GROTER | KLEINER

Menu

Zie ook


Jij bent bezoeker:

0000

sinds 29 januari 2005








Gratis Verzending




   

Het menselijk handelen wordt voor een belangrijk deel be´nvloed en bepaald door de omgeving waarin iemand zich bevindt, en de wijze waarom deze persoon zijn omgeving (en onderdelen daarvan) waarneemt. Dit betekent dat het omgaan met mensen be´nvloed wordt door waarnemingen. De specifieke wijze waarop een bepaald individu reageert, hangt voor een groot deel af van zijn waarnemingen.

Het handelen van jou wordt ook bepaald door de manier waarop jij je omgeving waarneemt. Via waarneming verkrijg je informatie, en neem je de beslissing iets te doen of juist na te laten. Of die beslissing de juiste is, hangt ervan of hij gebaseerd is op de juiste informatie. De juistheid van de informatie hangt af van de waarneming. Daarom gaan we in deze paragraaf in op het waarnemen van mensen.

De mens kan waarnemen doordat hij beschikt over een aantal zintuigen. Deze zintuigen zijn zo ingericht dat zij reageren op bepaalde prikkels (stimuli), zoals moleculen (geur) of trillingen (kleur of geluid). Doordat onze zintuigen in staat zijn deze chemische stoffen en trillingen waar te nemen, kunnen we geuren, kleuren en geluiden waarnemen.

Vormen van waarneming

De menselijke waarneming kent een vijftal vormen, gekoppeld aan een bepaald zintuig:

waarneming zintuig
zien ogen
horen oren
ruiken neus
proeven tong
voelen en tasten de huid en het lichaam

De menselijke zintuigen hebben elk een bepaalde, meetbare gevoeligheid. Dat wil zeggen: prikkels onder of boven een bepaalde grens worden door de mens niet meer waargenomen, zoals heel hoge tonen. Er zijn ook grote verschillen in individuele waarneming. Oudere mensen zien en horen in het algemeen slechter dan jongere mensen. Daarnaast zijn er grote individuele verschillen. Merkwaardig is verder, dat de mens niet alle prikkels bewust in zich opneemt.

Uit de omringende wereld komen tegelijk tientallen prikkels op ons af. Toch horen we bijvoorbeeld niet alle omgevingsgeluiden. Als je geconcentreerd zit te lezen hoor je de geluiden om je heen niet of nauwelijks, tenzij er bijvoorbeeld een ambulance voorbij komt. En ook zien de ogen doorgaans een kleiner deel van de buitenwereld dan waartoe zij in staat zijn. Kennelijk bezit de mens een mogelijkheid tot selectie. Hij neemt die prikkels in zich op die hij nodig heeft of aankan.

Factoren die de waarneming be´nvloeden

Er zijn drie groepen factoren te onderscheiden die de waarneming be´nvloeden:

- De fysiologische toestand van de waarnemer

De fysiologische toestand waarin de waarnemer zich bevindt, geeft ruwweg bodem en plafond voor het waarnemen aan. Wanneer iemand een oogbeschadiging heeft kan dit tot gevolg hebben dat hij, zelfs onder voor hem optimale omstandigheden, relatief slecht waarneemt. Dit geldt eveneens voor bepaalde vormen van hersenletsel. Verder wordt de fysiologie van de waarneming be´nvloed door allerlei factoren, die van meer tijdelijke aard kunnen zijn.

Er is een geleidelijke overgang van perfecte waarneming naar slechte waarneming. Een voorbeeld is normale lichamelijke vermoeidheid. Het is een bekend verschijnsel dat vermoeidheid niet bepaald bevorderlijk is voor het verrichten van handelingen. Een vermoeid persoon reageert traag, neemt slecht waar, enzovoort. Hoe meer vermoeid de persoon, hoe minder goed hij functioneert.

- De psychologische gesteldheid van de waarnemer

De psychologische gesteldheid van de waarnemer is natuurlijk het gebied bij uitstek waar de psycholoog zich bezighoudt met de verschillende factoren die de waarneming be´nvloeden:

  • Ervaring

De ervaring kan vooral in de waarneming van alle dag een bijzonder belangrijke rol spelen. Bekend is het voorbeeld van het Afrikaanse stamhoofd dat, op bezoek in Londen, de politie zulke aardige mensen vond. Zij zwaaiden allemaal naar hem! De ervaring speelt ook een rol in het waarnemen van geuren. Wanneer we de geur van de mango (een vrucht) niet kennen, zullen we het bijzondere ervan niet waarnemen.

