GROTER | KLEINER

Menu

Zie ook


Jij bent bezoeker:

0000

sinds 29 januari 2005



   

Dementie wordt veroorzaakt door veranderingen in de hersenen. Meestal gaat het om de ziekte van Alzheimer, Vasculaire Dementie of een mengvorm van deze twee ziekten. Door de veranderingen in de hersenen treden er storingen op in de geheugenfuncties en de cognitieve vermogens. Iemand kan zich eerder geleerde informatie niet meer herinneren en kan bijvoorbeeld minder goed motorische handelingen uitvoeren (bijvoorbeeld bestek gebruiken, zich aankleden) ondanks dat zijn motorische functies intact zijn.

Psychologische en gedragsproblemen bij dementie (zoals depressie, agressie, onrust, wanen en apathie) worden voor een deel direct veroorzaakt door de veranderingen in de hersenen. Voor een ander deel worden ze veroorzaakt door hoe iemand de veranderingen beleeft en hoe hij1 zelf en zijn omgeving ermee omgaat. Bij depressie lijkt de oorzaak vooral bij de beleving van de veranderingen te liggen. Door de achteruitgang van zijn geheugen en cognitieve vermogens kan iemand met dementie steeds minder. Telkens wanneer hij iets onderneemt merkt hij dat het niet meer zo gaat als vroeger. De kans bestaat dat hij hierdoor depressief raakt. Dit brengt vaak met zich mee dat iemand steeds minder gaat ondernemen, somber raakt, geen plezier meer heeft en steeds meer gaat piekeren.

Door een juiste begeleiding kunnen de depressieve klachten van iemand met dementie verminderen. Al is het niet mogelijk, en ook niet de bedoeling, om al het verdriet dat gepaard kan gaan met dementie weg te nemen of te veronachtzamen.

De belevingsgerichte werkhouding en de zorgcyclus

Door een juiste begeleiding te geven kunnen de depressieve klachten van iemand met dementie mogelijk verminderen. De basis voor deze begeleiding is:

  • een belevingsgerichte werkhouding;
  • de zorgcyclus.
Belevingsgerichte werkhouding

Een belevingsgerichte werkhouding houdt in dat je je probeert te verplaatsen in de bewoner met dementie.

Om dit te kunnen doen zijn eigenlijk twee dingen belangrijk:

  1. Je verdiept je in de persoon die je verzorgt en wat hij heeft meegemaakt. Het gaat erom dat je een idee hebt van iemands persoonlijkheid en zijn levensloop:
    Wat is iemand voor type mens?
    Wat heeft iemand voor leven geleid?
    Wat had hij voor werk?
    Waar was hij in de oorlog?
  2. Je probeert je voor te stellen hoe het is om dement te zijn. Hoe zou het voelen om niet meer te kunnen schrijven, mensen of dingen niet meer te herkennen of niet meer te weten waar je bent?

Wanneer je meer over iemands achtergrond weet en je bedenkt wat dementeren inhoudt (voor zover mogelijk), kun je iemand beter begrijpen en je zorg daarop afstemmen.

De zorgcyclus

De Plezierige-Activiteiten-Methode bij depressie richt zich op de begeleiding van de persoon met dementie. We volgen hierbij de zorgcyclus. Deze ziet er als volgt uit:

A. De behoefte aan begeleiding in kaart brengen

A1. Informatie verzamelen

Depressie kenmerken

Depressie heeft een aantal kenmerken: een zeer sombere stemming, geen interesse of plezier meer in activiteiten hebben, veel meer of minder eten dan voorheen, veel minder of meer slapen dan voorheen, onrustig gedrag of vertraging van gedrag, vermoeidheid of energieverlies, gevoelens van nutteloosheid of een buitensporig schuldgevoel.

Iemand hoeft niet alle kenmerken te hebben om aan een depressie te lijden. Ook is het zo dat een aantal kenmerken, zoals vertraging van gedrag en energieverlies, ook al bij dementie horen. Dit maakt het lastig om depressie bij dementie te herkennen. Iemand moet in ieder geval voldoen aan het kenmerk 'zeer sombere stemming' of 'geen interesse meer in activiteiten hebben/er geen plezier meer aan beleven '. Dit moet het geval zijn voor het grootste deel van de dagen over een periode van minimaal twee weken.

