Als begeleider treed je in contact met de ander. Daarbij neem je je eigen
levensverhaal mee, met eigen normen en waarden en je eigen seksuele
levensgeschiedenis. 't Is de kunst je (seksuele) bestaanswijze te relativeren,
ten gunste van de leefwereld van die ander, met wie je een ontmoeting aangaat.
Redenerend vanuit een holistische mensvisie stellen we: 'Het gaat om het verhaal
van die ene, unieke cliënt'. In de ontmoeting met de cliënt ga je als begeleider
op zoek naar de seksuele (hulp)vragen. Wanneer je een narratief mensbeeld
hanteert, op zoek bent naar het hele verhaal van die ene mens, reduceer je die
mens niet tot zijn lichamelijke (on)mogelijkheden, zijn al dan niet onverwerkte
jeugd, zijn emotionele draagkracht of welk element dan ook. Een mens is meer dan
de som van al die delen.
Een begeleider interesseert zich voor het totaalbeeld van de cliënt, maakt
gebruik van zoveel mogelijk informatie en verbreedt zo mogelijk die informatie
in de geschiedenis en in de actualiteit. Vanuit een dergelijke visie met mensen
omgaan brengt ons terug bij een belangrijk attitudeaspect, namelijk: acceptatie.
Dit is het je actief verplaatsen in de belevingswereld van die ene mens, door
diens ogen de wereld inkijken. Bij seksuele voorlichting komt een dergelijke
attitude ons goed van pas.
Het vraagt om een onbevangen attitude om het (seksuele) verhaal van de cliënt
helder te krijgen.
De idee dat je een mens kunt 'lezen' weerspiegelt een bepaalde visie.
Namelijk dat mensen verhalen zijn. Het vak begeleider komt vaak neer op het
achterhalen van de betekenis van gedrag. Wanneer we de betekenissen van
gedragingen van een cliënt bij elkaar optellen ontstaat er een verhaal, het
verhaal van die ene mens. Het is de kunst dat verhaal goed te lezen. Zodoende
begrijp je iemand beter. En zul je er ook beter achter komen wat die ene mens
van je vraagt op het gebied van seksuele voorlichting. Vandaar de ondertitel van
ons boek over seksuele voorlichting: De kunst van het verstaan.
In dat boek maken we gebruik van 'de leer van de hermeneutiek'. De
hermeneutiek is een denkwijze die haar oorsprong vindt in een
geesteswetenschappelijke stroming. In aanvang was de hermeneutiek gericht op
bijbelinterpretatie (exegese). Later bleek deze toepassing van een visie ook
zeer geschikt om in de leefwereld van een ander te stappen. Daarbij maakt men
gebruik van 'de hermeneutische cirkel'. In dat boek over seksuele voorlichting
herintroduceren wij deze hermeneutische cirkel en passen haar toe op
seksualiteit en relatievorming van de cliënt die aan uw zorg is toevertrouwd.
We gebruiken de hermeneutische cirkel als hulpmiddel om een zo goed mogelijke
persoonlijke inschatting te maken van die cliënt, in dit geval op seksueel vlak.
Om de persoon beter te begrijpen in alle mogelijke facetten die met dit
onderwerp te maken hebben, zoals de emotionele draagkracht, het verstandelijke
niveau, het sociale niveau, vaardigheden, achtergrond, eventuele opmerkelijke
gebeurtenissen, enzovoorts. Gebruikmaken van de methodiek van de hermeneutische
cirkel helpt ons een mens in zijn totaalbeeld te plaatsen, te zien. Het
vergemakkelijkt ons diens gedrag te begrijpen. Deze inzichten leiden - zo blijkt
ons in de praktijk - tot grotere acceptatie van de cliënt.
Dit hulpmiddel is een methodiek die ons in staat stelt de seksuele hulpvraag
te verduidelijken
Wanneer het totaalbeeld van de cliënt op seksueel vlak duidelijk is kunnen
we:
- een op de cliënt afgestemd seksueel voorlichtingsprogramma opstellen,
- seksuele problemen duidelijk krijgen, zoals erectiestoornissen,
vaginisme, verschillen in verlangens tussen cliënten onderling, enzovoorts,
- duidelijk krijgen of er sprake is van een seksueel probleem of een seksuele afwijking,
- de discrepanties tussen verstandelijk, sociaal en emotioneel niveau beter doorzien,
- mogelijke grensoverschrijdingen beter doorgronden en van een antwoord voorzien,
- de cliënt respectvoller bejegenen.