  • Aandacht

Aandacht is natuurlijk ook noodzakelijk voor waarneming. Wanneer we aan een onderwerp geen aandacht schenken, zullen we het niet gauw waarnemen. Aandacht is nauw verbonden met onder andere de opvallendheid van een object. Onze aandacht zal sneller gevangen zijn door een persoon die gekleed is in een knalrood kostuum, dan door iemand die een grijs kostuum aan heeft. Maar ook de grootte speelt een rol: HOOFDLETTERS op deze pagina worden eerder waargenomen dan kleine letters.

  • Instelling

Met de instelling van de waarnemer wordt bedoeld: een verwachting of verwachtingspatroon met betrekking tot wat we zullen waarnemen. Dit wil zeggen, dat we reageren op wat we verwachten te zien.

  • Referentiekader

Hoe we iets waarnemen wordt sterk be´nvloed door de omgeving waarin we dat iets waarnemen. Bij onze waarneming en beoordeling (zij gaan vaak samen) maken we noodzakelijkerwijze gebruik van de omgeving.

Referentiekader houdt sterk verband met betrekkelijkheid.

Een voorbeeld is het begrip 'duur'. Voedsel is in de West Europese landen relatief duur. Wanneer nu Hollandse witlof voor weinig geld wordt aangeboden, heet zij goedkoop. In de Oost Europese landen is voedsel relatief goedkoop. Wanneer dezelfde witlof daar voor dezelfde prijs wordt aangeboden, heet zij duur.

  • Behoefte

Al naar gelang de sterkte van de behoefte, wordt de belangstelling voor de waarneming steeds groter. Iemand die honger heeft ziet overal voedsel (in etalages, op affiches, enzovoort).

- De eigenschappen van het waargenomene in relatie tot de waarnemer

Mensen nemen de dingen verschillend waar, dat geldt zelfs voor de feiten. Dat wat voor de eigen behoefte belangrijk is (bijvoorbeeld geld, sport of natuur) bepaalt in hoge mate hoe iemand tegen de wereld aankijkt. Dat wat voor de eigen behoeftebevrediging te pas komt, wordt snel waargenomen.

De dingen die als hindernissen overkomen, maar niet te kritisch of te dreigend zijn, kunnen eveneens snel herkend worden, om ze daarna te ontkennen alsof ze nooit opgemerkt waren. Zodoende beschermt de mens zich er tegen. Wordt het gevaar echter dreigender, dan laat de mens zijn oogkleppen vallen en neemt hij stelling. Tot de dingen die wij waarnemen behoren wij zelf en ook de andere mensen.

Men gaat er al te graag vanuit dat iedereen de wereld vanuit hetzelfde perspectief beschouwt. Dit is echter geenszins het geval. Hieronder bespreken we een drietal verschijnselen die de waarneming, en met name de interpretatie ervan, per persoon doen verschillen.

De eerste indruk

In de eerste plaats blijkt dat de eerste indruk vaak veel waard is. Uit experimenten blijkt dat de eerste indruk die wij van iemand vormen, vaak bepalend is voor de rest van het beeld dat wij in een later stadium van hem gaan vormen. De eerste indruk vormt als het ware een referentiepunt waar omheen wij alle verdere informatie proberen te groeperen.

Het halo-effect

Een tweede proces, dat zich bij de waarneming van anderen afspeelt, is het zogenaamde halo-effect. Daarmee wordt bedoeld dat, als wij van iemand een algemeen gunstige indruk hebben, wij ook bepaalde onderdelen van die persoon zullen overschatten. Bijvoorbeeld: wanneer ik iemand aardig vind zal ik hem ook intelligenter, eerlijker en handiger inschatten dan in werkelijkheid het geval is. Hoogstwaarschijnlijk komt dit voort uit de gedachte dat mensen in het algemeen consistent zijn opgebouwd. Als iemand sterkt is, dan zal hij ook wel agressief, dominant zijn, enzovoort.

