Heike van der Vliet, Raakvlakte,
De Oare útjouwerij, Enschede 2006
Deze pagina bevat achtergrondinformatie, gedichten, recensies en nieuws.
ISBN 90 71610 64 0, uitgave: 15 juni 2006, tweede druk september 2006,
derde druk februari 2007.
Omslagontwerp: Heike van der Vliet,
typografie Gerhard van Dragt bNO, toevalstreffer Maarten Rischen
© 2006 Heike van der Vliet, Groningen.
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de
uitgever.
Bestellen Particulier: In de bus na overmaking van 10 euro (plus eventueel een vrijwillige bijdrage in de verzendkosten) op giro 4611391 van De Oare útjouwerij in Enschede met vermelding van adres en titel. Boekhandel: Rechtstreeks bij uitgever, niet meer via CB.
|
Laat je raken door deze
bijzondere bundel. |
Inhoud
Los
de dagen trokken langs
Doolhoofd
soms wist ik zelf niet meer
Over en weer
ik dacht dat ik wel wist
Zeekastelen
hij sloop

Uit Los
ik kon je maar niet naast me neerleggen
laten rusten als een oud verhaal
je bent een stukgelezen boek om in de kast te zetten
zodat ik af en toe je kaft kan strelen
en me kan herinneren
hoe ik me steeds weer weglas
Uit Doolhoofd
ik heb boeken en muziek
ik heb thee of koffie als je wilt
ik heb zelfs asbakken en drank
ik heb telefoons, een kapstok en een deurmat
ik heb papier en pennen en ik teken en ik schrijf
en ik heb oren en ogen en haar dat ervoor valt
ik heb een kachel en ramen waardoor
we kunnen zien dat het binnen
fijner is dan buiten
want hier is de taal
ik luister en zeg
hier ben ik dan
ik heb de woorden maar
het blijft stil in mijn kamer
Uit Over en weer
het licht dat iedere andere dag zacht aanvoelt
is nu wit en hel en kleedt je uit
naakt op straat ziet iedereen dat jij het bent
geen geruisloze weg naar huis
hoe stil de vogels ook nog zijn
ik kan je nu niet aanraken
de wereld zou het weten
Uit Zeekastelen
het was laat en ik liep harder
branding en duinen waren om en om te zien
de lucht was vol wind en water en er
kwam geen einde aan mijn sporen in het zand
de meeuwen waren al lang vertrokken
terwijl er vroeger zo veel waren
grote zilveren
waar ik mee weg zou vliegen
nu was er nog het zware strand
en het besef dat dit mijn huis was
dat ik naar binnen kon gaan
als het weer zo was als vandaag
ik stelde me voor hoe de regen
nog van mijn jas zou druipen
dat ik rustig de gordijnen sloot en
een boek werd bij het haardvuur
(foto Tjerk Kamann, klik voor hoge resolutie)

Heike van der Vliet (1985)
bracht haar jeugd door in Enschede en studeerde sinds
2003
Kunsten, cultuur en media aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Sinds medio 2006 doet ze daar de research master Literary and Cultural
Studies. Bij De Oare útjouwerij verschenen eerder van haar de bundels
Vierdichtje (1994,
hc) en Verse sporen (2001).
Eerdere versies van gedichten in deze bundel zagen het licht bij de Overijsselse Kunstbende van
2002 (de zee spoelde steeds weer over mijn voeten, soms wist ik zelf niet meer, iedere morgen word ik wakker met zwarte ogen, ik dacht dat ik wel wist, je opent de deur en we liggen in bed onder de gezamenlijke titel Over en weer) en in Het debuut, de Almanak 2003-2004 van KCM-studievereniging IK (ik doop een groffe kwast).In de in september 2006 uitgekomen tweede druk (met een beter niet gelamineerd omslag) zijn kleine verbeteringen aangebracht in de gedichten op bladzijde 12 (een komma i.p.v. 'en' achter 'liefde'), 19 ('en' weg voor 'val'), 26 ('de woorden' i.p.v. 'mijn woorden') en 52 ('de lucht' i.p.v. de eerste keer 'het weer'). De derde druk met een kleine update van de persoonlijke gegevens verscheen in februari 2007.
