notities, columns uit een werkloosheidsperiode


BAANLOZE NOTITIES

WERK - GEEN WERK
COMMISSIE DAGINDELING
NOG NIET WANHOPIG GENOEG?
ERVARINGEN VAN EEN NIKSNUT
STRESSBRIL
PRIESTERTEKORT
ZWETEND WAKKER WORDEN
SOCIALE FORMALITEITEN ENZOVOORT

 

WERK - GEEN WERK

De ene helft van Nederland werkt zich rot,
de andere helft verveelt zich kapot.

Het bovenstaande stond een keer in de krant en daar moet ik aan denken als ik na de vakantieperiode mijn vriendin 's avonds weer doodmoe thuis zie komen, want de werkers werken steeds harder. Vorig jaar liep ik ook nog in die stroom mee, maar ik ben begin dit jaar ontslagen, dus nu sta ik plotseling aan de andere kant van Nederland. Verveel ik me rot? Welnee, ik heb nu veel meer tijd voor andere dingen, voor huishouden, hobbyen, lekker koken en het schrijven van dit soort artikelen. Toch blijft er een leeg en nutteloos gevoel, want mijn arbeidsethos, het gevoel dat arbeid adelt, staat me in de weg. Ik moet mijn dag 'vervullen', mijn talenten gebruiken en bovendien wil ik waardering voor wat ik doe.

Je kunt praten over de onrechtvaardigheid van de grote kloof tussen arm en rijk, maar ik praat, zoals ik ervoor sta, liever over de tegenstelling werk-geen werk, over de onrechtvaardigheid van de werkverdeling. Ik volg al jaren met grote aandacht de strijd van de vakbonden voor korter werken en deel hun hoop dat korter werken tot een lagere werkloosheid leidt. Wat zou het heerlijk zijn als heel Nederland met 20 uur in de week zijn kost zou kunnen verdienen en daarnaast zijn eigen tijd kon invullen. Dat heft de tegenstelling arm-rijk ook een beetje op.

gepubliceerd in parochieblad "Keerzijde", Den Bosch


 

Commissie Dagindeling

De Volkskrant ligt al in de bus als ik om half zes opsta en mijn ontbijt klaarmaak. Op pagina 3 staan twee artikelen die mijn aandacht trekken.
Commissie Dagindeling moet gejaag bestrijden
. Hoe je je leven moet organiseren met twee kinderen, twee carrières, twee huisdieren, een balletles, een pianoles, een avondcursus en twee zwemlessen per week, en de zorg voor vier steeds ouder wordende ouders. Wat gaat de commissie doen? De achterstandspositie van de kinderopvang wegwerken!
Milieu schreeuwt om utopie van traagheid
. Kunnen het milieu en de mens de drang naar snelheid wel verdragen? Ik kijk naar de klok. Die gaat traag als je om half zes wakker wordt, kinderloos, werkloos, partnerloos bent en je zwemdiploma al hebt. Ik ga maar weer tegen mijn ex aanpraten, want daar ben ik nog lang niet klaar mee. Maar ook nu snapt ze er weer niets van. Ik doezel weg en droom dat ze ziek op bed ligt, overgeeft. Ik ruim de rommel op, het lijken wel ouwe theeblaren. Zoals gewoonlijk negeert ze me.

