De functie-analyse of kortweg de FA is een hulpmiddel om bij jongeren
(vroeg)tijdig riskant gokken, alcohol en drugsgebruik te signaleren.
Richtlijnen voor het maken van een functie-analyse
De basis voor de FA is informatie die je uit een gesprek met de jongere haalt
t.a.v. de voordelen en de nadelen van het gebruik, en informatie over het
functioneren op school, thuis en vrije tijd.
De FA bestaat uit twee stappen:
- Bepaal in welk stadium van gebruik de jongere zich bevindt;
- Bepaal of dit gebruik wel of niet riskant is.
Aandachtspunten bij de functie-analyse
- Heeft de jongere het vooral over voordelen van gebruik dan kan gedacht
worden aan de stadia kennismaken, experimenteren of recreatief gebruik.
- In de stadia kennismaken, experimenteren en recreatief gebruik kan het
gebruik riskant zijn.
- Heeft de jongere het ook over subjectieve nadelen dan kan gedacht worden
aan gewoonte of functioneel gebruik, excessief gebruik en verslaving.
- In de stadia gewoonte of functioneel gebruik, excessief gebruik en
verslaving is het gebruik altijd riskant.
- Onderzoek wat het middel de gebruiker oplevert, dus wat is de functie
van het gebruik. Ondanks de problemen levert het middel de gebruiker ook
iets positiefs wat het gebruik in stand houdt.
Stap 1:Stel het stadium van gebruik vast. Op grond van de
gerapporteerde voordelen en nadelen kan een globale indicatie worden
gegeven van het stadium van gebruik.
- Ga in een gesprek na wat de voordelen en nadelen van gebruik zijn. Houdt
de sfeer open, veilig en vertrouwenwekkend. De gesprekstoon is nieuwsgierig
en geïnteresseerd. Voorkom oordelende uitspraken.
- Beargumenteer je keuze van het stadium van gebruik. Maak hierbij gebruik
van de onderstaande omschrijvingen van de stadia.
De stadia van gebruik zijn:
- Kennismaken en experimenten
Algemeen
Kennismaken met een middel kan op verschillende leeftijden gebeuren. Een
klein gedeelte van de gebruikers stopt na de eerste kennismaking. Redenen
hiervoor kunnen verschillend van aard zijn.
Een groot gedeelte van de gebruikers gaat vervolgens experimenteren met een
middel en leert in dit stadium de verschillende geschreven en ongeschreven
regels die ten aanzien van het gebruik gelden. Daarnaast leert men ook de
eigen draagkracht, grenzen en voorkeuren kennen.
Kenmerken
Nadelen: jongeren die nog niet zolang gebruiken kunnen niet veel nadelen
bedenken. Experimenterende jongeren hebben nog weinig afstand kunnen nemen
van het gebruik en zien nog niet zo goed de relatie tussen gebruik en
gedrag, wat de consequenties daarvan zijn en wat voor gevoelens ze daarover
hebben.
Er is nog geen vast patroon in het gebruik.
Voordelen: bij de voordelen worden vaak de directe effecten van het middel
genoemd zoals veranderingen in de zintuiglijke waarneming en stemming,
spanning rondom gebruik en gezelligheid met vrienden.
- Recreatief gebruik
Algemeen
Recreatief gebruik wordt naast eigen voorkeur, smaak, draagkracht en
gebruikerservaringen ook bepaald door sociale regels zoals die gelden binnen
een bepaald gezin, vriendengroep, etc.
In onze cultuur zijn bijvoorbeeld de regels met betrekking tot het gebruik
van alcohol veel soepeler dan die m.b.t. het gebruik van soft- en harddrugs.
Kenmerken
Voordelen en nadelen: gebruikers zijn goed in staat om de voordelen en
nadelen van het gebruik onder woorden te brengen. Over het algemeen maken ze
een bewuste keuze over wanneer, met wie en hoeveel ze gebruiken. Een
belangrijke factor bij die keuze is dat zijzelf, maar ook de omgeving geen
last van het gebruik heeft.
Incidenteel kan misbruik plaats vinden.
- Gewoonte of functioneel gebruik
Algemeen
In dit stadium is de bewuste keuze veel minder duidelijk aanwezig.
Kennismaken en experimenteren kan geleidelijk over gaan in gewoontegebruik
zonder dat ooit recreatief is gebruikt.
Ook recreatief gebruik kan verzanden in gewoontegebruik. Men is er aan
gewend geraakt om in bepaalde omstandigheden te gebruiken. Bijvoorbeeld een
kroeg binnenstappen betekent automatisch een pilsje bestellen, zonder na te
denken of je zin hebt in het pilsje. Of voor het slapen gaan altijd een
blowtje roken.
In dit stadium is het goed mogelijk dat iemand op basis van de zwaarte van
of de hoeveelheid nadelen tot de conclusie komt dat hij verkeerd bezig is en
zijn gedrag wil veranderen. Terugkeer naar sociaal gebruik kan dan een keuze
zijn.
Het maken van afspraken rondom de hoeveelheid, het uit de weg gaan van
situaties, het aanleren van nieuwe coping vaardigheden kunnen daarbij
ondersteunen.
