Van het begrip methodiek zijn in de literatuur veel verschillende
omschrijvingen gegeven. Ligthart en Van Daal (1992) verstaan onder een methodiek
een systematisch, toetsbaar samenhangend en zich ontwikkelend geheel van
gedrags- en handelingswijzen dat gebaseerd is op:
- systematische kennis over de doelgroep;
- geëxpliciteerde normen en/of werkbeginselen die de verhouding tot de
zorgvraag van de cliënt bepalen;
- inzicht in theorieën uit relevante (hulp) wetenschappen;
- rationeel en hiërarchisch geordende doelstellingen en procedures en de
inzet van doelmatige hulpmiddelen.
Het belang van een dergelijke beschrijving is het omvatten van het
theoretisch kader en een werkwijze binnen het begrip methodiek. Het theoretisch
kader vormt de basis voor de te ontwikkelen werkwijze. Onder het begrip
methodiek is daarom eveneens het geheel van een theoretisch kader en een daarmee
samenhangende werkwijze te verstaan.
De grondstructuur van de methodiek wordt vastgelegd in een werkmodel. Het
werkmodel bestaat uit een aantal opeenvolgende fasen in een cyclisch proces.
Een dergelijk fasenmodel is op zich inhoudelijk leeg. De inhoudelijke
component komt tot stand door voor ieder cliënt afzonderlijk doelen te
realiseren.
Begeleiden of hulpverlenen is een proces. Dit vindt plaats tussen jou, de
werker, en je cliënt. Je houdt altijd rekening met de wensen en behoeften van
de cliënt. Jij neemt altijd jezelf mee, je eigen karakter, persoonlijke
kenmerken en daarbij horende mogelijkheden en onmogelijkheden. Ook de cliënt
heeft al deze eigenschappen, die erg kunnen verschillen met die van jou.
Kwaliteit begeleidingsproces:
Of je de cliënt goed zal kunnen helpen, heeft te maken met de
verschillen tussen jou en de cliënt. Er is altijd sprake van
maatschappelijke-, culturele- en/of opleidingsverschillen. Ook de
persoonlijkheidstrekken spelen daarin een belangrijke rol.
Als jij en je cliënt met elkaar in proces gaan, wordt er uit de
spanning tussen deze twee tegenstellingen, iets nieuws geboren. De volgende
onderdelen zijn altijd aanwezig bij het dialectisch proces:
- De stelling: these
- De tegenstelling: antithese
- Samenstelling: synthese
Dit proces tussen stelling (these) en tegenstelling (antithese)
noemen we een dialectisch proces.
Een agogisch proces is dus een dialectisch proces: een spanning tussen
these (cliënt) en antithese (werker), die in het beste geval
resulteert, in een synthese (verandering).
Professionaliteit bewaken:
Draag er zorg voor dat je jezelf laat zien als agogisch instrument. Als
medespeler zul je:
- begaan zijn met het lot van je cliënt;
- kunnen meevoelen;
- en als mens aanwezig zijn.
Als instrument, zul je je cliënt, in de richting van gestelde doelen,
proberen te loodsen. Je zorgt daarbij dat de balans goed blijft en gaat niet
samen met je cliënt in de put gaan zitten, dat lost niets op. Je kunt je
echter niet alleen als instrument opstellen, omdat je dan geen rekening
houdt met de gevoelens van de cliënt.
Begeleiden of hulpverlenen is een proces. Dit vindt plaats tussen jou en
je cliënt. Je houdt altijd rekening met de wensen en behoeften van de
cliënt. De werker neemt altijd zichzelf mee, zijn of haar eigen karakter,
persoonlijke kenmerken en daarbij horende mogelijkheden. Ook de cliënt
heeft al deze eigenschappen. Daarin kunnen ze onderling erg verschillen.
Het woord methode is afgeleid van het Griekse woord 'meta-hodos' dat vertaald
kan worden als: de weg erlangs. Een methode kan omschreven worden als een weg
waarlangs gestelde doelen bereikt kunnen worden.
Vaak is een methode een persoonlijke wijze van werken van een individuele
werker, die al werkende een eigen persoonlijke systematiek in zijn handelen
heeft ontwikkeld.
Een methodiek is een door een praktijktheorie onderbouwde systematische
manier van werken. Een methodiek is een geheel van uitspraken over hoe
problemen ontstaan, hoe de werker ermee om moet gaan en waardoor deze
methodiek werkt.
Methodische systematiek overstijgt de persoon. Ze bestaat uit principes
en regels die berusten op gereflecteerde ervaringen van een of meerdere
medewerkers. Methodische systematiek overstijgt de situatie, omdat ze
verwijst naar regelmatige samenhangen in het menselijk gedrag, die in
meerdere situaties terug te vinden zijn.
