GROTER | KLEINER

Menu

Zie ook


Jij bent bezoeker:

0000

sinds 29 januari 2005







   

Wat wil je leren? Waar loop je in de praktijk tegen aan? Wat zijn je sterke kanten en wat zijn je minder goede kanten?

Zet alles op een rij en kies een leerdoel uit.

1. Waarom doelen stellen ?

Doelen sturen je gedrag. Als je geen doelen hebt, maakt het niet zoveel uit wat je doet.

Bijvoorbeeld: Stel je gaat een dagje auto rijden. Als je geen doel hebt maakt het niet uit of je links of rechtsaf gaat, de autobaan neemt of een zandweg. Maar als je op bezoek gaat bij iemand, dan heb je een doel. Je weet dan precies welke weggetjes je moet nemen.

Doelen zijn makkelijk omdat ze je helpen bij het nemen van beslissingen. Dat geldt niet alleen voor jou als individu, maar ook voor groepen en organisaties. Als tijdens een groepsoverleg bijvoorbeeld blijkt dat men het niet met elkaar eens is, kan het verwijzen naar een gemeenschappelijk doel soms de doorslag geven. Maar hoe stel je haalbare doelen?

2. Stappenplan
  1. Leg uit waarom je voor een leerdoel kiest. Stel jezelf verduidelijkende vragen als: Wanneer? In welke situatie? Met wie?
    Blijkbaar vind je dat je beter om kunt gaan met conflictsituaties, zijn er ook situaties waarin je vind dat je het wel goed hebt gedaan? Benoem deze. Op deze manier maak je leerdoel kleiner.
  2. Een leerdoel is altijd zo geformuleerd alsof je het al bereikt hebt.
  3. Een leerdoel begint altijd met: Ik.
  4. Daarna komt er een 'doe' of 'meet' woord achter: weet, ken, kan, durf, begrijp, pas toe, zie in, etc.
  5. Vervolgens het gedeelte benoemen wat je wilt of leren: het eigenlijke doel.
  6. Daarna de volgende vraag stellen: als ik dit doel wil bereiken wat moet ik dan allemaal ondernemen?
  7. Uitleggen waarom je voor dit leerdoel kiest.
    a) Literatuur zoeken over
    b) Met je begeleider een gesprek aangaan over
    c) Met collega's praten
    d) Etc.
  8. De stappen nummeren
  9. Geen vage woorden gebruiken
3. SMART doelen

Vaak wordt het stellen van doelen verward met het hebben van goede voornemens. Denk maar eens aan de mensen die op 1 januari voornemen om te stoppen met roken. Het is een goed voornemen, want als het je lukt leef je gezonder en voor medemensen kan het aangenamer zijn. Maar als doel is 'stoppen met roken' wat vaag. Want wanneer stop je met roken? Wat bedoelt iemand precies met 'stoppen', wil dat zeggen een sigaret per dag of alleen maar een paar sigaretten op feestjes of geen enkele sigaret meer?

Goede doelen stellen betekent SMART doelen stellen. Een doel is SMART als het Specifiek, Meetbaar, Aanwijsbaar, Realistisch en Tijdgerelateerd is.

  • Specifiek: wil zeggen dat het doel niet vaag maar tamelijk concreet is.

Bijvoorbeeld: Student zegt ' Ik ga harder werken' dan is dat niet specifiek. Wel specifiek is als deze student zegt: ' Ik ga de lessen bijwonen en de opgaven maken'.

  • Meetbaar: wil zeggen dat je moet kunnen nagaan of het specifieke doel ook omgezet wordt in handelingen die meetbaar zijn.

Bijvoorbeeld: Je kunt meten hoeveel lessen iemand volgt en hoeveel opgaven gemaakt worden.

  • Aanwijsbaar: wil zeggen dat duidelijk is wie wat moet doen om het doel te bereiken. Dit geld vooral voor groepsdoelen.

Bijvoorbeeld: Stel de school wil dat het slagingspercentage omhoog gaat. Om dit doel te kunnen bereiken, krijgen docenten van vakken met lage slaagpercentage, onderwijskundige begeleiding. Dit houdt in dat een onderwijskundige training geeft aan docenten, maar ook dat docenten hun vak aanpassen en dat de school geld uittrekt voor dit project. Verschillende mensen worden aangewezen voor uiteenlopende taken.

