Alles over de koi en vijver

 

startpagina

Beaglesite

Tuinsite

Vakantiesite

Koisite

E-mail

 

Gastenboek

Schrijf een bericht in het gastenboek.

Bekijk hier mijn gastenboek.

 

 

Onze Koi vijver

 

 

Inleiding

verzorging

Eigen koi

Eigen vijvervissen

Koi soorten

Kweken van koi

Filters

Plantenfilter

Filtermaterialen

UV units

Voer soorten

Vijverplanten

Vijverwater

Links

 

 

Inleiding

 

Hoewel Koi tegenwoordig in alle windstreken van de wereld wordt gekweekt, is Japan het thuisland van de Nishikigoi. Japanse kwekers ontwikkelen meer dan 200 jaar geleden koi uit vroege kleurmutaties die bij gewone karpers (Cyprinus Carpio) werden aangetroffen.

 

Het woord koi werd zo’n 2500 jaar geleden voor het eerst in China gebruikt, maar de brokaatkarper of Nishikigoi, zoals we hem nu kennen, is een Japanse creatie voor de sier wordt gekweekt. Met de term ‘Levend Sieraad’ beschreven de Japanners hun schitterend kleurrijke vis die hun vijvers sierde. Vroege exemplaren werden al aan de Keizer geschonken en ze worden nu in heel Japan in openbare parken gehouden.

 

Nishikigoi doken het eerst op in het viskweekgebied Niigata in Japan, waar voor het eerst gekleurde mutanten uit de karperkweekvijvers werden opgehaald. Deze gekleurde karpers werden gekruist om de koi voort te brengen die we nu kennen. Hoewel koi dus oorspronkelijk uit het gebied Niigata komen, worden ze nu in heel Japan gekweekt. Moderne kweektechnieken en het warme klimaat in het zuiden doen jonge vissen snel groeien. Een lengte van 60 cm binnen drie jaar is niet ongebruikelijk.

 

Het kweken van jonge koi begint in april. Na selectie worden de beste jonge visjes in natuurlijke vijvers uitgezet om te groeien. Ook oudere koi worden in natuurvijvers uitgezet om verder te groeien en hun kleur en huid te verbeteren. Deze modder- of veldvijvers komen voor in bergachtige gebieden en worden gevoed door beken en bronnen. De vissen worden in de herfst geoogst, waarna ze naar de winkels worden gebracht voor beoordeling en verkoop.

Handelaren uit de gehele wereld bezoeken vanaf half oktober de koikwekerijen om uit de pas geoogste koi te kiezen. Hier gaat de koi in de winter in quarantaine waarna u in het begin van de lente zelf uw eigen favoriete koi kunt uitzoeken.

 

De koikarpers worden meestal nogal groot. Onder gunstige omstandigheden kunnen kleine visjes binnen drie tot vijf jaar uitgroeien tot knapen van meer dan 50cm. De snelheid waarmee de koi groeit betekent dat u de vijver waarin u ze gaat houden zorgvuldig moet ontwerpen. Natuurlijk is het ook veel leuker en gezelliger om steeds maar weer een koi aan uw verzameling toe te voegen. Een te volle vijver geeft echter gezondheidsproblemen bij een te grote collectie van deze zo gekoesterde vissen. Om deze risico’s tot een minimum te beperken moet u misschien investeren in een duurder vijversysteem. Het is van groot belang om een goed milieu te waarborgen dat is opgewassen tegen de toename van het aantal vissen en de groei van de al aanwezige koi.

Tevens is een Quarantaine bak of nog beter een quarantaine vijver een must. Al uw net aangeschafte koi moet altijd eerst enkele weken in quarantaine, waarbij u de koi goed blijft observeren. Indien er door stress of andere factoren een ziekte uitbreekt kunt u dit makkelijker onder controle krijgen zonder dat het u uw complete visbestand aantast. Zorg er daarom ook altijd voor dat de omstandigheden tussen uw quarantaine omgeving en uw vijver zo veel mogelijk dezelfde zijn. Hetzelfde water en dezelfde waterwaardes zijn aan te bevelen.

Naar Boven

 

Verzorging

 

De koi die momenteel bij ons in de vijver zwemt komt van verschillende leveranciers. Sommigen vinden dit geen goed idee, maar als de vis er gezond uitziet en na een quarantaine periode waarbij de vis goed en vaak bestudeerd wordt en er geen afwijkingen geconstateerd worden vinden wij dat dit geen probleem hoeft te zijn. Wel zijn ook wij in de loop der jaren veel wijzer geworden en wordt er bij bepaalde leveranciers geen koi meer gekocht.

 

Het kan best zijn dat bij bepaalde leveranciers de koi het heel goed doet, maar misschien is dit wel bewust zo gecreëerd. Daarbij kan het zo zijn dat bij de leveranciers de omstandigheden voor de koi te goed zijn t.o.v. je eigen vijveromstandigheden.

Deze omstandigheden kunnen zijn, water dat met speciale medicijnen is behandeld, Koi die met speciale medicijnen is behandeld, filteromstandigheden, UV-lampen in het filter, etc.

Indien je koi koopt waarbij de omstandigheden leverancier – eigen vijver te groot is kan de koi in een stress situatie komen waarbij dan vaak na uitbreken van een bepaalde infectie de leverancier de schuld krijgt. Dit hoeft dus niet altijd terecht te zijn.

Bij een koi vijver dien je ook zelf voor de beste omstandigheden van je vissen te zorgen. Dit betekent:

Ø      Maak uw vijver niet te klein, liever in een keer goed, dan constante aanpassingen.

Ø      Zorg voor een juiste plaats van de vijver. Niet geheel in de zon, maar ook niet geheel in de schaduw.

Ø      Zorg voor goede waterwaardes en deze regelmatig controleren. Niet alleen de PH, KH en GH, maar ook controle op bv. ammoniak en nitriet.

Ø      Een filterinstallatie die berekend is op de toekomstige groei van uw vissen.

Ø      Hou rekening met het feit dat de koi in 3 tot 5 jaar wel tot meer dan 50cm kan groeien.

Ø      Een goed filter die zorgt voor zowel een biologisch als ook mechanische filtering.

Ø      Zorgen dat het filter regelmatig gereinigd word van ophopend vuil.

Ø      Filtermaterialen afspoelen met vijverwater en niet met kraanwater.

Ø      Voldoende zuurstof in het filter en de vijver.

Ø      Regelmatige waterverversing.

Ø      Zorgen dat er geen etensresten en ander organisch materiaal op de vijverbodem terechtkomt.

Ø      Regelmatig je eigen vissen bekijken. Vooral bij het voeren kan je de koi goed van dichtbij bekijken. Zijn er verdachte omstandigheden probeer dan de koi zo snel mogelijk te isoleren van de rest en haal er een deskundige bij.

Ø      In de wintermaanden zorgen voor een open stuk in de vijver, zodat de schadelijke gassen ten alle tijden kunnen ontsnappen.

Ø      Voer vaak, maar niet te veel. Het is beter om 5x per dag kleine hoeveelheden te voeren. Vergelijk het maar met jezelf. Indien je een 5-gangenmaaltijd in 10 minuten moet opeten heb je wel een verzadigd gevoel, maar worden de stoffen niet goed in je lichaam omgezet en afgevoerd.

Ø      Voer niet bij lage temperaturen. Onder de 10 graden hoef je de koi niet te voeren. De koi beweegt erg weinig en zal derhalve ook weinig verteren.

 

Naar Boven

 

Eigen koi

 

Toen we in het begin van de 90e jaren begonnen met onze vijver, wisten we nog niet dat de koi de belangrijkste vis in onze vijver zou worden. Pas na verloop van jaren kwamen er enkele koi in de vijver zwemmen. Met zeer wisselend succes overigens. In de eerste jaren waren de reiger en de buurtkat onze grootste vijanden. Aangezien we ook (nog) geen verstand hadden van de verzorging van de koi was ook dit ver onder de maat, waardoor ook niet elke koi een goed leven bij ons had. Zoals zo vaak komt het verstand met de jaren. Zo ook bij ons. Veel lezen, informatie vragen etc en je komt al een heel eind. De koi die nu in onze nieuwe grote koi vijver rondzwemt heeft het dan ook heel wat beter dan de eerste koi in onze eerste vijver. 

Welke koi zwemt er nu eigenlijk in onze vijver:

De oudste koi in onze vijver is een Showa variëteit. Deze vrouwtjes koi zwemt al meer dan 6 jaar bij ons in de vijver(s). In elke koi vijver hoort volgens ons ook een Chagoi thuis. Voor velen misschien niet de mooiste koi, maar wel een soort die de aandacht blijft trekken. Het is de koi die vooral bovenin te vinden is en altijd de rest van de koi op sleeptouw neemt. De Chagoi is een zeer snelle groeier. Verder hebben we van bijna elke hoofdsoort er wel een exemplaar van zwemmen.

Kohaku , Taisho Sanke , Showa Sanshoku , Bekko , Utsurimono  , Asagi , Shusui , Koromo , Kawarimono , Hikarimono , Hikari-Utsurimono , Hikarimoyo-mono , Tancho , Kinginrin, overal hebben we er minimaal 1 van rondzwemmen.

 

Grote variëteit in soorten dus. Dit is een keuze die iedereen voor zich moet maken. Wil je juist met je koi gaan kweken, ga dan voor een of twee hoofdsoorten. Indien je een vijver vol afwisseling wilt doe je net als ons en schaf je van elke hoofdsoort een of meerder koi aan.

Naar Boven

 

Eigen vijvervissen

 

Naast de koi hebben we ook nog verschillende andere soorten vis in onze vijver zwemmen. Dit zijn over het algemeen de vissen waarmee we ooit mee begonnen zijn en vissen die vrienden of buren kwijt moesten. In het begin hadden we vooral goudvissen en windes. De winde is een prachtig slanke vis die je ook nog eens van de ververlende muggen af kan helpen. Bij ons zwom zowel de oranje als ook de blauwe winde. Toen de koi bij ons in de vijver kwam is het bestand winde langzaam afgebouwd. Koi en winde is geen goede combinatie. Terwijl de koi er van houd om rustig de vijver rond te zwemmen is de winde vergeleken met de koi een racemonster. De koi kan hier behoorlijk zenuwachtig van worden en dus meer en meer gestrest raken. Vandaar dat er tegenwoordig bij ons in de vijver geen winde meer rondzwemt. Wat dan nog wel. De goudvis dus. Deze is nog altijd aanwezig. Zelfs nog enkele exemplaren die het er al meer dan 10 jaar bij ons uithouden. Die doe je toch niet weg toch. Ook de blauwe variant van de goudvis, de shubinkin zwemt al jarenlang bij ons. Deze prachtig gekleurde vissen zijn een must voor elke vijverbezitter. Ze zijn rustig, niet al te groot en dus bijzonder kleurrijk. Als laatste soort hebben we nog een zonnebaars. Deze moet er voor zorgen dat het ongedierte in en rond de vijver in aanvaardbare waardes blijft. We hebben jarenlang twee zonnebaarsen in de vijver gehad en hier tot voor kort geleden geen enkel probleem mee gehad. Nadat ze echter in de nieuwe vijver ineens het plantenfilter bezette en paaigedrag vertoonde is er een uitgevangen en aan vrienden meegegeven. Er zijn verhalen van zonnebaarsen die in kleine vennetjes al het insectenleven vernietigd hebben. In het vennetje bleken meer dan 4000 zonnebaarsen te zitten. Zonnebaarsen kunnen grote aantallen jongen voortbrengen doordat ze deze goed blijven beschermen tegen andere vijverbewoners. Deze zonnebaarsen zijn rovers en zijn beslist niet vies van jongbroed of andere kleine visjes bij gebrek aan insecten. Wees dus gewaarschuwd en hou de boel goed in de gaten indien je meer dan een exemplaar zonnebaars in je vijver hebt rondzwemmen.

