GROTER | KLEINER

Menu

Zie ook


Jij bent bezoeker:

0000

sinds 29 januari 2005


   

De functie-analyse of kortweg de FA is een hulpmiddel om bij jongeren (vroeg)tijdig riskant gokken, alcohol en drugsgebruik te signaleren.

Richtlijnen voor het maken van een functie-analyse
De basis voor de FA is informatie die je uit een gesprek met de jongere haalt t.a.v. de voordelen en de nadelen van het gebruik, en informatie over het functioneren op school, thuis en vrije tijd.

De FA bestaat uit twee stappen:

  1. Bepaal in welk stadium van gebruik de jongere zich bevindt;
  2. Bepaal of dit gebruik wel of niet riskant is.
Aandachtspunten bij de functie-analyse
  • Heeft de jongere het vooral over voordelen van gebruik dan kan gedacht worden aan de stadia kennismaken, experimenteren of recreatief gebruik.
  • In de stadia kennismaken, experimenteren en recreatief gebruik kan het gebruik riskant zijn.
  • Heeft de jongere het ook over subjectieve nadelen dan kan gedacht worden aan gewoonte of functioneel gebruik, excessief gebruik en verslaving.
  • In de stadia gewoonte of functioneel gebruik, excessief gebruik en verslaving is het gebruik altijd riskant.
  • Onderzoek wat het middel de gebruiker oplevert, dus wat is de functie van het gebruik. Ondanks de problemen levert het middel de gebruiker ook iets positiefs wat het gebruik in stand houdt.
Stap 1:
Stel het stadium van gebruik vast. Op grond van de gerapporteerde voordelen en nadelen kan een globale indicatie worden gegeven van het stadium van gebruik.
  • Ga in een gesprek na wat de voordelen en nadelen van gebruik zijn. Houdt de sfeer open, veilig en vertrouwenwekkend. De gesprekstoon is nieuwsgierig en geïnteresseerd. Voorkom oordelende uitspraken.
  • Beargumenteer je keuze van het stadium van gebruik. Maak hierbij gebruik van de onderstaande omschrijvingen van de stadia.
Schema - Stadia van gebruik

De stadia van gebruik zijn:

  1. Kennismaken en experimenten
    Algemeen
    Kennismaken met een middel kan op verschillende leeftijden gebeuren. Een klein gedeelte van de gebruikers stopt na de eerste kennismaking. Redenen hiervoor kunnen verschillend van aard zijn.
    Een groot gedeelte van de gebruikers gaat vervolgens experimenteren met een middel en leert in dit stadium de verschillende geschreven en ongeschreven regels die ten aanzien van het gebruik gelden. Daarnaast leert men ook de eigen draagkracht, grenzen en voorkeuren kennen.
    Kenmerken
    Nadelen: jongeren die nog niet zolang gebruiken kunnen niet veel nadelen bedenken. Experimenterende jongeren hebben nog weinig afstand kunnen nemen van het gebruik en zien nog niet zo goed de relatie tussen gebruik en gedrag, wat de consequenties daarvan zijn en wat voor gevoelens ze daarover hebben.
    Er is nog geen vast patroon in het gebruik.
    Voordelen: bij de voordelen worden vaak de directe effecten van het middel genoemd zoals veranderingen in de zintuiglijke waarneming en stemming, spanning rondom gebruik en gezelligheid met vrienden.

  2. Recreatief gebruik
    Algemeen
    Recreatief gebruik wordt naast eigen voorkeur, smaak, draagkracht en gebruikerservaringen ook bepaald door sociale regels zoals die gelden binnen een bepaald gezin, vriendengroep, etc.
    In onze cultuur zijn bijvoorbeeld de regels met betrekking tot het gebruik van alcohol veel soepeler dan die m.b.t. het gebruik van soft- en harddrugs.
    Kenmerken
    Voordelen en nadelen: gebruikers zijn goed in staat om de voordelen en nadelen van het gebruik onder woorden te brengen. Over het algemeen maken ze een bewuste keuze over wanneer, met wie en hoeveel ze gebruiken. Een belangrijke factor bij die keuze is dat zijzelf, maar ook de omgeving geen last van het gebruik heeft.
    Incidenteel kan misbruik plaats vinden.