Om negen uur sta ik op en krijg plotseling de inspiratie om verslag te doen aan de Commissie Dagindeling. Misschien dat de Commissie zich dan acuut opheft omdat haar doelstelling in het niet verdwijnt bij de huidige maatschappelijke verhoudingen. Of ze krijgt de geest en stelt het maximaal aantal werkdagen per persoon op 3,34.
Ik zet een kopje koffie, maak een boodschappenlijstje en staar naar buiten. De bovenbuurvrouw komt langs en zwaait vriendelijk. Hé, een mens en nog wel een mooie vrouw en ze lacht naar me!
Eigenlijk heb ik vandaag een geweldige dagindeling. Ik heb zowaar drie afspraken. Eerst ga ik naar een goede vriend, een pastoor in ruste, die zich gelukkig niet rustig kan houden. Ik help hem zo af en toe met WordPerfect en hij geeft mij altijd weer een sprankje hoop in mijn zoektocht naar werk & liefde. "En als het echt niet lukt kun je altijd nog het klooster in." zegt hij welgemoed.
's Middags komt mijn eveneens werkloze zwager langs om samen een liedje in te studeren voor de komende verjaardag van mijn moeder. Binnen een uurtje is het gepiept.
Weinig lust in de studie vandaag, ik ga op de bank een boek liggen lezen en om vijf uur bij mijn ouders een borreltje drinken.
's Avonds zit ik de kerngroepvergadering van de Lokale Ruilhandel 's-Hertogenbosch voor. Het is een drukke vergadering, we zijn met achten. Maar om tien uur zijn we klaar, het is goed gegaan. Dus ik fiets tevreden naar huis. Nog post op Internet? Nee, geen post op Internet. Ik drink een fles wijn leeg, poets nog wat aan dit verslag en ga naar bed.

Geachte Commissie Dagindeling, neemt u deze casus mee in uw studie? Het lijkt me een mooi contrast met uw doelgroep. Misschien komt u dan tot inzichten die de kinderopvang te buiten gaan en meer te maken hebben met basisgedachten over arbeid & geluk.

Of gaat dat wellicht te ver?


 

NOG NIET WANHOPIG GENOEG?

Ik ben nu ruim twee jaar werkloos, uit mijn baan getrapt wegens gebrek aan commercieel inzicht. Zo zal ik het maar samenvatten. Ik was acht jaar lang medewerker informatica bij een onderzoeksinstituut, gelieerd aan een universiteit. Ik werd daar op handen gedragen door de wetenschappelijk medewerkers aan wie ik service bood.
Maar het instituut ging mee met de loop van de geschiedenis, de verzakelijking trad in, en de directie begeleidde die met superieure distantie: het personeel werd afgeknepen, want het ging slecht met het instituut. Ondertussen verrijkte diezelfde directie zichzelf met dure computergadgets, die ik aan de praat diende te krijgen. Vaak verdomde ik dat, ik bedoel: ik stelde mijn prioriteiten niet goed, dus ze gingen naar de kantonrechter en kochten mijn carrière af voor ƒ30.000,- bruto.

En zo zit ik al twee jaar thuis, probeer vier vakbladen bij te houden, solliciteer zorgvuldig links en rechts, doe wat freelanceklusjes en prijs mezelf aan op Internet. Nog één jaar te gaan voor ik in de bijstand terechtkom. Maar het is moeilijk bij te blijven. Het gaat ongelooflijk snel in de informatica en ik ontbeer de stimulerende werking van de vakbroeders. Misschien moet ik maar eens naar bijscholing kijken.

Op 11 november vorig jaar zie ik een mooie advertentie in de krant: bijscholing tot Internetspecialist. Ik reageer onmiddellijk, maar te laat. De cursus zit vol. Maar ik zit wel in het circuit. Ik kom terecht bij Banenbouw BV, een club die bemiddelt tussen werklozen en een opleidings- annex detacheringsbureau. Op 12 december word ik uitgenodigd om eens te komen praten over een cursus UNIX-systeembeheerder. Ik heb een gesprek met de heer Y. de Jong en vertel hem openhartig dat dit me niets lijkt. Ik ben afgeknapt op het systeembeheer. Even goeie vrienden, er komen nog meer cursussen.

In januari word ik weer uitgenodigd, dit keer voor een cursus Progress 4GL, database-applicaties bouwen. "Waarom lijkt je dit wel wat?" vraagt Y. de Jong. Ach, ik heb in het begin van mijn loopbaan veel geprogrammeerd, toen alles nog goed was. Dat wordt aanvaard. Ik doe nog een soort motivatietest en kan weer gaan. De club waarbij ik terecht zal komen heeft de prozaïsche naam G7. Deze club biedt een traject aan: eerst een opleiding, dan een stage en vervolgens een jaar gegarandeerd werk. Dat klinkt heel mooi.

