Welkom        Reünie-comité        Agenda        Webshop        Foto’s Pelotons        In Memoriam        Nazorg      


Verslag Uitreiking DIN 2016        Verslag Reünie 2018        Nieuwsbrieven & Links        Gastenboek

 

‘DIN DIC verdiend’


De Nobelprijsprijs VN-militairen, toegekend aan buitenlandse missies tussen 1956 en 1988, gaat ook naar het UNIFIL-detachement dat in Zuid-Libanon opereerde. Vanaf 1979 als bataljon en sinds 1983 als compagnie, beter bekend als Dutch Infantry Coy, DIC.


Voor de eerste lichting, DIC-1 die er van november ’83 tot april ’84 diende, was dat aanleiding om na 32 jaar weer bij elkaar te komen. Op zaterdag 6 februari 2016 kreeg deze eenheid het Draaginsigne Nobelprijs VN-militairen (DIN) uitgereikt in het Veteraneninstituut te Doorn.

Dat initiatief bleek een schot in de roos want de opkomst was grandioos en de verwachtingen werden volledig waargemaakt. Dat begon al bij de ijzersterke entree van het VI waar de witte UN-jeep stond opgesteld met een rood-witte slagboom. De VN-vlag wapperde, net als de Libanese Ceder. Als dan ook de eerste bekende gezichten opduiken en er stevige handdrukken volgen en omhelzingen, weet je het zeker: Deze dag zitten we geramd. ,,We zijn onder elkaar en hebben aan één woord genoeg’’, klinkt het al snel. Dit is DIC voor elkaar.


Het Buitengewone Compagniesappèl dat hierop volgde, mocht er wezen. Dankzij de lovende woorden van gezagsdragers en bovenal de aanwezigheid van nabestaanden, maakte dit onderdeel het meeste indruk.

Onze oud commandant luitenant-kolonel Ferry Tummers herinnerde zich de historische uitspraak van UNIFIL Force Commander, de Luitenant-Generaal Callaghan toen hij voorjaar 1984 de eenheid afmeldde in Naqoura. ,,Major, you must be a proud officer, commanding such excellent lads’’, vertrouwde hij Tummers toe bij de overdracht. Ook zijn secondant Ferry Mugie, onze ’Romeo’ in parate dienst, keek met veel trots terug op de inzet van DIC-1. ,,Het was mijn eerste uitzending en meest indrukwekkende. Ik hoop dat de ervaringen een positieve bijdrage hebben geleverd aan ieders persoonlijke ontwikkeling’’, liet de verhinderde Mugie per mail weten.


Ook Koos Fokkema, onze dominee die het thuisfront tijdens onze missie trouw per nieuwsbrief op de hoogte hield, stak ons na drie decennia weer een hart onder de riem. ,,We hebben daar onder zware omstandigheden een moeilijke klus geklaard’’, begon hij. Aansluitend legde hij een link tussen toen en nu. ,,Wij vormden een humanitaire buffer tussen strijdende partijen en dat was niet eenvoudig. Kijk maar eens naar de huidige situatie. Terugkijkend hoop ik dat ieder individu voor de rest van zijn leven een mentale buffer heeft gecreëerd om problemen vreedzaam om te lossen.’’ Wijze woorden van deze geestelijke verzorger die ‘samen uit, samen thuis’ tot zijn belangrijkste opdracht verhief en ons allen bij het afzwaaien een bijbeltje meegaf. Daarin geschreven zijn levensmotto: ’In dienst van de Vrede. Niet voor even maar voor heel je leven’. Fokkema sloot zijn betoog dan ook in stijl af met de klanken van ’Imagine’ van John Lennon. 