  3. Gewoonte of functioneel gebruik
    Algemeen
    In dit stadium is de bewuste keuze veel minder duidelijk aanwezig.
    Kennismaken en experimenteren kan geleidelijk over gaan in gewoontegebruik zonder dat ooit recreatief is gebruikt.
    Ook recreatief gebruik kan verzanden in gewoontegebruik. Men is er aan gewend geraakt om in bepaalde omstandigheden te gebruiken. Bijvoorbeeld een kroeg binnenstappen betekent automatisch een pilsje bestellen, zonder na te denken of je zin hebt in het pilsje. Of voor het slapen gaan altijd een blowtje roken.
    In dit stadium is het goed mogelijk dat iemand op basis van de zwaarte van of de hoeveelheid nadelen tot de conclusie komt dat hij verkeerd bezig is en zijn gedrag wil veranderen. Terugkeer naar sociaal gebruik kan dan een keuze zijn.
    Het maken van afspraken rondom de hoeveelheid, het uit de weg gaan van situaties, het aanleren van nieuwe coping vaardigheden kunnen daarbij ondersteunen.
    Kenmerken
    In het gebruik is een vast patroon te ontdekken. De momenten van gebruik worden niet bewust gekozen maar zijn afhankelijk van (situationele) factoren zoals de aanwezigheid van bepaalde vrienden, aanwezigheid van het middel, in de kroeg zijn, rot voelen, etc.
    Gebruikers kunnen voordelen en nadelen noemen. De subjectieve nadelen spelen nog geen overheersende rol.

  4. Excessief gebruik
    Algemeen
    In het stadium van excessief gebruik wordt er 'te veel' gebruikt. Dit is af te meten aan de gevolgen op verschillende terreinen: lichamelijke of geestelijke gezondheid, sociale contacten, beroepsmatig of functioneren op school, financiële gevolgen, delinquentie, problemen in de thuissituatie, etc.
    Een klein deel van deze excessieve gebruikers lukt het om met of zonder hulp van buitenaf het gebruik te staken of te verminderen. Ook hier geldt dat het maken van afspraken rondom de hoeveelheid, het uit de weg gaan van situaties, het aanleren van nieuwe coping vaardigheden daarbij kunnen ondersteunen.
    Kenmerken
    De meeste riskante gebruikers zijn eenvoudig te diagnosticeren. Omdat ze al langer gebruiken en daar over hebben nagedacht, zijn ze beter instaat om over hun gebruik te communiceren.
    Voordelen: de directe effecten zoals verandering in waarneming en stemming, spanning rondom gebruik, etc. zijn nauwelijks aanleiding om te gebruiken maar de psychische of subjectieve gewaarwordingen als geen spanning voelen, zorgeloos, het leven weer aan kunnen, even de druk niet voelen, kunnen inslapen staan centraal.
    Deze subjectieve effecten kunnen over het algemeen goed worden benoemd.
    Nadelen: ook deze kunnen goed worden benoemd. Als hulpmiddel worden drie gebieden uitgevraagd. 1) Psychisch: gebruik geeft aanleiding tot schaamte en schuld, ik voel me bekeken, er komt niets meer uit mijn handen, etc.; 2) Sociaal: door het gebruik geïsoleerd raken van oorspronkelijke relaties, het vermijden van kritiek en negatieve gevoelens door een groep op te zoeken waar gebruik wordt geaccepteerd of door zich te isoleren; 3) Farmacologisch: gebruiken om ontwenningsverschijnselen tegen te gaan.

