vlag Nederland.jpg

Geschiedenis en rasbeschrijving van de Polski Owczarek Nizinny



uk.gif
English version

Geschiedenis


De Polski Owczarek Nizinny wordt in ons land meestal Nizinny genoemd en in de ons omringende landen kiest men vaak voor "PON".
Het is het Poolse herdershondje dat stamt van de laagvlakte in het westen van Polen en het werd vroeger door de herders
gebruikt om hen te helpen met het hoeden van de kudden.
Ze werden in die tijd, zoals de meeste rassen vooral gefokt op bruikbaarheid. In het geval van de Nizinny betekende dat,
dat er vooral op hoederskwaliteiten werd gelet. Het uiterlijk was van ondergeschikt belang.
pon-met-schapen.jpg In de tweede wereldoorlog, waarvan het Poolse volk en zijn honden veel te lijden hebben gehad, zijn vrijwel alle Nizinny's
verdwenen. Na de oorlog hebben enkele liefhebbers alles op alles gezet om het ras opnieuw op te bouwen en zijn op zoek
gegaan naar honden van het juiste type.
Vooral de dierenarts Hryniewicz van de Kennel z Kordegardy heeft veel tot de opbouw van het ras bijgedragen.

De door haar gefokte reu Smok z Kordegardy werd vanaf 1958 op tentoonstellingen uitgebracht en steeds weer won hij.
Men heeft dan ook dit type hond voor ogen gehad bij het samenstellen van de eerste door de FCI erkende standaard.
Smok is de stamvader van heel wat hedendaagse Nizinny's.

Langzaam aan kwam er wat meer eenheid in het uiterlijk, al waren in het begin vooral de verschillen in grootte opvallend.


Men heeft dan ook in het begin getracht 3 officiële groottes in te voeren. Dit bleek niet bevorderlijk voor de eenheid
in type en zo is men dus verder gegaan met de middenslag.

In 1959 werd het ras erkend en in 1972 werd de standaard nog eens aangepast.

Een hond met een geweldig karakter. Zeer intelligent, hij vergeet niet gauw iets en is af en toe een echte clown.

Hij is zelfbewust van aard en totaal niet sentimenteel. Hij vindt het heerlijk om met de baas overal naar toe te gaan en
gaat dan vaak op een rustig plekje liggen, waarvandaan hij hem goed in de gaten kan houden.
De Nizinny is bepaald geen allemansvriend. Voor vreemden die hem naar zijn gevoel te opdringerig benaderen, trekt hij zich terug.

Z'n baas en gezin zijn alles voor hem. De Nizinny vindt het over het algemeen heerlijk om te werken.
Allerlei cursussen zijn aan hem zeer besteed en hij zal deze dan ook met enthousiasme tot een (goed) einde brengen.
Spelen met ballen vindt hij het absolute einde, zozeer zelfs dat hij daarin soms moet worden afgeremd omdat hij voor niets anders meer oog heeft.

Waken doet hij prima. In het gezin waar een Nizinny verblijft zal geen vreemde ongemerkt binnenkomen.

Door zijn weelderige vacht ziet hij er zeer aantrekkelijk uit, maar u moet zich er wel van bewust zijn dat een dergelijke vacht
een zeer regelmatige verzorging nodig heeft.


Omschrijving

De Polski Owczarek Nizinny, heeft een lange dikke vacht, met een zachte ondervacht. Alle vachtkleuren zijn toegelaten,
maar wit met grijs of zwart, of volledig grijs komen het meest voor.

De ogen hebben een hazelnotenkleur of zijn bruin.
De neus is zwart.
De tanden staan in een stevige schaar-of tanggebit.
De rug is recht en breed gebouwd.
De lendenen zijn goed gespierd en breed gebouwd.

De PON heeft overvloedig haar op zijn voorhoofd, kin en wangen. De beben zijn bedekt met dichte ruwe haren. De dijen zijn goed gespierd
en breed gebouwd. De staart is van nature kort of wordt kort gecoupeerd.


Temperament

Deze speelse, gelukkige, en alerte hond heeft een goed geheugen. Hij is gehoorzaam, intelligent en aanhankelijk.
Soms gereserveerd en terughoudend naar vreemden toe, hij zal bezoekers luid aankondigen. De PON dient op zeer jonge leeftijd gesocialiseerd
te worden naar mensen toe.

