Constructionele gedragstherapie is de therapeutische toepassing van de
constructionele gedragsanalyse en is gefundeerd op de Theorie van de Dominante
Actieve Vermijding (B.J. Bakker-de Pree Constructionele Gedragstherapie.
Nijmegen: Dekker en v.d. Vegt, 1987).
In een constructionele gedragstherapie worden klachten verholpen via het
systematisch en methodisch uitbreiden van het klachtenvrije functioneren.
Gedragsanalytisch
Constructionele gedragstherapie is gebaseerd op de 'body of knowledge' van de
experimentele gedragsanalyse. De benadering is gedragsanalytisch, omdat wordt
gewerkt vanuit een conditioneringstheoretische (behavioristische) visie op
gedrag. Het focus ligt niet op hoe het individu iets doet (topografie van
gedrag, b.v. vaardigheden), maar op de interactie van het individu met zijn
omgeving. Op welke omgevingsaspecten (antecedente stimuli) reageert de cliënt?
Welke omgevingsveranderingen (consequente stimuli) zijn weer het gevolg van zijn
reactie en wat is daarvan het effect op zijn welbevinden? Dat zijn in een
constructionele gedragstherapie de centrale vragen om te begrijpen hoe iemand
functioneert. Constructionele gedragstherapie is dus stimulusgericht en niet
gedragsmatig.
Constructioneel
Constructionele gedragstherapie is constructioneel, omdat psychische klachten
worden bekeken vanuit de opbouw (constructie) van iemands vertrouwde,
klachtenvrije functioneren. Klachten treden op als aanknopingspunten
(discriminatieve stimuli) voor dat functioneren in een situatie ontbreken.
Klachten
Een gemeenschappelijke kenmerk van alle soorten psychische klachten is, dat
iemand er toenemend door in beslag genomen wordt. Mogelijkheden in de omgeving
die wel aanknopingspunt bieden om te functioneren (discriminatieve stimuli),
worden daardoor steeds minder opgemerkt. Dat verklaart de geleidelijke
progressie van veel psychische klachten. In een behandeling moet dit proces
worden omgedraaid.
Behandeling
Er wordt gebruik gemaakt van een gedetailleerd behandelprotocol bestaande uit
een tiental samenhangende behandelprocedures. Er zijn twee behandelroutes:
functioneringsversterking en functioneringsdiversificatie. Bij beide is het
klachtenvrije functioneren van de cliënt het aangrijpingspunt van de
behandeling. Beide behandelvormen beogen herstel en uitbreiding van het
klachtenvrije functioneren van de cliënt, zodat deze zich beter kan handhaven
in de interactie met zijn omgeving. De manier waarop dit wordt gerealiseerd,
verschilt per behandelroute. De cliënt raakt in beide gevallen toenemend
gericht op aanknopingspunten (discriminatieve stimuli), die de situatie (weer)
biedt om te functioneren. De klachten nemen navenant af.
Constructionele gedragstherapie is dus functioneringsgericht, niet
klachtgericht, en werkt daarom bij een breed scala van psychische klachten.
|