Wat is methodisch werken?
Methodisch werken is in een bepaalde situatie, gesystematiseerd en
overwogen te werk gaan om een bepaald doel te bereiken met behulp van een
stappenplan.
Methodisch werken moet aan een viertal voorwaarden voldoen:
- Doelgericht: het handelen van de professionele werker zal
afgestemd moeten zijn op een doel dat bijdraagt aan de verbetering van
de situatie van de cliënt. Die doelen zullen realistisch en haalbaar
moeten zijn om bereikt te kunnen worden.
- Systematisch: plan van aanpak maken om het uiteindelijke doel
haalbaar te maken.
- Procesmatig: elke voorafgaande situatie beïnvloed de
komende situatie. Procesmatig wil zeggen: volgens een onomkeerbare serie
veranderingen in de tijd, met een bepaalde regelmaat, in een bepaalde
richting.
- Bewust: door bewust bezig te zijn met alle aspecten in het
methodisch handelen, onderscheidt jij je van een vrijwilliger.
Deelnemers onthouden slechts een deel van de inhoud. Dit percentage is
afhankelijk van de werkvorm:
- A : Wat men hoort: 20 %
- B : Wat men ziet: 30 %
- C : Wat men hoort en ziet: 60 %
- D : Wat men zelf zegt: 70 %
- E : Wat men zelf doet: 90 %
De waarde van het zelfdoen speelt dus een belangrijke rol bij de keuze van de
werkvorm. Daarnaast spelen uiteraard nog een aantal andere zaken mee:
- Grootte van de groep
- Beschikbare accommodatie, middelen
- Tijd die je hebt voor een activiteit
Klik op de donkerblauwe en onderstreepte titels hieronder, om meer over het
onderwerp te lezen.
Een in de verenigde staten ontwikkelde benadering van mensen met een
verstandelijke handicap met gedragsproblemen; uitgangspunt is dat mensen leren
zich veilig en geliefd te voelen bij anderen en dat ze leren omgaan met het
krijgen en uiten van waardering.
Het Eigen Initiatief Model (EIM) is een leermodel voor
mensen met een
verstandelijke beperking, hun begeleiders, onderwijzers en familie. Bij het EIM
gaat het erom dat mensen met een verstandelijke beperking leren zelf na te
denken over allerhande zaken waarmee zij in het dagelijks leven te maken
krijgen. Als zij zelf kunnen nadenken kunnen zij beter keuzes maken en vergroten
zij hun zelfstandigheid thuis, op school, op het werk, in hun vrije tijd en in
hun sociale relaties.
Basisidee van deze methode is de modificeerbaarheid van de mens.
In de haptonomie speelt de affectieve aanraking een grote rol. Die aanraking
is een uitnodiging om opnieuw het lichaam te voelen. Om de vitale stroom van het
gevoelsleven weer op gang te brengen.
De benadering en zijn werkvormen draaien om het persoonlijk ervaren van eigen
invloed.
Centraal in deze benaderingswijze staat dat een persoon competent is als er
een balans is tussen de taken waar diegene voor staat en de vaardigheden die
nodig zijn om die taken succesvol te volbrengen.
Hier gaat men er van uit dat het kind de wereld als verwarrend en bedreigend
ervaart en deze daardoor buiten tracht te sluiten. Het gevolg is dat het kind
stimuli van buitenaf niet toelaat, zich isoleert en derhalve geen sociale
ontwikkeling doormaakt. In deze benadering wordt het belang van volledige
acceptatie benadrukt, met als belangrijkste principe het kind te leren dat
interacties heel plezierig kunnen zijn. Om het kind te bereiken moeten de ouders
samen met het kind die activiteiten uitvoeren die het kind leuk vindt, waar het
plezier aan beleeft. Dit zijn aanvankelijk veelal zijn obsessies. Als het kind
vertrouwen in de ander krijgt, kunnen ook andere activiteiten ontwikkeld worden.
Centraal staat van onvoorwaardelijke acceptatie wordt door de ouders.
Het Son-Rise Programma is erg intensief en kostbaar; ouders moeten een
training volgen, meestal in Amerika in het instituut van Kaufman.
De Option Proces is gebaseerd op een houding van onvoorwaardelijke acceptatie
van jezelf en anderen, die je helpt bij het tegemoet treden van je problemen en
waarbij je jezelf leert zien als de beste bron van oplossingen voor die
problemen.