In de media en ander nieuws
Op 30 mei 2008, ergens tussen 20:00 en 22:30 uur, treedt Heike op in de Zessprong, Kottendijk 110b in Enschede met Gijs ter Haar en de singer-songwriters Arthur Adam, Pieter Draijer en Merel Hutten. Zie verder http://www.poetsandsongwriters.com.

Op 16 september 2007 trad Heike op in het Lambooijhuis, Langestraat 37 in Hengelo in het kader van Hengelo (O) Hoort met Max Lerou, Peter M. van der Linden, Janneke Peeters, Duo Romi en Lidwiene Vermeij. Presentator Reinier de Rooie: "Heike van der Vliet is een jonge dichter met een volwassen geluid. De gedichten die ze voordroeg uit haar bundel Raakvlakte lijken te strijden tussen verlangen en realiteitszin. Er worden vraagtekens geplaatst bij de ander en oplossingen gezocht binnen de individuele groei. Ik citeer: ik heb de woorden maar / het blijft stil in mijn kamer. Het publiek was eveneens muisstil."
Op 29 april 2007 trad Heike op in 't Oude Slachthuis in Oldenzaal, op het Rockarty-festival Roest kleurt oranje met o.a. Meindert Talma & the Negroes, Smutfish, Bernard Brogue en Ottoboy.
Op 24 maart 2007 trad Heike op in Stadstheater De Bond in Oldenzaal, op het Twents Lezersfeest met Huub van der Lubbe, Adriaan van Dis, Liza van Sambeek en Helena Rentmeester. Presentatie Ben Siemerink.

Met vijftig van de vierduizend stemmen op 130 verschillende
gedichtenbundels kreeg Raakvlakte een zestiende plaats bij de verkiezing van de
publieksprijs
voor de beste bundel van 2006.
Op 22 januari 2007 werd ter gelegenheid van de Poëziemarathon Enschede in de Grote Kerk een aantal gedichtenborden onthuld, waaronder eentje van Heike met het gedicht ik heb boeken en muziek.

Achter de Basiliek Literair door de Stichting HeArtpool. In de periode van 15 oktober 2006 tot 15 april 2007 staan er in de perken van de Lambertusbasiliek aan de Wemenstraat in Hengelo tien lezenaars met poëzie van dichters uit Twente, waaronder Heike van der Vliet met ik zou ook zo graag zo lopen over straat. Ter gelegenheid hiervan is onder de titel kom dichters, verpletter het gewone een mapje kaarten met de geëxposeerde gedichten uitgegeven. De andere deelnemers zijn: Jaap Besteman, Mark Boog, José Borghuis, Willem van Dooren, Marianne Littooy, Mineke Mollink, Hanneke van Schooten, Dick Schlüter en Willem M. Visser..
Wat ons raakt langs de randen van taal door
Hannie Rouweler en
de gedichten je blijft maar komen, ik heb boeken en muziek, je
ruikt aan mij en jij woont zo mooi in mijn gedachten in
Schoon Schip,
Vlaams-Nederlands literair/cultureel tijdschrift, 13e jaargang, nummer 3, 2006 (Assen). Een inktvlek op haar mooiste
gedicht door
Remco Ekkers in de
bijlage Freed van de Leeuwarder Courant van 25 augustus 2006. Recensie door Els van Geene voor NBD|Biblion, gepubliceerd 18
augustus 2006. Opmerkelijk volwassen en
evenwichtige poëzie van Heike van der Vliet door Paul Gellings in de
bijlage Cultuur van
De Stentor (Flevoland, Overijssel en Gelderland) van 22 juni 2006. Verhelderend interview door Peter Schoof in het
programma Kunstkwartier van 15 juni 2006 op Radio Oost. Als volgt te beluisteren:
kies Uitzending gemist? in de linkerkolom van de website van
RTV Oost, daarna bovenin de middelste
kolom Radio-archief, daarna Kunstkwartier in de lijst, daarna
uitzenddatum 15 juni 2006. Het interview begint bij de teller op 37:00. Heike wil mensen raken met
woorden door Jacco
Stijkel in Huis aan Huis (Enschede) van 31 mei 2006 en in de Weekend Krant (Twente)
van 2 juni 2006.