Plezierige activiteiten

Zoals gezegd houdt de Plezierige-Activiteiten-Methode in de eerste plaats in dat de bewoner weer activiteiten gaat ondernemen waaraan hij plezier beleeft. Hiervoor is het noodzakelijk dat je informatie verzamelt over activiteiten waaraan die persoon in het verleden, en misschien tot voor kort, plezier beleefde. Dit doe je door het intakeverslag te lezen, met de familie en de bewoner hierover te spreken en met collega's te praten. Ook is het als je werkt vanuit een belevingsgerichte werkhouding belangrijk dat je (nog meer) informatie verzamelt over de persoonlijkheid en levensloop van de bewoner.

Piekersituaties/tobben

In de tweede plaats heeft de Plezierige-Activiteiten-Methode als doel dat de bewoner minder gaat piekeren. Hiervoor is het noodzakelijk dat je informatie verzamelt over situaties waarin de bewoner piekert. Overleg met de bewoner, familie en betrokken collega's en beschrijf de piekersituaties zoveel mogelijk op de volgende manier: waarschijnlijke aanleiding voor het piekeren, wat doet de bewoner als hij piekert, reactie van hemzelf, familie, collega's en anderen op het piekeren.

A2. Een beeld vormen van de behoefte aan begeleiding

Plezierige activiteiten

De activiteiten waaraan de bewoner vroeger veel plezier beleefde moeten nu vertaald worden naar zijn huidige situatie. Hiermee bedoelen we dat de activiteiten aangepast moeten worden aan de beperkingen die de bewoner door de dementie heeft en aan zijn somberheid en vaak ook gebrek aan energie door de depressie.

Je begint met het bedenken van activiteiten die de bewoner, eventueel met begeleiding, zonder falen kan uitvoeren of beleven. Als de interesse van een bewoner bijvoorbeeld uitgaat naar paarden, kijk je welke activiteiten die met paarden te maken hebben hem plezier kunnen geven. Bijvoorbeeld het kijken naar paardensport op de televisie, het bekijken van boeken over paarden, een bezoek afleggen aan een manage. Wanneer iemands grote hobby koken was, bekijk je welke activiteiten iemand met hulp in de keuken nog kan ondernemen.

Belangrijk is dat je activiteiten verzint die iemand echt nog kan en waarbij hij niet direct geconfronteerd wordt met zijn falen. Als je deze activiteiten in overleg met de bewoner hebt bedacht ga je bekijken hoe je de bewoner in kleine stapjes tot de activiteit kan stimuleren.

Piekersituaties

Er moet nu uitgezocht worden wat er nodig is om een bewoner minder te laten piekeren. Bekijk in je notities in welke situaties een bewoner gaat piekeren, wat hij precies doet wanneer hij piekert en wat het effect van zijn gepieker is op hemzelf en op anderen.

Kijk nu hoe je de piekersituaties kunt veranderen of voorkomen. Wanneer iemand bijvoorbeeld vooral piekert na de warme maaltijd, dan probeer je te ontdekken waardoor dat komt. Komt het door iets wat er tijdens het eten gebeurt (de bewoner weet bijvoorbeeld niet meer hoe hij het bestek moet hanteren), of lijkt het 'gewoon' met het moment van de dag te maken te hebben?

Wanneer er een directe aanleiding lijkt te zijn, zoals de problemen met het bestek, probeer dan een plan te maken om de problemen weg te nemen.

Ook bedenk je wat er nodig is aan begeleiding op het moment dat er geen directe aanleiding voor het piekeren lijkt te zijn, wanneer het 'gewoon' met het moment van de dag te maken lijkt te hebben. Op zo'n moment moet je in ieder geval aandacht schenken aan de bewoner en hem zeker niet negeren. Je vraagt wat er aan de hand is, luistert en spreekt de bewoner niet tegen.

Probeer begrip te tonen voor zijn gevoel. Vervolgens is het belangrijk dat je de bewoner afleidt. Bedenk op welke vrolijkere onderwerpen je op dit soort momenten over kunt gaan en in welke activiteiten je hem kunt betrekken die hem plezier geven.

B. Plannen van begeleiding

B1. Beoogde begeleidingsresultaten formuleren

Voordat je de begeleiding rond plezierige activiteiten en piekersituaties gaat plannen overleg je met de betrokken collega's, familie en mogelijk de bewoner welke resultaten de begeleiding moet gaan opleveren.

Beschrijf je doelen op zo'n manier dat ze meetbaar zijn. Bijvoorbeeld:

Mevrouw lacht vaker, meneer komt weer zonder klagen uit bed, mevrouw eet haar brood weer op.