  5. Verslaving
    Algemeen
    Een kleine groep komt terecht in het laatste stadium: de afhankelijkheid. Men kan niet meer zonder, de vrijheid ten opzichte van het gebruik is weg. Het leven draait om het middel (preoccupatie syndroom, drugtaking-behaviour, drugpushing-behaviour).
    Kenmerken
    De gevolgen zijn enorm: verpaupering, isolement door verlies van vrienden, familie en gezin, lichamelijke en geestelijke ziekten met een verhoogd sterfterisico.
    Spontane genezing, zonder hulp van buiten is in dit stadium praktisch uitgesloten.
Stap 2
- Stel vast of het gebruik wel of niet riskant is?
  • In de stadia gewoonte of functioneel gebruik, excessief gebruik en verslaving is het gebruik altijd riskant.
  • In de stadia kennismaken, experimenteren en recreatief gebruik kan het gebruik riskant zijn. En op basis van alleen de voordelen en nadelen van gebruik is dit niet vast te stellen. Om hier een uitspraak over te kunnen doen moeten ze worden bekeken binnen de context. Deze context bestaat uit drie variabelen: 1) de persoon; 2) de stof en 3) de omgeving.
Informatie over deze drie variabelen kan worden verkregen via gesprekken met de jongere zelf en via secundaire bronnen zoals gedragsobservatie, schriftelijk materiaal, gesprek met derden, etc.

Een algemeen geldende norm voor riskant gebruik is moeilijk te geven. Het is aan het team om op basis van waarnemingen op de onderstaande vragen tot een uitspraak te komen.

Stof
  • Welk(e) middel(en)
  • Hoe wordt gebruikt
  • Hoe vaak wordt er per week/ maand gebruikt
  • Wanneer was de eerste keer
  • Wat zijn de positieve en negatieve effecten
  • Zijn er gebruikspatronen te ontdekken
Omgeving
  • Met wie wordt gebruikt
  • Waar wordt gebruikt
  • Wat vindt de directe leefomgeving van het gebruik
  • Welke rol hebben vrienden, leeftijdgenoten, ouders op het gebruik
  • Hoe wordt er door de ouders zelf met middelen om gegaan
  • Sterkte-Zwakte analyse van de thuissituatie (eenoudergezin, gebruikende ouder, etc.)
Persoon
  • Sterkte-Zwakte analyse van coping vaardigheden en competenties van de jongere
  • Lichamelijke en emotionele toestand van de jongere
  • Temperament, hoe reageert de jongere op spanning, heeft hij mogelijkheden om zich af te reageren, kan hij emoties kanaliseren.


 
 
 
   
Handboek jeugdzorg / 2 methodieken van programma's / druk 1<br/>Jules Hermans Handboek jeugdzorg / 2 methodieken van programma's / druk 1
Jules Hermans
Van bemoei-naar groeizorg / druk 1<br/>Gerard Lohuis, G. Schout & R. Schilperoort Van bemoei-naar groeizorg / druk 1
Gerard Lohuis, G. Schout en R. Schilperoort
Een Vasthoudende Behandeling / druk 1<br/>A.E. Boon & Z.D. Haijer Een Vasthoudende Behandeling / druk 1
A.E. Boon en Z.D. Haijer
Methodiek sociaal pedagogische hulpverlening / druk 1 Methodiek sociaal pedagogische hulpverlening / druk 1
geen afbeelding Muzisch-agogische methodiek
Dineke Behrend
Methodiek maatschappelijk werk en dienstverlening / druk 2 Methodiek maatschappelijk werk en dienstverlening / druk 2
Methodiek sociaal juridische dienstverlening / druk 4<br/>Siddhartha van Langen Methodiek sociaal juridische dienstverlening / druk 4
Siddhartha van Langen
Handboek Methodische Ouderbegeleiding / 1 Ouderbegeleiding als methodiek / druk 1<br/>Alice van der Pas Handboek Methodische Ouderbegeleiding / 1 Ouderbegeleiding als methodiek / druk 1
Alice van der Pas
Inleiding in de methodiek / druk 2<br/>H. Hautvast Inleiding in de methodiek / druk 2
H. Hautvast
Methodiek in het jeugdwerk / druk 3<br/>Hans van Ewijk Methodiek in het jeugdwerk / druk 3
Hans van Ewijk
Orthopedagogisch groepswerk / druk 2<br/>A.C. Bruininks Orthopedagogisch groepswerk / druk 2
A.C. Bruininks
Moet-willige hulpverlening / druk 1<br/>J. Choy, S. Pont & T. Doreleijers Moet-willige hulpverlening / druk 1
J. Choy, S. Pont en T. Doreleijers
Praktisch Pedagogische Gezinsbegeleiding / druk 2<br/>Thea Verhoef & S. Ehlers Praktisch Pedagogische Gezinsbegeleiding / druk 2
Thea Verhoef en S. Ehlers
Intensieve orthopedagogische gezinsbehandeling / druk 1<br/>Mariëtte van Brandenburg & M. Puts Intensieve orthopedagogische gezinsbehandeling / druk 1
Mariëtte van Brandenburg en M. Puts
Begeleid werken / druk 1 Begeleid werken / druk 1
Helen door delen / druk 1<br/>Roel Bouwkamp Helen door delen / druk 1
Roel Bouwkamp
De ergotherapeut als adviseur De ergotherapeut als adviseur
Spelend leren / druk 1<br/>Peter van Beek Spelend leren / druk 1
Peter van Beek
In gesprek met kinderen / druk 2<br/>A. de Beyn In gesprek met kinderen / druk 2
A. de Beyn
Sociaal onhandig / druk 4<br/>C.A.J.M. van der Veen & B.J. van den Hoofdakker Sociaal onhandig / druk 4
C.A.J.M. van der Veen en B.J. van den Hoofdakker
Methoden voor sociaal pedagogisch hulpverleners Methoden voor sociaal pedagogisch hulpverleners