Heike wil mensen raken met woorden door Jacco Stijkel in Huis aan Huis (Enschede) van 31 juni 2006
ENSCHEDE - Ze is nog maar twintig, maar presenteert wel haar derde dichtbundel. Heike van der Vliet schreef 48 gedichten over de omgang met de medemens. Haar werk is persoonlijk, confronterend en herkenbaar. "Het gaat mij niet om een boodschap, maar dat mensen door mijn gedichten worden geraakt."
Op de basisschool was Heike al gefascineerd door taal. Toen ze acht was, maakte ze al het boekje Vierdichtje. "Op de middelbare school, ik was toen veertien jaar, ben ik serieuzer begonnen met schrijven. Mijn vader, die uitgever is, gaf mij handige tips om clichés te vermijden, zodat mijn gedichten beter werden. Veel gedichten waren observaties, gingen nog niet zo vaak over persoonlijke gevoelens, zoals in mijn nieuwe bundel Raakvlakte het geval is." De mooiste poëzie uit die periode werd gebundeld in Verse sporen dat Heike voor haar zestiende verjaardag cadeau kreeg. In de vijfde klas van het gymnasium heeft mijn lerares Jet van der Sluis mij anders laten nadenken over literatuur. Vooral door de manier waarop ze erover vertelde, dat het haar ook heel veel deed."
Heike ging door met schrijven. "Ik gebruik mijn gedichten als een soort dagboek om mijn gedachten en ervaringen onder woorden te brengen. Ik schrijf het op, laat het een paar maanden liggen en dan selecteer ik de teksten waar ik wat mee kan doen. Ik vind dat soms wel confronterend, want het brengt me terug naar de situatie waarin ik me bevond toen ik het schreef. Het gaat er vervolgens om dat het gedicht algemener wordt, dat het ook voor andere mensen geschikt is. Dan ga ik op zoek naar betere woorden. Soms komen regels uit verschillende teksten bij elkaar. Het gaat mij er vooral om dat het mooi wordt."
Volgens Heike is
het fascinerende van taal dat je nooit iets volledig kunt zeggen. "Maar soms kun
je met woorden de ander toch bereiken. Een ander haalt er vaak wel iets anders uit dan wat jij hebt bedoeld, maar dat vind ik juist leuk. Zo hoorde ik
over een meisje van mijn leeftijd dat Verse sporen had gelezen. Ze was
ongelukkig en ik hoorde dat ze veel aan mijn gedichten heeft gehad. En dat ze
zelf toen ook is gaan schrijven. Het is heel bijzonder om te horen dat jij iets
hebt geschreven waardoor mensen worden geraakt. Dat is heel mooi om mee te maken."
|
Opmerkelijk volwassen en evenwichtige poëzie van Heike van der Vliet door Paul Gellings in de bijlage Cultuur van De Stentor van 22 juni 2006 Jonge aanstormende talenten zijn er niet veel binnen de huidige poëzie. Degenen die doorgaan voor stormachtig en jong horen eigenlijk al bij de vroeggrijze eminenties van het dichterlijk bedrijf, de vaste kliek rond Poetry International, Poëzie in Carré of de Nacht van de Poëzie. Waar zijn ze gebleven, de echt jeugdige talenten, zoals
Arthur Rimbaud of Hans Lodeizen, die niet verzinken in consumptieve
oppervlakkigheid, maar echt poëtisch werk maken en er ook nog over nadenken? laat me niet alleen Dit citaat (om nooit meer te vergeten en te pas en te onpas mee te strooien) komt uit de eerste afdeling van de bundel, Los geheten. De andere afdelingen heten Doolhoofd, Over en weer en Zeekastelen en kenmerken zich allemaal door een zeer hechte thematische samenhang en een toon die tegelijk emotioneel en direct genoemd kan worden. Tegenover ieder sentiment staat nuchterheid, zwijmeligheid wordt gecorrigeerd door een weerbarstig soort romantiek: lange
golven breken Avonden vol kunst en taal versus zandbanken en modder -
beelden die op een krachtige manier verwijzen naar de twee polen die het
spanningsveld in Heike van der Vliets poëzie bewerkstelligen: een gebied dat
wordt beheerst door sentiment zonder sentimentaliteit, trefzekerheid zonder
paukenslagen.