Kenmerken
In het gebruik is een vast patroon te ontdekken. De momenten van gebruik
worden niet bewust gekozen maar zijn afhankelijk van (situationele) factoren
zoals de aanwezigheid van bepaalde vrienden, aanwezigheid van het middel, in
de kroeg zijn, rot voelen, etc.
Gebruikers kunnen voordelen en nadelen noemen. De subjectieve nadelen spelen
nog geen overheersende rol.
- Excessief gebruik
Algemeen
In het stadium van excessief gebruik wordt er 'te veel' gebruikt. Dit is af
te meten aan de gevolgen op verschillende terreinen: lichamelijke of
geestelijke gezondheid, sociale contacten, beroepsmatig of functioneren op
school, financiële gevolgen, delinquentie, problemen in de thuissituatie,
etc.
Een klein deel van deze excessieve gebruikers lukt het om met of zonder hulp
van buitenaf het gebruik te staken of te verminderen. Ook hier geldt dat het
maken van afspraken rondom de hoeveelheid, het uit de weg gaan van
situaties, het aanleren van nieuwe coping vaardigheden daarbij kunnen
ondersteunen.
Kenmerken
De meeste riskante gebruikers zijn eenvoudig te diagnosticeren. Omdat ze al
langer gebruiken en daar over hebben nagedacht, zijn ze beter instaat om
over hun gebruik te communiceren.
Voordelen: de directe effecten zoals verandering in waarneming en stemming,
spanning rondom gebruik, etc. zijn nauwelijks aanleiding om te gebruiken
maar de psychische of subjectieve gewaarwordingen als geen spanning voelen,
zorgeloos, het leven weer aan kunnen, even de druk niet voelen, kunnen
inslapen staan centraal.
Deze subjectieve effecten kunnen over het algemeen goed worden benoemd.
Nadelen: ook deze kunnen goed worden benoemd. Als hulpmiddel worden drie
gebieden uitgevraagd. 1) Psychisch: gebruik geeft aanleiding tot schaamte en
schuld, ik voel me bekeken, er komt niets meer uit mijn handen, etc.; 2)
Sociaal: door het gebruik geïsoleerd raken van oorspronkelijke relaties,
het vermijden van kritiek en negatieve gevoelens door een groep op te zoeken
waar gebruik wordt geaccepteerd of door zich te isoleren; 3) Farmacologisch:
gebruiken om ontwenningsverschijnselen tegen te gaan.
- Verslaving
Algemeen
Een kleine groep komt terecht in het laatste stadium: de afhankelijkheid.
Men kan niet meer zonder, de vrijheid ten opzichte van het gebruik is weg.
Het leven draait om het middel (preoccupatie syndroom, drugtaking-behaviour,
drugpushing-behaviour).
Kenmerken
De gevolgen zijn enorm: verpaupering, isolement door verlies van vrienden,
familie en gezin, lichamelijke en geestelijke ziekten met een verhoogd
sterfterisico.
Spontane genezing, zonder hulp van buiten is in dit stadium praktisch
uitgesloten.
Stap 2 - Stel vast of het gebruik wel of niet riskant is?
- In de stadia gewoonte of functioneel gebruik, excessief gebruik en
verslaving is het gebruik altijd riskant.
- In de stadia kennismaken, experimenteren en recreatief gebruik kan het
gebruik riskant zijn. En op basis van alleen de voordelen en nadelen van
gebruik is dit niet vast te stellen. Om hier een uitspraak over te kunnen
doen moeten ze worden bekeken binnen de context. Deze context bestaat uit
drie variabelen: 1) de persoon; 2) de stof en 3) de omgeving.
Informatie over deze drie variabelen kan worden verkregen via
gesprekken met de jongere zelf en via secundaire bronnen zoals
gedragsobservatie, schriftelijk materiaal, gesprek met derden, etc.
Een algemeen geldende norm voor riskant gebruik is moeilijk te
geven. Het is aan het team om op basis van waarnemingen op de
onderstaande vragen tot een uitspraak te komen.
Stof
- Welk(e) middel(en)
- Hoe wordt gebruikt
- Hoe vaak wordt er per week/ maand gebruikt
- Wanneer was de eerste keer
- Wat zijn de positieve en negatieve effecten
- Zijn er gebruikspatronen te ontdekken
Omgeving
- Met wie wordt gebruikt
- Waar wordt gebruikt
- Wat vindt de directe leefomgeving van het gebruik
- Welke rol hebben vrienden, leeftijdgenoten, ouders op het gebruik
- Hoe wordt er door de ouders zelf met middelen om gegaan
- Sterkte-Zwakte analyse van de thuissituatie (eenoudergezin, gebruikende
ouder, etc.)
Persoon
- Sterkte-Zwakte analyse van coping vaardigheden en competenties van de
jongere
- Lichamelijke en emotionele toestand van de jongere
- Temperament, hoe reageert de jongere op spanning, heeft hij
mogelijkheden om zich af te reageren, kan hij emoties kanaliseren.
|