tot drie jaar.
  • Doelen specifieke cliŽntgroepen, operationele doelen, gelden voor een termijn van enkele weken tot een jaar.
  • Doelen individuele cliŽnten, ook operationele doelen.
3.2. Doelen en middelen

Activiteiten als middel:

Doelen worden onder verdeeld in deelgebieden.

4. Indeling in deelgebieden
4.1. Arbeid

Deze doelen zijn er vooral om gericht om de terugkeer in de maatschappij makkelijker te maken, arbeidsrehabilitatie.

Doelen van arbeidsmatige activiteiten

Het kunnen voorzien in eigen onderhoud draagt bij aan de zelfstandigheid die op zijn beurt bijdraagt aan het gevoel van eigenwaarde.

4.2. Educatie en vorming
  • Educatie, is niets anders dan het opdoen van kennis en vaardigheden.
  • Vorming, bij vormingsactiviteiten leer je het juiste gedrag en de juiste attitude.
    Het belangrijkste doel bij deze activiteiten is de autonomie van de cliŽnt.
4.3. Recreatie/ontspanning

Een doel van recreatieve activiteiten is ontspanning. Maar het aanleren van vaardigheden kan ook tot de doelen behoren.

4.4. Zelfzorg

Doelen van begeleiding bij zelfzorg zijn:

  • Het welzijn van de cliŽnt vergroten of handhaven;
  • De zelfstandigheid en autonomie van de cliŽnt verhogen.

Soorten zelfzorg:

  • ADL: Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen
  • PDL: Persoonlijke Dagelijkse Levensverrichtingen
  • HDL: Huishoudelijke Dagelijkse Levensverrichtingen
  • ADML: Algemene Dagelijkse Maatschappelijke Levensverrichtingen

ADML

Belangrijk bij begeleiden:

  • Zelfzorg: zorg die je aan jezelf besteedt op fysiek, sociaal en financieel gebied.
  • Zelfredzaamheid: mate waarin je tot zelfzorg in staat bent
  • Zelfstandigheid: mate van onafhankelijkheid.

Doelen en activiteiten

Hoofdgroepen maatschappelijke levensverrichtingen:

  • Sociale activiteiten
  • financiŽle activiteiten
5. Samenhang aanbrengen

De doelstelling van de instelling en eventueel van de afdeling is bekend.

Stap 1

Doelgroepanalyse; incluis specifieke cliŽntgroep en eventuele individuele cliŽntgegevens.

Stap 2

Begeleidingsbehoefte analyseren en daar doelen aan koppelen. Begeleidingsbehoefte en doelen rubriceren in deelgebieden:

  • Arbeid
  • Educatie en vorming
  • Recreatie/ontspanning
  • Zelfzorg: ADL, PDL, HDL of ADML.

Stap 3

Strategie bepalen. Het is het makkelijks om alle mogelijke activiteiten te koppelen aan de deelgebieden. Bijvoorbeeld in een matrix. Dat kan er als volgt uit zien:

Arbeid Educatie Recreatie Zelfzorg
Beeldend +
Muziek +
Drama ++
Sport ++
Audiovisueel
Arbeidsmatig ++
Ambachtelijk +
Groenvoorziening +
Algemeen begeleiden ADML

Een plus is geschikt
Twee plussen is bijzonder geschikt.

Als laatste de vorm en structuur van de activiteiten bepalen. Het geheel wordt uitgewerkt tot een werkplan. Daarna de uitvoering.

6. Preventieactiviteiten
6.1. Ongewenste situaties voorkomen

Er kan een situatie ontstaan waardoor de methodisch uitgewerkte activiteit niet werkt. Op dat moment kan het best de activiteit even stil gelegd worden om aan de groep uit te leggen wat er aan de hand is. Het belangrijkste is om hier zelf rustig en kalm onder te blijven. Op deze manier zal de groep het kunnen hanteren.

  • Faalangst

Praat erover en leg niet de nadruk op de prestatie, maar op het gezellig en leuk samen bezig zijn. Geef positieve feedback.

  • Ja, maar niet nu!

CliŽnten hebben niet altijd dezelfde idee n over tijd, afspraken en dergelijke als de activiteitenbegeleider.

  • Geen zin

Soms worden cliŽnten moe van al dat moeten. Ook leuke, gezellige dingen kunnen te veel zijn.

6.2. Verergering voorkomen

Maatregelen om verergering te voorkomen:

  • Beheersing van eigen gedrag en stemming
  • Alert zijn op agressief gedrag door observatie non-verbale communicatie
  • Gesprekstechniek (actief luisteren)
  • Een beroep doen op collega's
  • Methodiek om agressie te voorkomen.
Dit is slechts een samenvatting. Wil je meer lezen of weten? Klik dan hieronder op 'Bron' om de schrijver, uitgever en ISBN nummer te achterhalen...

 
 
 
   
 
 
Begeleiden   |    Activiteiten   |    Doelgroepen   |    Programmeren   |    Benaderingswijzen   |    Methodieken   |    Competenties
Copyright © 2012 Activiteiten-Wizard.