Voorzitter van de Vaste Kamercommissie Buitenlandse Zaken Mevrouw Angelien Eijsink blikte kort terug op de politieke onzekerheid over de inzet van Duchtbatt. Het zag er namelijk naar uit dat deze goed opgeleide eenheid vanuit Assen niet meer zou vertrekken. Mede dankzij een brief op poten (door twee rebellerende soldaten), wist Eijsink nog, ging de missie alsnog door. Zij het niet langer als bataljon maar als zelfstandige compagnie, het latere Dutch Infantry Coy (DIC). ;;Ik meen me te herinneren dat er enkele stoelen door de kantine vlogen toen het ernaar uitzag dat de missie beëindigd werd.’’ Eijsink had deze signalen in Den Haag opgevangen maar ook in het archief opgeslagen. Niet voor niets dat zij de eretitel ’Moeder der Veteranen’ draagt. Zij verdedigt de belangen van veteranen tot het uiterste. Het Draaginsigne vond zij dan ook ‘DIC verdiend’.


Ronduit indrukwekkend en overtuigend was het dodenappèl. De opgelezen namen van twaalf overleden kameraden gingen als een emotionele schokgolf door de aangetreden manschappen die, keurig in de houding, met respect de eregroet brachten. Het Signaal Taptoe, The Last Post en het Wilhelmus, voortreffelijk weergegeven door Het Fanfare Korps der Bereden Wapens, gaven dit gepaste eerbetoon nog meer inhoud en glans.

Bij de officiële uitreiking van het DIN (met bijbehorende oorkonde) richtte Tummers zich persoonlijk tot elke veteraan en tot slot tot de aanwezige nabestaanden. ,,Het moet jullie zwaar gevallen zijn hierheen te komen maar wees ervan overtuigd dat ook zij altijd bij ons blijven’’, drukte hij de nabestaanden op het hart.


Ter afsluiting van het ceremoniële gedeelte volgden welgemeende dankwoorden en loftuitingen voor: het Veteranen Instituut, de Basis als voortreffelijk gastheer, de Nederlandse Unifil Vereniging (met financiële steun van het V-Fonds), de VN-static show, de Unifil webwinkel, het Fanfarekorps en het reüniecomité dat deze bijeenkomst tot in detail had voorbereid en uitgevoerd.


Tijdens het informele samenzijn dat hierna aanving, werden oude contacten aangehaald en natuurlijk de sterke verhalen opgedist. Fantastische anekdotes uit vervlogen tijden, al dan niet ‘aan-ge-DICt’ maar de sfeer was weer snel als vanouds. Veel bekende gezichten, met een groefje meer erin, maar o zo vertrouwd en toen de eerste foto-albums op tafel verschenen, was de ban definitief gebroken. Bij roadblocks en wachthokjes stonden weer de besnorde dienstplichtigen met Rayban zonnebril, aan de Middellandse Zee werden weer zandzakken gevuld en in de golfplaten keukentjes pruttelden de lekkerste maaltijden op het gasfornuis. De film van wijlen luitenant Lagerweij sprak eveneens boekdelen. Er doken beelden op van ‘onze jongens’ die totaal verregend door de modder banjerden, van plichtsgetrouwe VN’ers die brieven lazen van het thuisfront en van soldaten die zich strategisch terugtrokken in de ‘meurbaal’ onder de klamboe. Ook de rotoplast werd weer gevuld met vers water, wapendoekjes gingen door de geweerloop en mobiele lokale goudverkopers deden weer goede zaken. Ook de telefonische verbindingen vanuit Naqoura via Radio Scheveningen ging erin als koek.

Vergeleken met nu zijn het volstrekt ondenkbare en achterhaalde communicatietechnieken maar toen pure noodzaak en anno 2016 pure nostalgie.

Respect en vertrouwen voerden deze dag de boventoon. Zij vormen niet alleen de afsluiting van een fraaie ceremonie, maar tegelijkertijd ook de aanzet tot een toekomstig weerzien. Want zoals vaak betekent een weerzien ook omzien in de tijd die veel te snel voorbij vliegt. Deze bijzondere reünie blijft zeker nog lang nagalmen. Het was dan ook ’DIC voor elkaar’.

Coen van de Luytgaarden © 2016

’DIN DIC verdiend’