Een week later zit ik in Amersfoort voor een gesprek met de heer Donkels van G7. Helaas is hij alweer vertrokken, maar of ik de volgende dag naar Rotterdam wil gaan voor een gesprek en een test? Ik krijg alvast een contract mee. Het contract geeft me een beeld van de volgende toekomst: start cursus op 3 februari in Rotterdam, half april einde cursus. De reiskosten dien ik zelf op te hoesten, voor de rest hoef ik niets te betalen. Van half april tot half oktober loop ik stage, dan krijg ik wel reiskosten vergoed. Daarna ben ik verplicht een jaar in dienst te treden bij G7 voor ƒ2400.- bruto per maand. Mocht ik ergens tijdens het traject uitvallen dan dien ik de cursus te betalen: ƒ20.000,-. Ik zou dit contract ter plekke kunnen ondertekenen en besef tegelijk dat ik nog niemand van G7 gezien heb. Ik weet helemaal niets van G7 behalve wat verhaaltjes over de structuur. Persoonlijke begeleiding van iemand die al twee jaar thuiszit en voorzichtig weer aan de maatschappij wil gaan ruiken? Ik ben 43 jaar en G7 wil mensen tot 35 jaar, liefst met rijbewijs. Toch is mijn leeftijd geen probleem noch het feit dat ik mezelf uit overtuiging per trein en fiets verplaats.

Ik trek mijn portemonnee weer open voor een nieuw reisje, naar Rotterdam Blaak, meer uit nieuwsgierigheid dan op zoek naar een baan: ik wil wel eens zien wie er achter deze club zit en hoe zij denken om te gaan met mensen.

Rotterdam: ik stap een kantoortje binnen en zeg dat ik een afspraak heb met de heer Donkels. Nee, ik moet in het belendende perceel eerst een test doen. Daar zit een vijftiental mannen tussen de 25 en 50 jaar al op me te wachten. De test gaat beginnen, de formulieren worden uitgedeeld en we krijgen anderhalf uur tijd om een uitgebreide serie semantische, logische en wiskundige problemen op te lossen. De test wordt slecht begeleid. Uit mijn psychologietijd weet ik nog hoe belangrijk het is om testcondities zo gelijk mogelijk te houden, anders wordt de onbetrouwbaarheid te groot. De testleider weet van niets. Hij geeft geen tijd tussendoor om rustig te lezen waar de onderdelen over gaan. Achteraf geeft hij toe dat hij dat vergeten is en dat hij ons daarom wat extra tijd heeft gegeven. Ammehoela! Zo werkt dat niet.

De heer Donkels is helaas niet te spreken. Op de terugweg naar Den Bosch raak ik in gesprek met Arjen, kunstacademie, vijf jaar werkloos, sinds kort een beetje verslaafd aan de computer. Hij weet er veel van. Mijn twijfels over het contract deelt hij niet. Hij wil aan de slag. Een andere potentiële cursist bekende dat hij nog maar net wist hoe hij een computer aan moest zetten.

Vijf dagen later krijg ik de uitslag van de test. Ik heb een score van 17,8 vigintiel en dat betekent in goed Nederlands dat ik pakweg een 9- heb gescoord. Boven de 14, zo staat in de brief, zou ik geslaagd zijn. Maar de uitslag voor de test is niet bepalend voor deelname aan de cursus. Ik ben gewoon aangenomen. Ik bel Arjen op. Hij heeft een score van 5,2 vigintiel en gaat door. Hij is wanhopig genoeg. Of hij geschikt is voor de cursus weet niemand, hijzelf ook niet. Als het hem niet lukt, staat straks misschien de deurwaarder voor zijn deur om een kale kip nog verder te plukken.