Naar Boven

 

Koi soorten

 

Er zijn vele tientallen soorten koi op de markt te verkrijgen. Zeker als je alle ondersoorten meerekent kom je op een ongelofelijk aantal soorten.

De soorten koi worden altijd vanuit hun kleur en schub patronen beschreven.

 

 

Ai

Blauw

Aka

Rood als Grondkleur

Beni

Oranje-Rood als Grondkleur

Cha

Bruin

Gin

Zilver

Hii

Rood, als Vlek

Karasu

Zwart als Grondkleur

Ki

Geel

Kin

Goud

Bene

Koi met Rode Lippen

Midori

Groen

Sumi

Zwarte basis op de Vin

Nezu

Grijs

Orenji

Oranje

Shiro

Wit

Sumi

Zwart (Vlekken)

Tora

Tijger (Tora Ogon)

Yamabuki

Geel

 

Naar Boven

 

We zullen hieronder de hoofdsoorten met enkele ondersoorten beschrijven:

 

Kohaku  

Taisho Sanke

Showa Sanshoku

Bekko

Utsurimono 

Asagi

Shusui

Koromo

Kawarimono

Hikarimono

Hikari-Utsurimono

Hikarimoyo-mono

Tancho

Kinginrin

 

 

Ø     Kohaku

 

De Koning onder de koi.

Kohaku zijn witte koi met rode vlekken. De randen van de tekening moeten duidelijk afgetekend zijn en de intensiteit van het Shiro (wit) en Hi (rood) moet overal gelijk zijn. Zeer belangrijk is de verhouding tussen de witte en rode-vlekken. In het algemeen neemt men als regel dat het Hi 50 tot 70% van de totale oppervlakte van de koi moet bedekken. Wat betreft de tekening is men bij een show minder streng, daar er wel een duizendtal verschillende tekeningen bestaan. De traditionele tekening is U-vormig en loopt tot aan de ogen. De tekening moet alleszins stoppen voor de staartvin die net als de andere vinnen wit moet zijn.

 

De schoonheid bij een kohaku wordt onder andere ook bepaald door de evenwichtige verdeling van de kleur over het ganse lichaam. De verschillende verdelingen heeft men benoemd. Er zijn twee grote groepen; deze met een doorlopende tekening en deze met een onderbroken tekening.

De doorlopende tekening loopt van kop tot staart en wordt aangeduid als moyo

De onderbroken tekening wordt in Japan hoger gewaardeerd. De koi wordt beschreven volgens het aantal rode vlekken op zijn lichaam. Een onderbroken tekening wordt aangeduid als dangara of danmoyo.

 Naar Boven

 

Ø     Taisho Sanke

 

Sanke of Sanshoku betekent driekleur; deze driekleuren zijn rood (hi) en zwart (sumi) op een witte ondergrond. De randen van de tekening moeten zoals bij de Kohaku helder zijn en de intensiteit van het Shiro (wit) en Hi (rood) moet overal gelijk zijn. Het rood moet van dezelfde kwaliteit zijn zoals bij een Kohaku. Een zeer goede Sanke is eigenlijk een zeer goede Kohaku met daar een zeer evenwichtig en afgelijnd sumi overheen. Het sumi kan in de loop van het leven van de koi verdwijnen en terug verschijnen onder invloed van de waterkwaliteit. Algemeen wordt aangenomen dat er geen sumi op de kop van de koi mag aanwezig zijn.

 

Een Sanke wordt speciaal gewaardeerd als op de vinnen (vooral de staart- en borstvinnen) een beetje gestreept sumi aanwezig is. We gaan eens een aantal kenmerken wat van korter bij bekijken.

Aka Sanke: Het hi strekt zich uit van de neus tot de staart en het sumi moet gelijkmatig verdeeld zijn over gans het lichaam.

Maruten Sanke: Dit is een Sanke die een aparte hi-vlek op de kop heeft.

De Koromo Sanke wordt gekweekt uit een Ai-goromo en een Taisho Sanke. Over het hi ligt een netpatroon; het kenmerk van Koromo; en bezit de Koromo Sanke sumi vlekken zoals bij een traditionele Sanke.

De Kanoko Sanke heeft hi-vlekken die gespikkeld zijn. De hi-vlek op de kop is meestal vol. Kanoko betekent reebruin. Een term die betrekking heeft op de gevlekte hi-tekening. Kanoko Sanke van goede kwaliteit zijn moeilijk te vinden.

De Sanke Shusui is een doitsu-Sanke met onder de tekening het blauwzwart van de Shusui.

De Tancho Sanke mag maar één hi-vlek hebben. Deze moet mooi rond zijn en op de kop zitten. De rest van het lichaam is zwart-wit.

Naar Boven

Ø     Showa Sanshoku

De Showa werd voor het eerst gekweekt eind jaren twintig door de kruising van een Kohaku en een Ki Utsuri (zwarte koi met gele vlekken). Om de kleur te verbeteren werd deze meermaals gekruist met een Kohaku. Net als Sanke hebben Showa drie kleuren maar bij Sanke is de hoofdkleur wit (met rood en zwart) en bij Showa zwart (met rood en wit). Net als bij Kohaku en Sanke zijn ook bij Showa de intensiteit en verdeling van de kleuren van groot belang. Ook de aflijning is van groot belang maar dat wist u waarschijnlijk al.

Showa hebben niet alleen meer sumi (zwart) dan Sanke maar bij een Showa mag het zwart over de kop komen en bij een Sanke niet. Verder zijn de sumivlekken bij een Sanke meer rond van vorm en bij een Showa groter en grilliger. Er zijn twee koptekeningen: menware (het sumi verdeeld het hi in twee delen) en de V-vorm (het sumi vormt een V-vorm achter de kop met nog een sumi vlek op de neus). Bij Showa is ook het evenwicht tussen de kleuren van groot belang.

 

Kindai Showa : dit is een Showa met meer dan 30% wit.

Boke Showa : het sumi is vlekkerig en eerder grijs

 

De Koromo Showa wordt gekweekt uit een Ai-goromo en een Showa. Over het hi ligt een netpatroon; het kenmerk van Koromo; en bezit de Koromo Showa sumi vlekken zoals bij een traditionele Showa. Koromo Showa worden ook wel eens Ai-Showa genoemd.

De Kage Showa heeft over het wit de 'kage' tekening ('Kage' betekent schaduw), er moet ook voldoende vol sumi aanwezig zijn om het geheel mooi te doen uitkomen. De koi op onderstaande foto

De Kanoko Showa is een gespikkelde Showa waarvan de tekening nog niet geheel tot ontwikkeling is gekomen. De helderheid is wel veelbelovend voor de toekomst.

De Kin en Gin Showa is een kruising van een Ogon en een Showa. De Kin Showa hebben een gouden glans en de Gin Showa een zilveren.

De Tancho Showa mag maar één hi-vlek hebben. Deze moet mooi rond zijn en op de kop zitten. De rest van het lichaam is zwart-wit (Shiro Utsuri).

Naar Boven

 

Ø     Bekko

 

Bekko zijn niet-metaalkleurige koi die geel, rood of wit zijn met sumi-vlekken op het lichaam. Bekko worden dikwijls verward met Utsuri; maar Utsuri zijn zwart met gele, rode of witte vlekken. Men kan eigenlijk stellen dat een Shiro Bekko een Sanke is zonder hi. De sumi-vlekken moeten uiteraard mooi vol zwart zijn. De vinnen van de Bekko mogen wit zijn of sumi-gestreept.

 

De tekening op de Bekko is eenvoudig. De kleine sumi-vlekken zijn over het ganse lichaam verdeeld. Op de kop van de Bekko mag geen sumi aanwezig zijn en de kleur op de kop moet gelijk zijn aan deze van de rest van het lichaam. Sumi-vlekken die op kleine puntjes lijken worden als niet mooi ervaren. Bij een Bekko is het algemeen beeld belangrijker dan het al of niet juist zitten van een bepaalde vlek.

 

Aka Bekko : dit is een rode koi met zwarte vlekken. Aka Bekko met een mooi rode kleur zijn zeer zeldzaam. Meestal is de kleur dan ook eerder oranje getint.

Shiro Bekko: worden dikwijls verward met Shiro Utsuri. De vis moet een sneeuwwitte huid hebben en zowel op de kop als de rest van het lichaam. Doitsu Shiro Bekko zijn zeer prachtig als ze geen grote doitsu-schubben op de rug hebben.

Ki Bekko: dit is een gele koi met zwarte vlekken. Ki Bekko worden dikwijls verward met Ki Utsuri.

Naar Boven

 

Ø     Utsurimono 

 

Koi uit de Utsurimono-groep worden dikwijls verward met deze uit de Bekko-categorie. Het grootste verschil tussen beide groepen is dat Utsuri zwart zijn met witte, gele of rode vlekken, terwijl Bekko witte, gele of rode koi zijn met zwarte vlekken. Een tweede verschil is dat Utsuri een sumi-vlek hebben die over de kop doorloopt tot de neus terwijl dit bij Bekko niet het geval is.

 

Bij een Utsuri lijkt de sumi-tekening veel op deze van de Showa; maar dan zonder rood. De sumi-tekening op de kop van de Utsuri kan een V-vorm zijn of een bliksemschicht. Bij Showa is de V-vorm meer gevraagd; bij Utsuri de bliksemschicht. Bij een Utsuri moeten de sumi-vlekken tot onder de zijlijn doorlopen en bij een Bekko niet. Het sumi moet ook mooi verdeeld over het lichaam aanwezig zijn. De borstvinnen moeten sumi-vlekken hebben bij de aanzet.

 

Shiro Utsuri: is een zwarte koi met witte vlekken. Het wit mag geen gele schijn hebben en er mogen geen zwarte puntjes in voorkomen. Hoe helderder het wit hoe mooier het zwart tot zijn recht komt en hoe mooier de vis natuurlijk. De vis op de foto is werkelijk een prachtexemplaar.