Binnen de hermeneutische cirkel kunnen een aantal onderwerpen worden
geplaatst, die ieder op hun beurt de moeite van het bekijken waard zijn.
Puntsgewijs stellen we deze onderwerpen kort aan de orde.
Qua lichamelijke ontwikkeling doorlopen mensen met een verstandelijke
beperking precies dezelfde processen als mensen zonder een dergelijke handicap.
Het is dus van belang rekening te houden met de leeftijdsfase waarin de
betrokkene zich bevindt. Gaat het om een kind, een puber, een volwassene of een
oudere mens? Het blijkt dat iedere levensfase - de lichamelijke ontwikkeling
beziend - andere vragen met zich meebrengt op het gebied van seksualiteit en
relatievorming.
Wat kan iemand vatten en bevatten? Wat kan iemand grijpen en begrijpen? Het
is verstandig je in de omgang met een ander aan te sluiten bij diens
verstandelijke regie op het leven.
Er zijn mensen met een lichte, een matige, een ernstige en een diepe
verstandelijke handicap. Het maakt nogal uit of je door de ogen van een kind van
acht jaar, zes jaar, vier jaar of twee jaar de wereld in kijkt. Kennis van
iemands 'snapvermogen' draagt bij aan kennis van diens hulpvragen en aan een
meer op maat toegesneden seksuele voorlichting.
In de hermeneutische cirkel is de emotionele ontwikkeling bewust in het
midden geplaatst. Die keuze is terug te voeren op de reeds gemaakte opmerkingen
over het spanningsveld tussen 'kunnen' en 'aankunnen'. Zo stellen wij:
'Tegenover de - soms ogenschijnlijke - macht van de cognitie, het
verstand, staat vaak de onmacht van het sociaal-emotionele; vaak kunnen cliënten
niet dragen wat ze verstandelijk lijken uit te dragen. Ondersteuning dient dan
ook vaak plaats te vinden op het vlak van het sociaal-emotionele'. Vandaar
dat wij hier spreken van de emotionele draagkracht.
Immers, hoe 'geringer' het emotionele niveau van functioneren is, hoe
moeilijker het is adequaat aangepast gedrag te vertonen (sociale ontwikkeling),
laat staan dat dat gedrag geïnternaliseerd is tot een geweten, tot een al dan
niet geaccepteerd bewustzijn van wat hoort en niet hoort. In die zin is het dan
ook zinnig het emotionele niveau van de betrokkene goed te (door)zien. Wanneer
dat bekend is, wordt veel gedrag begrijpelijker en weet de omgeving wat de
betrokkene aan hem of haar vraagt.
Sociale en emotionele ontwikkeling worden vaak in een adem genoemd. Hoe gaat
de cliënt met een ander om? In welke fase van de ontwikkeling verkeert hij of
zij? In hoeverre is er mogelijkheid geweest tot experimenteren met anderen? Hoe
is de inhoud van de sociale contacten geweest? Welke invloed hebben deze (al dan
niet seksuele) sociale contacten gehad op de uiteindelijke seksuele identiteit
van deze mens?
Iedere mens is geworden tot wie hij nu is. Iedere mens heeft een hem of haar
kenmerkende unieke historie. Deze is van grote invloed op hoe een mens zichzelf
beleeft, hoe hij zichzelf ziet, op identiteit. Identiteit is gebaseerd op een
aantal bouwstenen. Gedurende het levensverhaal, onze levensgeschiedenis, dienen
zich een aantal van die bouwstenen aan. Die nemen we mee; ze bepalen voor een
groot deel ons zelfbeeld.
Bij persoonlijke levensgeschiedenis denken we aan:
- opvoedingsgeschiedenis
- ontwikkelingsgeschiedenis
- bijzondere gebeurtenissen ('life events')
- de vraag of iemand seksuele opvoeding genoten heeft, wat iemand heeft
meegekregen op dit gebied
- afkomst, milieu, cultuur.