Zaterdag staat er weer iemand van G7 op mijn antwoordapparaat: of ik maandag naar Nieuwegein kan komen voor een gesprek met mijn nieuwe werkgever. Er ligt een routebeschrijving in de bus, een kopie van een fax. Uit de kopregel maak ik op dat ik waarschijnlijk bij een softwarebureau moet zijn. De meneer van G7 en ik kennen elkaar niet. Steeds meer voel ik me een soort kanonnenvlees. 's Zondags belt hij opnieuw en ik vertel hem dat ik niet verder met ze in zee ga, omdat ik, op dat moment naar waarheid, een baan aangeboden heb gekregen bij de universiteit waar ik vroeger rondhing. Exit G7.

Nawoord

Ik heb het vermoeden dat G7 zich verrijkt ten koste van onze samenleving en speel het bovenstaande door aan mijn contactpersoon Pieter bij Cadans, mijn uitkeringsinstantie. Hij leest het rustig door en kijkt mij over zijn halve leesbril aan en belooft dit verhaal eens aan te kaarten bij de banenzoekers van het arbeidsbureau. Als deze notitie slecht is voor mijn conduitestaat zal hij het niet aan mijn dossier toevoegen. Maar bij het arbeidsbureau krijgt hij ook nul op het rekest: het arbeidsbureau grijpt alle kansen aan. Ik mail bovenstaande naar de Volkskrant met het verzoek om wat investigative journalism. De Volkskrant gaat er niet op in.

Arjen en ik raken bevriend. Hij woont drie straten verder op een bovenetage met een aardige vriendin samen en ik ga af en toe bij hen buurten, en volg zijn weg. Hij gaat het wel aan. De cursus blijkt slecht, er zijn te weinig computers, te weinig begeleiding, te weinig diepgang. Hij wordt in dienst genomen bij G7 zelf voor bureauwerkzaamheden in een dependance in Nijmegen. Het is een mistige organisatie en hij zit niet echt op zijn plek, al droomt hij wel van een goede toekomst en geeft flink tegengas. Uiteindelijk wordt hij van de ene op de andere dag ontslagen, zonder dat hij de twintig mille hoeft te overleggen. Arjen reageert laconiek, solliciteert her en der en heeft nu een leuke baan bij een klein Internet-ontwerpbureau, waar hij het nu al een paar maanden naar zijn zin heeft.

Maar ik was niet wanhopig genoeg om mijn nek in die mistige strop te steken.


 

ERVARINGEN VAN EEN NIKSNUT

Ik ben een niksnut en daar ben ik trots op. Ik doe alleen leuke dingen en dingen die ik vervelend vind, ach, daar heb ik anderen voor. Ben ik een van die gelukkige miljonairs? Nee, ik zit in de WW en ben lid van de Lokale Ruilkring 's-Hertogenbosch. Dat werkt volgens het LETSsysteem. Heel simpel. Ik heb een internetaansluiting en af en toe komt een lid van de ruilkring langs om te surfen zoals dat heet. Ze betalen me de telefoonkosten en een aantal Niksen per uur. Hans, een ander lid brengt mij wekelijks een lekker zelfgebakken brood en ik betaal daarvoor de grondstoffen en een aantal Niksen. Verder is mijn gang inmiddels keurig gewit en komt Heintje volgende week mijn huis een grote schoonmaakbeurt geven, want aan schoonmaken heb ik broertje dood, twee broertjes zelfs. Wat ik wel leuk vind? Sjouwen bij verhuizingen en zo. Daar verdien ik dan weer Niksen mee.

Open huis

Vandaag was er een Open-Huisbijeenkomst, een maandelijkse ontmoeting van ruilkringleden. Dat gaat zo: één van de leden stelt zijn of haar huis open op een zondagmiddag, schenkt koffie en thee en krijgt voor die gastvrijheid 25 Niksen van de administratie. Verder neemt iedereen zelf drank en hapjes mee. Soms lijkt het op een theekransje uit de vorige eeuw. De gespreksonderwerpen variëren van "het opvoeden van kinderen", "wat zou een draagmoederschap in Niksen kosten?" tot "wat is een Niks nou eigenlijk?"