Hi Utsuri: is een zwarte koi met rode vlekken. Het hi moet overal op het lichaam dezelfde intensiteit hebben. Koi als deze zijn zelden van perfecte kwaliteit maar het hier getoonde exemplaar benaderd deze toch zeer sterk. Men noemt ze soms ook wel hi-showa.

Ki Utsuri: dit is een zwarte koi met gele vlekken. Ki Utsuri zijn zeer zelden van goede kwaliteit doordat zwarte spikkeltjes in het geel dikwijls voorkomen.

 

Ø     Asagi

 

De koi is ontstaan uit één van de drie Magoi-soorten. De Asagi Magoi heeft een blauwzwarte tekening met lichtblauwe of witte randen rond de schubben; rood op de wangen, vinnen en zijkanten. De schoonheid van de Asagi zit hem voornamelijk in zijn schubbenpatroon. Asagi zijn zeer duidelijk geschubd; de schubben zijn donkerblauw met een lichtblauwe rand. Het allerbelangrijkste aan een Asagi is de gelijkmatige rangschikking van de schubben tezamen met een helder éénkleurig hoofd.

 

De kop van de Asagi moet licht blauw grijs zijn met een voorkeur voor lichtblauw. Op de wangen moeten symmetrisch verdeelde hi-vlekken aanwezig zijn die tot de ogen komen. Op de rest van het lichaam moet het hi onder de zijlijn komen met liefst een witte buik. De aanzet van de vinnen moet rood van kleur zijn. Het hi is bij een Asagi meestal oranje maar dit wordt niet erg bevonden.

 

Narumi Asagi: is een standaard Asagi volgens de huidige moderne normen.

Konjo Asagi : is een donkere Asagi; welke tegenwoordig niet zo wordt gewaardeerd.

Mizu Asagi: is een heel lichte Asagi.

Hi Asagi : is een Asagi waar het hi tot over de zijlijn; zelfs tot aan de rug loopt.

Asagi Sanke: is een Asagi met een blauwe rug en een rode kop en rode flanken.

Taki Asagi : is een gewone Asagi waarbij tussen het blauwe lichaam en de rode zijkanten een witte streep loopt.

Naar Boven

 

Ø     Shusui

 

Shusui is een kruising van een Asagi Sanke met een doitsu spiegelkarper. Shusui zijn eigenlijk Doitsu Asagi en lange tijd behoorden ze dan ook tot dezelfde categorie. In tegenstelling tot de meeste koi zijn Shusui in een kleinere maat meestal mooier gekleurd dan grotere koi. Shusui hebben net als Asagi het nadeel dat ze in kouder water de neiging hebben om donkerder te worden en zoals je weet worden deze dan waardeloos om aan wedstrijden deel te nemen.

 

De kleur is grotendeels dezelfde als die bij Asagi. De kop is blauwgrijs met hi op de kaken. De schubben langs de zijkanten en rug zijn donkerder dan de rest van het lichaam. Door het ontbreken van schubben komen de kleuren bij een Shusui beter uit dan bij een Asagi.

 

Hana Shusui: hebben hi-vlekken tussen de onderbuik en de zijlijn en tussen de zijlijn en de rug.

Ki Shusui: hebben een gelegroene rug.

Hi Shusui: hebben hi van de rug naar de buik.

Pearl Shusui: hebben zilverkleurige schubben. Ze zijn zeer zeldzaam.

Shusui-hybriden.

Er bestaan ook nog een heleboel Shusui die tot een andere soort behoren. Ze hebben namelijk allen dezelfde basiskleur blauw waarover de vlekken van een andere soort liggen.

Sanke Shusui: onder deze doitsusanke ligt het blauw van de Shusui.

Showa Shusui: moet sumi hebben en een Showa tekening met daaronder het blauw van de Shusui.

Naar Boven

 

Ø     Koromo

 

Koromo betekent 'gekleed' en zijn ontstaan door een kruising van een Kohaku en een Asagi. De hi-tekening bij een Koromo is deze van de Kohaku; maar bij een Koromo loopt er een blauw netpatroon door het rood (Asagi). Kleine Koromo zien er zelden goed uit en is het toch het geval dan krijgt de vis dikwijls meer sumi bij het groter worden.

 

Bij de Koromo is het van belang dat het hi een diepe rode kleur heeft. Een flauw oranje kleur onder het blauw netpatroon geeft de koi te weinig uitstraling. Het verschil tussen een Koromo en een Goshiki is dat de Koromo een zuivere witte basis heeft, waarbij de Asagi-invloeden als een netpatroon door het hi loopt. De 'Koromotekening' moet aan dezelfde voorwaarden voldoen als deze van de Kohaku.

 

Ai-goromo : komen het meest voor. 'Ai' betekent blauw; zo betekent Ai-goromo 'in het blauw gekleed'. De Ai-goromo heeft hi-schubben met blauwe halve cirkelvormige randen. Wat de tekening betreft ziet de Ai-goromo eruit als een Kohaku met de voorkeur voor een U-vormige koptekening.

Sumi Goromo: hebben sumi (zwart) op de hi-tekening. Dit geeft de vis een donkerder effect. Het sumi is vol aanwezig maar overheerst het hi niet. Sumi Goromo hebben niet die mooie nettekening van de Ai-goromo. Mooie Sumi Goromo zijn zeer zeldzaam. De sumi vlekken zijn meestal te groot zoals bij ons voorbeeld.

Budo Goromo: Budo betekent 'druif' en heeft betrekking op de tekening en de kleur van de koi. De paarsachtige kleur geeft de indruk van een tros druiven en komt zeer mooi tot zijn recht met het wit op de rest van het lichaam. De schubben hebben aan de voorkant rood met daarachter een paarse kleur. Een Budo Goromo mag een witte kop hebben in tegenstelling tot de Kohaku waar de tekening van de Koromo moet mee overeenstemmen.

Koromo Showa: zijn ontstaan uit een kruising van Ai-goromo en Showa. Over het hi van de Showa ligt de blauwe netwerktekening typisch voor de Koromo. Men noemt ze soms ook Ai-Showa.

Naar Boven

 

Ø     Kawarimono

 

Alle niet-metaalkleurige koi die niet tot een specifieke soort behoren. (Goshiki, Kanako Sanke, Hajiro, Kigoi,...) De meeste zijn echter afkomstig van het Karasu-geslacht en hebben een witte of oranje buik. Karasugoi betekent 'kraaivis' en dus zoals te verwachten valt hebben de vissen meestal een zwarte kleur maar dit is niet de regel. Alhoewel tot de Kawarimono-groep veel koi behoren zijn de beoordelingscriteria niet minder streng. Grote Kawarimono kunnen in wedstrijden zelfs concurreren tegen Kohaku en Sanke.

 

Sumi Nagashi: een elegante koi waarbij de schubben een wit randje hebben zodat een tekening ontstaat als bij de Asagi.

Kumonryu : betekent 'draakvis' en zijn doitsu-koi met witte vlekken op de kop, lichaam en vinnen. Vooral het contrast zwart-wit kan bijzonder mooi zijn.

Yotsushiro : hebben een witte kop, witte borstvinnen en een witte staart.

 

Hajiro : is een zwarte koi met witte uiteinden en staart- en borstvinnen.

Batsukawa-bake : hebben de eigenschap om in de loop der seizoenen van kleur te veranderen.

Doitsu Ki Matsuba: zijn gele koi met doitsu schubben.

Ki Matsuba: zijn gele koi met op het lichaam het dennenappelpatroon van de Asagi.

Matsuba-goi bestaan in het wit (shiro), geel (ki) en rood (aka) en komen dus ook voor met doitsuschubben.

 

Kage Utsuri en Showa hebben een gevlekt netwerkpatroon over het hi en shiro.

Kage Shiro Utsuri: heeft als basis het patroon van de Shiro Utsuri met het Kage over het wit van het lichaam.

Kage Hi Utsuri: heeft als basis een rood-zwarte tekening met het Kage over het rood.

Kage Showa: heeft als basis het patroon van de Showa met het Kage over het wit van het lichaam.

Goshiki : betekent 'vijf kleuren'. Deze kleuren zijn rood, wit, zwart, blauw en donkerblauw. Dikwijls komen deze kleuren gemengd op het lichaam voor waardoor de koi er vaak paars uitzien.

 

Ki-goi : is een éénkleurige niet-metaalachtige heldergele koi.

Cha-goi : is een éénkleurige niet-metaalachtige bruine koi. Cha-goi zijn vooral bekend om hun fenomenale groei en zijn het gemakkelijkst handtam te maken.

Midori-goi : zijn groene koi die ontstaan door kruising van een Shusui en een Yamabuki Ogon. Ze zijn zeer zeldzaam omdat deze niet specifiek gekweekt worden.

Ochibachigure : maken de laatste tijd veel opgang. De koi is blauwgrijs met een bruine tekening. Vooral de Doitsu Ochibachigure zijn werkelijk oogverblindend.

Naar Boven

 

Ø     Hikarimono

 

Hikari betekent 'metaalkleurig', mono betekent 'éénkleurig' maar meestal zegt men gewoon Ogon.

 

Ogon zijn metaalkleurige vissen; meestal goud- of zilverkleurig en contrasteren zeer goed in de vijver met het overwegend rood van de andere vissen. De Ogon is op het eerste zicht een vrij eenvoudige vis; maar de selectiecriteria zijn niet minder dan voor de meer complexere soorten. Ogon's worden in grote getale gekweekt door de enorme vraag van de koiliefhebbers. De Ogon heeft ook de neiging om zeer snel te groeien en kan over het algemeen een grotere lengte bereiken dan zijn collega's uit een andere soort. Bij de Ogon zijn de schubben van zeer groot belang, het missen van één schub verstoort het patroon waardoor de koi zijn waarde verliest. De kleur van de koi is minder belangrijk maar zij moet wel over heel het lichaam dezelfde tint hebben. Kleine vlekken bij jonge koi hebben de neiging mee te vergroten bij het groeien van de koi.

 

Yamabuki Ogon: 'Yamabuki' betekent geel en de Yamabuki is dan ook de meest gekende Ogon.

Purachina Ogon : ook wel Platinum Ogon (vroeger zelfs' Shirogane' wat witgoud betekent) genoemd is een witte Ogon.

Orenji Ogon: is een oranje Ogon. Het hier getoonde exemplaar mocht nog een iets vollere oranje kleur hebben.

Gin Matsuba: is een zilverkleurige koi. Matsuba hebben in het midden van iedere schub zwart waardoor er een dennenappelstructuur ontstaat op de vis. Een Matsuba wordt goed bevonden als er op de kop geen zwart aanwezig is. Matsuba bestaan ook in het rood en geel.

Naar Boven

 

Ø     Hikari-Utsurimono

 

Hikari betekent 'metaalkleurig', Utsuri betekent 'weerspiegeling' en mono betekent 'éénkleurig'. Eigenlijk zijn het Ogon's die gekruist zijn met een Utsuri of een Showa.

