Albert Ellis is de grondlegger van de RET. Volgens Ellis raken mensen niet van streek door de dingen zelf, maar door de manier
waarop ze tegen dingen aankijken. Met andere woorden: het enige dat een bepaald gevoel kan veroorzaken is je houding ten opzichte
van een bepaalde situatie. Ellis probeert met zijn theorie van rationeel denken, de irrationele gedachten te veranderen in rationele
gedachten.
Het doel van rationeel denken is: mensen leren onnauwkeurigheden of onjuistheden in hun denken in te laten zien en tot een meer
realistische kijk op zichzelf en hun omgeving te komen. Ellis heeft hiervoor het ABC-schema gemaakt, om te kijken hoe
rationeel/irrationeel iemand denkt. Het ABC schema ziet er als volgt uit:
- Feiten en gebeurtenissen
- Gedachten
- Gevoelens en gedrag
- Rationele uitdaging van B
- Voorkeur of zoals je je wilt voelen
Dit geheel heet een rationele zelfanalyse. Soms wordt er ook gesproken van 'de vier of vijf G's' waarbij de vijfde G wordt
weggelaten of toegevoegd. De vier of vijf G's staan voor:
G1. Gebeurtenis
G2. Gedachte(n)
G3. Gevoel
G4. Gedrag
G5. Gevolg
Gebeurtenis + Gedachte(n) = Gevoel + Gedrag
Voorbeeld:
Een 16 jarig meisje is helemaal overstuur omdat haar vaste vriend haar in de steek heeft gelaten voor een ander meisje.
Ze voelt zich depressief, kwaad, waardeloos en hopeloos. Ze zit de hele dag te huilen en kan niet eten, ze dreigt met zelfmoord en blijft
van school weg. Bovendien maakt ze met haar ouders over het minste of geringste ruzie.
Gebeurtenis: ze wordt in de steek gelaten
Gedachte: ?
Gevoel: depressief, kwaad, het gevoel nergens voor te deugen
Gedrag: huilen, kan niet eten, dreigt met zelfmoord, blijft weg van school en maakt ruzie met ouders.
Vanuit de theorie van het rationeel denken, beseffen we dat gevoel niet door gebeurtenissen wordt veroorzaakt. We realiseren ons
ook dat in de steek gelaten worden vervelende gevolgen kan hebben, maar dat het niet als en ramp beschouwd hoef te worden. Alleen
door er op een bepaalde manier tegen aan te kijken, lijkt het een ramp. Daarom proberen we te achterhalen wat het meisje dacht in
deze situatie.
Ze vind het niet eerlijk van hem om zoiets gemeens te doen. Ze kan het niet verdragen om zo behandelt te worden. Zij vindt dat hij
er het recht niet toe heeft. Hij had het niet mogen doen. Ze wil het hem betaald zetten door eerst weer met hem aan te pappen en hem
dan te laten zitten. Ze dacht dat niemand een meisje wou die een blauwtje heeft gelopen en voelt zichzelf waardeloos.
Nu kan de G van gedachten ingevuld worden:
Gedachte: Ik kan het niet verdragen
Hij er het niet het recht hiertoe
Hij had het niet mogen doen
Ik wil het hem betaald zetten
Ik heb een blauwtje gelopen
Ik ben waardeloos.
Deze gedachten zijn irrationeel en iedereen met soortgelijke opvattingen zou overstuur raken en zich ongelukkig voelen.
Het is belangrijk stil te staan dat je gevoelens niet uitsluitend bepaald worden door de gebeurtenis of situatie, maar ook door je
gedachten erover, door de manier waarop je tegen een situatie aankijkt, door het gesprek dat je met jezelf voert over de situatie.
Precies dezelfde gebeurtenis kan bij verschillende personen tot heel verschillende gevoelens leiden omdat die personen tot heel
verschillende manieren over die gebeurtenis kunnen denken.
Het doel van deze theorie is om je gevoel te beïnvloeden. Niet alle gevoel hoeft veranderd te worden. Er is een onderscheid tussen
drie soorten gevoel:
- prettige gevoelens; blij, tevreden, vrolijk, ontspannen.
- negatieve, normale gevoelens; teleurgesteld, verdrietig, boos gespannen.
- negatieve, abnormale gevoelens; depressief, agressief, paniek.
