
Peggie Breitbarth (tekst), Brandie
Oosterwold en Etta Maduro (samenstelling),
Jan Broeze
- Die dingen van mij hebben een vaste waarde
Stichting Beheer Collectie Jan Broeze, Markelo 2008, distributie
De Oare útjouwerij.
ISBN 90
71610 00 4
Bestellingen
Particulier: Na 29 november 2008 in de bus na overmaking van 25 euro (plus eventueel een vrijwillige bijdrage in de verzendkosten) op giro 4611391 van De Oare útjouwerij in Enschede met vermelding van
JBR.
Een vaste waarde
Ik heb geen vertrouwen in geld. Het
wordt steeds minder waard. Die dingen van mij hebben een vaste waarde.
Jan Broeze spreekt deze woorden met grote overtuiging uit wanneer hij ter
gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag geïnterviewd wordt. Hij kijkt
onbevangen in de lens. Een aardige man, vriendelijk en bescheiden. Zijn gegroefd
gelaat verraadt de wijsheid der jaren, zijn pientere blik duidt op een jonge en
wakkere geest. Hij heeft er kennelijk plezier in zijn verhaal te vertellen.
Nu, zo’n dertig jaar later, klinken die woorden enigszins naïef. We leven in een
tijdperk waarin de kunst algemeen door een commerciële bril beschouwd wordt. Een
kunstenaar die - zoals Broeze in dit fragment doet - zegt niet te willen
verkopen omdat hij de waarde van het geld wantrouwt, lijkt niet goed bij zijn
hoofd.
Broeze echter was tot op hoge leeftijd wel degelijk goed bij zijn verstand en
zijn uitspraak geeft duidelijk weer waar hij staat in zijn opvatting van het
kunstenaarschap.
Een kunstenaar doet zijn werk in vrijheid. Het schilderij
vertegenwoordigt zijn opvatting, zijn verwerking van de
werkelijkheid, zijn gevoel. Het is de neerslag van de ontmoeting van geest en
materie.
Dat is een waarde die niet gekoppeld is aan geld of aan schommelingen in smaak
of mode. Het is de intrinsieke waarde van de kunst. Of zoals Broeze het uitdrukt:
die dingen van mij hebben een vaste waarde.
Wie was deze boerenzoon die tijdens het
interbellum, ondanks het isolement van het platteland op eigen kracht zijn weg
vond in de moderne kunst? En die kans zag een oeuvre bijeen te schilderen dat
anno 2008 nog steeds verrast en ontroert. Die door zijn voorbeeld een jongere
generatie wist te inspireren en die tot op hoge leeftijd belangstelling en
vriendschap bleef koesteren voor die jongeren. De opbloei van de kunst in Twente,
zoals die zich manifesteerde in de vorige eeuw, is begonnen bij Jan Broeze.
In de hier volgende tekst heb ik geprobeerd langs chronologische lijn leven en
werken van Jan Broeze te schetsen.
Aan de orde komen:
Hoofdstuk 1 - Een langzame start
1896-1923: Afkomst, milieu, scholing, ontwikkeling, afwijzingsbrieven
academie en Bremmer, boerenknecht en dilettant in aardappelkelder.
Hoofdstuk 2 - Een gelukkig toeval
1923-1930: De komst van Jan Kruijsen, de reis naar Silezië, opheffing van
het artistiek isolement, lessen Jos Beeling.
Hoofdstuk 3 - Een hoge vlucht
1930-1940: Jans artistieke ontwikkeling neemt een hoge vlucht, oriëntatie op
kunststromingen van de 20ste eeuw, verblijf in Amsterdam, Brugge en
Parijs, deelname tentoonstelling Twentsche Schilderkunst.
Hoofdstuk 4 - Erkenning
1940-1960: Oorlogsjaren, De Nieuwe Groep, lid Federatie
Hoofdstuk 5 - Tussen beeld en
verbeelding
De laatste jaren, reis naar Spanje, receptie en betekenis van zijn werk
In elk hoofdstuk komen zowel
biografische gegevens, een globale beschrijving van zijn contacten en de
culturele ontwikkeling van de streek, als een beschouwing van het werk aan de
orde. Bij dat laatste doet zich de moeilijkheid voor dat van het vroege werk
weinig bewaard is gebleven. Een brand in de boerderij in de nadagen van de
oorlog verwoestte een groot deel van het werk. Wat bewaard werd, was
hoofdzakelijk al in handen van anderen. De honderden tekeningen en de tientallen
deels onvoltooide schilderijen die na zijn dood in het atelier achterbleven,
zijn hoofdzakelijk van de periode na de oorlog.
Die ateliernalatenschap werpt ook een blik op zijn werkwijze. Hij bleef soms
langdurig aan zijn schilderijen werken, corrigeerde bepaalde passages met krijt,
zette de schilderijen weer weg om ze soms jaren later weer op te pakken en
eventueel te voltooien. Ook kwam het voor dat hij motieven van jaren tevoren
opnieuw ter hand nam. Dat alles maakt zijn werk moeilijk te dateren. De in de
loop der tijden gehanteerde data zijn vaak in retrospectief door hemzelf gegeven
of benaderd. Binnen de chronologie van het verhaal zullen bij de beschrijving
van het werk sprongen in de tijd, zowel achter- als voorwaarts, onvermijdelijk
zijn.
P.B.