|
Over de Vuistbijl van Wijnjeterp |
Hendrik van der Vliet, De strijdbijl van Wijnjeterp
Over de vuistbijlvondst van Hein van der Vliet en de beschuldigingen van vindplaats- en vinderschapsvervalsing
),
De Oare útjouwerij,
Enschede 1991
Daarnaast de friestalige presentatie in het Streekmuseum te Gorredijk op 13 april 1991 (deel 2 met Hendrik van der Vliet, uitgever Goaitsen van der Vliet en bestuursvoorzitter Jacobus Hoogeveen)
Bestellingen
Particulier: In de bus na overmaking van 10 euro (plus eventueel een vrijwillige bijdrage in de verzendkosten) op giro 4611391 van De Oare útjouwerij in Enschede met vermelding van
SBW.
Boekhandel: Zie onze leveringsvoorwaarden.
ISBN 90 71610 11 X
Samenstelling, aanvullend onderzoek en eindredactie: Goaitsen van der Vliet
Niet in het boek
- Post scriptum. Een reactie van Hendrik van der Vliet op nieuwe aantijgingen van Jan Post naar aanleiding van De strijdbijl van Wijnjeterp.
- Uitspraak: J. Post tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant
Hendrik van der Vliet overleed op 21 december 2002.

Auteur
Hendrik van der Vliet met de Vuistbijl van Wijnjeterp en een portret van vader
en vinder Hein van der Vliet op de achtergrond.
In dit boek worden de belangrijkste feiten in deze kwestie op een rij gezet, om voor eens en altijd duidelijk te maken wat er zich zoal heeft afgespeeld, indertijd rond de vondst en de erkenning van de Vuistbijl van Wijnjeterp, en gedurende de periode na 31 mei 1990, toen op de voorpagina van de Leeuwarder Courant melding werd gemaakt van bedrog door Hein van der Vliet. Behalve de reeds uit een kleine honderd krantenberichten bekende feiten, komen er vele nieuwe gegevens aan de orde, bijvoorbeeld over de cruciale rol die de Opeinder dokter en amateur- archeoloog J. Siebinga heeft gespeeld bij het lange uitblijven van erkenning van de vuistbijl, en over hoe en wanneer die andere steen bij Hein van der Vliet terechtkwam.
Voor de totstandkoming van dit boek werd gebruik gemaakt van diverse publikaties, brieven, verklaringen, radiouitzendingen, mondelinge mededelingen en eigen herinneringen van de schrijver.
Citaten en titels zijn cursief afgedrukt. Alle geciteerde teksten, ook die van de radiouitzendingen, zijn letterlijk weergegeven en te allen tijde verifiëerbaar. Omwille van de authenticiteit zijn een aantal ervan niet vertaald uit het Fries. We gaan er van uit dat die teksten, zij het met enige moeite, ook door niet-Friezen in grote lijnen wel begrepen zullen worden.
Enschede, maart 1991
De uitgever (Goaitsen van der Vliet)

De Vuistbijl van Wijnjeterp in de hand van vinder Hein van der Vliet.

De vindplaats vanuit de lucht gezien anno 2006. Linksboven is het Koningsdiep
zichtbaar. Op het kaartje op pag. 84 van
het boek staat de preciese vindplaats aangegeven. De coördinaten zijn 53º
03" 06 N en 6º 08" 32 E.
|
Het onderstaande kan beschouwd worden als een aanvulling op het boek. De genummerde noten staan onderaan het artikel. Hendrik van der Vliet - Post Scriptum Dit is een reactie op de brochure Contra-expertise De Bijl die Jan Post volgens het weekblad Actief (van 13-12-1995) na het bijwonen van een lezing (op 14-11-1995) achterliet in het Streekmuseum in Burgum, verstopt onder een exemplaar van mijn al meer dan vier jaar eerder verschenen boek De strijdbijl van Wijnjeterp.
