De persoon is een man, vrouw of kind, kortom een mens die zelf meent, of door
anderen wordt geacht, in enig opzicht hulp nodig te hebben in de onderling
samenhangende aspecten van zijn maatschappelijk en psychisch leven. Hetzij in de
vorm van concrete hulp, hetzij in de in de vorm van advies. Wanneer hij deze
hulp ontvangt wordt hij cliënt genoemd.
Het probleem komt voort uit een behoefte of moeilijkheid, of uit een
samenpakking van frustraties, of aanpassingsmoeilijkheden en soms uit al deze
factoren tegelijk, welke een bedreiging vormen voor of reeds een aanval hebben
gedaan op de levenssituatie van de persoon of op de doeltreffendheid van zijn
pogingen zich daarin te handhaven.
Social Casework is een proces dat wordt aangewend om de individuele mens te
helpen doeltreffender het hoofd te bieden aan moeilijkheden in zijn
maatschappelijk functioneren.
De kern van Social Casework is als volgt:
Een persoon met een probleem komt naar een plaats waar een deskundige hem
helpt door middel van een bepaald proces waarbij vier componenten essentieel
zijn:
- de persoon
- het probleem
- de plaats; de plaats is een instelling waar de therapeut werkzaam is.
Het doel ervan is mensen te helpen met maatschappelijke moeilijkheden, die
een bevredigend persoonlijk- of gezinsleven in de weg staan en met de
moeilijkheden die ontstaan door een onbevredigende verhouding tot de
medemens, de groep, of de maatschappij in het algemeen. Het doel en de
functie van de instelling komen tot uitdrukking in de persoon en het werk
van de deskundige caseworker.
- het proces; het proces dat de Social Casework wordt genoemd om zowel de
voornaamste functie als het individuele karakter aan te duiden, is een
geleidelijk groeiende relatie tussen de deskundige (caseworker) en de
cliënt. Het bestaat uit een reeks problemen oplossende werkzaamheden die
worden uitgevoerd in een zinvolle verhouding. Het doel van dit proces ligt
opgesloten in de middelen ervan: de cliënt dusdanig beïnvloeden dat hij
zijn problemen doeltreffend aanpakt en/of zo beïnvloed dat hij ze oplost
of de gevolgen ervan onschadelijk maakt.
De caseworker moet oog hebben voor de aard van de persoon van de cliënt,
voor de aard van zijn problemen en voor de aard van de instelling die een
mogelijkheid biedt tot oplossing van het probleem. Tegelijk moeten hij van deze
drie bestanddelen de totaliteit overzien en begrijpen, die verschilt van de som
van de onderdelen, omdat deze onderling voortdurend in wisselwerking zijn.
Wanneer elk van deze bestanddelen onderzocht is, op zichzelf en met
betrekking tot het casework, kan het proces zelf worden bekeken, geanalyseerd
wat betreft zijn structuur, zijn dynamiek en vooral zijn bruikbaarheid voor een
persoon die hulp behoeft.
|