 

Hikari-Utsurimono zijn hoofdzakelijk Showa en Utsuri; hun tekeningen op lichaam en vinnen worden dan ook zo beoordeeld alsof het Showa en Utsuri zijn. Topkwaliteit vissen is in deze categorie een zeldzaamheid doordat de metaalglans dikwijls de kleuren van de vissen vervaagt. Hier wordt de Showa Kin-Showa genoemd, de Shiro Utsuri wordt Gin-Shiro, de Hi- en de Ki-Utsuri worden Kinki Utsuri genoemd.

 

Hi Utsuri: dit is een metaalkleurige Hi Utsuri waarbij 'hi' staat voor 'rood' en Utsuri voor de tekening.

Kin (Gin) Showa: Kin Showa hebben een gouden glans terwijl Gin Showa een zilverkleurige glans hebben.

Gin Shiro: is een metaalkleurige Shiro Utsuri.

Kinki Utsuri: je hebt 'Kin Ki' en 'Kin Hi' Utsuri waarbij de benaming slaat op de kleur van de koi. Eerder geel of geeloranje 'ki'; rood en oranjerood 'hi'. De tekening is deze van de Utsuri.

Naar Boven

 

Ø     Hikarimoyo-mono

 

Deze categorie omvat alle andere metaal gekleurde koi, die niet in de Hikarimono- of Hikari Utsurimono klasse vallen. Koi uit de Hikarimoyo-mono groep zijn ontstaan uit een kruising van een Purichina Ogon en eender welke andere soort behalve Utsuri. Vooral de Doitsu vissen kunnen adembenemend mooi zijn. Yamatonishiki, Kujaku en de Hariwake koi zijn het meest bekend.

 

Hikarimoyo-mono hebben allemaal een metaalachtige onderkleur (meestal wit) waarop alle andere kleurenvlekken aanwezig kunnen zijn. Bij de beoordeling gaat men de koi altijd in zijn geheel bekijken. Het al of niet hebben van een bepaalde vlek op een bepaalde plaats maakt niet zoveel uit. Algemeen genomen mogen op de kop geen vlekken aanwezig zijn maar dit wordt niet als een ernstig minpunt aanzien.

 

Kujaku : De Kujaku is ontstaan uit Shusui, Hariwake en Matsuba. Een Kujaku is een (doitsu) platinumkleurige koi met hi-vlekken. Op de schubben ligt het dennenappelmotief van de Matsuba.

Yamatonishiki : is een metaalkleurige Sanke waarvan vooral de Doitsu indrukwekkend mooi zijn.

(Doitsu) Kikisui: betekent 'waterchrysant' en is een (doitsu) platinumkleurige Kohaku.

Sakura Ogon: is een Kohaku met een metaalkleurige glans.

 

Doitsu Kujaku: een Doitsu Kujaku is een platinumkleurige koi met hi-vlekken en alleen sumi op de schubben van de rug en zijlijn.

Yamabuki Hariwake: is een zilverkleurige koi met metaalachtige gele vlekken. De vlekken mogen echter niet op de kop voorkomen.

Orenji Hariwake: is een zilverkleurige koi met metaalachtige oranje vlekken. De vlekken mogen normaal echter niet op de kop voorkomen maar dat is een kwestie van smaak natuurlijk.

Hariwake : hebben twee metaalachtige kleuren: platinum en oranje of goud. De vlekken van de getoonde koi is een mengeling van de twee andere.

Naar Boven

 

Ø     Tancho

 

De Tancho wordt in Japan zeer gewaardeerd vanwege de overeenkomst met de Japanse vlag. Tancho betekent 'rode vlek op de kop' en de benaming is afkomstig van de nationale vogel van Japan (de Tancho kraanvogel) welke een rode ronde vlek op zijn kop heeft. Tancho zijn ook buiten Japan zeer gegeerd vanwege zijn eenvoudige schoonheid. Eenvoudig wil niet zeggen simpel om te kweken. Het is duidelijk dat het kweken van een perfecte Tancho grote moeite kost.

 

Het opvallendste kenmerk van de Tancho is de hi-vlek op de kop. De rest van het lichaam mag absoluut geen hi-vlekken hebben. De hi-vlek moet in het midden van de kop zitten en mag niet over de ogen vallen. Vissen met een perfect ronde vlek worden het hoogst gewaardeerd. Meestal bezit een Tancho andere vormen; zoals een ovaal, ruit of hartvormige vlek. Het lichaam moet sneeuwwit zijn en overal dezelfde intensiteit hebben. Dikwijls komt men Tancho tegen waarvan de kop of het lichaam eerder

 

Tancho : dit is de klassieke Tancho. Volledig wit met een rode ronde vlek op de kop.

Tancho Showa: hebben de tekening van de Shiro Utsuri plus een rode ronde vlek op de kop.

Tancho Sanke: hebben de tekening van de Shiro Bekko plus een rode vlek op de kop.

Tancho Asagi: de rode Tancho-vlek kan op iedere andere vis voorkomen. Op de foto zien we ze bij de Asagi.

Naar Boven

 

Ø     Kinginrin

 

Kinginrin staat voor gouden zilverachtige schubben. De vissen worden zeer gewaardeerd omwille van het glinsterend effect in de zon en daardoor altijd opvallen tussen de andere koi. Men spreekt van Kinginrin als op de koi minimum 20 schubben aanwezig zijn. Ginrin komt nagenoeg bij alle varianten voor.

 

Kinginrinschubben bestaan met verschillende tekeningen.

 

Kado-gin : Bij dit soort van schubben schitteren enkel de randen.

Beta-gin : Bij dit soort van schubben glimt het hele oppervlak van de schub. Beta-gin schubben geven aan de koi de mooiste schittering.

Pearl Ginrin: Bij dit soort van schubben glimt het middelste gedeelte van iedere schub.

Diamond Ginrin: Dit soort van schubben schitteren als diamanten. In Japan worden ze niet zo gewaardeerd omdat de schittering te overheersend is.

Naar Boven

 

Kweken van Koi

 

Het is moeilijk om het geslacht van koi te bepalen voor ze geslachtsrijp zijn, bij een lengte van 25-30cm.

Mannetjes blijven slank terwijl de vrouwtjes groter worden en een ronde buik krijgen die tijdens de paaitijd nog veel ronder wordt. De waterkwaliteit, het lengen van de dagen en een stijging van de watertemperatuur stimuleren het paaigedrag. Als de koi bijna in paaiconditie is, krijgen de mannetjes een door knobbeltjes op hun kop en voorste vinstralen. De druk die het mannetje uitoefent op de opgezwollen buik van het vrouwtje maakt dat zij vele duizenden piepkleine, doorschijnende kleverige eitjes uitstoot. Als het vrouwtje haar eitjes loslaat, hechten deze zich aan elk oppervlak. Het mannetje scheidt op dat moment hom (sperma) uit om de pas gelegde eitjes te bevruchten. Het paaien gebeurt het liefst in ondiep begroeide gedeeltes in het water en vindt meestal in de vroege ochtenduren plaats.

Veel eitjes worden echter gelijk weer opgegeten en de waterkwaliteit gaat snel achteruit doordat zich ammoniak ophoopt. Door paaitouwen in een ondiep gedeelte van de vijver te leggen kun je de koi daar de eitjes af laten zetten. Het is dan wel zaak om deze paaitouwen gelijk na de paring te verwijderen en in een aparte bak of vijver uit te laten komen.

 

Jongbroed gebruikt zeer veel zuurstof, dus zorg ervoor dat er ten alle tijden genoeg zuurstof in het water aanwezig is. Eitjes hebben ongeveer 100° dagen om uit te komen (4 tot 5 dagen van 20°C). Ze verbruiken hun dooierzak in de eerste dagen en hebben daarna pas voedsel nodig. Ze hebben in het begin vooral behoefte aan microscopisch kleine voederdiertjes nodig. Pekelkreeftjes, stofvoer, speciaal opkweekvoer of zelfs een hardgekookt ei, ze vinden het geweldig. Voer vaak, heel vaak, kleine hoeveelheden per dag. Men dient wel zeer regelmatig de waterkwaliteit te testen en water te verversen.

 

Verwacht geen grote kwaliteit van een eigen kweek. Koi plant zich niet raszuiver voort, hun nakomelingen vertonen allerlei kleuren en formaten en lijken vaak in het geheel niet op de ouders. Selecteer in een vroeg stadium de slechte exemplaren eruit en vernietig deze op een humane wijze. Denk er aan dat bij een commerciële kweker er slecht enkele honderden vissen overblijven van de 300-400.000 eitjes. 

Naar Boven

 

Filters

 

Inleiding.

 

Veel koi hobbyisten zijn begonnen met een vis/planten vijver. In een vis/planten vijver zorgen de planten en zuurstof voor een natuurlijk evenwicht. Wanneer deze elementen in juiste verhouding zijn dan spreken we van een biologisch evenwicht.

In de meeste koi vijvers zult u echter geen planten tegenkomen. Veel koi is nogal gek op uw planten en zullen deze keer op keer vernietigen. Wij hebben echter wel een gedeelte van onze vijver gereserveerd voor de planten. Al deze planten staan in manden die gevuld zijn met substraat. Wij hebben zowel een plantenfilter als ook langs vrijwel de gehele rand van de vijver planten in manden aangebracht.

Filters moeten altijd zo goed mogelijk werken. Als een filter verstopt raakt moet deze gereinigd worden en zal een groot deel van de waardevolle bacteriële laag, die in de loop van de jaren is opgebouwd, verloren gaan. Als het filter daarna weer wordt opgestart zal deze aanzienlijk minder goed werken.

Het gebruik van open filtermateriaal zal er voor zorgen dat ons filtermateriaal minder snel vertopt zal raken. Tevens zullen we filtermaterialen moeten gebruiken die zich makkelijk laten reinigen. Gewoonlijk stroomt water in alle filtersystemen omhoog door de media, maar als er schuim in de kamers wordt gebruikt is dit juist andersom. Het voordeel van opwaartse stroming is dat het vuil, dat altijd zakt, in het onderste gedeelte van de filterkamer achterblijft. Door deze filterkamers regelmatig te legen kant al dit het vuil verwijderd worden. Filtermaterialen dienen altijd met vijverwater schoongespoeld te worden. Gebruik nooit leidingwater, dit zal uw waardevolle bacteriën doden. 

 

De wijze waarop Koi's het water vervuilen.

 

In de vrije natuur zijn karpers de hele dag bezig met het zoeken naar eten. Ze leven van kleine waterdiertjes, insecten en waterplanten. Een karper eet dus de hele dag door kleine hoeveelheden. In onze vijvers is niet genoeg van dit voedsel aanwezig waardoor wij onze koi's moeten bijvoeren.

