Willem Wilmink, Carmina Burana (Orffs keus vertaald), De Oare útjouwerij, Enschede 1996
 


Bestellingen
Deze bundel is uitverkocht


Inhoud

Infopagina
Flaptekst
Inleiding

1. O Fortuna
2. Fortune plango vulnera
3. Veris leta facies
4. Omnia sol temperat
5. Ecce gratum
6. Dans (instr.)
7. Floret silva nobilis
8. Chramer, gip die varwe mier
9a. Rondedans/Schwaz hie gat umbe
9b. Chume, chume, geselle min!
10. Were diu werlt alle min
11. Estuans intrinsecus
12. Olim lacus colueram
13. Ego sum abbas Cucaniensis
14.
In taberna quando sumus
15. Amor volat undique
16. Dies, nox et omnia
17. Stetit puella
18. Circa mea pectora
19. Si puer cum puellula
20. Veni, veni, venias
21. In trutina
22. Tempus est jocundum
23. Dulcissime
24. Blanziflor et Helena
25. O Fortuna (reprise)

Aantekeningen
Colofon


Infopagina

ISBN 90 71610 32 2, vormgeving: Gerhard van Dragt bNO
Copyright © 1996 Willem Wilmink, Enschede. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
 


Flaptekst

Carmina Burana is een middeleeuws handschrift met liederen van verschillende meest anonieme auteurs. Veel bekender dan de oorspronkelijke muziek is de selectie die Carl Orff (1895-1982) uit de bloemlezing maakte en toonzette.
Orffs keus werd door Willem Wilmink vertaald in het Nederlands voor een serie uitvoeringen die op 11 mei 1996 in Enschede in première ging.
Het getuigt van groot vakmanschap dat de vertalingen in dit boek zowel uitstekend te zingen als te lezen zijn.

Goaitsen van der Vliet
 


Inleiding

Er is een beroemd middeleeuws gedicht waarin een dichter-zanger een gestorven collega herdenkt:

Egidius, waer bestu bleven?
Mi lanct na di, gheselle mijn.
Du coors die doot, du liets mi tleven.

Dat is een heel ander begin dan dat van een middeleeuws Duits gedicht met precies hetzelfde onderwerp:

Deswar, Reimar, du riuwes mich
michels harter danne ich dich,
ob du lebtes und ich waer erstorben.

'Echt waar, Reimar, ik treur om je, veel meer dan jij om mij zou treuren als jij nog leefde en ik gestorven was.'
Er is nog een ander verschil. Het Duitse gedicht is overgeleverd in een verzamelbundel van de auteur, Walther von der Vogelweide. Het andere in een bloemlezing, een kostbaar handschrift met heel veel prachtige gedichten, waarvan we de auteur of auteurs niet kennen, al zijn er vermoedens: het Gruuthuse-handschrift.
Carmina Burana is eveneens een bloemlezing. Het boek is genoemd naar de vindplaats, de abdij van Benediktbeuren. Het handschrift is tussen 1220 en 1250 geschreven en flink beschadigd, zodat men de teksten heeft moeten reconstrueren met behulp van andere handschriften en van vroege drukken. Waar er muziek bij de teksten staat, is die zo summier aangegeven dat ook hier andere bronnen nodig waren.
In mijn editie (Carmina Burana: Die Lieder der Benediktbeurer Handschrift. Ed. Günter Bernt e.a. DTV, München 1983) zijn de teksten als volgt ingedeeld: 1-55 moralistisch-satirische liederen, 56-186 liefdesliederen (en zwerversliederen), 187-228 drink- en speelliederen; godsdienstige toneelstukken en 1-26 nalezing.
De bloemlezing bevat werk van verschillende auteurs, meestal anoniem, maar soms met name genoemd: Walther von Châtillon, Philipp der Kanzler, Petrus von Blois, Gotfrid Subprior von St. Viktor, en de eerder genoemde Walther von der Vogelweide en Reimar. Aan dat lijstje is al te zien dat sommigen belangrijke posities hebben bekleed, waarbij je je kunt afvragen of ze toen ook nog dichter waren. Anderen brachten het minder ver, waren gesjeesde studenten, 'vaganten', ofwel 'varende luyden' (reizende lieden), die met voordrachtskunst, kwakzalverij, bedelarij en andere laag in aanzien staande bezigheden de kost moesten zien op te scharrelen. Exul ego clericus (nummer 129 van de Carmina Burana) is een smeekbede van een van hen, met een verwijzing naar de heilige Martinus, die zijn halve soldatenmantel aan een bedelaar gaf en die men hier en daar op zijn naamdag 11 november nog eert met bedelliedjes. Ik vertaalde dit Exul ego clericus als volgt:

'k Ben een intellectueel
die uit nood moet zwerven
om niet op een kwade dag
de hongerdood te sterven.

'k Wilde van de letteren
mijn beroep gaan maken,
maar ik moest uit geldgebrek
het studeren staken.

Kijk eens naar die jas van mij:
't is een web van draden.
Hoeveel warmte die me geeft,
laat zich toch wel raden.

De vesper noch de mis kan ik
tot het einde horen:
voor een religieus gevoel
al te zeer bevroren.

Mag ik het wagen, waarde heer,
om u te genaken
met de vraag of u voor mij
een gebaar wilt maken?

Moge wat Martinus deed
u toch inspireren:
Geef mijn arm en zwervend lijf
iets van warme kleren.

Later zal de Lieve Heer
u die gave lonen,
dus dan mag u dankzij mij
in de hemel wonen.

