Heike van der Vliet, Raakvlakte, De Oare ķtjouwerij, Enschede 2006
Deze pagina bevat achtergrondinformatie, gedichten, recensies en nieuws.
 


ISBN 90 71610 64 0, uitgave: 15 juni 2006, tweede druk september 2006, derde druk februari 2007.
Omslagontwerp: Heike van der Vliet, typografie Gerhard van Dragt bNO, toevalstreffer Maarten Rischen
© 2006 Heike van der Vliet, Groningen. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de
uitgever.

Bestellen Particulier: In de bus na overmaking van 10 euro (plus eventueel een vrijwillige bijdrage in de verzendkosten) op banknummer NL49 INGB 0004 6113 91 van De Oare ķtjouwerij in Enschede met vermelding van uw eigen adres en titel 'Raakvlakte'. Een mailtje naar dou@home.nl kan de levering versnellen.
Boekhandel: Rechtstreeks bij uitgever, niet meer via CB.


‘Heike van der Vliet schrijft gedichten die blijven hangen. De kracht ervan is de onnadrukkelijkheid en soberheid. Wie zů gevoelens verwoordt, sluit niet alleen aan bij de wereld van een adolescent, maar reikt verder. Als zestien≠jarige gymnasiast heeft ze al veel te vertellen. De verzen in haar debuut Verse sporen houden een belofte voor de toekomst in.’ Aldus Paul Abels in De Roskam van 15 maart 2002.

Ruim vier jaar later lijkt Heike van der Vliet met de bundel Raakvlakte die belofte ruimschoots waar te maken. Het thema, schrijven om te ontdekken wie je bent, is gebleven, maar nu is het meer in de omgang met de medemens. Zelf ziet ze het ongeveer zo: ‘Het is het in woorden aanraken van de ander en het aftasten van plekken waar je min of meer samenvalt. Kijken hoe ver je kunt gaan voor je elkaar opnieuw verkeerd begrijpt, of verliest. De poŽzie schuilt in het maken en breken. Het mooie van taal is dat je nooit iets volledig kunt zeggen, zoals je elkaar ook nooit helemaal kunt raken, of zijn. Maar soms kunnen woorden de tussenruimte vullen, zodat je de ander toch bereikt.’

Laat je raken door deze bijzondere bundel.
 

Inhoud

Los
de dagen trokken langs
5, op zoek naar vaste grond 6, ik kon je maar niet 7, dieven 8, als dikke zwarte stiften 9, krijg je geen genoeg 10, je blijft maar komen 11, ik luister naar een vroege vriend 12, de zee spoelde 13, iedere golf 14.

Doolhoofd
soms wist ik zelf niet meer
15, twee eenden 16, het is koud zonder jou 17, iedere morgen 18, ik ga staan 19, ik doop 20, ik heb boeken 21, de vogels lijken lusteloos 22, de dagen dat de paarden hier nog waren 23, lange golven breken 24, ik zou ook zo graag 25, de mensen kijken 26, schrijven is 27, je kwam 28, soms is het net 29, de lucht is weer fris 30.

Over en weer
ik dacht dat ik wel wist
31, je opent de deur 32, druppels glijden 33, mag ik weer 34, het licht 35, je ruikt aan me 36, je houdt van blonde dagen 37, doe maar of je droomt 38, ander verhaal 39, en weer verlang je 40.

Zeekastelen
hij sloop
41, jij woont zo mooi 42, zijn de dagen 43, voel je de gedachten 44, weer praat ik met je 45, laat me ademen 46, we liggen in bed 47, zo ver als je weg bent 48, laat mij ook 49, dromen kan altijd nog 50, ik heb je opgezocht 51, het was laat 52.



