In de ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking is de rond
1960 door Eric Berne ontwikkelde Transactionele Analyse een goede aanvulling.
Hij typeert de menselijke manieren van zichzelf presenteren op drie belangrijke
vormen: die als ouder (O), als volwassene (V) en als kind (K). Van elke vorm
typeert hij de kenmerken en het belang van het je bewust worden in welke positie
je jezelf bevindt. Deze positie noemt hij de 'egopositie'. Dit zijn dus geen
'rollen' die we spelen, maar vormen van hoe we onszelf vanuit onze eigenheid
presenteren.
- O: de positie zoals je die van je ouders hebt eigengemaakt, en die je
uitlokt tot bijv. vaderlijk of moederlijk denken en handelen.
- V: de egopositie waarin je je op een gelijkwaardige manier opstelt
tegenover de ander, niet er boven, niet er onder, en je denkt en handelt
vanuit een emotioneel en rationele balans.
- K: je bevindt je in een egopositie waarin je je afhankelijk weet van
anderen, uitgedaagd voelt, je in de ander een meerdere ervaart, etc.
Onwillekeurig nemen we steeds wel een van deze posities in. Dat betekent ook
dat we de ander ook in een bepaalde positie benaderen.
Berne heeft een groot accent gelegd op groepsbenaderingen. Daarin komt de
dynamiek van TA ten volle tot uitdrukking en ontstaat er een eigen relationeel
patroon van denken en handelen waarin je het risico loopt om en jezelf en de
ander klem te zetten. De meest gewenste benadering van volwassenen onder elkaar
is die van gelijkwaardigheid, dus als V.
Dit lukt niet vanzelfsprekend! Dat komt ook omdat we deze egoposities zich op
een eigen unieke wijze in ons leven ontwikkelt hebben en stevig opgeslagen
hebben in ons geheugen. Deze posities ontwikkelen zich op basis van hun eigen
behoefte. Dat maakt het lastig om de posities ook te onderkennen bij jezelf. Je
benadert ook de ander in een bepaalde positie, of spreekt hem daarop aan: je
benadert de ander als ouder/volwassene/kind.
Voor de mensen met een verstandelijke beperking is dat wezenlijk: zij staan
in een eigen egopositie in de werkelijkheid. Zeker wanneer de sociaal-emotionele
ontwikkeling zich in de eerste levensmaanden bevindt, is hun egopositie K.
Wanneer de ondersteuners hen in plaats van K benaderen in hun O of V worden zij
hierin overvraagd. De ondersteuner is voor deze betrokkene ook eerder een O dan
een V, en zeker geen K.
Het je realiseren van deze posities is dus van groot belang. Het wordt nog
eens lastiger wanneer we in onze eigen beleving onze interne dialoog voeren
tussen onze egoposities: mijn O en V en K communiceren onderling op grond van de
verschillende ervaringen die ik heb opgedaan en die ik geneigd ben ook op
anderen te projecteren.
Het begrip Transactionele Analyse hangt samen met de transactie (de concrete
en directe communicatie/handeling) die voortdurend plaats vindt tussen mensen.
De analyse richt zich dan op het onderzoek naar de betekenis, of
metacommunicatie, in deze transactie. Het helpt vervolgens om de juiste
egopositie in te kunnen nemen t.o.v. de ander. Het doel van de TA is in algemene
zin het versterken van de autonomie van iedere betrokkene in de communicatie.
Autonoom denken en handelen is vooral merkbaar in het hier en nu. Dat maakt de
toepassing concreet en direct.
|