Over Hein van der Vliet De beschuldiging, dat Hein van der Vliet zich in 1945 voor het tribunaal moest verantwoorden, werd in ons boek al ontzenuwd met de verklaring van de burgemeester van Opsterland, dat mijn vader secretaris was geweest van de zuiveringscommissie PTT-personeel. Jan Post blijft natuurlijk koppig volhouden en beschouwt hem als iemand die zelf gezuiverd had moeten worden maar anderen beoordeelde (wat volgens Gjalt Zondergeld wel voorkwam om zo weer 'schoon' te worden). Mijn vader was niet betrokken bij het Staatsbedrijf, maar dat was ook niet nodig. Hij werd voor de functie gevraagd, omdat hij bekend stond als een geacht en integer man, als betrouwbaar en eerlijk. Om voorzitter Hoogeveen nog een keer te citeren: As der ien earlik wie en rjocht troch see, dan wie dat wol Hein van der Vliet.
Over het kort geding
Over de geldzaken
Over wetenschappelijk onderzoek Op de discussie tussen Jan Post en ing. Ernst Huisman ga ik verder maar niet in, dat wordt te technisch in dit verband. De deskundige oudchef van de afdeling Weg- en Waterbouw van de Gemeente Opsterland heeft Post zodanig op zijn nummer gezet, dat hij, blijkbaar in machteloze woede, spreekt van: de van wraak krijsende en vuurspuwende propagandist en over de van gif vergeven delen van het proza van Ernst Huisman.
Over de proefopgraving
Op de laatste bladzijde van zijn brochure heeft Post een tekening gemaakt van die opgraving om op grond van de links zichtbare arbeider de diepte van de sloot te bepalen. Zijn conclusie klopt echter niet, want de Sherlock Holmes uit Houtigehage heeft niet gezien dat er linksonder het midden van de foto nog een hoofd te zien is van een tweede arbeider die veel dieper staat. Daar is de blik van Hijlkema op gericht.
Mijn vader is er trouwens helemaal niet bij geweest, omdat hij bewust onkundig werd gehouden van deze door dr. Bohmers georganiseerde proefopgraving. Dat blijkt ook uit zijn brief van 18-9-1950
(de dag erna) aan mr. P. C. J. A. Boeles: Men zeide toen ter plaatse te willen graven waar ik de steen vond en verzocht mij verder er voorlopig generlei melding van te maken. Ik had echter u er gaarne van in kennis gesteld, daar ik wist dat u met de 2e druk van Friesland tot de elfde eeuw bezig was en naar mijn mening de steen daarin vermeld behoorde te worden. Er is bijna een jaar verlopen, maar
tot dusverre is er nog steeds niet gegraven. Gebruikmakend van deze brief vermeldde Boeles de Wijnjeterper bijl in zijn boek (blz. 543).
Over de ontvangst van het boek
Over de laatste stuiptrekkingen Een hierdoor onmiskenbaar getergde Jan Post geeft in het door hem geschreven boekwerkje Lapidarium Frisicon (dat in 1995 te koop lag in een boekhandel in Drachten, maar waar ik verder nooit iets over heb gelezen of gehoord) de Leeuwarder Courant er nog eens van langs: Voor tegenwoordig nieuws is de krant zeer meegaand met de provinciale besluitvorming. Een ramp voor een structurele oppositie, daar er geen andere spreekbuis is. Te meer daar de redacteuren hier eigen hobby's botvieren. Zoals het treiteren van onafhankelijke historische onderzoekers; het aan het woord laten van vroegere en crypto-fascistische sibbe's, die zich nooit van wat ook gedistancieerd hebben of daarvan spijt hebben betoond. En het publiceren van schijnonderzoek door redacteuren, die niet scherp genoeg zijn om onderscheid te maken tussen waan en feiten, zowel van hun eigen schrijfsels als dat van de hiervoor genoemde aangevers.