Er wordt gesnoept van allerlei lekkernijen en onderling gehandeld. Vandaag was er een gloednieuw lid aanwezig die een speciale kwaliteit had: ze wilde wel ritsen in broeken naaien. De aanwezige vrijgezelle heren veerden op. Ik zelf, ook vrijgezel, heb ook eens een rits in een broek gezet vanuit het oogpunt: ook dat moet ik kunnen! Ik trok na twee uur zwoegen de broek aan en de rits knapte meteen. Ik bedoel maar. Ze had meteen werk.

Leefbare toekomst

LETS betekent: Lokaal Economisch Transactie Systeem of zoals ik ook eens las: een Leefbare Eigen Toekomst Scheppen. Dit systeem is in de jaren tachtig uit Canada overgewaaid en hier inmiddels behoorlijk ingeburgerd. Volgens de laatste telling ('99) van Strohalm, de organisatie, die in Nederland LETS introduceerde, telt Nederland momenteel 99 LETSsystemen. En iedere kring heeft zijn eigen ruileenheid, eigen regels en een eigen manier van werken. Bij ons heet de ruileenheid Niksen, in andere steden zecu's, kruiken, noppes, stenen. Je kunt het zo gek niet verzinnen. Sommige kringen werken met dagdelen, andere met nepgeld, sommige heffen belasting op milieu-vervuilende activiteiten en belonen de milieuvriendelijke. Andere zijn daar absoluut niet mee bezig. Het maakt niet uit. Eenheid in verscheidenheid. Prima toch? Het LETS-systeem maakt je leven zinvoller. Door lid te worden van een Ruilkring hoor je ergens bij. Je leert nadenken over je eigen vaardigheden. O ja, dit en dat kan ik ook! Je betekent iets voor anderen. En je protesteert ermee tegen een maatschappij waar alles om de economie draait en niet om de mensen zelf. Mooie toekomstmuziek. Ik hoor haar al een beetje.

Flum, lid nr. 13 van de Lokale Ruilhandel 's-Hertogenbosch.

gepubliceerd in de Zelfk(r)ant, straatkrant voor daklozen en minima en in "SPIEGELBEELD".


 

STRESSBRIL

De vakcentrale FNV verklaart de oorlog aan beroepsziekten, zo lees ik, in alle vroegte, in de Volkskrant. Stress is volgens de vakcentrale al werknemersziekte nummer één. Deze maand begint de FNV een campagne voor betere werkomstandigheden. Ongeveer 60 procent van de werkende bevolking klaagt over werkdruk.

