Onze tuin in vroegere jaren

 

startpagina

Beaglesite

Tuinsite

Vakantiesite

Vijversite

E-mail

 

Gastenboek

Schrijf ons uw indrukken over onze homepage

 

 

 

Onze tuin

 

 

Op deze pagina vindt u alles over onze tuin en over de verzorging van rozen.

Onze tuin is aangelegd in 1990 en sindsdien vele malen veranderd.

Hoe ziet onze tuin eruit. Een terras, een vijver, een tuinhuis, mooie planten, vele rozen.

Nieuwsgierig, kijk dan snel verder.

Onze tuin

 

De roos

 

---

 

Onze tuin:

 Terug naar boven




Toen wij in 1990 ons huis kochten, was er van een mooie tuin geen sprake. De tuin van toen bestond voor het grootste gedeelte uit een moestuin. Dit was niet bepaald ons idee van een gezellige tuin waar het goed vertoeven is. We zijn dus begonnen met het grondig renoveren van de tuin.

 

Een van de zaken die we het eerst hebben aangepakt was het aanleggen van een vijver. Nadat het nodige graafwerk was gedaan, met de schop natuurlijk, ontstond er een gat van ongeveer 3 bij 5 meter. Nadat het zeil er strak in gelegd was kon de waterkraan open. Na 4400 liter was onze vijver vol. Op de bodem hebben we bodemsubstraat aangebracht om het biologisch evenwicht zo snel mogelijk op gang te laten komen. De planten werden in vijvermanden geplaatst en in de vijver gezet. Na enkele weken konden we de eerste vissen in onze vijver uitzetten.

 

Naast de vijver hebben we toen een verhoogd terras van 4x4 meter aangelegd. Het zand wat uit de vijver kwam is hierbij voor de verhoging gebruikt. Nadat de vijver en het terras af waren, konden we beginnen met de beplanting aan te pakken. De tuin werd o.a. voorzien van de nodige rozen, een van mijn favoriete planten. Vele tuincentraís werden bezocht en overal werd er wel een leuk plantje meegenomen. Langzamerhand is toen de tuin ontstaan welke onze goedkeuring had.

 

Na enkele jaren wil je toch weer eens wat anders. We hadden het al zo vaak over een leuk tuinhuisje achter in onze tuin gehad. Na onze zomervakantie van 1997 hebben we de knoop doorgehakt en zijn op zoek gegaan. Na enkel zaken te hebben afgelopen zagen we een aanbieding bij tuincentrum Oosterik. Helaas was dit tuinhuisje al uitverkocht, maar ze hadden nog wel een iets groter exemplaar die men ons voor een schappelijke prijs kon aanbieden, omdat dit de laatste was die men nog in voorraad had. Zodoende werd het een tuinhuis van 3.80x4.50m met daarbij nog een overkapping aan de voorzijde van 1.50m.

 

De grote coniferen achter in onze tuin werden eruit gehaald, de fundering werd gegraven en ondertussen werden alle planken van het tuinhuis netjes gelakt.

Het installeren van het tuinhuis was een dag lang bikkelen, maar op het aanbrengen van de daksingels na werd het karwei geklaard. De volgende dag dus nog even de daksingels erop gemaakt en klaar was kees. Intussen was ons terras ook afgebroken en als laatste hebben we voor het tuinhuis nog een houten vlonder terras aangelegd. Ons oude terras kon nu dienst gaan doen als tuin.

 

Inmiddels zijn we weer enige jaren verder en van ons tuinhuis word veel gebruik van gemaakt. ís Winters is het een vooral een opslagplaats voor de zomerspullen, terwijl je zomers voor het tuinhuis lekker kunt genieten op het terras. De barbecue kan dan aan en met een flesje wijn of een potje bier kom je hier de avonden wel door.

 

 

De Roos:

 Terug naar boven

 

 

Een van de mooiste planten vinden we de roos. Heerlijk geurend in allerlei kleuren. Enkele rozen die je in onze tuin aan zult treffen zijn:

 

Rosa Class Act: Een witte trosroos die tot 70cm hoog kan worden. De roos behoeft een zonnige plaats in de tuin en heeft vele goudgele meeldraden.

Rosa Ingrid Bergman: Een grootbloemige donker rode roos die tot 100cm groot kan worden. Deze roos plaatsen in goede luchtige grond. De roos heeft een sterk blad.

Rosa Just Joey: Onze absolute favoriete roos, een echte topper onder de rozen. Het is een grootbloemige roos die bronskleurig is. De roos geurt fantastisch en wordt ongeveer 70cm hoog. Op een zonnige plaats voelt just joey zich helemaal thuis. Hij groeit langzaam, maar bloeit daarintegen zeer lang.