Betrouwbaar en werkelijk gemakkelijk te trainen, een keer je hem hebt er van overtuigd dat het de juiste manier is.
De PON zal zijn eigenaar gelukkig maken. Hij leert snel en heeft een grote werkwilligheid (will to please);
hoewel hij ook soms een koppige bui kan hebben. Dit ras reageert goed op een stevige maar eerlijke gehoorzaamheidstraining,
bovendien is hij ook slim, heeft een grote welwillendheid, kan zelfstandig denken en beslissingen nemen.

Deze schapenhoeder durft wel eens in een mensenhiel te knijpen, een typisch kuddehoedend gedrag.

De PON is een goede hond in omgang met kinderen, zeker wanneer hij van kleins af aan met hen is opgegroeid,
kan vriendelijk omgaan met andere honden, maar staan hun mannetje als ze in hun leiderschap bedreigd worden.

De PON kan goed samenleven met andere huisdieren.

Als een werkhond gedurende verschillende eeuwen is de PON ook dan pas gelukkig wanneer hij kan werken.
Dit ras is levendig en slim genoeg om alleen ingezet te worden als schapenhoeder.Deze schattige, ruwharige hond
zal nooit uitgroeien tot een kalme schoothond. De PON is een nieuwsgierige, gespierde, lenige hond, zal aansprakelijk zijn voor
onaangename verrassingen wanneer hij alleen gelaten wordt. Dit ras behoeft een standvastige maar eerlijke eigenaar.
Socialisering en training zijn belangrijk. Dit ras past zich gemakkelijk aan en is een uitstekend reisgenoot.

Hoogte : 42-50 cm
Gewicht : 16-20 kg


Gezondheidsproblemen

Dit is een redelijk sterk ras.


Leefomgeving

De PON kan leven op een appartement als hij genoeg beweging krijgt en als hij maar kan werken. De PON verkiest een koele omgeving.


Werken

De PON is een werkhond in hart en nieren. Vroeger waakte hij over kuddes op de Poolse vlakten. Deze hond is zeker niet geschikt
voor het stadsleven, tenzij je van plan bent om een heleboel tijd te steken in het oefenen en werken met de PON.
Deze intelligente hond moet steeds gestimuleerd worden en een opdracht uit te voeren hebben.

Een actief spel zoals het vangen van een frisbee, of je aansluiten bij een agility-club is een van de zaken
die u kunt doen om hem te stimuleren en gelukkig te maken.


Levensverwachting

Rond de 12-15 jaar.


Vachtonderhoud

De lange dikke vacht van de PON dient een maal per week geborsteld te worden om het klitten van de haren te voorkomen.
Dit ras heeft geen gewone rui.

Oorsprong

De Polski Owczarek Nizinnny wordt afgekort tot PON en wordt soms ook de Poolse Schapenhoeder van de Laagvlakte genoemd,
omdat hij op deze laagvlakten werkt. Het is een middelmatige grote, stevige schapenhoeder geëvolueerd van de
draadharige herdershonden van de Hongaarse vlakten.

Het drama van de tweede wereldoorlog heeft bijna geleidt tot de uitroeiing van dit ras. Rasspecialisten beschouwen de PON
als een belangrijke link tussen de oud draadharige Aziatische herders welke een duizend jaar geleden overgebracht zijn
naar Europa, en de meer recente ruwharige honden, zoals de Bearded Collie en de Nederlandse Schapendoes.
Dit ras kende een heropleving dankzij ijverige Poolse kwekers na de tweede wereldoorlog. Populair in Polen en in andere kontrijen,
wordt hij gebruikelijk gehouden als gezelschapshond, niettemin blijft hij een herdershond. Hij staat zijn mannetje in "obedience",
"tracking", "agility", en "therapy".



FCI STANDAARD

Datum van de publicatie van de originele geldige standaard: 07-08-1998

Origine:

Polen

Gebruik:

Gemakkelijk in de omgang, werkt als hoeder en waker. In de stad een goede gezelschapshond.