ik zou ook zo graag zo lopen over straat
schrijven op mijn kamer met
ik
wil leven op flarden Niet over schrijven in plaats van leven, maar over schrijven of dichten als manier van leven wordt hier op bevlogen wijze nagedacht. De pen van Heike van der Vliet is een toverstaf waarmee ze de lezer binnenvoert in het magische bestaan dat je kunt leiden in taal en zo - zonder te vluchten - toe kunt treden tot die andere wereld die literatuur heet: ik stelde me voor hoe de regen |
|
Een inktvlek op haar mooiste gedicht door Remco Ekkers in de bijlage Freed van de Leeuwarder Courant van 25 augustus 2006 Er zijn verschillende soorten gedichten. Laat me een paar soorten noemen: er is de mooie, ouderwetse poëzie van Vasalis en Gerhardt, de experimentele van Lucebert en Kouwenaar, de spottende van Komrij, de hysterische van Pfeijffer, de kitscherige van Rawie, de denkende van Reints en Schaffer, de sentimentele van Benschop. Tot welke soort behoren de gedichten van Heike van der Vliet (1985)? Geen van bovenstaande. Dankzij haar vader, Goaitsen, uitgever, kwam er al een bundel in 2001 (Verse sporen). Ze doet qua debuutleeftijd denken aan Neeltje Maria Min, maar deze is geheimzinniger. Van der Vliet schrijft eenvoudige, eerlijke, onopgesmukte, weinig gecompliceerde gedichten. De bundeltitel en de titels van de afdelingen hebben alle een ruimtelijk en psychologisch aspect: Raakvlakte, Los, Doolhoofd, Over en weer, Zeekastelen. De bundel gaat over een verloren liefde, waarbij de ik van de gedichten een scherp, diep vrouwelijk inzicht heeft in de situatie. De dagen gaan voorbij in een lange vervelende rij. Alleen de post laat zien dat er nog een ander leven is. De ik zoekt naar een nieuw houvast: op zoek naar vaste grond voor ik het weet Eerst dacht ik: waar komt die tak vandaan, maar beter kijkend zag ik dat de ik-figuur al in de eerste strofe in water loopt en dan is een overhangende tak niet ver weg.* De dichter speelt met haar taal: letterlijk en figuurlijk in één regel en ze blijft bekwaam in het beeld: ik kon je maar niet naast me neerleggen Ze vindt neologismen als 'doolhoofd', een treffende contaminatie van 'doolhof' en 'warhoofd' en ze schrijft heel eenvoudig en effectief: 'soms wist ik zelf niet meer / of ik haast had / of dat ik gewoon iets was vergeten' en als ze zich koud voelt zonder de geliefde en er om haar heen, veelzeggend, een nieuw huis wordt gebouwd, ziet ze de metselaars lachen en dan in de avond Soms doen haar dagboekachtige gedichten merkwaardig genoeg denken aan die van epigonen van de Vijftigers, zoals de vrijwel vergeten Mischa de Vreede, in regels als met al mijn vingers probeer ik De dagen dat er gedroomd werd van de prins op het paard zijn al lang voorbij en eigenlijk was de ik toen al zo realistisch dat ze de prins zag als iemand die haar benen laat schaven aan de ophaalbrug. Hij is een inktvlek op haar mooiste gedicht. Ik ben heel
benieuwd of en hoe Heike van der Vliet zich als dichteres verder ontwikkelt.