Uit Los

ik kon je maar niet naast me neerleggen
laten rusten als een oud verhaal

je bent een stukgelezen boek om in de kast te zetten
zodat ik af en toe je kaft kan strelen
en me kan herinneren
hoe ik me steeds weer weglas


Uit Doolhoofd

ik heb boeken en muziek
ik heb thee of koffie als je wilt
ik heb zelfs asbakken en drank

ik heb telefoons, een kapstok en een deurmat
ik heb papier en pennen en ik teken en ik schrijf
en ik heb oren en ogen en haar dat ervoor valt

ik heb een kachel en ramen waardoor
we kunnen zien dat het binnen
fijner is dan buiten

want hier is de taal

ik luister en zeg
hier ben ik dan

ik heb de woorden maar
het blijft stil in mijn kamer


Uit Over en weer

het licht dat iedere andere dag zacht aanvoelt
is nu wit en hel en kleedt je uit
naakt op straat ziet iedereen dat jij het bent

geen geruisloze weg naar huis
hoe stil de vogels ook nog zijn

ik kan je nu niet aanraken
de wereld zou het weten


Uit Zeekastelen

het was laat en ik liep harder
branding en duinen waren om en om te zien
de lucht was vol wind en water en er
kwam geen einde aan mijn sporen in het zand

de meeuwen waren al lang vertrokken
terwijl er vroeger zo veel waren
grote zilveren
waar ik mee weg zou vliegen

nu was er nog het zware strand
en het besef dat dit mijn huis was
dat ik naar binnen kon gaan
als het weer zo was als vandaag

ik stelde me voor hoe de regen
nog van mijn jas zou druipen
dat ik rustig de gordijnen sloot en
een boek werd bij het haardvuur


(foto Tjerk Kamann, klik voor hoge resolutie)

Heike van der Vliet (1985)
bracht haar jeugd door in Enschede en studeerde sinds
2003 Kunsten, cultuur en media aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds medio 2006 doet ze daar de research master Literary and Cultural Studies. Bij De Oare ķtjouwerij verschenen eerder van haar de bundels Vierdichtje (1994, hc) en Verse sporen (2001).

Eerdere versies van gedichten in deze bundel zagen het licht bij de Overijsselse Kunstbende van 2002 (de zee spoelde steeds weer over mijn voeten, soms wist ik zelf niet meer, iedere morgen word ik wakker met zwarte ogen, ik dacht dat ik wel wist, je opent de deur en we liggen in bed onder de gezamenlijke titel Over en weer) en in Het debuut, de Almanak 2003-2004 van KCM-studievereniging IK (ik doop een groffe kwast).

In de in september 2006 uitgekomen tweede druk (met een beter niet gelamineerd omslag) zijn kleine verbeteringen aangebracht in de gedichten op bladzijde 12 (een komma i.p.v. 'en' achter 'liefde'), 19 ('en' weg voor 'val'), 26 ('de woorden' i.p.v. 'mijn woorden') en 52 ('de lucht' i.p.v. de eerste keer 'het weer'). De derde druk met een kleine update van de persoonlijke gegevens verscheen in februari 2007.


In de media en ander nieuws  

  


Heike wil mensen raken met woorden door Jacco Stijkel in Huis aan Huis (Enschede) van 31 juni 2006

ENSCHEDE - Ze is nog maar twintig, maar presenteert wel haar derde dichtbundel. Heike van der Vliet schreef 48 gedichten over de omgang met de medemens. Haar werk is persoonlijk, confronterend en herkenbaar. "Het gaat mij niet om een boodschap, maar dat mensen door mijn gedichten worden geraakt."

Op de basisschool was Heike al gefascineerd door taal. Toen ze acht was, maakte ze al het boekje Vierdichtje. "Op de middelbare school, ik was toen veertien jaar, ben ik serieuzer begonnen met schrijven. Mijn vader, die uitgever is, gaf mij handige tips om clichťs te vermijden, zodat mijn gedichten beter werden. Veel gedichten waren observaties, gingen nog niet zo vaak over persoonlijke gevoelens, zoals in mijn nieuwe bundel Raakvlakte het geval is." De mooiste poŽzie uit die periode werd gebundeld in Verse sporen dat Heike voor haar zestiende verjaardag cadeau kreeg. In de vijfde klas van het gymnasium heeft mijn lerares Jet van der Sluis mij anders laten nadenken over literatuur. Vooral door de manier waarop ze erover vertelde, dat het haar ook heel veel deed."

Heike ging door met schrijven. "Ik gebruik mijn gedichten als een soort dagboek om mijn gedachten en ervaringen onder woorden te brengen. Ik schrijf het op, laat het een paar maanden liggen en dan selecteer ik de teksten waar ik wat mee kan doen. Ik vind dat soms wel confronterend, want het brengt me terug naar de situatie waarin ik me bevond toen ik het schreef. Het gaat er vervolgens om dat het gedicht algemener wordt, dat het ook voor andere mensen geschikt is. Dan ga ik op zoek naar betere woorden. Soms komen regels uit verschillende teksten bij elkaar. Het gaat mij er vooral om dat het mooi wordt."