Deze kenmerken leggen wij er dus zelf in. Wij proberen kenmerken, die in onze ogen niet consistent zijn, te verdoezelen of te verklaren.

De self fulfilling prophecy

Een derde, en zeer belangrijke factor, is dat het beeld dat wij van iemand hebben ons aanzet om hem overeenkomstig dat beeld te haan behandelen, waardoor het beeld bevestigd wordt. Het eenmaal gevormde beeld leidt dus tot een self fulfilling prophecy.

Wanneer wij van iemand denken dat hij erg agressief is, dan zullen wij hem misschien agressief benaderen, waardoor hij inderdaad agressief wordt. In experimenten is deze situatie herhaaldelijk aangetoond. Uit bovenstaande experiment van de fabrieksarbeider wordt duidelijk dat stereotypen veelal worden gehandhaafd, ondanks tegensprekende informatie.

Samenvatting

Je ziet dat onze waarneming niet objectief is. We moeten alert zijn op deze mechanismen omdat ze ons doen en laten behoorlijk kunnen be´nvloeden. Communicatie en wederzijdse feedback (terugkoppeling) over onze waarnemingen zijn de beste corrigerende maatregel.

Het beeld dat wij van onze omgeving hebben

Tot nu toe hebben wij ons alleen bezig gehouden met de wijze waarop wij onze omgeving waarnemen. Het resultaat van onze waarneming is echter ook, dat wij een bepaald idee krijgen over de wereld waarin wij leven. Op basis van deze idee n gaan wij met de omgeving en met anderen in die omgeving om.

Omdat behoeftepatronen, vroegere ervaringen van individuen, en de cultuur waarin men is grootgebracht, van persoon tot persoon verschillen, zijn de beelden van de omgeving van ieder individu uniek. Met andere woorden: niemand zal de wereld op precies dezelfde wijze waarnemen. Hoewel dit enerzijds het leven tussen mensen gecompliceerd maakt, biedt het ook vele mogelijkheden. De mens kan zijn wereld zo 'denken' dat deze voor hem bruikbaar wordt. Hij is op die manier minder gebonden aan de enge grenzen van de omgeving. De verschillende zaken in de omgeving van een persoon worden door die persoon tot een zinvol geheel geconstrueerd. Bepaalde objecten worden onder een noemer gebracht.

In relatie met andere objecten ontstaat zo een bepaalde structuur in de omgeving van mensen. Deze structuur, die door velerlei factoren wordt be´nvloed, heeft een relatief stabiel karakter.

Dit is ook noodzakelijk, omdat anders het individu niet in staat zou zijn te handelen. Deze relatieve stabiliteit zal er echter wel toe leiden dat het individu op zoek gaat naar informatie die in het beeld past, en informatie vermijdt die daar duidelijk niet in past. Dit noemt men selectieve waarneming. Deze informatie namelijk, die inbreuk doet op de kijk van het individu, maakt het voor hem moeilijker zich in de omgeving te gedragen. Hij zal daarom eerder zekerheid kiezen boven een beter (ander) inzicht.

De mens en zijn werkelijkheid

De mens baseert zijn gedrag niet op wat de werkelijkheid is, maar zoals hij denkt dat de werkelijkheid is. Daardoor botsen mensen vaak met elkaar. Men beschouwt het eigen standpunt als heilig en het enige juiste. Binnen bepaalde grenzen staan anderen dit toe. Wie echter de grens overschrijdt, loopt de kans buitengesloten te worden. Er valt niet mee te praten, hij is gek. Gezamenlijk bepalen wij de grenzen, en die eenling die daar tegen vecht krijgt het moeilijk. Men kan niet ongestraft zien wat men ziet, men moet zich conformeren aan de kijk van anderen.

De tot nu toe genoemde 'waarnemingsillusies', die vooral betrekking hebben op de waarneming van objecten, gelden voor iedereen. Ze zijn aangeboren of op zeer jonge leeftijd aangeleerd.

Deze grondprincipes spelen niet alleen een rol in de waarneming van levenloze objecten, maar ook in de waarneming van personen.

Bijna geen enkele waarneming is zuiver objectief. Het resultaat van de waarneming wordt steeds bepaald door twee groepen factoren: de stimuli (dus datgene dat waargenomen wordt), en de gesteldheid van de waarnemer.

