In de Cognitieve Gedragstherapie gaat het om de aanpak van de denkstrategieën die worden gehanteerd bij probleemgedrag:
deze zijn inadequaat, waardoor er aanpassingsproblemen ontstaan.
De Cognitieve Gedragstherapie richt zich dan op het 'leren denken' alvorens te handelen. Juist dit handelen gebeurd te snel
op basis van slechts een enkele prikkel, of door teveel prikkels. De omgevingsinformatie wordt niet alleen niet goed geregistreerd,
maar omgekeerd wordt de reactie niet aangepast. Er is een informatieverwerkingsprobleem waarbij verkeerde interpretaties worden
toegepast, verkeerde conclusies worden getrokken en informatie onvoldoende wordt
geïntegreerd tot een adequaat geheel. Dat leidt
in alle gevallen wel tot een herhaling van zetten, een vicieuze cirkel, omdat ook de omgeving dit gedrag niet begrijpt en verkeerd
reageert.
Agressieve responsen worden zo in stand gehouden. Cognitieve Gedragstherapie
begint met een zo nauwkeurig mogelijke inschatting van de situatie: observatie
van wat er concreet waar en wanneer gebeurd. Gedrag verandert wanneer de
denkprocessen worden versterkt en op inhoud veranderd worden. Dat kan alleen
wanneer ook de omgeving op een goede, d.w.z. adequate manier wordt waargenomen
en geïnterpreteerd. Hierbij is sprake van een combinatie van de volgende elementen:
- concreet gedrag;
- motivatie;
- betekenisverlening, of interpretaties van de context, anderen en het handelen van anderen;
- denkstrategieën over zichzelf, zoals: 'zie je wel dat ik agressief word';
- lichamelijke, fysiologische, ervaringen: zweten, hartkloppingen, klamme handen, trillen, e.d.;
- concrete handelingsvaardigheden.