Historie van huis "De Berkt"

Het landgoed "De Berkt" in Heesch (Noord-Brabant) is oorspronkelijk ontstaan door ontginning van woeste heide- en broekland in de gemeente Heesch in de periode eind 1700 begin 1800. Waarschijnlijk begonnen door aankoop van een bestaand huis en grond genaamd "De Berkt" door de Heer Joannes Linsen rond 1800.

Mogelijk verwijst de naam "De Berkt" naar een oude Heesche familienaam; Berght of Berckt van voor 1800.

"De Berkt" bestond in die tijd uit ondiepe beekdalgronden gelegen tussen de beek “De Vinckel” en de hoger gelegen en reeds in cultuur gebrachte akkergronden van de gehuchten Munnekens Vinkel en Zoggel in de gemeente Heesch. In de jaren na 1800, tot ca. 1830, weet Joannes Linsen zijn bezit uit te breiden tot een aaneengesloten gebied van ca. 111 ha. In verscheidene aktes wordt aankoop van gronden gedaan door zowel zijn vader Joannes ‘de Oude', als door Joannes Linsen ‘de jonghe.'

De eerste kadastrale minuutplans uit 1832 (kaartbladen "De Berkt") en de bijbehorende registers, geven een volledig overzicht van zijn bezit in de gemeente Heesch. Zijn huis op "De Berkt" wordt dan aangeduid als “Kasteel” met tuinen en boomgaarden. Ook zijn in die tijd de lanen en dreven aangelegd, alle met voorpootrecht en beplant met eikebomen, waarvan de huidige jonkerstraat als ‘zichtas' vanuit het buitenhuis kenmerkend is. De buitenplaats werd omgeven met een binnengracht, tuinen, vijvers en boomgaarden. In de boomgaarden werden, volgens overlevering, meer dan 400 hoogstam fruitbomen aangeplant. Om het gehele huisperceel werd een buitengracht aangelegd. Aansluitend daarop ontstonden een sterrenbos en een zgn. Engels bos (doolhof). Ook werden nog diverse andere bospercelen ingeplant. Er werden 3 boerderijen en een tuinmanswoning gevestigd. Het kavelpatroon van de landbouwpercelen was zeer kleinschalig van opzet (zgn. strepen, en ieder niet groter dan ca.: 30 are. ). Alle kavels waren omgeven door sloten en houtwallen, vanwege het oorspronkelijke natte heide- en broekland. De ontwatering werd geregeld door het graven van waterlopen langs de noord- en zuidzijde van zijn landgoed en die verderop westelijk uitmondden in de waterlopen naar de beek “De Vinckel”. De lichte helling van ong. een meter over de gehele lengte (1100 m.) van de door Joannes Linsen aangelegde zicht-laan op het huis (huidige Jonkerstraat) geeft een subtiele versterking van de monumentale aanblik daarvan. Tot 1841 heeft de heer Joannes Linsen zijn eigendommen op "De Berkt" uitgebreid tot ruim 111 ha.

Het geheel draagt nog steeds het karakter van de vroegere ‘formele' aanleg, maar het voormalige ‘Engels bos' met de vele slingerpaden kwam ongetwijfeld voort uit de in die tijd in opkomst zijnde ‘landschapsstijl', evenals de rondom het huis geplaatste solitaire parkbomen.

In 1929 schrijft notaris J. M. van Beverwijk uit Heesch alsvolgt over ‘eenige bijzonderheden in zijn woonplaats, meedegedeeld in “De Noord-Brabantsche Faam”:

“ Niet ver van het gehucht Zoggel, links van de grooten weg gelegen, ligt het buitengoed “"De Berkt"” door den heer J. Linsen aangelegd vele bunders grond zijn met moeite en kosten van dorre heide in vruchtbare teel- en weilanden herschapen. Rijke boomgaarden en voortreffelijke houtgewassen leveren de voorloopige belooning op voor de zorgen der eigenaars, die hier gewoonlijk den zomer doorbrengen.

In de periode 1842 - 1848 is het gehele landgoed overgenomen door de adellijke familie Van den Bogaerde van Terbrugge, die ook het kasteel Heeswijk en het kasteel Nemelaer in bezit had.
In de akte van verkoop dd. 17 november 1848 wordt het bezit als volgt omschreven:

"Het landgoed genaamd "De Berkt" , met Heerenhuis, drie bouwmanshuizen met drie afzonderlijke schuren, arbeiderswoning, met derzelver schelfhouten, sopketels, schoppen, varkenshokken, erven, boomgaarden, engelsche tuinen, mast- en schaarbosschen, bouw- en weilanden, lanen, eigene en publieke wegen, de laatsten voor zoveel het pootregt betreft, alles aan elkander, behoudens eenige enclaveringen van andere eigenaars, doch welke geen pootregt op de lanen, dreven of wegen hebben: alles staande en gelegen onder de gemeente Heesch."

Door de fam. van den Bogaerde werd "De Berkt" voornamelijk als jachtgebied gebruikt. Het huis wordt in die periode omschreven als het “jachtslot op "De Berkt"”.

De eerste topografische kaarten, schaal 1:25000 uit de periode 1845 tot ca. 1895, geven een goed beeld van het landgoed uit de beginperiode. Tot eind 1800 verandert er verder niet veel op "De Berkt".

Door de bewindvoerders van de familie Van den Bogaerde werd niet al te veel aandacht aan "De Berkt" als landgoed besteed. Het huis en de boerderijen krijgen wel de kleuren van het kasteel van Heeschwijk


Rond 1895/1896 komt Franciscus de Laat (mijn grootvader) als pachter te wonen op het huis "De Berkt".
De buitenplaats krijgt dan een bestemming als bakkerij, grutterij, en boerderij.
Voor zijn bedrijf is in 1911 een grote graanschuur met veestalling gebouwd. Langzaam aan verdwenen de tuinen, vijvers en de boomgaarden met oude hoogstam fruitbomen en werd steeds meer de nadruk op het boerenbedrijf gelegd. Het broodbakken in de houtgestookte oven werd na de oorlog gestaakt. Vooral na 1950 is door intensivering in de landbouw en de noodzaak tot schaalvergroting veel van het oorspronkelijke landgoed verdwenen. O.a. subsidies voor ontbossing en verwijderen van houtwallen e.d. hebben daartoe bijgedragen.


In 1966 is het oorspronkelijke landgoed versnipperd door openbare verkoop ‘bij brandende kaars'. Van de boerderijen werden de zittende pachters de nieuwe eigenaren. De lanen en dreven, totaal ca. 4 ha., grotendeels bezet met oude eiken, gingen over in andere particuliere handen. In 1974 werden van de 220 oude eiken die naar de houthandel zouden gaan er nog 175 gered door het Brabants Landschap en een klein aantal is gekocht door mijn ouders en mijn ooms die op de voormalige tuinmasnswoning hun bedrijf hadden.

Home