Goaitsen van der Vliet, Woordenboek Twents-Nederlands en Woordenboek Nederlands-Twents, De Oare útjouwerij, Enschede 2011



Feestelijke vuurdoop tijdens

Twents Offensief II

op donderdag 14 april 2011, 20-23 uur, Media Art Café Berlijn, Stationsplein, Enschede. Vrije inloop.
Met Paul Abels (spreekstalmeester) - Bert Baarslag* - Johannes Bodingius* - Hans van den Bos - Martin Bosch* - Willem Bulter - Gerrit en Marieke Dannenberg - Föabelkeskraant - Hendrik Haverkort - Gerrit Klaassen - Ria Lansink - Patrick Ros - Dick Schlüter - Jan Scholten* - Triooo* - Ben Siemerink - Bennie Sieverink - Gerard Vaanholt - Goaitsen van der Vliet* - Theo Vossebeld - Bert Wolbert. [* (ook) muzikale act]



Bestellingen
Publiek: In de bus na overmaking van 45 euro per deel (plus eventueel een vrijwillige bijdrage in de verzendkosten) op banknummer NL49 INGB 0004 6113 91 van De Oare útjouwerij in Enschede met vermelding van eigen adres en titelafkorting TN en|of NT. Een mailtje naar dou@home.nl kan de levering versnellen.
Boekhandel: Zie onze leveringsvoorwaarden.

Voor een gratis op te halen digitaal Twents woordenboek zie Dialexicon Twents.



Woordenboek Twents-Nederlands - isbn 978 90 71610 70 7 - 840 blz. - 17,5 x 23,5 x ca. 5,5 cm - genaaid gebonden - publieksprijs 45 euro
Woordenboek Nederlands-Twents - isbn 978 90 71610 71 4 - 752 blz. - 17,5 x 23,5 x ca. 5,0 cm - genaaid gebonden - publieksprijs 45 euro

Uitgever: De Oare útjouwerij (De Andere uitgeverij) - postbus dou@home.nl
Het Sander 36, 7522 AM Enschede, 053 435 9229 of 06 4868 4491

Dialexicon Twents: 28 maart 2011
Vormgeving: Gerhard van Dragt, Enschede
Zetwerk: Eric Lutters, Denekamp
Drukwerk: Wöhrmann PS, Zutphen

© 2011 Goaitsen van der Vliet, Enschede
Gegevens uit deze boeken mogen worden overgenomen met bronvermelding.



In de media
18 april 2011 - TV Oost: En dan nog even dit (van 24:30 tot 33:00)
22 april 2011 - Leeuwarder Courant: Fries schrijft Twents woordenboek.



Inhoud Twents-Nederlands

Achteraf 5
Hoofd- en bijzaken 7
Gebruiksaanwijzingen 9

Van A tot Z 15
Woordeinden 815

Spelling 817
Twee stukjes grammatica 823

Afkortingen
Woord(groep)soorten 828
Bronnen 829
Personen 834
Talen 837
Overige 838



Achteraf


Een boek bestaat pas echt op papier. Een digitaal woordenboek kan nog zo veel handigheden bieden om van alles te kunnen vinden en te laten zien, veel mensen voelen toch graag wat ze in handen hebben. Aan die wens meen ik nu met twee gedrukte vertaalwoordenboeken ruimschoots te voldoen. De 320 pagina’s van mijn in 2009 verschenen Riemweurdkesbook wogen al meer dan een pond, zodat voor het gewichtige boek dat u nu in handen heeft een schatting van een kilo wel aan de voorzichtige kant zal zijn.

Natuurlijk is dat anno 2011 niet de reden voor een papieren uitgave van het Dialexicon Twents, dat eigenlijk nooit anders was bedoeld dan digitaal te zijn. Met alle mogelijke toeters en bellen om uit de vastgelegde taal te kunnen halen wat er in zit.
Een boek met echte bladzijden kun je op twee manieren lezen: van voren naar achteren en van achteren naar voren, tot je jezelf tegenkomt in de marge van de beperkte mogelijkheden. Een traditioneel woordenboek heeft namelijk maar één ingang: die van het keurig geordende trefwoord. Ben je daar eenmaal aangeland, dan houdt alles op en mag je terug naar af. Ik bedoel maar: zoals ik ook nooit het Riemweurdkesbook helemaal heb doorgespit, zal ik de exemplaren van mijn Woordenboek Twents-Nederlands en Nederlands-Twents in de boekenkast ongelezen de rust gunnen die ze verdienen, en verder gaan op oude voet. Gewoon digitaal.

Waarom dan toch die twee papieren uittreksels van de inhoud van het Dialexicon Twents? Ergens heb ik nog de illusie dat ik een aardig aantal streektaalliefhebbers er een plezier mee doe. Negentien jaar geleden, toen ik mijn eerste schreden zette op het voor mij als Fries nogal moeilijk begaanbare Twentse streektaalpad, had ik er zelf vast heel veel aan gehad. Inmiddels kan ik een flink deel van de inhoud wel dromen en sla ik te pas en te onpas mensen met lang vergeten woorden en gedateerde boerenwijsheden om de oren.