Met dit bericht in het achterhoofd sta ik even voor achten in de polikliniek om mij een nieuwe bril te laten voorschrijven. Dat is een ongebruikelijke tijd voor een werkloze, die stress alleen maar kent als hij werk zoekt en dat niet kan vinden. Ik laat mijn minstens tien jaar oude ponsplaatje controleren door de dame achter de balie. Ze is gestresst, overduidelijk. Als een verpleegster een vraag aan haar stelt terwijl ze met mij bezig is, wordt ze zenuwachtig. "Ik kan geen twee dingen tegelijk, hoor!" zegt ze geagiteerd, alsof er een hele rij achter me staat. Maar ik ben op dit vroege uur de enige.
Ik heb een krant, een dik boek en schrijfgerei bij me, want in mijn herinnering is een polikliniek een plek waar je moet wachten, lang moet wachten. Dat blijkt niet te kloppen. Binnen de kortste keren word ik door een kordate assistente achter een fascinerend apparaat gedirigeerd en moet ik naar een rechthoekje kijken. Rechthoekje? O, daar! Goedemorgen, overigens. Even later wordt met een soort laserpistool lucht op mijn beide oogbollen gespoten. Gelukkig vertelt ze me wel op mijn verzoek dat ze mijn oogdruk aan het meten is. Zou dat een soort werkdruk van je ogen zijn?
Even later zit ik weer in de wachtkamer met mijn krantje. Ik heb nog geen pagina gelezen of iemand roept ergens mijn achternaam. Waar kwam dat vandaan? Behulpzame mede-slechtzienden, die niet met hun neus in de krant zitten, wijzen me de weg. Een jachtige man noemt zijn naam in één adem met de mijne, geeft me snel een hand, stelt vluchtig een assistente voor en dirigeert me achter weer een ander wondertje van techniek, dat zich geheel hydraulisch voor mijn ogen plaatst.
Ik heb waarnemingspsychologie gestudeerd en nam als proefpersoon deel aan onderzoeken. Daarin werd gemeten in hoeverre stress van invloed is op de waarnemingsprestaties. En hier moet ik in een razend tempo letters lezen en beoordelen of de puntjes in mijn linkerblikveld scherper zijn dan in mijn rechter. Ik vermoed dan ook dat mijn prestaties niet geheel conform de werkelijkheid van mijn ogen zijn. Geheel verbijsterd kijk ik na afloop naar de assistente en vandaar even naar de oogarts die driftig een formulier zit in te vullen. "Is hij wel in orde?" sein ik naar haar zonder woorden. Ze lacht samenzweerderig, onhoorbaar.
Negentien over acht sta ik weer buiten. Hoeveel zou hij er vandaag moeten afwerken? Ik zie in mijn fantasie een lopende band met slechtzienden, die in een vastberaden tempo vanuit de wachtkamer zijn oogcentrale worden binnen gevoerd.

Ik ben zeer benieuwd naar mijn bril. Het wordt vast een bril om goed mee te kunnen stressen.

gepubliceerd in de Zelfk(r)ant, straatkrant voor daklozen en minima, in "NiksNieuws", nieuwsbrief van de Lokale Ruilkring 's-Hertogenbosch en in "Het Ideale Eigenbelang", kwartaalblad van de stichting .


 

PRIESTERTEKORT

6.35u. In de Volkskrant lees ik dat Nederland kampt met een ernstig priestertekort. Elk jaar gaan er honderd dood en komen er maar een paar nieuwe bij. Een geïnterviewde pastor uit Wijchen heeft een felle brief aan Ter Schure geschreven met het verzoek om dan maar parochianen te gaan wijden. Nu zit ik toch in de WW en ben dus op zoek naar een baantje. Zou dat een beetje betalen, pastor?

"Zo, meneer H.," hoor ik Ter Schure al zeggen bij het sollicitatiegesprek, terwijl hij een argwanende blik op de stropdas werpt, die ik van mijn vader geleend heb. "Kunt u iets over uw achtergrond vertellen?"
"Nou, monseigneur, toen ik op de lagere school zat was ik misdienaar en als ik bij mijn neef en nichten was speelden we regelmatig misje en ik ging voor. Later ging ik naar het gymnasium, dus mijn Latijn, als dat nog nodig mocht zijn, is dik in orde. Verder heb ik op een jongerenkoor gezeten. Toen ben ik twintig jaar heiden geweest en nu kom ik weer regelmatig in de kerk en redigeer het parochieblaadje. Daarnaast ben ik gewend aan spreken in het openbaar. En telkens als ik een nieuwe vriendin heb neem ik haar minstens een keer mee naar een dienst, dus met mijn zieltjes winnen zit het ook wel snor."
Bij de laatste zin kijkt de bisschop een beetje twijfelachtig. "U hoort nog van ons." is zijn wegzending. Had ik dan moeten vertellen dat ik het credo nog kan zingen?

Ik grinnik wat na over deze fantasie en loop naar de keuken om mijn ontbijt te maken. In de gang staan een paar klapstoelen waar ik ongenadig mijn teen aan stoot. Driemaal gebruik ik de naam des Heren ijdel.