Volgens Heike is het fascinerende van taal dat je nooit iets volledig kunt zeggen. "Maar soms kun je met woorden de ander toch bereiken. Een ander haalt er vaak wel iets anders uit dan wat jij hebt bedoeld, maar dat vind ik juist leuk. Zo hoorde ik over een meisje van mijn leeftijd dat Verse sporen had gelezen. Ze was ongelukkig en ik hoorde dat ze veel aan mijn gedichten heeft gehad. En dat ze zelf toen ook is gaan schrijven. Het is heel bijzonder om te horen dat jij iets hebt geschreven waardoor mensen worden geraakt. Dat is heel mooi om mee te maken."
 

Opmerkelijk volwassen en evenwichtige poŽzie van Heike van der Vliet door Paul Gellings in de bijlage Cultuur van De Stentor van 22 juni 2006

Jonge aanstormende talenten zijn er niet veel binnen de huidige poŽzie. Degenen die doorgaan voor stormachtig en jong horen eigenlijk al bij de vroeggrijze eminenties van het dichterlijk bedrijf, de vaste kliek rond Poetry International, PoŽzie in Carrť of de Nacht van de PoŽzie.

Waar zijn ze gebleven, de echt jeugdige talenten, zoals Arthur Rimbaud of Hans Lodeizen, die niet verzinken in consumptieve oppervlakkigheid, maar echt poŽtisch werk maken en er ook nog over nadenken?
Met haar nieuwe bundel Raakvlakte lijkt de 20-jarige dichteres Heike van der Vliet de uitzondering op de regel te zijn, want zij is zo'n zeldzaam authentiek en tegelijk nog jeugdig talent waar we soms generaties lang op moeten wachten.
Overigens vertoont ze minder verwantschap met Rimbaud dan met Lodeizen, gevoelig en vloeiend als haar verzen zijn:

laat me niet alleen
als ik bij je wegga
geef me eten mee en boeken
adressen waar ik kan slapen en blijven
als ik dat wil

Dit citaat (om nooit meer te vergeten en te pas en te onpas mee te strooien) komt uit de eerste afdeling van de bundel, Los geheten. De andere afdelingen heten Doolhoofd, Over en weer en Zeekastelen en kenmerken zich allemaal door een zeer hechte thematische samenhang en een toon die tegelijk emotioneel en direct genoemd kan worden. Tegenover ieder sentiment staat nuchterheid, zwijmeligheid wordt gecorrigeerd door een weerbarstig soort romantiek:

lange golven breken
mijn overmoedige geklets over
mensen en avonden vol kunst en taal
smeren mij uit over zandbanken als modder
in een schelp

Avonden vol kunst en taal versus zandbanken en modder - beelden die op een krachtige manier verwijzen naar de twee polen die het spanningsveld in Heike van der Vliets poŽzie bewerkstelligen: een gebied dat wordt beheerst door sentiment zonder sentimentaliteit, trefzekerheid zonder paukenslagen.
Die twee polen zijn feitelijk in ieder gedicht terug te vinden, en het spel dat de dichteres ermee speelt houdt zij goed vol. Nergens slaat de balans door naar de ene of naar de andere kant, wat deze poŽzie opmerkelijk volwassen en evenwichtig maakt.
Een belangrijk motief in deze bundel is het schrijven over het schrijven zelf, niet over de techniek, maar over de noodzaak taal op papier tot leven te wekken:

ik zou ook zo graag zo lopen over straat
alleen zijn met mezelf omdat ik dat wil en niet

schrijven op mijn kamer met
mijn handschrift en muziek

ik wil leven op flarden
papier in treinen en op bierviltjes
schrijven dat ik nog leef maar
dat ik nu geen tijd heb

Niet over schrijven in plaats van leven, maar over schrijven of dichten als manier van leven wordt hier op bevlogen wijze nagedacht. De pen van Heike van der Vliet is een toverstaf waarmee ze de lezer binnenvoert in het magische bestaan dat je kunt leiden in taal en zo - zonder te vluchten - toe kunt treden tot die andere wereld die literatuur heet:

ik stelde me voor hoe de regen
nog van mijn jas zou druipen
dat ik rustig de gordijnen sloot en
een boek werd bij het haardvuur
 

