Het uitgangspunt in de methode Heijkoop is dat het gedrag
van de ander betekenisvol en functioneel is, hoe bizar dat gedrag soms ook
overkomt.
Volgens Heijkoop is de ernst van de mentale beperking niet essentieel
voor het verklaren van de problematiek. Op de eerste plaats gaat het om gewone
mensen bij wie vastlopen of blokkeren in het functioneren ontstaat op grond van
dezelfde mechanismen en processen als bij iedereen.
Probleemgedrag wordt gezien
als een van de signalen voor de fysieke en psychische pijn van onveilige en
angstige mensen. Een primair onderdeel is het zoeken naar mogelijkheden om
aansluiting te maken bij de ander, die op zijn eigen wijze openingen
creëert naar de omgeving, maar zich tegelijkertijd daartegen ook probeert te verdedigen.
Het perspectief in de behandeling sluit aan bij de beleving van
de persoon met de verstandelijke beperking. Als die aansluiting gemaakt kan
worden, is dat het vertrekpunt voor een weg met kleine en grote obstakels om te
komen tot het vergroten van het gevoel van vertrouwen in anderen en zichzelf. De
voorwaarden voor de groei van dat vertrouwen en de stappen die daar vervolgens
in gezet worden, zijn dezelfde zoals die welke beschreven worden voor niet
gehandicapte, zich harmonieus ontwikkelende mensen.
Deze methode wordt toegepast bij vragen die ouders, begeleiders, leerkrachten en
therapeuten hebben over hun kind, cliënt of leerling die extra speciaal is op
grond van een handicap of stoornis. De aanleiding varieert van onmacht bij
ernstig en moeilijk verstaanbaar gedrag aan de ene kant tot het zomaar uit
interesse bij iemand te willen stil staan, aan de andere kant. De methode
pakt al deze vragen op als onderdeel van een bredere vraag. Het is de vraag naar
het wie van de persoon, naast het wat van zijn stoornis of handicap.
Doel
De methode versterkt het zelfbesef, de eigenwaarde en het
zelfvertrouwen van de cliënt. Die versterking vindt plaats via de kwaliteit van de ervaringen die hij
met belangrijke personen in zijn bestaan opdoet. Die kwaliteit is er als hij
ervaart dat hij als individu wordt gezien, er ruimte is voor zijn eigen wijze en
dat zijn bijdrage er werkelijk toe doet.
Verandering
Als de methode werkt dan is dat te zien in de dagelijkse omgang. Als
toenadering wordt gezocht is die niet overdonderend maar krijgt de cliënt tijd
en ruimte zich in te stellen. Als er contact
wordt gemaakt is het
minder een richtingsverkeer maar wederkering en meer ontspannen. Communicatie
is van daaruit op uitwisseling en dialoog gebaseerd. Samenwerking komt uit de
sfeer van opdrachten en wordt elkaar actief aanvullen. Lastige of moeilijke
momenten worden niet alleen meer gezien als negatief en ongewenst, maar als een
extra kans om onder moeilijke omstandigheden met elkaar samen te werken.
Effect
De effecten van deze nieuwe ervaringen zijn er vrijwel
direct. Er is meer ontspanning, plezier en voldoening voor zowel cliënt als
begeleider. Op langere termijn zijn die ervaringen het fundament voor een
gevarieerde en stabiele emotionele, sociale, intellectuele en zelfredzaamheidontwikkeling. Die
ontwikkeling is te zien aan een toenemende open opstelling en betrokkenheid naar
anderen, een gevarieerder en stabieler emotioneel functioneren, toenemende
zelfhantering en duidelijkere communicatie.
Er zijn enkele belangrijke neveneffecten. Ouders en
begeleiders ervaren in toenemende mate voldoening in hun ouder- en
begeleiderschap. Er is een betere onderlinge communicatie. Het gebruik van extra
middelen en maatregelen neemt af. Werkmotivatie neemt toe en het ziekteverzuim
af.
Werking methode
De methode versterkt bij begeleiders een open houding met
behoud van hun verantwoordelijkheid. Ze doet dat door te werken aan een interne
verandering in het kijken naar, denken over en beleven van de cliënt en
zichzelf. Die veranderingen worden op gang gebracht door het methodisch gebruik
van verschillende werkvormen. Werkvormen die specifiek zijn voor deze methode.
Daarbij is ruimte voor een persoonlijk veranderingsproces van individuen die met
elkaar een sociaal systeem vormen.