Willem Wilmink, Een eigen Hooglied, De Oare útjouwerij, Enschede 1996
- De hoogste tijd
- Het verlangen naar de wederhelft
- De wederhelft
- Verandering
- Nachtelijk bezoek
- De winter is voorbij
- Rondeel
- Tijd genoeg
- Huwelijksreis
- Mijn zusje
- Dat liefde ook doet lijden
- In de steek gelaten
- Waar?
- Aids
- Weer alleen
- Dubbelgedicht
- Oktober
- Aantekeningen
- Colofon
Vormgeving: Gerhard van Dragt bNO
Omslagillustratie: Persheng Warzandegan
Copyright © 1996 Willem Wilmink, Enschede
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Mensen die de bijbel ondanks alle culturele verschillen tussen de bijbelboeken als een eenheid beschouwen, zullen mijn poging afwijzen, want er zijn bijbelboeken die de homosexualiteit veroordelen. Toch zouden ook die mensen het niet in hun hoofd halen om in onze tijd nog wetsovertreders met stenen dood te gooien, op advies van diezelfde bijbel, die op zoveel andere plaatsen zo ontzaglijk veel poëzie en wijsheid biedt.
Willem Wilmink
Mijn lief, als alles deze nacht
zich afspeelt volgens plan,
dan gaan we met elkaar naar bed,
dan komt het er dus van.
Nu kijk je in mijn woning rond,
waar je toch vaker bent,
alsof je kast en raam en stoel
voor het allereerst verkent.
Je vraagt je af hoe het zal zijn
als alles is gedaan:
zijn wij dan dichter bij elkaar
of ver uiteengegaan?
Met films en boeken over sex
worden we doodgegooid,
maar wat sex voor de liefde doet,
daarover hoor je nooit.
Soms is het grote avontuur
zo wonderbaarlijk goed
en andere keren maakt het weer
dat je iemand nooit meer groet.
Misschien is dit het juiste uur,
misschien is het te vroeg.
We zien het wel, mijn lieveling:
wij hebben tijd genoeg.
Mijn lief, als alles deze nacht
zich afspeelt volgens plan,
dan gaan we met elkaar naar bed,
dan komt het er dus van.
Al weet ik zeker dat ik sliep,
mijn hart was op zijn hoede.
Toen was het of er iemand riep
en kreeg ik een vermoeden:
er werd daarbuiten in de nacht
met smart op mij gewacht.
Moest ik met mijn twee benen naakt
mijn liefste welkom heten,
met het gezicht onopgemaakt,
de nachtpon half versleten?
Op sloffen en in regenjas
keek ik of zij het was.
De straat leek onbekend gebied,
want ik liep half te dromen.
Ik dacht: Is het nou waar of niet
dat zij hier is gekomen?
Maar ook al liep ik nog zo vlug,
ik vond haar niet terug.
Een buurman liet zijn gasten uit,
er was daar iemand jarig:
geroezemoes van stemgeluid,
half spottend, half meewarig.
Waarom zou zij met sloffen aan
zo laat het huis uitgaan?
Ach, waarom heeft ze weer zo'n haast,
dat potje van hiernaast?
De citaten uit Het Hooglied komen uit: Bijbel dat is De gansche Heilige Schrift bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament door last van de Hoog-mogende Heeren Staten Generaal der Vereenigde Nederlanden en volgens het besluit van de Synode Nationaal gehouden te Dordrecht in de jaren 1618 en 1619 uit de oorspronkelijke talen in onze Nederlandsche taal getrouwelijk overgezet. Editie met reproducties naar werken van Rembrandt Harmenszoon van Rijn. R.B.S. B.V., zonder plaats en jaar.
Voor het Gorter-fragment bij Dubbelgedicht zie: Herman Gorter, Verzamelde lyriek tot 1905. Ed. G. Stuiveling en Enno Endt. Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam 1977, blz. 483-484.
De teksten in dit boek maak deel uit van het gelijknamige oratorium dat op dezelfde dag in Enschede in première ging onder regie van initiator Godfried Beumers, op muziek gezet door Wim Beunders en voorzien van visuele bijdragen door Engel Horsting.
De Oare útjouwerij, post dou@home.nl
17-11-2009