Rosa Alexander: Wederom een grootbloemige roos die geheel toepasselijk geheel oranje is. Hij wordt tot ongeveer 90cm hoog en is door zijn lange stelen een goede snijbloem. Vanzelfsprekend moet de roos Alexander in goede tuingrond gepoot worden.

Rosa Calypso: Een enkelvoudige klimroos in de kleuren rood met wit. De roos bloeit lang door en wordt ongeveer 300cm hoog. Hij behoeft een zonnige plaats in de tuin en heeft verder nog een donkergroen blad.

Rosa Claude Monet: Een zogenaamde floribundaroos in de kleuren wit-rood-geel. De roos wrdt ongeveer 80cm hoog en behoeft een zonnige plaats. De kleuren van de Claude Monet vloeien als het ware in elkaar over.

Rosa Metro: Een witte grootbloemige roos met iets rose in zich. Hij wordt maximaal 70cm hoog. Ook de Metro wil graag een zonnig plekje in de tuin op goede tuingrond. Hij zal dan rijk bloeien met donkergroen loof.

 

††††

---

 

Hier volgt een beknopte beschrijving over de roos.

 

v      De oorsprong

v      Wilde rozen

v      Ziekten

v      Verzorging

v      Snoeien

v      Wilde scheuten

 

OORSPRONG:

De roosachtigen, of Rosaceace, vormen een grote familie. Hieronder vallen Malus, Pyrus, Prunus, Rubus, Sorbus, Crataegus en natuurlijk Rosa. Een aantal kenmerken onderscheidt de rozen van de andere geslachten binnen de familie. Deze kenmerken zijn voor het Genus Rosa zijn, de stevige stelen, de vorm van de bottels en het vermogen van de plant tot kruisen. Het geslacht roos is gekenmerkt door geveerde bladen met steunbladen die vergroeid zijn met de bladsteel, door stekels op de stengels en op de andere delen en door bloemen die een uitgeholde bloembeker hebben met daarin de vrije stamper. De bloemboden groeit na de bloei uit en wordt tot een vlezige en gekleurde schijnvrucht, de eetbare rozenbottels, waarin zich de dopvruchtjes bevinden. De ca. 100 soorten zijn vaak moeilijk van elkaar af te grenzen en zijn zeer variabel, waardoor zij verregaand in kleinere soorten kunnen worden gesplitst.

 

WILDE ROZEN:

In Nederland en BelgiŽ komen ca. 10 soorten voor. De in BelgiŽ voorkomende soorten zijn allen beschermd met uitzondering van de akkerroos en de hondsroos. Bekende en algemene soorten zijn de egelantier, een tot 2 meter hoge heester, die in Nederland in het duingebied en in BelgiŽ in de Ardennen voorkomt. De egelantier wordt ook gekweekt en heeft roze of witte (zeldzamer) bloemen die in juni-augustus bloeien. De hondsroos is een tot drie meter hoge struik die langs wegen voorkomt. Deze roos heeft roze of witte kroonbladen die bloeien in juni-juli.

 

ZIEKTEN:

De belangrijkste ziekten van rozen zijn meeldauw,sterroetdauw, valse meeldauw, bladluis of roest, die allen over het algemeen goed te bestrijden zijn. Wanneer de omstandigheden van de roos optimaal zijn, zullen ook de rozen in optimale conditie zijn. Komt er bij een hoge infectiedruk toch een kink in de kabel, dan zal de vijand direct profiteren. Zoals een meeldauw aanval na een fikse regenbui gecombineerd met warm weer. De zwakke schakel is nu te veel vocht, wat leid tot een meeldauw aanval. Hieronder vind u een opsomming van de meest voorkomende ziekten en plagen van de roos.

         Bladluizen, Aphidoidea
Bladluizen worden ook wel Aphiden genoemd, het is de meest voorkomende aantasting op de jonge scheuten van rozen. Bij droog weer zorgen ze voor misvorming en dwerggroei van de scheuten. Ze vermeerderen zich zeer snel. De vrouwtjes brengen bijna dagelijks, zonder tussenkomst van mannetjes, jongen voort (parthenogenese). Ze bedekken heel snel een jonge scheut of de sappige stengel van een jonge knop, met een beweeglijke massa kleine lichaampjes. Het zijn groene, gele of anders gekleurde insekten met aan het achterlijf twee uitsteeksels (siphonen). Ze zijn soms gevleugeld. Ze scheiden kleverige suikerbevattende uitwerpselen uit (honingdauw), waarop soms zwarte schimmels groeien (roetdauw). Bladluizen overwinteren als ei (ovaal, glimmend, zwart) op houtige gewassen.