Het doel van de rationele theorie is om je gevoelens te veranderen.
De meeste mensen denken dat de enige manier om je gevoel te veranderen is om de gebeurtenis te veranderen. Als we het
voorbeeld nog eens bekijken, dan zal dit meisje gedacht hebben:'Als mijn vriend me nu niet in de steek had gelaten, zou ik nu niet
depressief zijn'. Een gebeurtenis is echter moeilijk te veranderen, omdat andere mensen hier ook een aandeel in hebben. Wat je wel
kunt veranderen zijn je gedachten. Hoe doe je dat?
Stap 1:
Allereerst is het belangrijk om stil te staan bij je gedachten en om ze af te maken. In het voorbeeld was het meisje depressief,
kwaad, ze heeft het gevoel nergens voor te deugen. Maar door de gedachte af te maken, blijkt er meer achter te zitten: ze is kwaad
omdat hij het niet had mogen doen en daarom zal ze het hem betaald zetten. Ze heeft een blauwtje gelopen en daardoor is ze
waardeloos en wie wil een waardeloos meisje.
Stap 2:
Nu kun je bij iedere gedachte zelf de volgende vragen stellen:
- Is deze gedachte waar?
- Waarom is dit zo?
- Weet ik dat zeker?
- Hoe weet ik dat zeker?
- Is dat altijd zo?
- Is dat voor iedereen geldend?
- Voel ik me door deze gedachte beter?
Stap 3:
Probeer vervolgens andere gedachten te bedenken die wel waar zijn en die je helpen om je beter te voelen.
Kenmerken van rationele gedachten zijn:
- de gedachte is realistisch, is gebaseerd op de objectieve werkelijkheid
- de gedachte maakt dat ik me voel en gedraag zoals ik zou willen.
Gedachten onder de loep nemen en nauwkeurig bekijken gaat dus op de volgende wijze:
- je merkt bij jezelf een ongewenst gevoel of een ongewenst gedrag
- maak hiervan een G-schema met behulp van de vier bekende vragen
- pak de gedachte eruit en maak deze zoveel mogelijk af. Onderzoek of er ook nog andere gedachten een rol spelen.
- laat deze uitgewerkte gedachte volgen door een persoonlijke evaluatie/waardering
- omschrijf vervolgens voor jezelf hoe je je had willen voelen en gedragen
- ga je gedachten uitdagen:
- zijn mijn gedachten waar?
- helpen ze mij om mijn gewenste gevoel/gedrag te bereiken?
- stel er andere gedachten voor in de plaats die wel leiden tot gewenste gevoelens/gedrag.
Waarom zou ik me laten leiden door gedachten die niet waar zijn en die mij bovendien steeds onprettige gevoelens bezorgen!
Die ertoe leiden dat ik vermijd of niets doe en brokken maak voor mezelf of anderen in plaats van aan te pakken, iets te ondernemen!
Door de andere gedachten maak je de opstap naar andere gedragingen. Je zult merken dat de oude gedachten niet zomaar
verdwijnen, immers je denkt vaak al jaren op die manier. Echter door steeds weer andere gedachten ervoor in de plaats te stellen en ja
daardoor steeds weer anders op te stellen, zal je merken dat deze manier van denken, deze andere gedachten, je steeds meer eigen
worden.
- Een rationele zelfanalyse kun je zelf maken. Neem een situatie of gebeurtenis waar je heel depressief, onzeker of angstig van
wordt. Vul vervolgens onderstaand schema in:
G 1 - Gebeurtenis: .............................................................
G 2 - Gedachten:........................................................................
G 3 - Gevoel:.............................................................................
G 4 - Gedrag:.............................................................................
- Beantwoord de volgende vragen:
- Hoe zou ik me liever willen voelen in deze situatie?
- Hoe zou ik me liever willen gedragen?
- Kijk vervolgens of je gedachten rationeel zijn. Ga voor elke gedachte na:
- Is deze gedachte realistisch, objectief? Weet ik het zeker? Hoe dan?
- Helpt deze gedachte dat ik me voel en gedraag zoals onder 1 en 2 genoemd?
- Bedenk tenslotte welke gedachte wel realistisch zou zijn en ervoor zou zorgen dat je je beter voelt (en gedraagt).