Op sommige ZMLK scholen wordt er gewerkt met T.E.A.C.CH. De letters ZMLK
staat voor Zeer Moeilijk Lerende Kinderen. Het onderwijs dat gegeven wordt op
deze scholen is bedoeld voor kinderen met een verstandelijke handicap, waarvan
de ontwikkeling ernstig is verstoord is. Deze verstoring kan zich op allerlei
manieren uiten. Een kind kan moeilijkheden hebben bij de motorische
ontwikkeling, bij taalontwikkeling, bij het verwerven van sociale vaardigheden,
bij het begrijpen van leerstof of bij het zich concentreren.
De ontwikkeling van een zeer moeilijk lerend kind verloopt vaak onregelmatig.
Het kind kan op het ene gebied iets heel snel begrijpen, terwijl andere dingen
onbegrijpelijk blijven. Wat andere kinderen spelenderwijs leren, moet een zeer
moeilijk lerend kind dikwijls echt aangeleerd worden. Bij zeer moeilijk lerende
kinderen verloopt de ontwikkeling veel trager dan bij leeftijdgenootjes zonder
verstandelijke handicap en blijft de ontwikkeling op een lager niveau.
Zeer moeilijk lerende kinderen hebben vaak een individuele benadering nodig.
Zij hebben intellectuele beperkingen en blijven dikwijls sociaal afhankelijk.
Ook tonen zij vaak weinig initiatief om de omgeving te onderzoeken. Meestal
hebben zij veel structuur nodig. Van tijd hebben zij vaak weinig besef. Verder
hebben zeer moeilijk lerende kinderen een langzamer ontwikkelingstempo dan
normaal. Zij vertonen nogal eens problemen met de motoriek en zij hebben soms
sociaal-emotionele problemen. Ze hebben hun eigen specifieke denk- en
communicatiestijl en daarmee hun eigen specifieke moeilijkheden maar ook
mogelijkheden.
T.E.A.C.CH. staat voor Treatment and Education of Autistic and related
Communication Handicapped Children. Dit programma voor mensen met autisme, is
ontwikkeld in de V.S. T.E.A.C.CH. houdt in: samenwerking met ouders,
aanpassingen van de omgeving en de individualisering van educatieve programma's.
De nadruk ligt op een positieve educatieve benadering.
De belangrijkste elementen van T.E.A.C.CH. zijn verduidelijking en
voorspelbaarheid. De omgeving moet uitnodigend zijn, veiligheid bieden en
positief-bevestigend zijn. Hierdoor wordt de zelfstandigheid bevorderd en zien
de kinderen eerder verband tussen verschillende gebeurtenissen.
Op scholen die met T.E.A.C.CH. werken zie je meteen wat dat betekent. Er
hangen individuele dagschema's: de leerlingen werken met pictogrammen, of
foto's, of met concrete materialen voor het eigen dagrooster. De leerling ziet
precies wat er te gebeuren staat. Bij de individuele werktafel ziet hij zijn
werkschema. Hij ziet 'wat moet ik doen', hoeveel en wat komt daarna.
Uit ervaringen blijkt dat verduidelijking en visualisering ook heel goed
werkt voor andere leerlingen met een verstandelijke handicap. Instructie met
behulp van pictogrammen wordt beter begrepen en een duidelijke klasseninrichting
geeft meer overzicht. Daardoor wordt zelfstandigheid bevorderd.
Wat houdt T.E.A.C.CH. in?
Verduidelijking en voorspelbaarheid d.m.v. met name visualisatie, door middel
van picto's (plaatjes) of foto's, of teksten. Hierbij enkele voorbeelden
Je kunt het dagprogramma verhelderen d.m.v. pictogrammen, foto's of indien
nodig voorwerpen. De Picto's worden van links naar rechts geplaatst. Als een
activiteit afgelopen is wordt de picto verwijdert. In het begin wordt er veel
aandacht besteed aan het herkennen en begrijpen van de picto's. Als picto's te
moeilijk blijken te zijn, stap dan over op het foto- of voorwerpen. Op de foto
staat de activiteit afgebeeld of een voorwerp dat naar deze activiteit verwijst.
Muziekles
Ook binnen een activiteit blijkt het vaak noodzakelijk om het een en ander te
verhelderen. Wat gaan wij bijvoorbeeld binnen een muziekles doen? Voor veel
leerlingen niet zo relevant om te weten, maar deze leerlingen geef je een heel
stuk verheldering en zekerheid als je daarin tegemoet komt. Hang bijvoorbeeld
onderstaande pictogrammen met bijschrift op om de leerlingen tegemoet te treden.
 |
 |
 |
We beginnen met een luisteroefening. |
Daarna gaan we een nieuw lied zingen. |
En als laatste activiteit gaan wij muziek maken met de
instrumentjes. |
Heel vaak zie je ook dat leerlingen hun werk niet goed kunnen organiseren.
Waar moet ik iets neerzetten. Waar moet ik mee beginnen, waar moet ik zaken
neerleggen als ik klaar ben etc. Om leerlingen hier bij te helpen kun je een
werkorganisatieschema maken. Dit kunnen vakjes op de tafel zijn die aangeven
waar een bakje moet komen te staan, maar dit kunnen ook onderstaande voorbeelden
zijn.