B2. Begeleidingsactiviteiten kiezen

Samen met de betrokken collega's, de bewoner en de familie maak je nu een begeleidingsplan voor de eerst komende week. Het plan moet bestaan uit vier onderdelen:

  • beschrijf drie momenten met verschillende plezierige activiteiten (indien opgesplitst in stappen, de eerste stap), verspreid over de week. Geef aan wie de activiteiten met de bewoner gaat uitvoeren;
  • beschrijf een aantal dingen waaraan iemand plezier beleeft en die op de verschillende zorgmomenten in te voeren zijn: onder begeleiding een wandeling maken, een bewoner helpen zich mooi te maken;
  • beschrijf wat je doet om piekersituaties te voorkomen;
  • beschrijf wat je doet als iemand toch piekert.

Je kunt het plan invullen op het Plezierige-Activiteiten-Pan. Het plan voeg je vervolgens toe aan het zorgdossier.

C. Uitvoeren van begeleiding

C1. De bewoner begeleiden

Jijzelf, betrokken collega's en de familie gaan nu het Plezierige-Activiteiten-Plan gebruiken om de bewoner te begeleiden.

Hierbij is het belangrijk dat de beschreven begeleiding op een belevingsgerichte manier gegeven wordt. Verplaats je in de bewoner en probeer rekening te houden met zijn achtergrond en gevoelens. Benadruk het belang van de belevingsgerichte werkhouding ook bij de familie en andere bij de bewoner betrokken collega's.

D. Evalueren van begeleiding

D1. Het begeleidingsproces evalueren, zowel tussentijds als achteraf

Op het moment dat iemand een onderdeel van het begeleidingsplan gebruikt, observeert diegene wat de reactie van de cliënt is. Hij noteert dit op het Plezierige-Activiteiten-Plan in het zorgdossier. Dit kan een andere verzorgende zijn, een helpende, maar ook de familie of bijvoorbeeld een fysiotherapeut. Je houdt per dag bij wat de algemene reactie van de cliënt in relatie tot de geformuleerde begeleidingsdoelen is. Ook dit wordt per dag op het formulier bijgehouden.

Na een week evalueer je het Plezierige-Activiteiten-Plan. Je doet dit in overleg met de betrokken collega's, andere betrokken disciplines, de familie en de bewoner. Het plan wordt op twee punten beoordeeld:

  1. het effect van het plan in zijn geheel. Dit gebeurt aan de hand van de geformuleerde begeleidingsdoelen;
  2. het effect van onderdelen van het plan.

Hierna stel je een nieuw plan voor de komende week op. Hiervoor wordt de zorgcyclus van de Plezierige-Activiteiten-Methode opnieuw doorlopen. Kortweg houdt dit in dat de onderdelen waar de bewoner slecht op reageerde aangepast of vervangen moeten worden. Onderdelen waar de bewoner goed op reageerde kun je weer in het plan opnemen. Als de bewoner goed reageerde op de eerste stap van een activiteit, dan kun je overwegen of je de volgende stap in het plan opneemt of nog een keer dezelfde stap herhaalt. Schrijf het plan op een nieuw formulier. Wanneer je uiteindelijk een plan hebt waar de bewoner goed op reageert en zijn depressieve klachten zijn afgenomen, dan blijf je volgens dit plan werken.


 
 
 
   