Zo hoor ik nooit meer iets van de bisschop.

gepubliceerd in parochieblad "Keerzijde", Den Bosch


 

ZWETEND WAKKER WORDEN

Sinds Jet en ik bij de derde poging tot samenzijn weer regelmatig bij elkaar slapen is onze slaap diep, rustgevend, want er is warmte en veiligheid. De nacht van maandag op dinsdag wordt vast een favoriete: Jet heeft dinsdag haar vrije dag, dus we kunnen midden in de week samen uitslapen, terwijl buiten de aanval op de onthaasting opnieuw is ingezet. Dit is genieten.

Om negen uur gaat haar wekker. Ik moet de Sociale Dienst bellen tussen negen en tien. De arbeidsplicht roept: ik trek steun, al een maand. Tot nu toe heb ik alleen formulieren ingevuld en schriftelijke antwoorden gegeven op vragen die tamelijk intiem aandoen: "Kunt u uitleggen waarom u op afschrift 57, vel twee fl. 89,90 hebt uitgegeven bij een benzinestation?" Met het onderliggende wantrouwen: "U hebt rijbewijs, noch auto?" De slimmeriken, ze kennen hun Sherlock Holmes, maar uitkeren, ho maar.

Vandaag is het twaalf dagen geleden dat ik voor het eerst de Sociale Dienst gebeld heb. Ik probeer een contactpersoon te krijgen teneinde een WIW-baan te verwerven. "Met de Sociale Dienst, met Frank ..." Het valt me op dat Frank niets weet uit zichzelf. Hij moet in de computer kijken. Zodra ik naam, geboortedatum, straat+huisnummer heb vermeld, krijg ik toegang tot mijn gegevens. Dan weer een menselijke fase: Frank schakelt me door: "Een ogenblikje."
Ik neem de gok, laat de draadtelefoon voor wat ie is en zet een ketel water op voor een kopje koffie voor mij en mijn herwonnen lief. Ruim op tijd ben ik terug.
"Met Paula Visser." "Dag, met {gegevens}, bent u mijn contactpersoon?" Nee, dat is ze niet. "Een ogenblikje." Ik giet water op de koffie en spurt weer terug. Inmiddels is ze mijn contactpersoon geworden, ze heeft zich blijkbaar de computer ingevoerd. Ik mag over zes dagen komen praten.


tandenborstels Ik heb mijn arbeidsethos gesust en ga met twee koppen koffie terug naar haar bed. We steggelen wat over de voor- en nadelen van draadloze telefoons. Ze probeert een aantal koosnaampjes op me uit. Dat valt bij mij in slechte aarde. "Toetje" wil ze me noemen en ik hou niet eens van toetjes. Bovendien is het een verkleinwoord en daar kan deze verse steuntrekker niet goed tegen, zeker niet als hij naast een gewaardeerd, want werkend, lid van de maatschappij ligt. "Kun je me niet Grote Toet noemen? Dat is vast goed voor het evenwicht." Ik noem haar inmiddels weer Jetje...

Waarna we heel hard moeten lachen en van elkaar kunnen genieten, terwijl elders in de wereld...

En na publicatie...

De telefoon gaat, een paar weken later: "Met Paula Visser van de Sociale Dienst 's-Hertogenbosch Regio Oost. Ik las vanmorgen "Het Ideale Eigenbelang". Ik heb een aantal vragen over uw column met betrekking tot artikel X van de wet Boeten: hoe vaak hebt u bij voornoemde Jet geslapen, zo gemiddeld per week, afgelopen drie maanden?"

