Arnold Goldstein ziet zijn 'structured learning therapy' als een methodiek,
die tegemoet komt aan de behoeften, leefwijze en leefwereld van de lower-class
cliënt. Zijn methode is gericht op het vergroten van vaardigheden.
Via het aanleren van vaardigheden wordt autonomie, assertiviteit, interne
controle, accuraatheid van waarnemen en communiceren, tolerantie voor frustratie
en
ambiguïteit van de cliënt vergroot, om hem beter opgewassen te doen zijn
tegen de eisen die het (dagelijkse) leven aan hem stelt.
Deze vaardigheden (skills) worden de cliënten aangeleerd via modeling,
gedragsoefening, sociale bekrachtiging en transfer-training. Dit gebeurt in
groepen die, afhankelijk van het niveau van de groep en van het aantal en de
complexiteit van de vaardigheden, drie tot acht zittingen in beslag nemen.
Bij de keuze en nadere operationalisatie van de hoofdcomponenten van zijn
methode refereert Goldstein aan een groot aantal onderzoeken. Samengevat laten
deze componenten zich als volgt beschrijven:
- Modeling
- Gedragsoefening
- Bekrachtiging
- Transfer-training
|