Een koi heeft maar een kleine maag waardoor veel voedsel weer onverteerd in het water komt. Dit onverteerde voedsel geeft een grote aanslag op de waterkwaliteit. Daardoor is het van groot belang onze koi meerdere malen per dag kleine porties voer te geven waardoor het voedsel beter wordt verteerd en het water minder vervuilt.

Het voer dat wij onze koi geven bestaat uit eiwitten. Deze worden door de koi verteerd en omgezet in een afvalproduct ammonia. Ammonia is een giftige stof. Wanneer een koi lang in water zwemt met een hoge ammonia concentratie zal hij ziek worden en sterven. Nu helpt de natuur ons een handje, want er zijn bacteriën die ammonia omzetten in nitriet. Nitriet is ook een giftige stof die we niet in de vijver willen hebben, maar nu zijn er weer bacteriën die nitriet kunnen omzetten in nitraat. Nitraat is een minder giftige stof. De koi's kunnen hier een vrij hoge concentratie van verdragen. Nitraat kunnen we zelf verminderen door water wissels en door plantenfilters aan te leggen. Planten vooral gele lissen zijn echte nitraat vreters. Het proces van het omzetten van ammonia naar nitriet en dan naar nitraat wordt de stikstofkringloop genoemd

 

Waaraan moet een goed filter voldoen?

Een filter voor de koivijver bestaat altijd uit een biologisch gedeelte. Het biologische gedeelte is het hart van de filter. In combinatie met een goed mechanisch filter zal dit biologisch gedeelte nog beter functioneren. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat de mechanische filtratie voor de biologische filtratie komt. Een chemische filtratie kan dit geheel nog ondersteunen maar is niet noodzakelijk.

Ook de volgende begrippen zijn belangrijk voor een goed filter

Verblijftijd:

Onder verblijftijd verstaan we de tijd waarin het water in het filter verblijft.

Contacttijd:

Onder contacttijd verstaan we de tijd dat het water contact heeft met het filtermateriaal.

Specifieke oppervlakte:

Dit is een gegeven oppervlakte van het filtermateriaal per kubieke meter. Bijvoorbeeld Japanse mat heeft een SO van 275 mr/m3. Hoe meer specifieke oppervlakte een filtermedium heeft hoe meer bacteriën zich hieraan kunnen nestelen.

Vrije ruimte:

Onder vrije ruimte verstaan we de "lege"ruimte tussen het filtermateriaal. Lavasteen heeft een vrije ruimte van ongeveer 40% en Japanse mat heeft een vrije ruimte van ongeveer 95%. Als een filtermedium een grotere vrije ruimte heeft is de doorstroom beter en minder kan op verstoppingen, waar rottingsprocessen kunnen beginnen.

Tijdens de contacttijd van het water met het filtermateriaal, wordt het water ontdaan van zijn giftige stoffen. Bacteriën zijn passieve organismen die niet op zoek gaan. Daarom moeten we ervoor zorgen dat het voedsel voor de bacteriën (de ammoniak en nitriet) bij de bacteriën komt. De bacteriën zetten nh3 in milliseconden om. Maar voor een beter rendement van het filter te krijgen moet het water lang genoeg in het filter verblijven. Een goede verblijf en contacttijd is alleen te verkrijgen wanneer het vijverwater gelijkmatig wordt verdeeld over het filtermedium. Een goed gedemisoneerd filter is dus belangrijk. Een contacttijd van 12 minuten is ideaal.

Enkele zaken waaraan een goed filter nog meer aan moet voldoen:

  1. makkelijk te onderhouden
  2. makkelijk te inspecteren zijn door de eigenaar, of er zich bijvoorbeeld geen vuil ophoopt

 

Soorten filtratie

 

Zonder rekening te houden met de aard of vorm van de filter zijn er drie soorten van filteren welke in de praktijk elkaar meestal overlappen.

Mechanische filtratie:
In het water zweven grote en kleine vaste deeltjes (feces, draadalg en andere onzuiverheden) welke uit het water dienen te worden verwijderd. De meest eenvoudige methode is de waterstroming te vertragen in de filter zodat de zwaartekracht zijn werk kan doen. In de praktijk gebruikt men hiervoor meestal een draaikolkfilter of vortex gevolg door een aantal kamers gevuld met filtermateriaal; vandaar dat men spreekt van een multi-chamber-filter. In de multi-chamber-filter plaats men filtermedia welke uiteraard van grof naar fijn dienen geplaatst te worden. Een standaard filter kan er dus als volgt uitzien. Eerst een vortex, gevolgd door een driekamerfilter met in het eerste vak borstels, in de tweede kamer bioringen (flocor) en in de derde kamer Japanse matten.

 

Biologische filtratie:
Het uitgangspunt van een biologisch werkend filter is om door middel van micro-organismen een betere en snellere omzetting te verkrijgen van organische bestanddelen als afvalstoffen en niet opgegeten voedsel. Deze afvalstoffen worden omgezet in ammoniak en grote concentraties ammoniak zijn giftig voor vissen. Daarom dient het ammoniak afgebroken te worden tot ongevaarlijke stoffen. Dit afbraakproces gebeurt in twee stappen.

Een eerste stap is het omzetten van ammoniak in nitriet door de Nitrosomonasbacterie. Nitriet is uiteraard ook giftig voor onze koi.

De tweede stap is dus het nitriet om te zetten in nitraat door de Nitrobacter bacterie. Nitraat wordt opgenomen door planten in de vijver. De meeste koivijver bezitten echter geen planten en daar verdwijnen te hoge concentraties nitraat uit het water door de waterverversingen. Deze gebeuren langs de bodemdrainage van de filter. Teveel nitraat in de vijver zorgt voor algen!!!!! De hiergenoemde bacteriën zijn aëroob wat wil zeggen dat ze zuurstof nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Wanneer de afvalstoffen zich ophopen op de bodem van de filter komt de groei van anaërobe bacteriën op gang wat het biologisch hart van de filter dood. Het is dus van het allergrootste belang om deze ophoping in de filter (of vijver) te vermijden.

De anaërobe bacteriën zetten zich vast op de filtermedia. Daarom is het van het grootste belang dat de aanhechtingsoppervlakte voor de bacteriën zo groot mogelijk is. Voor nieuwe vijvers kan het tot een jaar duren eer er voldoende nitrificerende bacteriën aanwezig zijn in de filter. De pomp van de filter mag NOOIT uitgezet worden want anders sterven de bacteriën af. In de handel kan men nitrificerende bacteriën kopen om het proces te versnellen.

 

Chemische filtratie:
Chemische filtratie zuivert het water door middel van absorptie van chemische stoffen. Actieve kool is het meest gebruikte chemische filtermedium. Dit kan men gebruiken om ammoniak, fosfaten, organische afvalproducten of geneesmiddelen uit het water te absorberen. Als gevolg hiervan moet men gedurende een waterbehandeling met geneesmiddelen steeds de actieve kool uit de filter halen. Het nadeel van actieve kool is dat de absorptiecapaciteit snel is opgebruikt en dat deze niet opnieuw bruikbaar te maken is door uitspoeling. Als gevolg hiervan gebruikt men bij grotere vijvers eerder zeoliet stenen als chemisch filtermedium. Zeoliet filtert ammoniak uit het water en heeft als voordeel dat men het kan hergebruiken. Het verzadigde zeoliet wordt schoongemaakt in een zoutoplossing. Vooraleer men de steentjes terug in de filter zet, worden ze eerst grondig met vijverwater gespoeld om het zout terug te verwijderen. Wanneer men zeoliet gebruikt mag men nooit zout aan het water toevoegen aangezien ammoniak en andere geabsorbeerde stoffen dan in de vijver terugstromen. Het gebruik van zeoliet is een omslachtig en tijdrovend werk; daarom zijn wij er geen voorstander van. Wij gaan ervan uit dat je beter kan voorkomen dan genezen. Dus zorg dat er geen ammoniak en andere onzuiverheden in het water komt door regelmatige waterverversingen.

 

 

Het pomp gevoede filter en Het gravity filter.

Er zijn twee manieren om een Koivijver te voorzien van een goed filtersysteem, en dat is "Het pomp gevoede filter" en "Het gravity filter".

·  Het pomp gevoede filter.

·  Het gravity gevoede filter.

Het pomp gevoede filter.
Bij 'pomp' gevoederde filters staat de filter boven op de grond. Het filter staat boven het waterniveau van de vijver. Het water wordt in de filter gepompt, we noemen dit ook 'Natte pomp opstelling'. Vanaf de pomp die in de vijver ligt, zal bij dit systeem gebruikt gemaakt worden van een versterkte of niet versterkte soepele spiraalslangen tot aan de UV lamp, of indien geen UV lamp is geplaatst, tot aan de filter. Juist voor de UV lamp kan een magneetfilter geplaatst worden. Deze heeft een heilzaam effect op draadalgen. Bij de 'pomp' gevoederde filters zal de eventuele ultraviolet stralen (UV lamp) vóór de eigenlijke filter moeten geplaatst worden. In een UV lamp moet nu eenmaal het water gepompt of geperst worden. Het water dat uit de filter komt stroomt boven het waterniveau terug in de vijver. Als u de filter toch boven de het waterniveau moet plaatsen, kan men misschien de filter iets hoger plaatsen, zodat je van uit de uitgang(retour) van de filter, een waterval kan creëren via vb.: uitgang waterniveau filter volgens schema.
Bekijk dit schema.
<>

Het nadeel van dit systeem is dat men met een zwaardere pomp moet werken. Het water moet namelijk vanaf de boden tot boven in de filter gepompt worden. Dit resulteert natuurlijk in een hogere elektriciteit kost. Let wel, de duwkracht van een pomp in de vijver moet berekent worden vanaf het waterniveau. De pomp gevoede filtertypes zijn ontworpen met conische bodems, waardoor het vuil onderaan verzameld wordt en kan geloosd worden. Dit gebeurt natuurlijk door het openzetten van de afvoerkranen.