         Meeldauw, Sphaeroteca pannosa
Het uit zich door een fijne, poederachtige afzetting op het oppervlak van bladeren en scheuten. Het is meestal het ergst in droge periodes of wanneer de plant droog is aan de wortels, waarna er na een regenbui snel een aantasting volgt. De plant wordt er niet erg door beschadigd maar het is een lelijk gezicht. Sommige rozen zijn er tegen bestand terwijl er anderen weer gevoelig voor zijn.

         Valse meeldauw, Pseudoperonospora sparsa
Op de bovenzijde van bladeren, vooral van rozezaailingen onregelmatige, geelgrijze tot purperrode vlekken die later dorre plekken met een paarse rand worden. Op de onderzijde van het blad grijs schimmelpluis. De aangetaste bladeren vallen af. Soms komen er ook vlekken voor op scheuten en bloemdelen.

         Sterroetdauw, Diplocarpon rosae
Is zelden ernstig bij moderne rozen, maar die met de gele bloemen zoals R. foetida kunnen in natte zomers bijna al hun blad verliezen. Het zijn bruinzwarte, stervormige vlekken op bladeren, de bladeren vergelen en vallen voortijdig af. Bladeren in de herfst zoveel mogelijk verwijderen om aantasting in het volgende jaar te voor komen.

         Roest, Phragmidium mucronatum
Menierode, later zwarte sporehoopjes aan de onderzijde van de bladeren, op de bladstelen en op eenjarige scheuten. Kan door een meststof met een hoog kaligehalte in bedwang gehouden worden.

 

VERZORGING:

Rozen vereisen een goede grond, niet te nat, maar ook een niet te droog. De grond moet goed doorlatend en rijk aan voedingsstoffen zijn. Daarom zal men jaarlijks een hoeveelheid organische meststoffen door de grond moeten mengen. Dit kan tuinturf of compost zijn, maar ook goed verteerde stalmest of gedroogde koemest is mogelijk. Bij rozen die jaren achtereen op dezelfde plaats staan, kan de groei verminderen of achterwege blijven. Dit kan veroorzaakt worden door aaltjes. Door tenminste gedurende een groeiseizoen afrikaantjes op deze pllats te kweken kan dit worden tegengegaan. Ook kan de grond tot op een diepte van een meter worden vervangen door nieuwe schone grond.

 

SNOEIEN:

 

In het voorjaar, in maart bij rozen die voor het eerst gesnoeid worden de dunne takjes verwijderen en de takken insnoeien, zodat u 3 tot 5 ogen overhoud. Het hoogste oog waarboven u knipt dient naar buiten gericht te zijn, zodat de nieuwe scheuten naar buiten gaan groeien. Hierdoor krijgt u een mooie struik die goed in model te houden is. In de daarop volgende jaren in maart de dunne en oude takken verwijderen. Laat 3 tot 5 sterke en het liefst jonge takken intakt. Snoei ook hier tot u 3 tot 5 ogen overhoud per tak, waarbij het laatste oog weer naar buiten gericht moet zijn om een goede struikvorm te behouden. Botanische rozen behoeven nauwelijks gesnoeid te worden, de oude takken moeten wel regelmatig, vanuit het hart, verwijderd worden.

 

Voor alle rozen geldt in juli/augustus de zomersnoei die bestaat uit het afknippen van uitgebloeide rozen net boven het eerste vijftallige blad onder de bloemtros. Hier ontwikkeld zich dan een nieuwe scheut bloemen. Wanneer u niet aan zomersnoei doet, zullen de rozen zaadbottels gaan vormen. Dit vergt veel energie van de plant en dat gaat dan weer ten koste van de bloei. Na de zomersnoei kunt u weer bij doorbloeiende rozen snel kunnen genieten van nieuwe geurende bloemtrossen die doorbloeien tot de vorst zijn intrede doet.

 

WILDE SCHEUTEN:

 

De meeste rozen zijn geent op een wilde onderstam. Deze ent of oculatie draagt de takken met bloemen. Soms kan er vanuit de grond of onderstam een scheut gaan groeien. Deze scheut heeft opvallend veel stekels en groeit sneller dan de roos zelf. Snij of knip deze scheut, die zeer veel energie van de rozenstruik vergt, zo diep mogelijk weg om te voorkomen dat er zich nog meer scheuten vormen die we niet willen hebben. De entplaats (een knobbel) is zeer vorst gevoelig en dient voor de eerste vorstperiode beschermd te worden tegen de vorst.

 

Free counter and web stats