Luisteren naar elkaar
Thomas Gordon heeft een boek geschreven met de gelijknamige titel. Hij gaat
nader in op de vaardigheid, die hij 'actief luisteren' noemt. Verder kijkt hij
of het werkelijk nodig is dat een conflict altijd zo moet eindigen, dat de een
gelijk en de ander ongelijk heeft. Tegenwoordig spreken we van het scheppen van
een 'win-win situatie', waarbij beide partijen iets winnen uit de oplossing.
Om te beginnen moeten ouders leren luisteren naar hun kinderen. Daarmee wordt
dan bedoeld, proberen te begrijpen wat ze eigenlijk zeggen, dus wat hun
bedoeling is achter de woorden die worden gezegd. Meestal doen ouders dat niet,
maar zeggen nou net de verkeerde dingen, waardoor of ruzie ontstaat of het
probleem gewoon niet wordt opgelost.
Gordon komt met het volgende voorbeeld:
Een jongen van veertien jaar heeft moeite met school. 'Ik kan gewoon niet aan
mijn huiswerk beginnen. Ik heb er een hekel aan. En ik heb een hekel aan de
school. Het is een doodsaaie boel. Ze leren je niets dat belangrijk is in het
leven, alleen maar een hoop rommel. Als ik oud genoeg ben, zet ik geen stap meer
binnen in die school. Je hoeft niet te studeren om vooruit te komen in het
leven.'
Hoe reageren ouders hier op? Er zijn twaalf verkeerde mogelijkheden. Al die
mogelijkheden stoppen de communicatie, waardoor er niets wordt opgelost en het
probleem alleen maar groter zal worden.
- Geen enkele zoon van mij gaat van school. Dat zal ik niet toestaan.
Bevelen, voorschrijven, eisen
- Als je niet meer naar school gaat moet je van mij geen financiële
hulp verwachten.
Waarschuwen, dreigen
- Studeren is de meest voldoening schenkende ervaring die iemand kan
hebben.
Moraliseren, preken
- Waarom maak je geen tijdschema voor je huiswerk?
Adviseren, oplossingen geven
- Een universitair opgeleide verdient zeker 50% meer dan iemand met een
middelbare opleiding.
Beleren, argumenten aanvoeren
- Je bent kortzichtig. En daarmee bewijs je meteen dat je nog niet
volwassen bent.
Oordelen, kritiseren, beschuldigen
- Je bent altijd een goede student geweest, met heel wat mogelijkheden.
Prijzen, honing om de mond smeren
- Je praat als een hippie.
Belachelijk maken
- Je gaat niet graag naar school omdat je bang bent je moe te maken.
Interpreteren, analyseren
- Ik weet hoe je je voelt, maar volgend jaar zal het wel beter gaan.
Geruststellen, meeleven
- Wat zou je doen zonder onderwijs? Waar zou je later van leven?
Uitvragen, ondervragen, vragen stellen
- Geen problemen aan tafel! Hoe gaat het tegenwoordig met de
voetbalploeg?
Zich terugtrekken, het probleem afwenden, afleiden.
Dit zijn dus allemaal geen oplossingen. Erger nog, allemaal geven ze aan dat
de communicatie wordt gestopt. Wat is de reactie van het kind?
- Ze willen niet meer praten;
- Ze nemen een defensieve houding aan;
- Ze gaan tegenspreken, doen een tegenaanval;
- Ze voelen zich hulpeloos, minderwaardig;
- Ze gaan wrokken en worden boos;
- Ze voelen zich schuldig of dom;
- Ze voelen zich niet geaccepteerd zoals ze zijn;
- Ze voelen dat men ze niet in staat acht hun eigen problemen op te
lossen;
- Ze voelen zich onbegrepen;
- Ze denken dat hun gevoelens verkeerd zijn;
- Ze voelen zich in de rede gevallen;
- Ze voelen zich gefrustreerd;
- Ze voelen zich aangevallen en aan een streng verhoor onderworpen;
- Ze hebben het gevoel dat de ouder geen belang in hen stelt.
Vandaar de titel van het boek: Luisteren naar elkaar.
Zo moet het dus niet... maar hoe dan wel? Er zijn verschillende manieren om wel
te 'luisteren' en de belangrijkste is volgens ons...
Actief luisteren
Dat betekent dat je laat weten, dat je de boodschap hebt begrepen, door die
te herhalen en je kijkt naar het gevoel, dat er achter zit. Niet alleen naar de
woorden.
Om nu even terug te gaan naar het voorbeeld hierboven, zou een goede reactie
geweest kunnen zijn: 'Volgens mij ben je die school goed zat. Vertel eens wat er
aan de hand is'. Waarna het kind zijn verhaal kwijt kan en DAARNA kunnen we
kijken of we een oplossing kunnen bedenken. Bovendien zal vaak blijken als je
'open vragen' stelt (vragen waar je niet met 'ja' of 'nee' op kunt antwoorden),
dat het kind zelf wel een oplossing voor het probleem kan bedenken. Bovendien
leer je hem of haar hiermee meteen, dat hij/zij zelf in staat is om oplossingen
te vinden voor iets dat niet goed gaat! Een hele stap naar de ontwikkeling van
zelfstandigheid! Je geeft namelijk aan, dat je best wilt meedenken, maar dat je
niet het probleem voor je kind gaat oplossen. Je gaat het kind helpen het zelf
op te lossen.
Een gesloten vraag is in het bovenstaande geval: 'Heb je het niet naar je zin op
school?', waarbij een eenvoudig 'nee' het antwoord kan zijn. Vraag je: 'Vertel
es, wat is er aan de hand?', dan nodig je uit tot het geven van informatie en
geef je de ander de ruimte om te vertellen.