In zijn nieuwe brochure schrijft hij iets dergelijks (blz. 27): We hadden overigens buiten de kwalijke rol van de provinciale pers gerekend, die opende zijn kolommen niet voor ons. Wel voor leugenaars en bedriegers. Dit gebral van iemand die zelf aan de wetenschappers Kramer en Postma geen plaatsruimte gunde in De Neitiid, doet wel wat komisch aan.
In zijn Drachtster boekwerkje schrijft Post ook over amateur Van der Vliet, de ambitieuze man die voor zijn nazaten nog steeds navolgenswaard was: Oftewel wat men zich met een leugentje heeft toegeëigend, moet met bedrog worden verdedigd. Uit de wijze waarop hij de vuistbijlkwestie er bij sleept wordt duidelijk, dat hij zijn ei niet meer kwijt kan. Zodat hij tenslotte zijn toevlucht zoekt in het achterlaten van een brochure in het Streekmuseum Tytsjerksteradiel.
Over de presentatie
Over Jan Boschker
Over Bram Kieft
Over de getuigen Dan over getuige Bertus van der Berg en de tabaksbon in 1951. Die verklaarde: Ik weet nog dat Van der Vliet toen vertelde van iemand die bij hem was geweest met een waardeloze steen, die hij had gekocht voor een tabaksbon. Jan Post daarover: Helaas voor Van der Berg gaat dat verhaal niet op, tabaksbonnen waren al voor 1 juli 1949 afgeschaft. Helaas voor Jan Post is die 'hij' niet mijn vader, maar Andries van der Bos, die in 1945 een steen van de jongens verkreeg voor een tabaksbon en dat was 4 jaar voor de afschaffing! Dat onze belangrijkste getuige dr. Herre Halbertsma volgens Jan Post zelf ook twijfelt is absoluut onjuist, dat heeft hij bij de presentatie van het boek wel heel duidelijk gemaakt, maar ook dat heb ik al beschreven. Wel kan ik er nog een getuige aan toevoegen: Op 2 mei 1991 schreef de Apeldoornse onderwijzer Andries Drost, die als Mulo-scholier vaak met mijn vader ging stenenzoeken, een ingezonden stuk in Frysk en Frij, waarvan ik hier het slot citeer: Hiel faak haw ik op skoalle ferteld fan ús stientsjesykjen yn Fryslân. Ik bin bliid dat syn stiennen, dy't ik by him thús sa faak sjoen haw, no útstald binne op 'e Gerdyk yn it Streekmuseum. As ik tafallich op 'e Gerdyk kom, rin ik der efkes yn. Alle lêzers fan dit stikje moatte dat ek mar ris dwaan en dan betinke dat Hein van der Vliet al yn 1940/41 de rjochte fynder wie fan de stiennen fûstbile. Ik ha dy bile doe al sjoen. Soe de konservator yn Drachten noch kommentaar hawwe?
Over en sluiten Hendrik van der Vliet, Burgum, 16 januari 1996
Noten (2-12-2006) |
Foto met
Hein van der Vliet, H.J. Popping en Lute de Jong bij de opgraving van de
grafheuvel aan de Poostweg te Wijnjeterp (1939). Daarnaast deel 4 van de friestalige presentatie in het Streekmuseum te Gorredijk op 13 april 1991
met Bernard van der Vliet, Ernst Huisman en Hendrik van der Vliet (met aan het
eind de hilarische ontknoping over de
'wite knibbels' van timmerman Klaas Jan Hijlkema).
Uitspraak: J. Post tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder CourantIn een brief van 25 maart 1993 met tien bijlagen heeft J. Post te Houtigehage (klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, H. Speerstra (betrokkene). Deze heeft op de klacht gereageerd in een brief van 21 juni 1993. Daarop is een schriftelijke repliek gevolgd van klager van 10 juli 1993. Op deze brief is door betrokkene gereageerd in brieven van 12 januari en 18 januari 1994, de laatste met een bijlage. De feiten De standpunten van partijen
Beoordeling van de klacht
Beslissing (Het bovenstaande is overgenomen van de website van de Raad voor de Journalistiek.) |