In dit hoofdstuk beschrijven we aan de hand van de zorgcyclus de
Plezierige-Activiteiten-Methode. De methode is gebaseerd op een methode uit de
Verenigde Staten die daar bruikbaar is gebleken voor het verminderen van
depressieve klachten van mensen met dementie.
Sjamanisme binnen de zorg is erop gericht om jezelf optimaal te ontwikkelen
zodat je er (nog) beter kunt zijn voor je cliënt/doelgroep...
Treatment and Education of Autistic and related Communication Handicapped
CHildren.
In tegenstelling tot het indelen van mensen met een verstandelijke beperking
in een theoretisch kader zoals bijv.: -gemiddelde leeftijd van functioneren;
-ontwikkelingsfasen als baby, peuter, kleuter etc.; -IQ; -ernstige, matige of
lichte
verstandelijke-beperking, wordt binnen de
ervaring-ordenings-theorie van
Timmers Huigens uitgegaan van opeenvolgende
categorieën die elkaar omsluiten.
Validation is een methodiek om beter met dementerende oudere mensen te kunnen
communiceren.
De Vlaskamp methodiek baseert zich op een gehechtheidtheoretisch kader.
Voordelen:
- Rationeel denken is in veel situaties toepasbaar
- Kortdurende vorm van hulpverlening
- Veel mensen gebruiken onbewust RET
Nadelen:
- Veranderen kost tijd, die een oudere vaak niet meer heeft
- Voordurend oefenen, regelmatig en systematisch door de cliënt
zelf, wat veel discipline vereist
- Werkt beter bij mensen die intelligenter zijn, meer psychologisch
georiënteerd zijn en die meestal tot de hogere sociale klasse behoren
Voordelen:
- Alle personen die deel uitmaken van het systeem komen aan woord
- Ontstaan van kennis, inzicht en begrip
- Betere communicatie, vergroting onderlinge probleemoplossend
vermogen
- Werkelijke probleem wordt concreet, er hoeft niet meer geschuild te
worden achter de 'aangemelde cliënt'
- De cliënt krijgt inzicht in de onderlinge interacties die plaats
vinden
Nadelen:
- Gevaar bestaat dat de therapeut partij kiest voor een gezinslid
- Een ouder functioneert niet meer in een gezin, gezinsleden zijn er
niet meer, vaak niet goed om het gezin er nog bij te betrekken
Voordelen:
- Kortdurende hulpverlening
- Vergroting probleemoplossend vermogen van de cliënt, doordat hij
zelf een taak moet bedenken, duidelijkheid door het systeem van de taak
Nadelen:
- Er wordt niet naar de oorzaken van het probleem gekeken
- Achterliggende problematiek wordt niet behandeld
- Het bestrijd symptomen door acute problemen aan te pakken via het
uitvoeren van taken, maar niet het fundamentele probleem
- Het is op de toekomst gericht, wat voor ouderen minder van
toepassing is
Voordelen:
- Gebaseerd op veranderen van manier van leven
- Goed hulpmiddel om constructief te leven
Nadelen:
- De TA is gebaseerd op het veranderen van leefwijze, veranderingen
kosten tijd en zijn voor ouderen vaak niet relevant om uit te voeren
- Ouderen hebben behoefte aan vastigheid en niet aan veranderingen
Voordelen:
- Zelfbeschikkingsrecht
- Ouderen weten vaak niet zo goed waar ze voor hulp naar toe moeten of
krijgen met verschillende hulpverleners te maken, het SC is dan goed
voor de coördinatie en ondersteuning aan de oudere
Nadelen:
Voordelen:
- Oplossing van materiële problemen geeft vaak verlichting op het
vlak van immateriële problematiek, pakt ook vaak de oorzaak aan
- Onverplichtend karakter, vrijwillige hulpverlening
Nadelen:
- Kent geen sancties, gaat uit van eigen verantwoordelijkheid van de
cliënt
- cliënt vaak niet gemotiveerd, komt met schulden en verwacht dat de
hulpverlener die oplost
- Materiële en immateriële problemen kunnen elkaar veroorzaken en
versterken
Voordelen:
- Versterkt de eigenwaarde
- Kan voorbereiding op de dood betekenen doordat angst en ongerustheid
mogelijk afnemen
Nadelen:
Voordelen:
- Netwerk kan hulp bieden aan de cliënt, daarom is het belangrijk
dat iedereen een netwerk heeft
Nadelen:
Voordelen:
- De crises wordt het eerst aangepakt
- Na crisisoplossing ruimte om de overige problemen goed op te lossen
Nadelen:
Voordelen:
- Hulpmiddel voor een goede probleemanalyse
Nadelen:
|