Door actief te luisteren en met eigen woorden de gevoelens van het kind te
herhalen, geef je aan dat je die gevoelens accepteert. Het kind zal ze dan ook
eerder accepteren. Je leeft mee met het kind.
Als het kind het gevoel heeft begrepen te worden, zal het een warmere relatie
met de ouders ontwikkelen, waardoor het ook eerder eventuele oplossingen die je
aandraagt serieus zal overwegen. Doordat het zich geaccepteerd voelt, is er geen
verzet, geen woede, wrok of andere negatieve gevoelens tegenover de ouder.
In het begin lijkt het heel gemaakt om de gevoelens van de ander te herhalen.
Het lijkt bijna of je het kind in de maling neemt, maar met wat oefening wordt
het een gewoonte en daardoor ook veel natuurlijker. Op deze manier voorkom je
veel frustratie en boosheid in je gezin. Er komt meer begrip en meer openheid en
dat leidt er weer toe, dat kinderen eerder komen met wat hen dwars zit.
Ik en jij boodschappen
Natuurlijk komt het ook voor dat een kind gedrag vertoont, dat je
onacceptabel vindt. Je wilt het veranderd hebben. We werken dan vaak met
jij-boodschappen, gevolgd door een waarde-oordeel over het kind. Jij
bent.........vul maar in. Zoals: 'je bent een stommeling, dat je zo'n cijfer
haalt, terwijl het helemaal niet hoeft'. Dat lucht op, maar je geeft het kind de
boodschap mee: ik deug niet, mijn vader/moeder vindt mij een stommeling, ik heb
gefaald. Wanneer je zegt: 'Ik maak me er kwaad over, dat je geen voldoende hebt
gehaald', klinkt het al heel anders, maar is evenzeer de waarheid. Je hebt het
kind nu niet aangevallen en je hebt geen negatief waarde-oordeel uitgesproken,
je hebt alleen maar gezegd wat jij voelde. In feite heb je dezelfde mededeling
gedaan, maar het komt wel anders over. Dit houdt de mogelijkheid tot verdere
communicatie open. Als een kind zich toch verzet tegen een ik-boodschap, kun je
weer overschakelen op actief luisteren.
Moeilijk? In het boek worden tal van voorbeelden genoemd, die het proces heel
duidelijk beschrijven.
Eerder schreven we al over de win-win situatie. Hierbij gaan we ervan uit, dat
we een oplossing voor een conflict vinden door overleg, waarbij beide partijen
het uiteindelijk eens worden. Eten! Je kunt het kind dwingen te eten. Je neemt
alle ellende voor lief en verzint van alles om hem tot eten te dwingen. Je hebt
de sterke wil van het kind om zeep geholpen en jij wint. Of het kind heeft een
sterkere wil dan jij en je krijgt het niet voor elkaar, je geeft het op, het
kind wint. Machtsstrijd! Terwijl juist die sterke wil van het kind voor het hele
leven zo belangrijk is.
Je zou ervoor kunnen kiezen uit te zoeken waarom het kind niet eten wil, in een
gesprek, waarbij je actief luistert... het kind zal zich (en zijn gevoelens)
geaccepteerd voelen en er kan in overleg een lijst worden samengesteld van wat
hij wel wil eten en wat echt niet. Beide partijen spreken af zich daaraan te
houden. Moeder kookt niets van de lijst van 'niet' en het kind eet alles van de
lijst van 'wel'. Einde conflict. Of je spreekt af dat het kind een hapje neemt
en daarna iets eet, wat het wel lekker vindt. Hierin speelt ook weer een rol,
dat je ervan uitgaat, dat het kind een klein mensje is met eigen wensen, die je
respecteert, zoals je je eigen wensen gerespecteerd wilt hebben. Zelf eet je
toch ook niet alles?
Mocht dit niet lukken en je kind wil niet eten. Wat dan? Moeilijk he? Waarom?
Hij eet niet, dan heeft hij honger. Wanneer je geen conflict aangaat, is er voor
het kind geen reden om zich te verzetten. Waartegen zou het zich moeten
verzetten? De maaltijd kan verder gezellig verlopen en op een gegeven moment
krijgt het kind vanzelf honger en wil eten. Het staat je dan vrij om alsnog iets
te eten voor hem klaar te maken, of te zeggen: 'Sorry, maar de maaltijd is
voorbij. Volgende keer weer.' Dat moet je hem van te voren dan wel gezegd
hebben: 'Niet eten is
oké, maar dan krijg je geen tussendoortjes tot de
volgende maaltijd, want ik ga straks niet voor de tweede keer vandaag eten
koken'. Gewoon door de ervaring leert het kind, dat wanneer het niet eet, dat
het honger krijgt en dat is simpel te voorkomen, door te eten als het op tafel
staat. Ook dan zal een conflict uitblijven.
Wat is het ergste dat er kan gebeuren?
Vraag je eens af: 'Wat is het ergste dat er kan gebeuren?'. Wat is het ergste
dat er kan gebeuren als je kind niet wil eten en zelf moet ontdekken dat hij dan
honger heeft? Juist! Dus je kunt het hem makkelijk een keer laten proberen.
Bovendien, als je een kind hebt dat slecht eet, hou maar heel secuur een lijstje
bij van alles wat het kind op een dag eet en drinkt. Je zult ervan versteld
staan wat er allemaal nog naar binnen verdwijnt. Hoezo niet willen eten? Vaak
zijn wij hier zelf debet aan. Hoe vaak stoppen we een kind dat zeurt om iets
lekkers toch maar een stukje kaas of worst toe met het argument: 'hij heeft
vanmiddag ook al bijna niets gegeten'. Daarmee is de vicieuze cirkel weer rond,
want vanavond heeft hij dankzij de worst of kaas bijna geen honger meer.
|