Theo Vossebeld, Volle moan, De Oare útjouwerij, Enschede 2014


Bestellingen
Publiek: In de bus na overmaking van 12,50 euro (plus eventueel een vrijwillige bijdrage in de verzendkosten) op banknummer NL49 INGB 0004 6113 91 van De Oare útjouwerij in Enschede met vermelding van uw eigen adres en de titel 'Volle moan'. Een mailtje naar dou@home.nl kan de levering versnellen.
Boekhandel: Zie onze leveringsvoorwaarden.

Voor een gratis op te halen digitaal Twents woordenboek zie Dialexicon Twents of Twentse Taalbank.



Boekpresentatie Volle moan en wandeling met Theo Vossebeld


Op zondag 15 juni om 17.00 uur is er een vrij toegankelijke, muzikale presentatie ter gelegenheid van het verschijnen van de dichtbundel Volle moan van Theo Vossebeld en de herdruk van diens Zunlech (1998).

Een en ander zal plaatsvinden op en rond het erve 't Boetnveeld, Rotersweg 28 bij Beckum.
Hieraan voorafgaand, om 15.00 uur, is er een wandeling van een uur met de dichter langs enkele mooie plekken uit zijn jonge jaren die in zijn werk aan de orde komen. In verband met het beperkte aantal deelnemers is opgeven voor de wandeling nodig via dou@home.nl of 053 435 9229.



Theo Vossebeld, Volle moan - n Aander deel gedichtn - isbn 978 90 71610 72 1 - 72 blz. - 10,0 x 21,0 x ca. 0,8 cm - publieksprijs 12,50 euro

Uitgever: De Oare útjouwerij (De Andere uitgeverij) - postbus dou@home.nl
Het Sander 36, 7522 AM Enschede, 053 435 9229 of 06 4868 4491

Samenstelling: Goaitsen van der Vliet
Advies: Gerrit Klaassen
Vormgeving: Gerhard van Dragt BNO, Enschede
Drukwerk: Wöhrmann PS, Zutphen
© 2014 Theo Vossebeld, Tilburg



In de media
(...)



Flaptekst


Volle moan is noa Zunlech (1998) den tweedn 'grootn' beundel van Theo Vossebeld, met gedichtn oet de leste viefteen joar in zes ofdelingn: Volle moan is na Zunlech (1998) de tweede 'grote' bundel van Theo Vossebeld, met gedichten van de laatste vijftien jaar in zes afdelingn:
1. In t Was nich aans is n dichter met t kruuigeluud van de welpe wier daal-estrekn in ziene jonge joarn op de boerderi-j. Heurt e wier t binnroopn van de beeste, den knapperd van t doonderschoer, de proat van leu. De stem van mama bi-j t foto's kiekn en t zwieegn woer gin weurde wadn. 1. In t Was niet anders is de dichter met het kruuigeluid van de wulp weer neergestreken in zijn jonge jaren op de boerderij. Hoort weer het binnenroepen van de dieren, de donderslag van de onweersbui, de praat van mensen. De stem van mama bij het foto's kijken en het zwijgen waar geen woorden waren.
2. t Geet miej duur mien herte geet oaver de tied van noe. De leefde vuur de natuur mag nog zo groot weern, zee leg t aait of tieegn greutse plann en leu dee't der niks met hebt. De moane kik too en löt et goan. 2. t Gaat dwars door mijn hart gaat over de tijd van nu. De liefde voor de natuur mag nòg zo groot zijn, zij legt het altijd af tegen grootse plannen en mensen die er niks mee hebben. De maan kijkt toe en laat het gebeuren.
3. In Niks vernömn kik n dichter duur nen aandern bril. Zo zöt e de grappige kaant van ne platgerieedne perre, van t oolder wördn, van nen oplichter, van t roondgoan van de dreugmölle en van nen voeegelverschrikker den t of löt wetn. 3. In Niks van gemerkt kijkt de dichter door een andere bril. Zo ziet hij de grappige kant van een platgereden pad, van het ouder worden, van een oplichter, van het draaien van de droogmolen en van een vogelverschrikker die het af laat weten.
4. In A'j t zene hebt geet t um de vertrouwde dinge dee met oe goat en vastighead gieevt: et zingn van nen geteleenk, de zunne as reasgezel, de peerde tehope, t vleegn van de vuegel. En a'j good kiekt, hebt laand en loch nog wa meer in. 4. In Als je het hebt gezien gaat het om de vertrouwde dingen die je vergezellen en wat zekerheid geven: het zingen van een merel, de zon als reisgenoot, de paarden samen, het vliegen van de vogels. En als je goed kijkt, hebben land en lucht nog meer te bieden.
5. In Dan bu'j der geet t oaver leefde vuur leu, vuur dee ene, en t gemis at zee der nich is. 5. In Dan ben je er gaat het over liefde voor mensen, voor die ene, en het gemis als zij er niet is.
6. Net as in Zunlech hef de leste ofdeling hier met et oet-de-tied-komn van doon, ma noe kik n dichter wieder oaver n schead: Woer 'k aait na oet heb zene. Met de joarn wördn t verlangn groter um te wetn wat der is an de oaverkaant. De kreain loat der niks oaver los. 6. Net als in Zunlech heeft de laatste afdeling hier met de dood te maken, maar nu kijkt de dichter verder over de grens: Waar ik altijd naar heb uitgekeken. Met de jaren werd het verlangen groter om te weten wat er is aan de overkant. De kraaien laten er niets over los.
Volle moan is nen mooin tieegnhanger van Zunlech, of better nog, zeg Theo, “nen metgezel. t Lech van de zunne maakt de moane vol in n nacht, en is vuur oons t lech van oaverdag.” Volle moan is een mooie tegenhanger van Zunlech, of beter nog, zegt Theo, “een metgezel. Het licht van de zon maakt de maan vol in de nacht, en is voor ons het licht van overdag.”
Ok Volle moan is nen beundel met gedichtn dee’t oe metnemt en deankn loat. Ook Volle moan is een bundel met gedichten die je meenemen en aan het denken zetten.
Goaitsen van der Vliet Goaitsen van der Vliet