Een ander punt is, dat met deze woordenboeken enkele eerder niet of moeilijk toegankelijke woordenverzamelingen in druk verschijnen, met de onlangs teruggevonden Denekamper woordenschat van Willem Dingeldein (1894-1953) met meer dan tienduizend bronvermeldingen in het deel Twents-Nederlands als hoofdmoot. Andere namen in dit verband zijn Bezoen, Ribbert, Veldman en Huzink met vooroorlogs idioom uit resp. Enschede, Tilligte, Oldenzaal en Hengelo. En last but not least de alleroudste Twentse woordenlijst van de lang vergeten streektaalpionier Johannes Behrns (1803-1883).

De derde reden is, dat het Dialexicon Twents best wel eens gezien mag worden. De eerste MS-DOS-versie verscheen al in 1998. Het heeft daarna jarenlang, buiten een kleine kring van enthousiaste gebruikers en medewerkers om, een tamelijk onzichtbaar bestaan geleid. Door mijn on-Twentse afkomst en houding, mijn iets afwijkende spelling en mijn gebrek aan handelsgeest, wilde het lange tijd maar niet doordringen in andere streektaalkringen. Nu kan niemand er nog omheen.

Als ik dit schrijf is het 21 maart 2011, het begin van een nieuwe lente. Over tot de orde van de dag. Wat is nou eigenlijk dat Dialexicon Twents? Voor het verduidelijken van de digitale versie grijp ik terug naar de teksten die ik jaren geleden schreef en die nog steeds deel uitmaken van de programmatuur en de website. Ik geef ze hieronder bijna letterlijk weer.

Verantwoording 2003
“Deze Windows-versie van het Dialexicon Twents is het resultaat van een ontwikkeling van meer dan tien jaar. In 1992 had ik voor mijn uitgave van Wilminks Heftan tattat! de behoefte aan een bruikbaar Twents woordenboek, maar kwam al snel tot de ontdekking dat dat er niet was. Bijna als vanzelfsprekend begon ik met het aanleggen van een Twents-Nederlandse woordenlijst en het bedenken van programmatuur om die automatisch om te zetten naar een Nederlands-Twentse lijst. Ondertussen kwam ik erachter dat er verder bijna niemand op een nieuw Twents woordenboek zat te wachten, en zeker niet van de hand van een boetnmaarksn als ik. Toch ging ik er gestaag mee door. Het was natuurlijk gekkenwerk, maar ik vond het leuk om te doen, en het Twents is tenslotte niet minder mooi of interessant dan andere talen.”

“Dit digitale woordenboek is dus de voorlopige uitkomst van een wat uit de hand gelopen liefhebberij. Bij het bijeenbrengen van de woorden en de uitdrukkingen ging ik vooral in het begin niet erg systematisch te werk. Ik voegde toe wat ik tegenkwam in de publicaties die ik uitkoos of wat ik min of meer toevallig las of hoorde. De meeste aandacht ging uit naar het grondige Klank- en vormleer van het dialect der Gemeente Enschede van dr. H.L. Bezoen en het fantastische Mans Kapbaarg van G.B. Vloedbeld, met meer dan vijfduizend bronvermeldingen elk.”

“Alle Twentse woorden worden weergegeven met dezelfde spellingregels. Deze Standaard Schriefwieze, die gebaseerd is op Twents, hoo schrief wie dat? (1982) van de Kreenk vuur de Twentse Sproak, hanteerde ik vanaf het begin. Toen de Kreenk in 1997 met een andere spelling op de proppen kwam, had ik al bijna tienduizend lemma’s ingevoerd. Ik zag in die onvoldoende doordachte nieuwe regelgeving waaraan ik zelf niet had bijgedragen, geen aanleiding alles om te gaan zetten. Gebruikers van het Dialexicon Twents kunnen dat zelf heel goed, als ze willen, omdat het toegepaste systeem wel consequent is. En zo groot zijn de verschillen nu ook weer niet.”

“Tot slot stel ik graag vast, dat het in het Dialexicon Twents niet gaat om het propageren van spellingregels, maar om de prachtige taal die ermee is vastgelegd en toegankelijk gemaakt. Ik hoop dat deze eerste en de toekomstige versies voor veel belangstellenden een bron van kennis en creativiteit zullen zijn.”

Datering
De eerste Windows-versie van het Dialexicon Twents verscheen met bovenstaande verantwoording officieel op 17 september, de verjaardag van mijn moeder Hendrikje Lussing (1917-2002). Geboren te Oldeberkoop in de Friese Stellingwerven, was zij van huis uit wat de Friezen een krûmprater (kromprater) noemen. Ik zelf werd Friestalig opgevoed, maar kreeg van mijn grootouders van moederskant veel mee van het Stellingwerfs, net als Twents een Nedersaksisch dialect. Het Twents heeft me daardoor nooit als vreemde taal in de oren geklonken. Misschien is dat wel het antwoord op de vraag die mij zo vaak is gesteld.