Zo'n vagant was ook de man die in de Carmina Burana ondertekende met Archipoeta: aartsdichter, met een ironische toespeling op 'aartsbisschop'. Hij schreef de aangrijpende biecht Estuans intrinsecus (nummer 11 in dit boek). In een ander gedicht in de Carmina Burana noemt hij zich 'Poeta pauperior omnibus poetis', een dichter, armer dan alle andere dichters. En vervolgens geeft hij wat autobiografische bijzonderheden:

Ik studeerde, dus als boer
zou ik niet meer aarden.
Heb als edelman geleerd
hoe je vecht met zwaarden,
maar het militair bedrijf
heeft voor mij geen waarde
omdat Mars Virgilius
nimmer evenaarde.

Van de oorspronkelijke muziek bij deze bundel met Latijnse teksten, hier en daar onderbroken door een couplet in het Duits of het Provençaals, bestaan mooie opnamen. Maar veel bekender is de selectie geworden die Carl Orff (1895-1982) uit de liederen maakte. De muziek die hij erbij schreef, zinspeelt soms op de oude muziek, maar is toch een helemaal nieuwe compositie, in een eigen, niet in een middeleeuwse stijl. Orff was in de 'volkstoon' geïnteresseerd, in dialecten, kinderversjes, bakerrijmen. Hij schreef teksten in zijn Beierse dialect, componeerde een opera Die Kluge naar een sprookje van de gebroeders Grimm en had overal in de wereld succes met zijn methode voor de schoolmuziek: zijn 'Orff-Instrumentarium' en 'Orff-Schulwerk'. Zijn Carmina Burana (1937) heeft veel bijgedragen aan de populariteit van die schitterende middeleeuwse teksten.
 


In taberna quando sumus

In de stamkroeg neergezeten
willen we de dood vergeten
door de dobbelsteen te keren
tot we hevig transpireren.
En men komt hier en men zit hier,
heeft met spelen, wijn en witbier
spoedig heel veel geld verloren,
dus wie horen wil, die hore.

Glaasje drinken, kaartje leggen,
indiscrete dingen zeggen.
De een vergokt er al zijn kleren
om halfnaakt naar huis te keren,
de ander komt zich hier verrijken...
voor hoe lang, zal spoedig blijken.
Elk is uit op eigen voordeel,
niemand denkt aan 't Laatste Oordeel.

De eerste dronk moet op de waard zijn,
de tweede op wie slap van aard zijn.
Derde dronk op de schlemielen
die aan 't lot ten offer vielen.
Vierde op de brave Christen,
die zich evengoed laat kisten
of naar 't brede pad laat voeren.
Vijfde dronk op alle hoeren.

Zesde: wie de boel verdraaien.
Zeven: die nonnen die graag naaien.
Acht: al wie de zee bevaren.
Negen: de gescheiden paren.
Tien: de zwervers en daklozen
met hun nachtasiel van dozen.
Elf: de vrome paus van Rome,
moge het hem wel bekomen.

Drink maar, held, en drink maar, wezel,
drink maar, wijze, drink maar, ezel,
drink dan, mannen, drink dan, vrouwen,
drink dan, valsaard, drink, getrouwe,
drink maar, treuzelaar en vluggerd,
drink maar, vlotterik en stuggerd,
drink dan, dikke, drink dan, magere,
hogere, drink maar met de lagere.

Drink dan, arme, drink dan, zieke,
drink, mevrouw de excentrieke,
drink dan, puber, drink dan, VUTter,
drink dan, reus en Lilliputter.
Hier drinkt vader, hier drinkt moeder,
kloosterzuster, minderbroeder,
drinken wijzen, drinken zotten,
drinken neven, nichten, potten.

Vijftig piek is gauw verslonden
waar we allen opgewonden
drinken, drinken zonder mate,
depressief of uitgelaten.
Als ons iemand wil misprijzen
en een betere weg wil wijzen:
dat zo iemand de sigaar is
als de Dag des Oordeels daar is!
 


Aantekeningen

Ad 3. Vier strofen van acht regels waarvan Orff de derde strofe heeft weggelaten.

Ad 4. In de voorlaatste regel heeft mijn editie aliter in plaats van taliter.

Ad 8. Een eerdere versie met een andere keuze uit de Latijnse tekst staat in Ze zeggen dat de aarde draait. Bert Bakker, Amsterdam 1988, blz. 33.

Ad 11. Dit is een gedicht van de 'aartsdichter', de Archipoeta. Orff geeft de eerste vijf van de 25 strofen van acht regels. Als titel en eerste regel heeft hij: Estuans interius. Ik heb een vertaling van strofe 12 toegevoegd.

Ad 12. Orff geeft alleen strofe 1, 3 en 5 van de vijf strofen; één ervan met een regelomzetting.
Een vrijere twentstalige bewerking is te vinden in Willem Wilmink, Heftan tattat! Gedichn in t stadsplat. De Oare útjouwerij, Eanske (Enschede) 1994, blz. 15.

Ad 15. Orff geeft de vierde van de vijf strofen van tien regels, met nogal wat varianten.

Ad 17. Een eerdere versie staat in mijn Verzamelde liedjes en gedichten tot 1986. Bert Bakker, Amsterdam 1992, blz. 296.

Ad 21. Een totaal andere vertaling staat in Ze zeggen dat de aarde draait, Bert Bakker, Amsterdam 1988, blz. 32.

Dit boek werd geschreven voor de grote uitvoering van Orff, Carmina Burana onder leiding van Frank Deiman.
 


Colofon

Carmina Burana, Orffs keus vertaald door Willem Wilmink, werd gezet uit Garamond en Syntax bij Bits & Books te Enschede, gedrukt op 90 grams Da Costa en 170 grams Florabel bij Pinksterpalm te Enschede, en uitgegeven door De Oare útjouwerij te Enschede op 11 mei 1996.



Zie ook:

2017-11-10  De Oare útjouwerij, post dou@home.nl

website analytics