Zitten, staan, lopen vormen de funderende motorische vaardigheden die aan de
basis liggen van deze methodiek. De nadrukkelijk bewegingsgerichte methode is
bedoeld voor kinderen en jongeren met ernstige verstandelijke en meervoudige
beperkingen (EVMB).
In zes stappen wordt gewerkt aan basisvaardigheden met als grootste doel de
zelfstandigheid te vergroten, c.q. de afhankelijkheid van ondersteuning te
verminderen. Dit wordt concreet gemaakt op alledaagse activiteiten: kinderen
worden stapsgewijs gestimuleerd om die activiteiten die in hun eigen belang zijn
zichzelf eigen te maken. Dan gaat het om eten, drinken, spel en communicatie.
De methode past in een ecologisch model van ondersteuning: de training moet
gebeuren in de alledaagse situatie zelf (dagcentrum, woning,
vrije-tijd-activiteiten). De training is intensief (gedetailleerd), omvat veel
herhalingen en vraagt veel geduld, met ervaringen van succes en terugval.
De ontwikkeling begon rond de jaren 1980-90, door Linda Bidabe en Kelly
Blanton in Amerika, op basis van persoonlijke ervaringen, geconfronteerd met de
beperkingen als uitdaging. Elke verbetering is er dan een, en het versterken van
de leerprocessen bij kinderen met EVMB ligt niet aan hen, 'maar aan onze manier
van trainen en onderwijzen'. Mission statement: 'het geloof dat de mogelijkheid
tot bewegen de eerste funderende steen is in de opbouw van persoonlijke
waardigheid'.
Ze stellen als effecten van MOVE, dat door de verbetering van de motorische
vaardigheden, ook de communicatie, interactie met de omgeving, en de zelfwaarde
verbeteren. Het onderzoek van Van der Putten bevestigt dit slechts gedeeltelijk.
Dat komt omdat het accent bijna uitsluitend ligt op de motorische vaardigheiden.
De methode is systematisch opgebouwd, gebruikt een eigen ontwikkelde test
voor motorische- of bewegingsvaardigheden en hanteert aan de hand van
taakanalyses concrete doelstellingen die met behulp van een 'Prompt Reduction
Plan (PRP) in een leertraject worden vastgelegd. Dit PRP wijst op de mate van
ondersteuning (support) die per stap nodig is en langzaam dient te worden
afgebouwd. Het uiteindelijke doel is dan de zelfstandig uit te voeren taak. In
de uitvoering moet van meet af ook duidelijk rekening worden gehouden met de
veiligheidsaspecten die bij elke stap een rol spelen. Uiteindelijk wordt ook
gezocht naar mogelijkheden om minder afhankelijk te zijn van aanvullende
hulpmiddelen als sta- of loopplank e.d.
De activiteitsgerichtheid is een groot pre van deze methode en vereist
teamwork!
Vergelijkbaar met de door Karl en Berta Bobath ontwikkelde NDT methode, of de
door Kobat, Knott en Voss bekende proprioreceptieve neuromusculaire
faciliteringsbenadering (PNF).
|