|
Schiermonnikoog: een plek van rust |
||||
| Het ontstaan: | ||||
|
|
In de Middeleeuwen was het eiland Schiermonnikoog in het bezit van het klooster Klaerkamp. Dit klooster stamt uit het jaar 1166. De kloosterlingen, die behoorden tot de orde van de Cisterciënzers, bewoonden het eiland. Door hun grijze ('schiere') monnikspijen kreeg het eiland de naam Schiermonnikoog. Het woord 'oog' in Schiermonnikoog betekent 'eiland'. Evenals de andere kloostergoederen in Friesland werd Schiermonnikoog in de 16e eeuw eigendom van de provincie Fryslân. |
|
In 1638 werd het eiland verkocht en spoedig daarna kwam het in het bezit van Johan Stachouwer, Heer van Rijsbergen. In deze familie bleef het tot het midden van de 19e eeuw. In 1858 werd het eiland verkocht aan mr. J.E. Banck, die het op zijn beurt in 1893 verkocht aan graaf Bernsdorff. Tot eind 1945 behoorde het eiland tot deze grafelijke Duitse familie. Nadat Schiermonnikoog als vijandelijk vermogen in beslag werd genomen, kwam alle grond in handen van de Staat der Nederlanden. |
|
|
Bedreiging van wind en water |
||||
|
|
Eeuwenlang is Schiermonnikoog door wind en water belaagd, waardoor een sterke verplaatsing in oostelijke richting plaatsvond. De laatste 400 jaar bedroeg deze minstens 2,5 km. Op het inmiddels verdwenen westelijke deel stond de nederzetting Westerburen. Ook het huis 'Binnendijken' van de Stachouwers stond hier. De kerk en diverse huizen van dit dorp werden door verstuiving van de duinen in 1715 afgebroken en meer oostelijk opnieuw opgebouwd. Ook deze nieuwe plaats werd spoedig bedreigd en verdween in 1760 vrijwel geheel in zee. |
![]() |
![]() |
|