 

Een inktvlek op haar mooiste gedicht door Remco Ekkers in de bijlage Freed van de Leeuwarder Courant van 25 augustus 2006

Er zijn verschillende soorten gedichten. Laat me een paar soorten noemen: er is de mooie, ouderwetse poŽzie van Vasalis en Gerhardt, de experimentele van Lucebert en Kouwenaar, de spottende van Komrij, de hysterische van Pfeijffer, de kitscherige van Rawie, de denkende van Reints en Schaffer, de sentimentele van Benschop.

Tot welke soort behoren de gedichten van Heike van der Vliet (1985)? Geen van bovenstaande. Dankzij haar vader, Goaitsen, uitgever, kwam er al een bundel in 2001 (Verse sporen). Ze doet qua debuutleeftijd denken aan Neeltje Maria Min, maar deze is geheimzinniger. Van der Vliet schrijft eenvoudige, eerlijke, onopgesmukte, weinig gecompliceerde gedichten.

De bundeltitel en de titels van de afdelingen hebben alle een ruimtelijk en psychologisch aspect: Raakvlakte, Los, Doolhoofd, Over en weer, Zeekastelen. De bundel gaat over een verloren liefde, waarbij de ik van de gedichten een scherp, diep vrouwelijk inzicht heeft in de situatie. De dagen gaan voorbij in een lange vervelende rij. Alleen de post laat zien dat er nog een ander leven is. De ik zoekt naar een nieuw houvast:

op zoek naar vaste grond
zet ik kleine stapjes
om niet af te dwalen

voor ik het weet
duikel ik als een tak
in een snelstromende rivier

Eerst dacht ik: waar komt die tak vandaan, maar beter kijkend zag ik dat de ik-figuur al in de eerste strofe in water loopt en dan is een overhangende tak niet ver weg.* De dichter speelt met haar taal: letterlijk en figuurlijk in ťťn regel en ze blijft bekwaam in het beeld:

ik kon je maar niet naast me neerleggen
laten rusten als een oud verhaal

je bent een stukgelezen boek om in de kast te zetten
zodat ik af en toe je kaft kan strelen
en me kan herinneren
hoe ik me steeds weer weglas

Ze vindt neologismen als 'doolhoofd', een treffende contaminatie van 'doolhof' en 'warhoofd' en ze schrijft heel eenvoudig en effectief: 'soms wist ik zelf niet meer / of ik haast had / of dat ik gewoon iets was vergeten' en als ze zich koud voelt zonder de geliefde en er om haar heen, veelzeggend, een nieuw huis wordt gebouwd, ziet ze de metselaars lachen en dan

in de avond
maalt mijn hoofd nog wat na
met de betonmolen

Soms doen haar dagboekachtige gedichten merkwaardig genoeg denken aan die van epigonen van de Vijftigers, zoals de vrijwel vergeten Mischa de Vreede, in regels als

met al mijn vingers probeer ik
de woorden bij elkaar te houden

De dagen dat er gedroomd werd van de prins op het paard zijn al lang voorbij en eigenlijk was de ik toen al zo realistisch dat ze de prins zag als iemand die haar benen laat schaven aan de ophaalbrug. Hij is een inktvlek op haar mooiste gedicht.

Ik ben heel benieuwd of en hoe Heike van der Vliet zich als dichteres verder ontwikkelt. Ondertussen is deze bundel zeer geschikt voor leeftijdgenoten en andere beginnende poŽzielezers.
 

* Noot van de uitgever: Meer voor de hand ligt een tak die al duikelend wordt meegevoerd door het water van een snelstromende rivier.

 

Wat ons raakt langs de randen van taal: over de nieuwe dichtbundel van Heike van der Vliet door Hannie Rouweler in Schoon Schip, Vlaams-Nederlands literair/cultureel tijdschrift, 13e jaargang, nummer 3, 2006 (Assen).

