Het Eigen Initiatief Model (EIM) is een trainings- en begeleidingsmethodiek
voor het vergroten van de zelfstandigheid, de flexibiliteit en de inzetbaarheid
van mensen met een handicap. Het geleerde biedt hen, naast het eerder genoemde
perspectief, ook de mogelijkheid 'effectiever' te functioneren op alle
maatschappelijke terreinen. Het model werd ontwikkeld n.a.v. het
wetenschappelijk onderzoek van de vakgroep orthopedagogiek van de
Rijksuniversiteit Groningen. Het onderzoek werd uitgevoerd door dr. J.T. Timmer
onder supervisie van prof. dr. G.H. van Gemert.
Veel mensen met een verstandelijke handicap hebben problemen bij het leren
van specifieke vaardigheden. Dit zijn vaardigheden die vereist zijn bij de
concrete uitvoering van de werkzaamheden. Ze hebben niet zozeer moeite zich een
vaardigheid eigen te maken, als wel met het spontaan en flexibel gebruiken van
deze vaardigheden.
Zij weten vaak niet te bepalen wanneer er een bepaalde vaardigheid moet
worden toegepast in een andere situatie. Met andere woorden: de goede dingen op
het juiste moment en op de juiste plaats doen. Moeilijk lerenden beschikken niet
of niet in voldoende mate over 'metacognitie'.
Dit betekent dat ze te weinig geleerd hebben om na te denken over wat ze
doen, hun handelen te weinig plannen, structureren en sturen. Voor een
buitenstaander ontstaat de indruk, dat ze maar wat ondernemen en voortdurend het
overzicht kwijt zijn. De oplossing voor dit probleem is systematisch op een
juiste wijze aanleren van algemene vaardigheden, waardoor er inzicht
ontstaat in hun eigen handelen. Hierdoor kan men het aangeleerde naar andere
situaties vertalen en toepassen (generalisatie).
In een werksituatie en daar buiten wordt vaak gekozen voor een methode van
voorschrijven en structureren om de hiervoor omschreven problematiek te
omzeilen. De deelnemer blijft zo afhankelijk van de begeleider, omdat hij of zij
niet geleerd heeft zelf na te denken over de manier hij het werk moet uitvoeren
Dit leidt tot datgene wat we wel aanduiden met 'aangeleerde hulpeloosheid'. EIM
richt zich niet op het omzeilen, maar op het opheffen van de 'aangeleerde
hulpeloosheid', Waardoor mensen met een handicap hun mogelijkheden optimaal
kunnen benutten. Dat laat onverlet, dat daar waar werkelijk een hulpvraag
geformuleerd wordt door de betrokkene zelf, deze zoveel mogelijk gehonoreerd
dient te worden.
De effecten van EIM voor de deelnemer:
- De mogelijkheid zichzelf te ontwikkelen en daarmee een vergroting van
het zelfbeeld.
- De mogelijkheid daadwerkelijk te werken aan bevordering van
arbeidsgeschiktheid.
- Groei van sociale vaardigheden en daarmee de toename van
zelfredzaamheid.
- Grote mate van zelfstandigheid, waardoor mensen met een handicap beter
in staat zijn voor zichzelf te plannen, te structureren en te ordenen.
- Uitgedaagd worden tot het vergroten van zelfoplossend vermogen door
initiatief en flexibiliteit te tonen.
- Aangesproken kunnen worden op eigen verantwoordelijkheden.
Wat vraagt EIM van de begeleider
- Een verstandelijke omslag maken: Niet meer vanuit zichzelf, maar juist
vanuit de betrokkene redeneren.
- Een gevoelsmatige omslag te maken en komen tot gelijkwaardige relaties.
- Een andere begeleidingsmethode toepassen: van een directieve begeleiding
naar ruimte geven tot zelf ontdekken en kiezen.
- Regelmatig en doelgericht aandacht besteden aan het functioneren van
medewerkers / deelnemers: Voorwaarden scheppend en praktisch toepassen van
methodisch handelen.
- Het eigen functioneren regelmatig kritisch te evalueren.
De uitgangspunten van EIM
- Mensen aanspreken op hun mogelijkheden
- Medewerkers/ deelnemers keuzes bieden en binnen hun eigen mogelijkheden
verantwoordelijkheid geven en zelf beslissingen laten nemen.
- Het initiatief tot het denken en het handelen bij de betrokkene leggen.
- Het stimuleren van zelfstandigheid.
- And last but not least: respect voor de individuele mens tonen en werken
op basis van gelijkwaardige relaties.
|