In tegenstelling tot het indelen van mensen met een verstandelijke beperking
in een theoretisch kader zoals bijv.:
- gemiddelde leeftijd van functioneren;
- ontwikkelingsfasen als baby, peuter, kleuter etc.;
- IQ;
- ernstige, matige of lichte verstandelijke beperking,
wordt binnen de ervaring-ordeningstheorie van Timmers Huigens uitgegaan van
opeenvolgende
categorieën die elkaar omsluiten. Iedere nieuwe ervaringsordening
omvat ook de voorgaande. Achtereenvolgens verwerft een mens de volgende
ervaringsordeningen:
- lichaamsgebonden
- associatief
- structurerend
- vormgevend
Iemand die zijn ervaringen associatief ordent blijft ook lichaamsgebonden
ordenen. Iemand die zijn ervaringen structurerend ordent, blijft ook
lichaamsgebonden en associatief ordenen.
Dit elkaar omsluiten van ervaringordeningen, een soort ontwikkelingslagen,
betekent dat de beleving van een baby of van een mens met een ernstige
verstandelijke beperking toegankelijk voor ons blijft.
De wereld van de persoon met de ernstige verstandelijke beperking is niet
ontoegankelijk. De wereld van de baby ligt niet in een onbereikbaar verleden.
Een van onze ontwikkelingslagen, die wij dagelijks en continue gebruiken
sluit aan bij de beleving van de baby en van de mens met de ernstige
verstandelijke beperking. Om met de baby en met de persoon met de verstandelijke
beperking te communiceren moeten we ons echter goed bewust zijn van de
mogelijkheden die deze ontwikkelingslaag te bieden heeft.
|