Aanvulling 2007
“Het Dialexicon Twents kwam tot stand gedurende een lange periode. In het begin had ik niet de doelstellingen en de taalkennis die ik tien jaar later had. Dat is hier en daar nog te merken aan woorden en uitdrukkingen die toen werden ingevoerd en nog steeds niet zijn verbeterd.
De eerste jaren probeerde ik naast het maken van een vertaalwoordenboek tot een soort standaard Twents te komen. Bijvoorbeeld: woorden die in geschreven bronnen met de oorspronkelijke klinker i-j (de korte eej) waren gespeld, kregen in plaats daarvan een leesbaarder iej. De lettercombinatie ear werd eer en oar werd oor waar het Nederlands resp. ‘eer’ en ‘oor’ heeft. Enzovoort. Pas toen de bronvermeldingen een rol gingen spelen bij het aangeven van plaatselijke verschillen, ben ik begonnen met in ieder geval de klinkers zo veel mogelijk in overeenstemming met de bedoelingen in de bronteksten te brengen.
Het is wel altijd de vraag welke klank een auteur precies heeft bedoeld. Sommigen spellen bijvoorbeeld ear of oar waar ze niet een èè- of òò-klank bedoelen, maar een tweeklank ee-a of oo-a die ook gewoon met eer of oor kan worden aangegeven. En wat bedoelde Anthonie Ballot met gruun en betuun, dat ook toen elders meestal greun (groen) en beteun (schaars) was, in een tijd waar de uu ook voor een lange oe-klank werd gebruikt?
Ik wil maar zeggen: gebruik het Dialexicon Twents met enig gezond verstand en neem niets klakkeloos over. Het is een handig doorgeefluik, maar ik heb de wijsheid niet in pacht.”

Anno nu
Deze boekversie van het Dialexicon Twents verscheen op 14 april, de verjaardag van mijn vader Hendrik van der Vliet (1916-2002). Het ligt voor de hand dat híj het was die heeft bepaald, dat ik iets met boeken heb. Hij schreef er zelf een paar: Burgum, wâld- en wetterdoarp over de geschiedenis van de plaats van mijn jeugd, en De strijdbijl van Wijnjeterp, over de vuistbijlvondst van zíjn vader in 1939 die de menselijke geschiedenis van de lage landen in één klap met tienduizenden jaren vervroegde. Ik gaf het uit, na weken van intensieve samenwerking en groeiend wederzijds respect. Als uitgever heb ik ondertussen meer dan zestig titels op mijn naam staan, van Asterix tot Zunlech.

Aan het Dialexicon Twents hebben door de jaren heen veel mensen bijgedragen, in het bijzonder degenen die mij aanspoorden er ondanks alle tegenwind mee door te gaan. Een woord van dank aan hen is hier wel op zijn plaats. In dit verband noem ik twee Twentse taalvrienden graag bij naam.
In de eerste plaats is dat de Friese Tukker Frank Löwik (1956-2009) die mij een eind op weg hielp met zijn ruime kennis van de Twentse taal- en letterkunde en zijn enthousiasme, o.a. als medeoprichter van het blad in t plat De Nieje Tied (1994) en als medevertaler van Asterix den Galliër (1997). Zijn afwezigheid is een groot gemis.
Dan Gerrit Klaassen, die me sinds zijn toetreding tot de redactie van De Nieje Tied altijd met raad en daad terzijde heeft gestaan bij mijn Twentse bezigheden. Een vuriger pleitbezorger voor het Dialexicon Twents en de daarin gebruikte spelling ken ik niet.

Dan dank ik de tientallen aangevers die mij welwillend voorzagen van Twentse woorden en uitdrukkingen uit hun herinnering of uit de kringen waarin ze verkeerden. Koploper is Gerrit Dannenberg met zo’n zeshonderd vermeldingen, gevolgd door Gerrit Klaassen, Hans van den Bos, Herman Finkers, Sytze Steinvoorte, Jan Gerard, Arie Bloemendaal, Arie de Haan en, op een gedeelde negende en tiende plaats, Theo Kamphuis en Gerrit Kraa met ieder 43 vermeldingen.

Tot slot dank ik de twee mensen die onmisbaar waren bij het drukklaar maken van de boeken voor de keiharde deadline: vormgever Gerhard van Dragt met wie ik al bijna 25 jaar samenwerk, die altijd snapt wat ik wil en net zo precies kan zijn als ik, en Eric Lutters wiens computers lange avonden stonden te stampen om de tien miljoen lettertekens van de woordenlijsten om te zetten naar anderhalf duizend mooi opgemaakte bladzijden.

Wat een monnikenwerk, zo’n woordenboek maken, heb ik al horen zeggen. Ik noem het dan toch liever een heidens karwei. Maar eerder nog: een leuke verslaving. En dat is t.

Goaitsen van der Vliet