Het gravity gevoerde filter.
Voor de koivijver gebruikt men meestal een gravity -filter, of ook communicerende vaten genoemd. Dit filtertype wordt in een filterkelder naast de vijver onder de grond geplaatst. Deze filterkelder wordt best gebouwd in steen. Deze wordt dan meestal bovenaan afgedekt, vaak met hout. Het filter wordt via een bodemdrain of bodemafvoer, gevoed van het vijverwater door de natuurlijke kracht namelijk de communicerende vaten. De vijverbodem wordt conisch gebouwd zodat het vuil zich in de diepste punten kan verzamelen in de nabijheid van een bodemdrain. Het aangevoerde vijverwater wordt eerst door een vortex of zeef gezuiverd van het meeste grof organisch afval om dan mechanisch en via biologische filtermaterialen te worden verder gefilterd. De pomp die dan in de filterkelder staat, staat achter de filter en pompt het water terug in de vijver, door de UV lamp terug onder waterniveau via een wanddoorvoer. Gezien de pomp na de filter is aangesloten, kan de filterlijn natuurlijk nog uitgebreid worden met een ozon installatie, tricklefilter (druppelfilter), zandfilter, enz om het vijverwater nog betere te zuivering. De bodemafvoer (bodemdrain) wordt aangesloten op een pvc buis van 110 mm of 80 mm. Dit filtertype kan afval dat zich op de bodem ophoopte zoals bladeren, uitwerpselen enz., vervoeren naar het filter. Voor dit filtertype gebruikt men harde pvc buizen. De gravity filtertypes zijn ontworpen met conische bodems, waardoor het vuil onderaan verzameld wordt en kan geloosd worden. Dit gebeurt natuurlijk door het openzetten van de afvoerkranen. In de vijver kan geen sprake zijn van storende elementen zoals slangen, substraat of lava.
<>

Het voordeel van dit type vijver is dat de elektriciteit rekening lager is dan bij een pomp gevoede filter. Je heb namelijk een minder krachtige pomp nodig omdat deze alleen het water moet duwen en rond pompen, tenzij je een tricklefilter aanvoert. Maar meestal wordt deze gevoed door een andere pomp, voorbeeld via een skimmer lijn.

Naar Boven

 

Plantenfilter:

 

Een heel ander filter die men zou kunnen toepassen in een koi (of andere visvijver) is een plantenfilter

 

 

De aanleg en het gebruik van een helofytenfilter (=plantenfilter).

 

Door het houden van (vaak te veel) vissen in de vijver gebeurt het nogal eens dat het water dusdanig vervuilt dat de aanwezige planten het water niet in balans kunnen houden (lees helder houden). Nu zijn er de laatste jaren nogal wat filters en filtersystemen op de markt gekomen die prachtig als hulpmiddel kunnen fungeren en (mits van voldoende capaciteit) voor prima resultaten zorgen. Echter niet altijd is het datgene wat men als vijverliefhebber wil, we horen steeds vaker de wens dat men naar mogelijkheden zoekt om het water op een zo natuurlijk mogelijke manier helder te houden.

Het gebruik van een helofyten (=moeras)filter kan zeer goede resultaten opleveren, een nadeel kan zijn dat hiervoor wel extra ruimte beschikbaar moet zijn. Globaal komt de werkwijze op het volgende neer: Het water uit de vijver wordt met behulp van een (vuilwater)pomp in een moeras gepompt, waar het door een filtersubstraat beplant met moeras- en oeverplanten loopt. Met name de hierin groeiende planten zullen door het opnemen van het benodigde voedsel de verontreinigingen uit het water halen.

 

De vraag is nu, hoe leg je zo’n helofytenfilter aan en hoe groot moet zoiets zijn.

Welnu, zoals dat meestal gaat, is ook hier het stellen van een vraag eenvoudiger dan het geven van een duidelijk eensluidend antwoord. We zullen echter proberen of we daar door het geven van wat algemene tips en voorbeelden uit kunnen komen.

 

In de eerste plaats de technische realisatie; De wordt hieronder kort omschreven.

In de buurt van de vijver wordt een nieuwe vijver gegraven met een egale diepte van ± 40 a 80 cm. De vorm van deze moerasvijver doet er niet zoveel toe, het mag zelfs smal, langgerekt zijn als het ware in de vorm van een sloot. Belangrijk is wel de oppervlakte van deze moerasvijver, hier geldt simpelweg: hoe groter, hoe beter. De minimumeisen hieraan gesteld worden in direct verband gesteld met de hoeveelheid en soorten vis in de vijver, en uiteraard of er sprake is van een ondersteunend filter of dat dit filter het geheel moet klaren. Als minimum stellen we 10 % van de oppervlakte van de vijver voor en zoals gezegd een maximum is er niet. Een absolute vereiste is wel dat het niveau (bovenkant moerasvijver) minimaal 15 cm. hoger ligt dan de vijver. Nu de filtervijver gegraven is brengen we eerst een stevige beschoeiing aan, dit kan in de vorm van (hard)hout, steen of (en dat heeft mijn voorkeur) platen en stroken gerecycled kunststof. Dit laatste is makkelijk verwerkbaar en absoluut onderhoudsvrij, daar komt bij dat de kleur onopvallend neutraal is.

Voor de verdichting gebruiken we minimaal EPDM rubberfolie van 1 mm dik. Op de bodem leggen we b.v. spiraalsgewijs drainagebuis waarvan we één eind afsluiten en het andere eind tot aan de rand van de moerasvijver brengen om daar de persslang van de vijverpomp aan te sluiten. Op de bodem komt nu een laag grint van ± 20 cm. en dit grint bedekt dus de gelegde drainagebuis. We leggen een laag antiworteldoek op het grint en brengen daaroverheen een laag vijversubstraat aan van minimaal 15 cm. In dit substraat worden de moeras- en oeverplanten geplant. Reken op 4 a 6 planten per m² en beperkt u in de soorten.

 

Belangrijke planten voor in een plantenfilter
Deze planten halen de fosfaten d.m.v. hun wortels uit het water.
Het voedingsgehalte in de vijver daalt waardoor de algengroei minder wordt!


Alisma plantago aquatica - waterweegbree
Acorus calamus -Kalmoes
Carex gracilis -Slanke zegge
Carex pseudocyperus -Cypres zegge
Carex stricta
Cyperus longus!! -Cypergras
Glyceria maxima -Bont liesgras
Iris pseudacorus -Gele lis
Juncus effusus -Pitrus
Juncus glaucus -Blauwe bies
Mentha aquatica -Watermunt
Phalaris arundinacea -Rietgras

Phragmites australis - gewoon riet

Ranunculus lingua -Grote boterbloem
Scirpus lacustris - mattenbies
Sparganium erectum -Grote egelskop

Typha angustifolia -Kleine lisdodde
Typha laxmannii - Lisdodde

 

Op de voorgrond kunt u eventueel nog wat Myosothis palustris (moerasvergeet-mij-nietje) of Menyanthus trifoliata (waterdrieblad) planten. Zolang er open water in het moerasfilter aanwezig is, is het raadzaam in de zomer (vanaf half mei) waterhyacint op het water te leggen. Deze planten zullen een gigantische hoeveelheid voedingsstoffen uit het water halen. Houd er rekening mee dat de planten niet netjes op de plaats blijven staan waar u ze geplant hebt, maar dat ze het hele moerasfilter zullen doorgroeien. De capaciteit van de pomp dient ongeveer éénderde van de inhoud van de vijver te zijn. Maar dit is ook afhankelijk van de grootte, waterdoorlaatbaarheid en terugvloeicapaciteit van het helofytenfilter.

Naar Boven

 

Filtermaterialen

 

Filtermaterialen zijn er in allerlei soorten en maten te verkrijgen. Zij moeten zorgen voor de mechanische, biologische en chemische reiniging van je vijverwater.

Voor elk soort filter kun je kiezen uit verschillende filtermaterialen.

Ø      Aquamatten

 

Aquamatten zijn slierten van matten die in het water geplaatst worden. Het rechtstreeks plaatsen van de matten in de vijver zorgt voor een storend element in het water. Daarom zien we het gebruik van aquamatten niet vaak in een 'echte' koivijver. Aquamatten worden voornamelijk gebruikt in de vijver om de helderheid van het water te verbeteren. Op de slierten kan zich een optimaal bacterieleven ontwikkelen en dat zorgt voor een natuurlijke filtering van het vijverwater.

 

Ø      Borstels

 

Borstels dienen in eerste instantie gebruikt te worden als mechanische filtratie en niet of in veel mindere mate als biologische filtratie. Borstels worden dan ook bij voorkeur in de eerste kamer van een meerkamerfilter geplaatst.

 

Na verloop van tijd zullen de borstels vol met vuil komen te zitten. Je laat de filterkamer waar de borstels inzitten leeglopen via de afvoer van de filter en spoelt de borstels af door er enkele emmers vijverwater door te gieten. Als de borstels terug proper zijn sluit je de afvoer en kan de filter terug in werking worden gesteld. Op deze manier zullen de broodnodige micro-organismen gespaard blijven.

Als de borstels heel erg vervuild zijn of blijven na het doorspoelen met water kunnen deze ook verwijderd worden om deze grondig uit te spoelen. Hierbij zullen wel wat van de nuttige micro-organismen verloren gaan maar zoals we eerder melden is en blijft de hoofdzaak van borstels een mechanische filtering.

 

Ø      Honinggraat

 

Honingraat of ook wel bioblokken genoemd worden als overgang tussen de eerste en tweede fase van de filter gebruikt. De eerste fase bestond uit een mechanische filtratie of het verwijderen van grof vuil. De tweede fase is een biologische filtratie en gaan we het water zuiveren van het kleinere organische vuil. Bioblokken worden zowel als mechanische filtratie als biologische filtratie gebruikt.

 

Bioblokken scoren het best op waterdoorstroming, wat wil zeggen dat zij niet snel de neiging hebben tot dichtslibben. Toch dienen zij zeer goed onderhouden te worden omdat anders het filterend vermogen sterk afneemt en het reinigen bijna onmogelijk wordt doordat het vuil moeilijk te bereiken is. Eenmaal in de week met enkele emmers vijverwater doorgieten om zo de ergste vervuiling weg te spoelen

 

Ø      Japanse matten

 

Japanse matten worden gebruikt in de tweede fase van de filter. De eerste fase bestond uit een mechanische filtratie of het verwijderen van grof vuil. De tweede fase is een biologische filtratie en gaan we het water zuiveren van het kleinere organische vuil.

Japanse matten hebben niet enkel tot doel een laatste stap te zijn in het zuiveren van water door het tegenhouden van de nog kleinere vuildeeltjes maar zullen ook als huisvesting dienen voor de miljarden nuttige bacteriën, nodig voor het omzetten van schadelijke afvalstoffen (nitriet, nitraat) naar stoffen die niet of minder schadelijk zijn. Goede beluchting is dus noodzakelijk.

 

Japanse matten hebben snel de neiging tot dichtslibben waardoor zij zeer goed moeten onderhouden worden. Als algemene regel geldt dat men biologische filtermaterialen minder vaak schoon maakt zodat de bacteriekolonie op peil blijft. Wanneer blijkt dat met de loop der tijd toch teveel organisch vuil de biologische filtermaterialen belasten zal men voorzichtig en 1 filterkamer per keer dit biologische deel voorzichtig reinigen door het spoelen met vijverwater.

 

Ø      Nylon matten

 

Nylon matten worden net als Japanse matten gebruikt in de tweede fase van de filter. Nylon matten worden net als Japanse matten nooit in hun geheel gebruikt. Doordat ze de neiging hebben om sneller dicht te slibben dan Japanse matten, dient men deze matten zeker in honingraatstructuur te plaatsen. Uiteraard mogen de Nylon matten net als Japanse matten niet tot op de bodem van de filterkamer komen.

