Deze methodische manier van werken is eind jaren zestig in Amerika ontwikkeld
door Kiresuk (1968) en is inmiddels breed inzetbaar. Zo staat de ontwikkeling
van persoonlijke- of zorgplannen voor mensen met een verstandelijke beperking,
vooral in het teken van het uitwerken van een concreet werkplan, of meer in het
bijzonder een activiteitenplan. Dit bestaat uit een meetbare opzet van een
aantal hoofddoelen en subdoelen, of concretere werkdoelen.
De opzet is om vooral de ontwikkeling van het werken met deze doelen goed te
kunnen volgen. GAS heeft een sterke evaluatieve component. De
Vlaskamp Methode maakt hier gebruik van en de GAS heeft inmiddels zijn weg
gevonden in diverse activiteitencentra en ondersteuningsvormen.
Goal attainment scaling is een manier van werken om vanuit algemene doelen
tot concretere werkdoelen te komen, waardoor het plan beter georganiseerd wordt
en de aandacht duidelijk gericht wordt op haalbare doelen. Daarbij kent deze
methodiek een puntensysteem (rapportagepunten), waardoor inzicht worden
verkregen in hoeverre een doel wel of niet, dan wel gedeeltelijk behaald wordt.
Er is tevens ruimte om aan te geven of er achteruitgang is. In de beoordeling
vooraf dient duidelijk te zijn wat het meest ideale doel is (wanneer is dat
bereikt) en wat het meest realistisch is. De doelen richten zich op die die er
toe doen! D.w.z. alleen op die aspecten van vaardigheden die aandacht verdienen
en mogelijk veranderbaar zijn. Dat is niet bepaald een open deur, omdat het in
de praktijk vaak tegenvalt om tot werkdoelen te komen. Bovendien speelt mee dat
doelen niet te eenvoudig en niet te moeilijk mogen zijn.
De methodiek vereist ook een bredere betrokkenheid van verschillende personen
en deskundigen om de cliënt heen. In de schaal is het noodzakelijk om een
duidelijke 'nul'-lijn aan te geven, of een basis te kiezen bij het omschrijven
van een werkdoel. Het schema, of de schaal ziet er als volgt uit: +2: het doel
is bereikt; +1: er is een (gedeeltelijke) verandering 'in de richting' van het
doel; 0: de feitelijke beginsituatie rondom een bepaald te bereiken doel; -1: er
is een duidelijke achteruitgang ten opzichte van de beginsituatie; (-2: de
slechtst mogelijke achteruitgang!) Hierop kan dan in de dagelijkse rapportage
worden aangegeven in hoeverre er sprake is van een van deze vier.
|