Handboek jeugdzorg / 2 methodieken van programma's / druk 1<br/>Jules Hermans Handboek jeugdzorg / 2 methodieken van programma's / druk 1
Jules Hermans
Van bemoei-naar groeizorg / druk 1<br/>Gerard Lohuis, G. Schout & R. Schilperoort Van bemoei-naar groeizorg / druk 1
Gerard Lohuis, G. Schout en R. Schilperoort
Een Vasthoudende Behandeling / druk 1<br/>A.E. Boon & Z.D. Haijer Een Vasthoudende Behandeling / druk 1
A.E. Boon en Z.D. Haijer
Methodiek sociaal pedagogische hulpverlening / druk 1 Methodiek sociaal pedagogische hulpverlening / druk 1
geen afbeelding Muzisch-agogische methodiek
Dineke Behrend
Methodiek maatschappelijk werk en dienstverlening / druk 2 Methodiek maatschappelijk werk en dienstverlening / druk 2
Methodiek sociaal juridische dienstverlening / druk 4<br/>Siddhartha van Langen Methodiek sociaal juridische dienstverlening / druk 4
Siddhartha van Langen
Handboek Methodische Ouderbegeleiding / 1 Ouderbegeleiding als methodiek / druk 1<br/>Alice van der Pas Handboek Methodische Ouderbegeleiding / 1 Ouderbegeleiding als methodiek / druk 1
Alice van der Pas
Inleiding in de methodiek / druk 2<br/>H. Hautvast Inleiding in de methodiek / druk 2
H. Hautvast
Methodiek in het jeugdwerk / druk 3<br/>Hans van Ewijk Methodiek in het jeugdwerk / druk 3
Hans van Ewijk
Orthopedagogisch groepswerk / druk 2<br/>A.C. Bruininks Orthopedagogisch groepswerk / druk 2
A.C. Bruininks
Moet-willige hulpverlening / druk 1<br/>J. Choy, S. Pont & T. Doreleijers Moet-willige hulpverlening / druk 1
J. Choy, S. Pont en T. Doreleijers
Praktisch Pedagogische Gezinsbegeleiding / druk 2<br/>Thea Verhoef & S. Ehlers Praktisch Pedagogische Gezinsbegeleiding / druk 2
Thea Verhoef en S. Ehlers
Intensieve orthopedagogische gezinsbehandeling / druk 1<br/>Mariëtte van Brandenburg & M. Puts Intensieve orthopedagogische gezinsbehandeling / druk 1
Mariëtte van Brandenburg en M. Puts
Begeleid werken / druk 1 Begeleid werken / druk 1
Helen door delen / druk 1<br/>Roel Bouwkamp Helen door delen / druk 1
Roel Bouwkamp
De ergotherapeut als adviseur De ergotherapeut als adviseur
Spelend leren / druk 1<br/>Peter van Beek Spelend leren / druk 1
Peter van Beek
In gesprek met kinderen / druk 2<br/>A. de Beyn In gesprek met kinderen / druk 2
A. de Beyn
Sociaal onhandig / druk 4<br/>C.A.J.M. van der Veen & B.J. van den Hoofdakker Sociaal onhandig / druk 4
C.A.J.M. van der Veen en B.J. van den Hoofdakker
Methoden voor sociaal pedagogisch hulpverleners Methoden voor sociaal pedagogisch hulpverleners

Begeleiden SPW3 / 309 / deel Leerlingenboek / druk 1 Begeleiden SPW3 / 309 / deel Leerlingenboek / druk 1
Begeleiden SPW4 / 404 / deel Theorieboek / druk 1<br/>R. Benedictus, A.C. Verhoef & M. Oppel-Verkade Begeleiden SPW4 / 404 / deel Theorieboek / druk 1
R. Benedictus, A.C. Verhoef en M. Oppel-Verkade
Begeleiden / 3 SPW WZ 309 / druk 1<br/>T. Cremers Begeleiden / 3 SPW WZ 309 / druk 1
T. Cremers
Begeleiden / 4 SPW WZ 404 / druk 1<br/>T. Cremers Begeleiden / 4 SPW WZ 404 / druk 1
T. Cremers

Groepsprocessen<br/>Gert Alblas Groepsprocessen
Gert Alblas
Constructieve groepsprocessen / druk 1<br/>Mark de Fraeye Constructieve groepsprocessen / druk 1
Mark de Fraeye

Observeren, rapporteren en interpreteren + CD-ROM / druk 2<br/>P. de Bil Observeren, rapporteren en interpreteren + CD-ROM / druk 2
P. de Bil
Observeren kun je leren / druk 1<br/>Dolf Janson & D. Memelink Observeren kun je leren / druk 1
Dolf Janson en D. Memelink
Methodische vaardigheden / 1 301 Communicatie, observeren en rapporteren / druk 1<br/>R.H.M. Spoler-van den Hambergh, A. Talsma & H.A.M. Bemelmans Methodische vaardigheden / 1 301 Communicatie, observeren en rapporteren / druk 1
R.H.M. Spoler-van den Hambergh, A. Talsma en H.A.M. Bemelmans
Observeren en rapporteren in de zorg- en hulpverlening / druk 2<br/>Dorothea Timmers-Huigens Observeren en rapporteren in de zorg- en hulpverlening / druk 2
Dorothea Timmers-Huigens
Leren observeren Leren observeren
Observeren en rapporteren<br/>Hero Smit Observeren en rapporteren
Hero Smit
Observeren in de basisschool / druk 4<br/>Dolf Janson Observeren in de basisschool / druk 4
Dolf Janson
Gedragsobservatie / druk 3<br/>J.P. van de Sande Gedragsobservatie / druk 3
J.P. van de Sande
Werken aan welbevinden / druk 3<br/>M. Balledux Werken aan welbevinden / druk 3
M. Balledux
Sociaal-agogische vaardigheden / druk 2<br/>R.H.M. Spoler-van den Hombergh Sociaal-agogische vaardigheden / druk 2
R.H.M. Spoler-van den Hombergh


 
 
Begeleiden   |    Activiteiten   |    Doelgroepen   |    Programmeren   |    Benaderingswijzen   |    Methodieken   |    Competenties
Copyright © 2012 Activiteiten-Wizard.