Deze gesteldheid van de waarnemer hangt niet alleen af van zijn motivatie (driften, behoeften, opvattingen), maar vooral ook van zijn persoonlijkheidsstructuur en zijn waardeoriŰntatie.

Samenvatting

Het proces van waarneming verloopt langs een aantal fasen, met bij iedere fase een of meerdere mogelijkheden tot het maken van fouten.

  • De waarneming
    • de beperkingen van de zintuigen;
    • de beperkingen van de waarnemer.
  • De 'vertaling' van de informatie
    • selecteren;
    • decoderen;
    • interpreteren.
  • Het trekken van conclusies
    • halo-effect;
    • voorbarige conclusies.
  • Het handelen op grond van de conclusies
    • primair reageren (ondoordacht, emotioneel).

Uiteindelijk reageer je op de verkregen informatie, en neem je de beslissing iets te doen of te laten.

Het is beter de getrokken conclusies eerst te verifiŰren, voordat men beslissingen neemt. Dat betekent meer informatie verzamelen en vragen stellen! Zeker als de eerste informatie niet zelf waargenomen is, maar van horen zeggen. Om daar beslissingen op te nemen is vragen om problemen.

Observeren

Wanneer je cliŰnten in je groep hebt met probleemgedrag, of moeilijk verstaanbaar gedrag, dan is het zeer belangrijk om goed te kijken wat nu precies dat probleemgedrag inhoud, wanneer het probleemgedrag is en voor wie en wanneer het voorkomt. Dat goed kijken heet observeren.

Observeren is te definiŰren als: 'De doelgerichte en systematische waarneming van gedragingen van een of meerdere personen of van een gebeurtenis, met de bedoeling het waargenomene te beschrijven en samen te vatten.'

Observeren is dus doelgericht: dat wil zeggen dat je voordat je gaat observeren bedenkt waar je naar wilt gaan kijken en waarom. Observeren is verder systematisch: dat wil zeggen dat je voordat je gaat observeren al bedenkt op welke manier je je informatie gaat verzamelen.

Waarom observeren we ?
  • Het is een hulpmiddel om iemand beter te leren kennen.
  • Het is een hulpmiddel om bepaalde problematiek nader te onderzoeken en zo de achtergronden van het gedrag te achterhalen.
  • Het kan gebruikt worden als informatie-overdracht naar anderen toe.
  • Het is een manier om je eigen aanpak te toetsen.

Een observatie moet zo objectief mogelijk zijn, omdat de observatiegegevens een zo zuiver en nauwkeurig mogelijke weergave van de werkelijkheid moeten zijn, wil je er conclusies aan kunnen verbinden. Objectief wil zeggen dat je alleen van feiten uitgaat, zonder je eigen mening, gedachten, of gevoelens te laten meespelen. Je observeert alleen datgene wat je daadwerkelijk ziet of hoort.

Belangrijke aandachtspunten bij het interpreteren van observatiegegevens:

  • Trek alleen conclusies die aantoonbaar zijn.
  • Vermijd subjectieve woorden als 'vaak', 'veel', 'soms' of 'weinig' maar noem aantallen.
  • Vermijd subjectieve begrippen als 'agressief', 'afhankelijk', 'angstig' of 'emotioneel'.
  • Geef niet te snel een verklaring voor gedrag.
  • Geef altijd duidelijk aan wanneer het om jouw idee n, mening, indrukken gaat.

Een observatieverslag maak je aan de hand van de volgende stappen:

  1. Geef een korte beschrijving van de situatie die je observeert.
  2. Beschrijf het doel van de informatieverzameling.
  3. Geef een duidelijke omschrijving van het concrete gedrag dat je gaat observeren.
  4. Geef aan hoe je observeert: participerend - niet participerend,gestructureerd - niet gestructureerd.
  5. Geef het observatie materiaal geordend en/of samengevat weer.
  6. Als het observatiemateriaal zich ertoe leent, geef je enkele conclusies.
  7. Ga altijd na of je punten kunt ontdekken waarbij jouw eigen ervaringen van invloed waren op je waarneming.

 
 
 
   
 
 
Begeleiden   |    Activiteiten   |    Doelgroepen   |    Programmeren   |    Benaderingswijzen   |    Methodieken   |    Competenties
Copyright ę 2012 Activiteiten-Wizard.