 

Ook hier geldt, filtermateriaal minder vaak schoon maken zodat de bacteriekolonie op peil blijft. Wanneer blijkt dat met de loop der tijd toch teveel organisch vuil de biologische filtermaterialen belasten zal men voorzichtig en 1 filterkamer per keer dit biologische deel voorzichtig reinigen door het spoelen met vijverwater.

 

Ø      PPC filtermatten

 

Matala of PPC matten worden net als Japanse matten gebruikt in de tweede fase van de filter. De eerste fase bestond uit een mechanische filtratie of het verwijderen van grof vuil. De tweede fase is een biologische filtratie en gaan we het water zuiveren van het kleinere organische vuil.

 

Ze zijn verkrijgbaar in vier verschillende grofheden. De zwarte Matala mat is het grofst, de groene is medium grof, de blauwe heeft een fijnere structuur en de witte een extra fijne structuur.

Matala matten worden net als Japanse matten nooit in hun geheel gebruikt. Door het afwisselen van een grove Matala mat met een fijnere Matala mat kan een blijvende doorstroming gewaarborgd worden en verminderd de kans op dichtslibben. Hierdoor kunnen we de tussenstrippen voor het maken van een honingraatstructuur zoals bij de Japanse mat weg laten. Hierdoor ontstaat een rendabelere benutting van de filterkamer waardoor er meer nuttige micro-organismen zich kunnen ontwikkelen. Uiteraard mogen de Matala matten net als Japanse matten niet tot op de bodem van de filterkamer komen.

 

Het onderhoud is gelijk aan de Japanse matten.

 

Ø      Losse filtermaterialen

 

Losse filtermedia wordt geplaatst in het tweede of derde filtergedeelte om het water te zuiveren van klein organisch vuil. Ze zijn verkrijgbaar als bioballen, flocor, Syporax, enz...

Allen zijn 'kunststof'-filtermaterialen voor biologische filtratie, waarbij tijdens het ontwerpen gestreefd werd om een optimale hechtingsoppervlakte/volume verhouding te bekomen zonder de stroming in de filter af te remmen. Er is een rooster in de filterkamer nodig om de losse filtermedia te plaatsen.

 

Losse filtermaterialen zijn relatief gemakkelijk te onderhouden.

Bioballen hebben wel dikwijls het nadeel dat ze in de filter drijven zodat men ze met een filtermat moet afdekken en verzwaren om te voorkomen dat ze overal gaan rondzweven of de pomp blokkeren. Het reinigen van bioballen is niet gemakkelijk omdat ze daarvoor dikwijls uit de filterkamer dienen gehaald te worden.

Flocor is nog moeilijker te reinigen omdat het vuil zich dikwijls ophoopt en vastzet aan de binnenkant van de stukjes slang.

Syporax-pijpjes zijn superieur in aanhechtingsoppervlakte. Syporax is wel 5x zo duur als de gemiddelde prijs van filtermedia maar het heeft 4 tot 5 keer meer rendement.

Losse filtermedia scoren het best op waterdoorstroming, wat wil zeggen dat zij niet snel de neiging hebben tot dichtslibben. Toch dienen zij zeer goed onderhouden te worden omdat anders het filterend vermogen sterk afneemt en het water gewoon langs de losse filtermedia stroomt.

 

Ø      Poreus filtermateriaal

 

Poreus gesteente behoort eigenlijk ook tot de losse filtermedia zoals bioballen en flocor. Het poreus gesteente wordt geplaatst in het tweede of derde filtergedeelte om het water te zuiveren van klein organisch vuil. Ze zijn verkrijgbaar als filtersubstraat in zakken van 25L.

Gletsjerrock wordt evenals gletsjersubstraat in de natuur gewonnen. Door de enorme poreusheid krijgt u gigantische aantallen nitrificerende organismen in uw biologische filter. Er is een rooster in de filterkamer nodig om de losse filtermedia te plaatsen.

 

Dit soort filtermateriaal slibt zeer snel dicht en dient dus regelmatig onderhouden worden. Doe dit zoals met alle filtermaterialen alleen met vijverwater om de bacteriehuishouding niet uit haar evenwicht te brengen.

 

Ø      Zeoliet en actieve kool

 

Zeoliet en actieve kool behoren tot de chemische filtratie en zuiveren het water door middel van absorptie van chemische stoffen. Actieve kool is het meest gebruikte chemische filtermedium. Dit kan men gebruiken om ammoniak, fosfaten, organische afvalproducten of geneesmiddelen uit het water te absorberen. Bij grotere vijvers gebruikt men eerder zeoliet stenen als chemisch filtermedium. Chemische filtermedia worden meestal in het laatste filtergedeelte geplaatst.

 

Zeoliet is het meest gebruikte chemische filtermedium voor koivijvers. Zeoliet gebruikt men om ammoniak, fosfaten, organische afvalproducten of geneesmiddelen uit het water te absorberen. Elke gram zeoliet zal ongeveer 2 mg ammonia absorberen. Dus 1 kg zeoliet zal zo'n 2 liter ammonia opnemen.

Gedurende een waterbehandeling met geneesmiddelen steeds het zeoliet uit de filter halen.

Actieve kool is het meest gebruikte chemische filtermedium voor kleinere toepassingen zoals aquaria. Dit kan men gebruiken om ammoniak, fosfaten, organische afvalproducten of geneesmiddelen uit het water te absorberen. Als gevolg hiervan moet men gedurende een waterbehandeling met geneesmiddelen steeds de actieve kool uit de filter halen. Het nadeel van actieve kool is dat de absorptiecapaciteit snel is opgebruikt en dat deze niet opnieuw bruikbaar te maken is door uitspoeling.

Naar Boven

 

UV units

 

Iedereen van ons heeft al eens te maken gehad met groen water. Dit komt omdat enorme hoeveelheden ééncellige algen een keten vormen en het water kleuren. Dit is absoluut onschadelijk voor onze koi en zelfs goed voor de kleurontwikkeling maar het belemmert het zicht op onze geliefde vissen. Een juiste UV-lamp in combinatie met een goede vijverfilter zorgt 'altijd' voor helder water.

Wat is UV-licht (Ultra-Violet-licht) :
UV-straling is een deel van het elektromagnetisch spectrum; dit gaat van de gamma- en X-stralen aan de kortegolfzijde tot radiogolven aan de langegolfzijde. Hoe korter de golflengte, hoe groter de energie. Ultraviolet licht is onzichtbaar. De golflengte van UV-licht situeert zich tussen 10 en 400 nanometer. Zichtbaar licht situeert zich tussen 400 en 800 nanometer, boven de 800 nanometer hebben we infrarood licht.

In eerste instantie gebruikte men UV-licht om virussen te vernietigen. Door toeval ontdekte men dat UV-licht ook zweefalgen doodt en dit zelfs bij een zeer lage contacttijd. D.w.z. dat de doorstroomsnelheid van het water hoog mag zijn.

De werking:
Een UV-unit bevat één of meerdere lampen. UV-licht heeft enkel zweefalg dodende kwaliteiten op enkele millimeters afstand van de UV-lamp. Dit betekent dat het vijverwater op 5-10mm van de lamp moet passeren. Hoe groter de intensiteit van de lamp en hoe langer de contacttijd, hoe beter de lamp zal werken. Nitrificerende bacteriën worden niet gedood want deze verblijven in de filter. Om de UV-lamp bevindt zich een kwartsbuis. Kwarts laat de meeste stralen door met een minimum aan verlies; glas breekt de UV-stralen.

Zweefalgen vormen een keten, de UV-stralen verbreken deze keten en vernietigt de fragmenten. De UV-lamp moet aanwezig zijn bij het opstarten van de vijver. Als er eenmaal massaal zweefalgen in de vijver aanwezig zijn zal de UV-lamp een op voorhand verloren strijdt voeren. Aangeraden wordt om de UV-lamp constant te laten branden van begin april tot eind oktober.

Een goede leidraad betreffende de sterkte van de UV-lamp is het volgende: minimum 2 watt per 1000L water. Beter is 3 of 4 watt per 1000L water.

 

Plaatsing UV-filter

De UV-lamp kan met op twee manieren plaatsen, maar altijd na de pomp.

 

Dit betekend bij een filterinstallatie die onder het waterniveau staat (en gevuld wordt m.b.v. communicerende vaten principe, Gravity-systeem) en waarbij de pomp het water vanuit de filterinstallatie terug de vijver in moet pompen dat deze na de filterinstallatie aangebracht moet worden. Hier komt de UV-unit tussen de pomp en de terugloop naar de vijver.

 

Een andere mogelijkheid is om de UV-unit te plaatsen tussen de pomp en de filterinstallatie. Hierbij ligt de pomp in de vijver en komt de UV-unit voor de filterinstallatie. De plaatsing van de UV-unit is dus afhankelijk van hoe de pomp en filterlijn is opgebouwd.


Bij de plaatsing dient er rekening mee gehouden te worden dat men de UV-unit moet kunnen verwijderen. Men plaatst daarom best een kogelkraan voor en achter de UV-lamp. Nog beter is een feedback te voorzien zodat tijdens de wintermaanden er geen water door de UV-lamp stroomt waardoor ze ook niet kan vervuilen. (de feedback is de buis onder de UV-lamp: zie foto)
Koop een UV-lamp met een waterdichte behuizing om bij regenweer kortsluiting te vermijden.

 

Het onderhoud:
Het onderhoud van de UV-unit is van groot belang voor een perfecte werking en dient het best in de winter te gebeuren. De UV-lamp verliest haar zweefalg dodende kracht na ongeveer 12 maanden. De lamp moet dan vervangen worden ook al brandt zij nog. Maak van deze gelegenheid gebruik om tevens de kwartsbuis grondig te reinigen met azijn.


Nog enkele tips:

- Kijk nooit in de lamp; UV-licht beschadigd de ogen.

- Schakel de UV-unit uit als je medicijnen gebruikt in de vijver.

- Zorg steeds voor stromend water door de UV-unit; stilstaand water beschadigd de UV-unit.

Naar Boven

 

Voer soorten

 

Koi heeft geen maag. Voedsel gaat door het darmkanaal waar het wordt afgebroken door enzymen en de voedingsstoffen worden opgenomen. Onverteerd afval gaat naar de anus en wordt door de koi weer uitgescheiden.

Dit betekend dus dat indien u teveel voert er onverteerd afval in de vijver terecht komt. Dat dit niet erg goed is voor uw vijvermilieu moge duidelijk zijn.

 

Men kan dan ook beter meerdere keren per dag voeren, bij een temperatuur van meer dan 10 graden Celsius, dan in een keer een te grote hoeveelheid. De koi krijgt bij meerdere keren, in kleine hoeveelheden, voer beter de gelegenheid om al het voedsel op te nemen en af te breken.

