Haaktechniek

 

 

Hoe ga je te werk?

Hecht een lang draad (minstens 2 m) vast aan een ringetje met daaraan de karabijnsluiting. rijg alle kralen aan de draad zodat er een lange ketting van kralen ontstaat. Je kunt ervoor kiezen om de kralen in een willekeurige volgorde te rijgen, voor een ketting met een wildverband. Of je rijgt de kralen in een vaste volgorde, zo ontstaat in je ketting een steeds terugkerend patroon. Je start met het haken van losse steken (opzetstuk). Eerst maak je aan het begin van de draad een lusje, waarbij je de lange draad aan de linkerkant houdt. Daarna neem je de lus op de haaknaald, waarbij je de naald van voren naar achteren insteekt. Bij het haken houdt je de haaknaald met de rechterhand als een pen vast. De lange draad om je wijsvinger van de linkerhand, vervolgens onder je twee middelvingers door en dan om je pink slaan. Je werk houd je vast met je duim en wijsvinger van je linkerhand. Daarna sla je de draad om de haaknaald van achteren naar voren (omslaan) en door de lus van het werk haken. Het haakje van de haaknaald wijst hierbij naar beneden. Daarna schuif je één grote of meerder kleine kralen richting je haaknaald en slaat de draad om de haaknaald van achter de kraal en haalt hem door.

Dit blijf je herhalen door tot alle kralen op zijn, of totdat je de goede lengte van je ketting bereikt hebt. Je kunt dan de draad afhechten door de draad in zijn geheel door het lusje te trekken en aan te trekken. Hecht ook aan deze zijde een ringetje vast. Dit ringetje vormt nu de andere zijde van de sluiting.

 

 

 

 

 

 

Benodigdheden:

 

Variatie tips (zie ook de voorbeelden):

  • Door te haken met (gekleurd) ijzerdraad, in plaats van nylondraad, krijg je een heel ander effect.

  • Als je met ijzerdraad haakt kun je ook een aantal lossen steken haken en dan weer een steek met een kraal. Zo krijg je een lussenpatroon met af en toe een zwevende kraal. Als je dan meerdere kettingen over elkaar bevesigd. krijg je een ketting met een heel luchtig effect.

  • Je kunt ook eerst de helft van de kleine kraaltjes rijgen dan alle grote kralen en weer afsluiten met de andere helft van de kleine kraaltjes. Je ketting wordt dan in het midden dik opzichtig, hoe meer de ketting naar achter verloopt hoe fijner hij dan wordt.