In de tweede dichtbundel Raakvlakte van de zeer jonge 20-jarige dichteres Heike van der Vliet is de zoektocht naar taal en liefde, of wat van liefde achter blijft, een opmerkelijk en constant gegeven. Eerder publiceerde ze Verse sporen (2001) en ze is zeker ťťn van de jongste dichteressen in ons taalgebied, die al twee uitgaven op haar naam heeft. Dat is opmerkelijk, omdat veel dichters debuteren rond hun dertigste en dan nog gerekend worden tot de jongere generatie aanstormend talent. Wat goed is, komt snel is echter een veelbeproefde spreuk in de sport.

Met deze gedachte in mijn hoofd ťn de prachtige en zonnige junidag open ik de mooi en sober uitgegeven dichtbundel Raakvlakte en word al meteen verrast door enkele eenvoudige, maar veelzeggende regels (uit diverse gedichten): ‘je bent een stukgelezen boek om in de kast te zetten', 'iets doet je verlangen naar nieuwe vruchten', 'jij woont zo mooi in mijn gedachten' en 'als je me kust, ben ik dan poŽzie?’.

Hoewel de bundel is ingedeeld in vier inhoudelijk op zichzelf staande afdelingen, elk met een titel en motto (de gedichten zijn verder bijna allemaal titel- en interpunctieloos), is het goed mogelijk alle verzen achtereen te lezen als ťťn lang verhaal, een aaneengesloten geschiedenis, waarin Heike van der Vliet op zoek is naar de raakvlakken en contouren van haar eigen bestaan, een voorbije liefde, het verdriet en gemis, het menselijk tekort, de eenzaamheid, het terugvinden van zichzelf. Dit loopt als een rode draad door de hele bundel en is tevens een zoektocht door de taal naar de juiste woorden, die dat het best tot uitdrukking kunnen brengen.

Op een subtiele en gevoelige wijze maakt ze je deelgenoot van een persoonlijke reis, haar visie en ervaringen, met vallen en opstaan, diepe kuilen, onverwachte wendingen en inzichten, terugblik op het verleden, een handwijzer naar de toekomst. Last but not least: de onzekerheid van het moment waarop nog niets vastligt, de acceptatie en noodzaak om helder te blijven denken, met je voeten op de grond, en te wachten tot de storm geluwd is. Het is een wisselend spel tussen licht en duisternis, zon en maan, eb en vloed. De contrasten worden in mooie en trefzekere beelden omgezet, waardoor het poŽtische gehalte hoog is. Opvallend is ook de muzikaliteit in haar poŽzie, de klanken, het vloeibare ritme en een vaste cadans. Door de openheid en directheid weet ze een serene sfeer te creŽren, die zeer beeldend en echt overkomt. Kortom: een zeer goede en veelbelovende bundel van een jonge dichteres die heel wat in haar pen heeft.
 

Heike zelf over de vier onderdelen van de bundel

"Los gaat over het weggaan van een plek waar alles vertrouwd is, het loslaten zonder te weten of het daarna beter wordt. Het moment vlak voor en vlak na die keuze ben je even inzichtloos."

"Doolhoofd gaat over de zoektocht naar je eigen ik, in jezelf en in anderen, en de wijze waarop je uitgangspunt bent voor je contacten met anderen. Zoeken naar wat je constante is in communicatie... wie spreekt... wat ben je nog als al het andere weg is? Is er wel iets van jezelf waar je altijd van op aan kunt, wat altijd houvast biedt?"

 "Over en weer gaat over contactmomenten, het steeds weer zoeken naar verbindingen of raakpunten. Ook al lijkt het zinloos, of inzichtloos, het is het enige waar je altijd aan kunt blijven werken, en ook moet."

"Zeekastelen zijn romantische projecties en droombeelden over het vinden van iets in een ander. Het houvast dat je in jezelf zou moeten zoeken maar nog ongrijpbaar is, denk je te hebben gevonden in een ander. Je gaat je volledig op die ander richten, omdat je het idee in je hoofd hebt gehaald dat die ander, hoe tijdelijk ook, voor alles een oplossing heeft."


Klik eventueel op ander werk van Heike van der Vliet:

1994      2001


Iedereen was van harte welkom bij de presentatie van Raakvlakte, gedichten van Heike van der Vliet, op donderdag 15 juni 2006 om 19:00 uur op de tweede verdieping van boekhandel Broekhuis te Enschede. Programmapunten (onder voorbehoud):

De Oare ķtjouwerij, post dou@home.nl
14-10-2015

free counter