 

Koi zijn nieuwsgierige vissen die voortdurend de bodem van een natuurlijke vijver overhoophalen op zoek naar voedsel. Ze eten de gehele dag en maken het water ondoorzichtig met hun gegraaf. De alles etende koi eten graag wormen, insectenlarven, plantenwortels en plantenscheuten en andere zaken die ze op de grond aantreffen.

 

Aangezien we bovenstaande niet in onze eigen vijver willen, kunt u echter complete uitgebalanceerde voeding aanschaffen in de vorm van korrels of voerstokjes. Korrels zijn er in verschillende maten zodat elke koi, jong of oud, groot en klein, zijn eigen voergrootte kan krijgen. Dor de bewerking van ingrediënten bij de leveranciers zijn ze goed verteerbaar en blijft afval tot een minimum beperkt. De korrels zijn zo gemaakt dat deze blijven drijven waardoor je het eetgedrag van je koi goed kunt zien. Tevens kun je zo de koi mooi observeren op uiterlijke gezondheid.

 

De uitgebalanceerde voedsel moet de juiste kwaliteit en kwantiteit van de verschillende voedingsstoffen bevatten zoals proteïnen, koolhydraten, lipiden (vetten) , vitaminen en mineralen.

Proteine (eiwitten) zijn nodig voor de groei, het herstel van beschadigd weefsel en de productie van sperma en eitjes.

Koolhydraten is een goedkope bron van energie. Te weinig koolhydraten in het voedsel kan ertoe leiden dat koi het relatief dure proteine als energiebron gaat gebruiken. Dit kan leiden tot een afname van de groeisnelheid en een toename van de ammoniakuitscheiding, waardoor de waterkwaliteit verslechtert. Teveel aan koolhydraten kan leiden tot een te vette vis en een verslechtere lichaamsvorm.

Lipiden (vetten) worden door de koi ook las bron van energie gebruikt. Om voedingsproblemen te voorkomen mag u de koi alleen onverzadigde vetten geven.

Vitaminen spelen een essentiële rol op het gebied van de groei waarvan slechts kleine hoeveelheden van nodig zijn.

Mineralen zijn anorganische verbindingen die nodig zijn voor de darmwerking en voor het aanmaken van weefsel zoals huis, schubben en botten. Koi kan mineralen opnemen uit hun voeding of uit het water waarin ze leven.

 

Naast de fabrieksvoeren kunt u de koi ook verwennen met bruinbrood (al dan niet met honing), gekookte erwten, sla, maïskorrels, paprika of garnalen. Wees hier wel zuinig mee aangezien dit geen uitgebalanceerde voedselbronnen zijn.

Naar Boven

 

Vijverplanten

 

Alhoewel velen het je zullen afraden gaan wij voor een mooie plantgedeelte in de koivijver. Ja we weten het, koi kan je planten aardig slopen, maar met de nodige aanpassingen is er volgens ons naast de koi ook voldoende ruimte voor planten.

 

Wij hebben een aparte plantenfilter die ook nog eens toegankelijk is voor alle vissen, dus ook voor onze koi. Sommige planten die geen echte wortels hebben en zich niet goed hechten aan de plantenvulling (substraat) worden resoluut verwijderd, anderen doen het goed en hebben zich inmiddels een vaste plaats bemachtigd. Ook de gehele rand van de vijver is beplant. Hier staan op een variërende diepte van 0-20 cm, gerekend vanaf de bovenkant plantmand, diverse soorten planten.

 

Alle planten staan in manden die gevuld zijn met substraat. We hebben bij het planten niet alle, maar wel de meeste aarde verwijderd. Als bovenste laag is dan nog ardennersplit aangebracht. Zoals gezegd staan de vrijwel alle planten nog netjes in de manden en worden ze met rust gelaten door de koi.

 

De invulling van de plantenvijver hebben we zorgvuldig gekozen. Hier staan vooral planten die het in zich hebben om een zuiverend vermogen te hebben. We hebben ons plantenvoorstel voorgelegd met GVN Hellendoorn, een grootte vijverplantenkwekerij en hebben tenslotte de volgende planten in ons plantenvijver staan.

-          Iris Pseudacorus – Gele lis

-          Iris Leavigate – Blauwe lis

-          Juncus Effusus – Pitrus

-          Hydrocotyle vulgaris – Waternavel

-          Orontium aquaticum – Goudknots

-          Peltandra virginica – Water aronskelk

-          Acarus calamus – Kalmoes

-          Alisma Plantago – Waterweegbree

 

Als randbeplanting hebben we tientallen plantenmanden die op verschillende dieptes staan. Sommigen staan net onder water, terwijl anderen bijna 15-20 cm onder de waterspiegel staan.  Planten die we als randbeplanting hebben aangeschaft hebben naast een zuiverend vermogen ook een visuele aspecten die de vijver een nog kleurrijke geheel maken.

-          Butomus umbellatus – Zwanebloem

-          Lobelia Fulgens – Rode lobelia

-          Hippuris vulgaris – Lidsteng

-          Ranculus lingua – Grote boterbloem

-          Caltha leptosepala – Dotterbloem

-          Houttuynia cordata chameleon – Bonte houttuynia

-          Pontederia cordata – Snoekkruid

-          Hottonia palustris – watervioolier

-          Baldellia ranunculoides – Stijve moerasweegbree

-          Calla pallustris – Witte slangewortel

-          nasturtium officinale – waterkers

 

Verder staan er nog twee lelies in de vijver. Een op een diepte van 50-60 cm en een voor in het diepere gedeelte op 120-130 cm. Dat wil zeggen de kleinere lelie is inmiddels met de bladeren tot aan de oppervlakte gekomen, terwijl de grote lelie geheel is teruggelopen. Of het ons nog lukt om deze langzamerhand weer tot leven te brengen moeten we maar even afwachten. Momenteel staat deze in onze quarantaine bak hoog op enkele stenen net onder water.

De lelies staan in grote manden die gevuld zijn met speciale lelie klei korrels met substraat en afgevuld met ardennersplit.

Naar Boven

 

Vijverwater

 

Als er eenmaal koi in de vijver zitten, zal het water worden vervuild door ammoniak dat door de kieuwen en anaalbuis wordt afgescheiden. Tevens zullen algen en waterplanten gaan verrotten en voor nog meer vervuiling zorgen. Het water controleren is daarom een van de belangrijkste taken van een koihouder.

 

Controleer uw water regelmatig om de onderstaande parameters. Doe dit zo vaak als u dit nodig acht, maar in ieder geval na veranderingen in de vijver.

Houdt een logboek bij zodat u altijd het verloop in de gaten kunt houden.

 

Er zijn verschillende manieren om te testen. Met allerlei watertesten in vloeibare vorm, tablet vorm of zelfs elektronisch. Volg altijd de voorschriften van de fabrikanten.

 

Ammoniak:

Ammoniak kan de kieuwvezels ernstige beschadigingen toebrengen, waardoor het opnemen van zuurstof uit het water wordt bemoeilijkt. Het vermindert ook het vermogen van de vis om het evenwicht te bewaren. Blootstelling aan elke hoeveelheid ammoniak is ongewenst en kan zelfs tot de dood van de koi leiden.

De giftigheid van ammonia (NH3), deel van ammoniak (NH3+NH4), neemt toe naarmate het water warmer en meer alkalisch wordt. Je moet daarom de temperatuur en de PH waarde van het water ook meten als je op ammoniak controleert. De waarde van het ammoniakgehalte moet 0 zijn.

Een stijgende ammoniakgehalte in een bestaande vijver kan verschillende oorzaken hebben. Onderhoudsachterstand en teveel vissen zijn de meest voorkomende oorzaken. Ook een verandering in het voer patroon of weersomstandigheden kunnen het ammoniakgehalte omhoog brengen.

Ververs het water tot het ammoniakgehalte weer op 0 staat. Stem uw voedingspatroon aan op de gemeten ammoniakgehalte en verminder desnoods het aantal vissen in uw vijver.

 

Nitrietgehalte:

Nitriet is net zo giftig als ammoniak. Het tast het vermogen van het bloed om zuurstof op te nemen aan. Omdat het ook de huid irriteert, kan de koi uit het water springen of zich langs de bodem of wanden van de vijver schuren. Dit zijn symptomen van een hoog nitrietgehalte. Als de koi hieraan te lang wordt blootgesteld, worden ze lusteloos en sterven ze. Ook hier is water verversen en het aanpassen van het voerschema de oplossing om het nitrietgehalte naar een aanvaartbaar niveau te brengen.

 

Nitraatgehalte:

Dit is het eindproduct van de stikstofkringloop. Nitraat is minder giftig als nitriet, maar de concentratie mag niet hoger worden dan 100mg/l. Een waarde van minder dan 50mg/l id ideaal.

Een aparte plantenfilter kan het nitraatgehalte omlaag brengen. Ook een beplante waterloop absorbeert nitraat en fosfaat uit het water en verminderd de hoeveelheid vezelige algen in het vijverwater.

 

PH waarde:

De aciditeit of alkaliteit van het water wordt uitgedrukt al PH (Potentia Hydrogenii). De waarde lopen uiteen van 0 (zeer zuur) tot 12 (zeer alkalisch). De neutrale waarde in het water voor de PH is 7, de waterstofionen zijn dan in evenwicht met de hydroxylionen.

Voor de koi mag de PH waarde liggen tussen 6,5 en 8,5. als de waarde beneden de 6,5 komt, kan het filter beschadigd raken en de waterkwaliteit verder achteruitgaan. De PH waarde is morgens vroeg lager dan in het begin van de avonduren. Dit komt doordat overdag de planten, algen en de koi zuurstof uit het water opnemen wat de PH waarde doet stijgen.

 

KH waarde:

De koolzuurhardheid van het water geeft aan hoeveel alkalibasen het bevat. Deze nemen de overtollige waterstofionen op als de PH waarde daalt en geven deze weer af als de PH waarde stijgt. Daarom heeft water met een laag koolzuurhardheid een verminderde capaciteit om schommelingen in de PH waarde op te vangen en moet u maatregelingen nemen om deze aan te passen.

Koolzuurhardheid wordt gemeten in Duitse graden (°dH) en moet hoger zijn dan 4°dH (1°dH staat gelijk aan 17,9 mg/l calciumcarbonaat). U kunt de KH waarde op peil brengen (verhogen) met montmorillonietklei. Ook kunt u vergruisde oesterschelpen gebruiken om de PH waarde omlaag te brengen. Leg hier, zoals ook wij het doen, het gruis in bv. een aardappelzak op een rooster in een van de filterkamers (meestal de laatste). Het zure water lost het schelpengruis langzaam op terwijl het door het filter stroomt.

Naar Boven

 

Links

http://www.dekoi.info/soorten.html

http://members.home.nl/famvdmierden/start/soorten.htm

http://www.koieagle.nl/content.php?article.96

http://vijver.startkabel.nl/

http://vijver.pagina.nl/

http://www.koieagle.nl/content.php?article.849

 

http://www.vijversenkoi.be/

 

 

Free counter and web stats