Ondertussen is deze bundel zeer geschikt voor leeftijdgenoten en andere
beginnende poëzielezers. * Noot van de uitgever: Meer voor de hand ligt een tak die al duikelend wordt meegevoerd door het water van een snelstromende rivier. |
|
Wat ons raakt langs de randen van taal: over de nieuwe dichtbundel van Heike van der Vliet door Hannie Rouweler in Schoon Schip, Vlaams-Nederlands literair/cultureel tijdschrift, 13e jaargang, nummer 3, 2006 (Assen). In de tweede dichtbundel Raakvlakte van de zeer jonge 20-jarige dichteres Heike van der Vliet is de zoektocht naar taal en liefde, of wat van liefde achter blijft, een opmerkelijk en constant gegeven. Eerder publiceerde ze Verse sporen (2001) en ze is zeker één van de jongste dichteressen in ons taalgebied, die al twee uitgaven op haar naam heeft. Dat is opmerkelijk, omdat veel dichters debuteren rond hun dertigste en dan nog gerekend worden tot de jongere generatie aanstormend talent. Wat goed is, komt snel is echter een veelbeproefde spreuk in de sport. Met deze gedachte in mijn hoofd én de prachtige en zonnige junidag open ik de mooi en sober uitgegeven dichtbundel Raakvlakte en word al meteen verrast door enkele eenvoudige, maar veelzeggende regels (uit diverse gedichten): ‘je bent een stukgelezen boek om in de kast te zetten', 'iets doet je verlangen naar nieuwe vruchten', 'jij woont zo mooi in mijn gedachten' en 'als je me kust, ben ik dan poëzie?’. Hoewel de bundel is ingedeeld in vier inhoudelijk op zichzelf staande afdelingen, elk met een titel en motto (de gedichten zijn verder bijna allemaal titel- en interpunctieloos), is het goed mogelijk alle verzen achtereen te lezen als één lang verhaal, een aaneengesloten geschiedenis, waarin Heike van der Vliet op zoek is naar de raakvlakken en contouren van haar eigen bestaan, een voorbije liefde, het verdriet en gemis, het menselijk tekort, de eenzaamheid, het terugvinden van zichzelf. Dit loopt als een rode draad door de hele bundel en is tevens een zoektocht door de taal naar de juiste woorden, die dat het best tot uitdrukking kunnen brengen. Op een subtiele en gevoelige wijze maakt ze je deelgenoot
van een persoonlijke reis, haar visie en ervaringen, met vallen en opstaan,
diepe kuilen, onverwachte wendingen en inzichten, terugblik op het verleden, een
handwijzer naar de toekomst. Last but not least: de onzekerheid van het moment
waarop nog niets vastligt, de acceptatie en noodzaak om helder te blijven denken,
met je voeten op de grond, en te wachten tot de storm geluwd is. Het is een
wisselend spel tussen licht en duisternis, zon en maan, eb en vloed. De
contrasten worden in mooie en trefzekere beelden omgezet, waardoor het poëtische
gehalte hoog is. Opvallend is ook de muzikaliteit in haar poëzie, de klanken,
het vloeibare ritme en een vaste cadans. Door de openheid en directheid weet ze
een serene sfeer te creëren, die zeer beeldend en echt overkomt. Kortom: een
zeer goede en veelbelovende bundel van een jonge dichteres die heel wat in haar
pen heeft. |
Heike zelf over de vier onderdelen van de bundel
"Los gaat over het weggaan van een plek waar alles vertrouwd is, het loslaten zonder te weten of het daarna beter wordt. Het moment vlak voor en vlak na die keuze ben je even inzichtloos."
"Doolhoofd gaat over de zoektocht naar je eigen ik, in jezelf en in anderen, en de wijze waarop je uitgangspunt bent voor je contacten met anderen. Zoeken naar wat je constante is in communicatie... wie spreekt... wat ben je nog als al het andere weg is? Is er wel iets van jezelf waar je altijd van op aan kunt, wat altijd houvast biedt?"
"Over en weer gaat over contactmomenten, het steeds weer zoeken naar verbindingen of raakpunten. Ook al lijkt het zinloos, of inzichtloos, het is het enige waar je altijd aan kunt blijven werken, en ook moet."
"Zeekastelen zijn romantische projecties en droombeelden over het vinden van iets in een ander. Het houvast dat je in jezelf zou moeten zoeken maar nog ongrijpbaar is, denk je te hebben gevonden in een ander. Je gaat je volledig op die ander richten, omdat je het idee in je hoofd hebt gehaald dat die ander, hoe tijdelijk ook, voor alles een oplossing heeft."
Klik eventueel op ander werk van Heike van der Vliet:
1994
|
2001 |
|
Iedereen was van harte welkom bij de presentatie van Raakvlakte, gedichten van Heike van der Vliet, op donderdag 15 juni 2006 om 19:00 uur op de tweede verdieping van boekhandel Broekhuis te Enschede. Programmapunten (onder voorbehoud):
|
De Oare útjouwerij, post dou@home.nl
18-11-2009