  • Realistisch: verwijst naar de haalbaarheid van doelen. Soms zijn doelen zo hoog gegrepen dat het bijna niet mogelijk is om ze te halen. Het niet halen van doelen werkt demotiverend. Doelen die te laag gesteld zijn, worden makkelijk gehaald, maar dat levert niet veel bevrediging op. Het meest motiverend is om doelen te stellen die net boven het niveau van jezelf of de groep liggen. Je moet dan iets extra's doen om ze te halen en als het lukt, kun je met reden trots zijn op jou prestatie of op die van de groep. Dat geeft weer energie voor het volgende, haalbare doel. Om te weten wat haalbare doelen zijn moet je jezelf (of de groep/de organisatie) goed kennen. Een terugblik op het verleden of het gegevens verzamelen over het verleden kan hierbij helpen.

Voorbeeld: Een student heeft in de twee trimester 25% van de vakken gehaald. Toch wil hij in een jaar alle vakken halen. Is dat realistisch? Waarschijnlijk niet, tenzij de student van zichzelf weet dat hij onder grote druk een enorme spurt kan maken of weet dat hij in vakanties juist extra hard kan werken. Het lijkt realistischer om te denken dat zo'n student wellicht met wat extra inspanning en met inzet van extra tijd in de zomervakantie hooguit 50% van de vakken kan halen.

  • Tijdgebonden: er moet duidelijk een begin en een eindtijd afgesproken worden. Wanneer begin je met het verrichten van activiteiten om je doel te bereiken en wanneer kun je zeggen dat je het doel bereikt hebt.

Voorbeeld: wanneer begint de eerder genoemde student met 'harder werken, c.q. volgen van de lessen?' Vanaf de eerstvolgende les of vanaf het volgende blok? Wanneer kun je zeggen dat deze student zijn doel heeft bereikt? Wanneer hij de eerste drie lessen heeft gevolgd en de daarbij behorende opgaven heeft gemaakt of op het moment dat hij een heel trimester alle lessen heeft gevolgd en de opgaven heeft gemaakt?

Voorbeeld:

We vullen de verschillende onderdelen in. Daarmee krijgen we 5 stukjes tekst of woorden. Deze vormen de onderdelen van je SMART-doel. Je kunt de 5 stukjes tekst veranderen. Klik op start en in een apart venster komt je eigen leerdoel te voorschijn.

s

Specifiek

Wat gaan we precies doen?

Zorg voor een concrete en ondubbelzinnige omschrijving van de activiteit. Het zal meestal gaan om een zelfstandig naamwoord en een werkwoord. Hier hebben we als voorbeeld gekozen voor een simpele metafoor:

Wij gaan de vuilnisbakken buiten zetten.

m

Meetbaar

Hoeveel gaan we doen?

De meetbaarheid maakt het geheel overzichtelijker en kan er voor zorgen dat er een resultaat zichtbaar is. In dit voorbeeld is het meetbare gemakkelijk:

Er zijn vier vuilnisbakken. Dus vier.

a

Aanwijsbaar

Is er draagvlak voor wat we doen?

Draagvlak is belangrijk, want zonder draagvlak kun je wel iets doen, maar dan beklijft het niet. In het voorbeeld is er duidelijk draagvlak, want volle vuilnisbakken, daar heeft niemand iets aan.

We vullen in: met steun van iedereen.

r

Realistisch

Kan het wat we willen en doen?

Het plannen van activiteiten moet gebaseerd zijn op de realiteit. Niemand heeft er iets aan om iets te plannen dat niet haalbaar is.

In het voorbeeld: We hebben vier vuilnisbakken, die overvol zijn en erg zwaar. Er moeten dus wel hulptroepen georganiseerd worden:

als twee collega's even helpen met duwen.

t

Tijdgebonden

Wanneer zijn we klaar?

En de tijd is natuurlijk ook belangrijk. Eeuwige doelen zijn geduldig maar helpen niet veel bij het oplossen van problemen. En voor vuilnisbakken is dat helemaal belangrijk!

Dus: voor 9 uur morgenochtend (omdat dan de vuilnisman komt!)


Stap 2

Je hebt nu de vijf onderdelen van je doel gevonden. Nu is het nog de kunst om er een mooie zin van te maken. Een leerdoel formuleer je zo, alsof je hem al gehaald hebt: 'Ik kan...'. Door het zo te formuleren weet je wat er moet gebeuren, kun je dat gemakkelijk aan anderen vertellen en kan iedereen nagaan of jij doet wat jij zegt.

De onderdelen vormen nu de volgende zin:

Ik kan vier vuilnisbakken buiten zetten, met de steun van iedereen, als twee collega's helpen met duwen voor 9 uur morgenvroeg.


 
 
 
   
 
 
Begeleiden   |    Activiteiten   |    Doelgroepen   |    Programmeren   |    Benaderingswijzen   |    Methodieken   |    Competenties
Copyright © 2012 Activiteiten-Wizard.