Een in oorsprong voor auditieve beperkingen ontworpen benadering, op basis
van een leertheoretische benadering. De kracht ervan ligt in het hanteren van
conflicten en oplopende en moeilijk controleerbare emoties door het zichzelf
door middel van denkoefeningen aanleren van alternatieven. Daarnaast staan
doelen als: versterking van zelfcontrole, eigenwaarde, sociaal inzicht,
motivatie.
De onderliggende theorie wijst op de samenhang van cognities, emoties en
communicatief gedrag. Emoties gaan aan het gedrag vooraf. Dat betekent dat het
kind aanvankelijk ongeremd, primair reageert. Naarmate kinderen ouder worden en
taal gaat hanteren, krijgt taal een eigen functie in dit proces: achteraf, als
verklaring van wat er gebeurd is, en vervolgens als verwachting van dat wat er
gaat gebeuren (waardoor angstbeelden ontstaan).
We ontwikkelen allemaal een vorm van 'selftalk': ons innerlijk gesprek met
onszelf en de daaraan gerelateerde emoties en mate van zelfwaardering. PAD richt
zich op het beter onder controle krijgen en mogelijk begrijpen van wat kinderen
zelf 'denken', of tegen zichzelf zeggen. Alle emoties zijn daarvoor bruikbaar en
worden geaccepteerd, terwijl juist niet alle gedrag acceptabel is!
De denkoefening richt zich op het bedenken van communicatie- en
gedragsalternatieven voor de ervaren emoties, spanningen of conflicten. Het
denkproces zelf is hierbij van groter belang dan de feitelijke bedachte
oplossing. Daar ligt ook het accent in de ondersteuning van de kinderen. Het is
dan de bedoeling dat de denkoefening ook uitgevoerd kan worden in andere
situaties (transfer).
PAD werkt methodisch aan:
- Zelfcontrole;
- Begrip van emoties en waardering van emoties;
- Probleemoplossing;
- Positief zelfbeeld;
- Sociale vaardigheden.
Deze doelen volgen elkaar - als het goed is - ook op.
De meest in het oog springende invalshoek is het verhaal van de 'schildpad':
een klein schildpadje komt steeds in moeilijkheden omdat het vergeet na te
denken - een grote wijze schildpad geeft dan uitkomst: het leren jezelf
beheersen door in je schild (schulp) te kruipen! Dat betekent: eerst in jezelf
nadenken, en dan naar buiten komen en doen wat je bedacht hebt!
Afhankelijk van de leeftijd van de kinderen kunnen concrete dingen worden
bedacht om 'in jezelf te kruipen': een rode kaart laten zien; allebei je handen
in je zakken steken; je vuisten stevig op je rug bij elkaar vasthouden en
minstens tot 10 tellen; even omdraaien, een 'time-out' nemen. Om dit te
versterken kan er ook een apart signaal worden afgesproken om te 'schildpadden',
zodat de leerkracht dit ook kan aangeven wanneer de situatie er om vraagt.
Naast dit 'schildpadden' wordt er gewerkt met de 'Stop, denk, doe'-structuur.
Dit wordt door een stoplicht aangegeven. Bij rood: terugtrekken in jezelf en
gaan nadenken. Het leren begrijpen van emoties gebeurt met schema's en
emotie-kaarten (picto's) die aan de hand van situatie gesprekjes concreet worden
ingevuld. Vanuit Rood ontstaat Oranje: bedenken wat te doen is! Vanuit Oranje
naar Groen: uitvoeren wat bedacht is! Dit alles wordt bij oefeningen en na
concrete situaties geëvalueerd. Het positief waarderen van elke afzonderlijke
stap van het kind tenslotte, bevorderd de positieve zelfwaardering.
|