Bij een netwerkanalyse wordt gekeken naar het sociale netwerk van de
cliënt. Er wordt op basis van structurele kenmerken geanalyseerd wat het
netwerk voor een rol kan spelen in de hulpverlening van de cliënt.
De structurele kenmerken van een netwerk zijn:
- samenstelling
- onderlinge afhankelijkheid
- bereikbaarheid
- gevarieerdheid
- dichtheid
Het netwerk kan op verschillende manieren hulp bieden aan de cliënt. Er
zijn een aantal functionele kenmerken te onderscheiden die tevens de
verschillende vormen van hulpverlening door het netwerk aan de cliënt
weergeven.
Deze functionele kenmerken zijn:
- emotionele steun
- cognitieve steun
- normatieve steun
- materiële steun
- praktische steun
- sociale invloed
- maatschappelijke invloed
- sociaal contact
Doordat het netwerk een positieve invloed op de hulpverlening kan hebben is
het belangrijk sociale steun te bevorderen via mantelzorg, lotgenotengroepen of
zelfhulpgroepen.
Een netwerk is vooral ook belangrijk als ondersteuning aan de cliënt. een
netwerk kan ook veranderlijk zijn: Familieleden en vrienden kunnen overlijden,
mensen verhuizen, de ouders, kinderen, broers en zussen kunnen ver weg wonen.
Het is dan belangrijk om een netwerkanalyse te maken om te kijken of de
cliënt voldoende steun heeft aan zijn netwerk en dat het netwerk ook groot
genoeg is. Anders zou de cliënt gestimuleerd moeten worden om activiteiten te
ondernemen om mensen te leren kennen en het netwerk uit te breiden.
|