Werkorganisatieschema: Puzzelen
- eerst de hoeken
- daarna de randen
- als laatste de rest
Waarbij je ook nog de mogelijkheid kunt gebruiken om de stukjes in
verschillende bakjes aan te bieden, die de leerling dan een voor een moet
afwerken (d.m.v. matchen).
Als de leerling niet duidelijk weet waar hij de complete plaatjes moet
neerleggen en waar hij de plaatjes met ontbrekende stukken moet neerleggen kun
je hem met het volgende schema helpen.
Werkorganisatieschema
Wat moet ik doen? Hoe lang moet ik werken?
Tijdens het werken krijgen de leerlingen die met T.E.A.C.CH. werken een of
meerdere mandjes aangeboden, waarin hun werk klaar ligt. In een mand zit precies
het materiaal waar de leerling mee moet werken, zodat hij weet wanneer een taak
klaar is. Aan de zijkant van het schot hangen een aantal plaatjes (matchkaarten)
met concrete afbeeldingen, cijfers, kleuren, letters etc. die corresponderen met
de afbeelding op het mandje wat klaar staat. De leerling pakt het eerste plaatje
van het schot, legt deze aan de linkerbovenkant van de tafel. Pakt (links) het
mandje wat hierbij hoort en maakt het werk. Als hij klaar is bevestigt hij het
plaatje op de mand erbij en zet het mandje links weg, waarna hij aan zijn
volgende taak begint.
Waar moet ik werken?
De leerlingen hebben een eigen werkplek, die afgebakend wordt door een schot,
zodat de leerlingen rustig kunnen werken. Als ze op deze plek gaan zitten weten
ze ook dat er gewerkt moet worden.
Wie komt mij helpen?
Door middel van een picto wordt aan de leerling duidelijk gemaakt of er op
deze dag iemand komt helpen of dat hij zijn werk helemaal zelfstandig moet
maken. Ook hierbij kun je weer variëren door bijvoorbeeld bij het ene werkje
wel hulp te bieden en het andere werkje zelfstandig te laten maken.
Wat mag ik daarna doen?
Voordat de leerling met werken begint kan hij een beloningsactiviteit kiezen
of wordt deze voor hem klaar gezet. Dit kan weer heel concreet (d.m.v. het
materiaal) of heel abstract (d.m.v. geschreven tekst).
Ook kun je werken met een beloningsbord. Hierop staan foto's van materialen
waar de leerlingen als ze klaar zijn, mee kunnen spelen. Voordat ze gaan werken
kunnen ze een foto van het bord kiezen. Deze foto komt onderaan bij de
matchkaarten te hangen, zodat de leerling kan zien wat hij mag gaan doen als hij
klaar is.
Op deze manier worden tijdens het werken de vragen die een leerling stelt
verhelderd (voor de leerling duidelijk gemaakt):
- waar
- wat en daarna
- hoeveel
- hoelang
- hoe organiseren
- met wie
Vaak merk je dat een leerling meer nodig heeft dan taal om de opdracht goed
te begrijpen en dus ook goed uit te kunnen voeren. Ook hier kun je helpen met
visuele verheldering.
Een voorbeeld hiervan is:
Een kind komt 's morgens binnen en laat zich iedere dag weer heel snel
afleiden door allerlei dingen die rondom hem gebeuren. Daardoor vergeet hij
iedere dag opnieuw om zijn tas uit te pakken, de spullen goed weg te leggen en
zijn tas en jas aan de kapstok te hangen.
Door een aantal foto's aan te bieden om hem te laten zien wat hij moet doen
weet hij precies wat hij moet doen. Deze foto's zitten aan een sleutelhanger,
zodat hij iedere keer een stap kan zien. Als hij klaar is, draait hij de foto
weg en ziet hij wat de volgende stap is.
Doordat de taal zo'n vluchtig gebeuren is kun je proberen veel zaken te
verhelderen, zodat de kinderen met de nodige hulpmiddelen zo zelfstandig
mogelijk hun weg in de klas en op school kunnen vinden.
Enkele voorbeelden hiervan zijn:
Op klas niveau:
- Een foto bij de kapstok waar hun jas moet hangen
- Een foto op de grond op de plek waar ze in de kring moeten zitten
- Foto's op de laatjes met materialen erin
- Foto's op hun stoel en tafeltje
- Een foto op de deur van de klas met de leerkracht en de leerlingen van
deze klas
- Extra picto's op het bord als er iemand op bezoek komt of ziek is
- Een eigen dagbalk voor leerlingen die dit nodig hebben.
Op school niveau:
- Picto's in de keuken, welke spullen in de klas zijn
- Picto's op de deur bij overhead ruimtes
- Gekleurde tegels met een nummer op om aan te geven waar iedereen op de
bus moet wachten
Probeer door de dag heen zoveel mogelijk situaties visueel te verhelderen.
Soms moet je het echter met alleen 'taal of gebaren' als gereedschap doen. Ook
dan is het zaak om zo helder mogelijk te zijn. Dus korte zinnen, heel concrete
boodschappen, tijd geven om de boodschap te verwerken, zorgen dat je bij
herhaling precies dezelfde boodschap geeft etc. Met andere woorden, als je
verbaal zaken aangeeft, ben je dan bewust van de goede manier van communiceren.
|