Begeleiden SPW3 / 309 / deel Leerlingenboek / druk 1 Begeleiden SPW3 / 309 / deel Leerlingenboek / druk 1
Begeleiden SPW4 / 404 / deel Theorieboek / druk 1<br/>R. Benedictus, A.C. Verhoef & M. Oppel-Verkade Begeleiden SPW4 / 404 / deel Theorieboek / druk 1
R. Benedictus, A.C. Verhoef en M. Oppel-Verkade
Begeleiden / 3 SPW WZ 309 / druk 1<br/>T. Cremers Begeleiden / 3 SPW WZ 309 / druk 1
T. Cremers
Begeleiden / 4 SPW WZ 404 / druk 1<br/>T. Cremers Begeleiden / 4 SPW WZ 404 / druk 1
T. Cremers

Groepsprocessen<br/>Gert Alblas Groepsprocessen
Gert Alblas
Constructieve groepsprocessen / druk 1<br/>Mark de Fraeye Constructieve groepsprocessen / druk 1
Mark de Fraeye

Observeren, rapporteren en interpreteren + CD-ROM / druk 2<br/>P. de Bil Observeren, rapporteren en interpreteren + CD-ROM / druk 2
P. de Bil
Observeren kun je leren / druk 1<br/>Dolf Janson & D. Memelink Observeren kun je leren / druk 1
Dolf Janson en D. Memelink
Methodische vaardigheden / 1 301 Communicatie, observeren en rapporteren / druk 1<br/>R.H.M. Spoler-van den Hambergh, A. Talsma & H.A.M. Bemelmans Methodische vaardigheden / 1 301 Communicatie, observeren en rapporteren / druk 1
R.H.M. Spoler-van den Hambergh, A. Talsma en H.A.M. Bemelmans
Observeren en rapporteren in de zorg- en hulpverlening / druk 2<br/>Dorothea Timmers-Huigens Observeren en rapporteren in de zorg- en hulpverlening / druk 2
Dorothea Timmers-Huigens
Leren observeren Leren observeren
Observeren en rapporteren<br/>Hero Smit Observeren en rapporteren
Hero Smit
Observeren in de basisschool / druk 4<br/>Dolf Janson Observeren in de basisschool / druk 4
Dolf Janson
Gedragsobservatie / druk 3<br/>J.P. van de Sande Gedragsobservatie / druk 3
J.P. van de Sande
Werken aan welbevinden / druk 3<br/>M. Balledux Werken aan welbevinden / druk 3
M. Balledux
Sociaal-agogische vaardigheden / druk 2<br/>R.H.M. Spoler-van den Hombergh Sociaal-agogische vaardigheden / druk 2
R.H.M. Spoler-van den Hombergh

 
 
Begeleiden   |    Activiteiten   |    Doelgroepen   |    Programmeren   |    Benaderingswijzen   |    Methodieken   |    Competenties
Copyright © 2012 Activiteiten-Wizard.