Classificatie F.C.I.: Groep 1: Sectie 1 Herdershonden; zonder werkproef.
Voorkomen:

De Polski Owczarek Nizinny is een middelmatig grote, compacte, sterke, gespierde hond met een lange dikke vacht.
Goedgeborsteld is het een mooie en interessante verschijning.

Belangrijke verhoudingen:

De hoogte en lengte van het lichaam verhoudt zich 9 : 10. De lengte van de snuit een beetje korter.

Gedrag en temperament:

Hij heeft een levendige, doch ingehouden opstelling, is waakzaam, intelligent, oplettend en heeft een goed geheugen.
Bestand tegen extreme temperaturen.

Hoofd:

Van middelmatige grootte, goed in verhouding, niet te zwaar. Een dichte vacht op de schedel, op de wangen
en op de kin doet het hoofd groter lijken, dan het eigenlijk is.
Schedel:
Matig breed, licht gewelfd. De voorhoofdsgroef en achterhoofdsknobbel of stop moeten uitgesproken zijn.

Gelaat:

Neus: Zo donker mogelijk en passend bij de vachtkleur, met wijde neusgaten.
Snuit: Neusrug recht, krachtig afgekante kaken.
Lippen: Strak en goed gesloten, met de randen van dezelfde kleur als de neus.
Gebit: Krachtige kaken en tanden, sluitend in een schaar of tanggebit.
Ogen: Middelmatige grootte, ovaal en niet uitpuilend, kleur als van een hazelnoot, met een levendige doordringende blik.
De oogranden moeten donker zijn.
Oren: Hangend, nogal hoog aangezet, van middelmatige grootte, hartvormig, breed aan de basis, zeer beweeglijk.
De voorkant van het oor dicht tegen de wang.


Hals:

Is van middelmatige lengte, krachtig en gespierd, zonder keelhuid, horizontaal gedragen.

Lichaam:

Lijn: Liever rechthoekig dan vierkant gebouwd.
Schoft: goed afgetekend.
Rug: recht en krachtig gespierd.
Lenden: breed gebouwd en welgevormd.
Kruis: kort, licht afgeknot.
Borst: diep, middelmatig breed, de ribben voldoende gebogen, niet vlak noch rond.
Buik: vertoont een lichte elegant welving naar de achterkant.

Staart:

Niet gecoupeerd is de staart redelijk lang en zeer harig. Het einde van de staart hangt dan. Als de hond alert is,
is de staart gebogen over de rug, nooit krullend noch rustend op de rug. Een ongecoupeerde middellange staart wordt
op verschillende manieren gedragen.

Ledematen:
Voorste Ledematen:

Van voren en van terzijde gezien: recht. Een goed uitgebalanceerde houding dankzij een krachtig skelet.
Schouders: breed, van middelmatige lengte, hellend, goed aangesloten, krachtig gespierd.
De middenvoeten: zijn ten opzichte van de onderarm iets schuin geplaatst.
Voeten: ovaal met gesloten, iets gebogen tenen, harde zolen. De korte nagels zo donker mogelijk.

Achterste ledematen:

Van achteraan gezien recht geplaatst, en goed gehoekt.
Dijen: Brede, goed gespierde dijen.
Spronggewricht: duidelijk ontwikkeld; zeer sterk.
Achterste voeten: compact en ovaal van vorm.

Gang/Beweging:

Licht soepele draf. De hond gaat in telgang (zonder veel uitwijken) bij het wandelen.

Huid:

Strak aanliggend zonder plooien.

Vacht:

Haar: Het hele lichaam is bedekt met dikke, ruige, dichte, en overvloedige haren met een zachte ondervacht.
Recht of licht golvend haar is aanvaardbaar. De lange hoofdharen bedekken de ogen op karakteristieke wijze.

Kleur:

Iedere kleur is toegestaan.

Afmetingen: Hoogte

Reuen: 45-50 cm
Teven: 42-47 cm

De hond moet een werktype vertonen en hij moet wat grootte betreft concequent aan de maten voldoen;
hij mag niet te teer en te fijn zijn.

Fouten:

Elke afwijking van de hierboven opgesomde punten moet beschouwd worden als een fout.
De ernst van de fout dient worden afgewogen tegenover de juiste graad van de afwijking.
N.B.: De reu dient te beschikken over twee volledig afgedaalde testikels.


English version