Ik schrik wakker, zwetend. Ik heb gedroomd over tandenborstels en vergeten onderbroeken en invallen van de SD-ME.

gepubliceerd in de Zelfk(r)ant, straatkrant voor daklozen en minima en in "Het Ideale Eigenbelang", kwartaalblad van de stichting


 

SOCIALE FORMALITEITEN ENZOVOORT

Op mijn kalender staat die dag één afspraak: 10.00u SD. Eindelijk! Ik probeer nu bijna twee maanden een afspraak met de Sociale Dienst te maken, het nieuwe, onbekende machtsbolwerk dat mijn leven gaat bepalen. Ik maak een goede start: ik wil een WIW(1)-baan, ik heb een aanbeveling van het CWI(2) in mijn handen, waarin o.a. staat:
"De heer H. heeft zich als autodidact toegelegd op de ontwikkelingen in de automatisering en zich ontwikkeld tot Internet-specialist op sterk ideologische basis. Door deze ideologische instelling is een reguliere baan in de in zijn ogen 'harde en commerciële' IT-branche niet aan de orde. Betrokkene verricht al sinds een jaar vrijwilligerswerk als Internet-specialist bij stichting UN

O te Varik (Gld.). Deze stichting stelt zich ten doel te onderzoeken of en zo mogelijk in te voeren dat iedereen op de wereld in aanmerking kan komen voor een basisinkomen. Deze stichting heeft de benodigde financiële middelen binnen gehaald om betrokkene een betaalde werkervaringsplaats aan te bieden. De stichting is nu druk bezig om de formaliteiten hiervoor te regelen."
Getekend: iemand die ik niet ken.

EEN SOORT PEESKAMERTJES
Wat woon ik prachtig centraal. In vijf minuten fiets ik naar het gebouw van de Sociale Dienst. Aan de balie word ik naar een wachtkamer gedirigeerd. En onophoudelijk hoor ik in mijn achterhoofd mijn gesprekken met lotgenoten, de verhalen over de achterdocht, het wantrouwen waarmee de minima geconfronteerd worden. Maar ik ben zo bevoorrecht: ik spreek helder Nederlands, ik begrijp alles, ik kan invoelen, ik kan vast goed opschieten met Paula Visser, die mij binnen tien minuten komt ophalen uit de wachtkamer. Ze is een jonge vrouw van een jaar of dertig. We geven elkaar een hand en we lopen een gang binnen met een tiental deuren die toegang bieden tot een soort peeskamertjes. Kamertje nummer 7 blijkt een kaal hok van twee bij twee met twee stoelen, een tafel die van muur tot muur reikt met daarop een verouderde PC. Er is geen kogelvrije glaswand aanwezig. Ze loopt een heel eind om en neemt aan de andere kant plaats. Daar gaan we dan.

Ik heb bij me als attributen:

  • een identiteitsbewijs

  • de definitieve afwijzingsbeschikking van mijn WW-uitkering

  • mijn giropas

  • mijn giro-afschriften van de afgelopen drie maanden (let op vervolgbladen)

  • deugdelijk huurcontract woning

  • huursubsidie-formulieren

  • informatie over vrijwilligerswerk bij de stichting UNO

  • bewijsstuk van huidige waarde van mijn groene aandelen landbouw

Ik overhandig mijn gegevens en ze bladert ze rustig door. Al mijn giro-afschriften worden zorgvuldig bekeken. Ik zie mijn financieel naakte ik voor haar op de tafel liggen. Ze stelt vragen over twee bedragen: Zeven gulden naar Albert? Dat was om de foto's te betalen die hij me stuurde, veertig gulden naar mijn zus? Die waren bedoeld om het gezamenlijk etentje met onze ouders te verrekenen. Ze verontschuldigt zich voor de vragen. Het is gewoon een gênante situatie, die me doet herinneren aan de visitatie die ik zo'n vijftien jaar geleden onderging in de trein naar Frankrijk -ze dachten dat ik hasj bij me had- waarbij de douanebeambte me regulier in de onderbroek greep.
Ze aarzelt even bij mijn pensioenspaarplan. Het blijkt dat, indien ik een fiks bedrag gespaard had, het terstond met boete had moeten afkopen en het restant opeten. Dat is gelukkig niet het geval. Daar schrik ik van. Stel dat ik geheel mijn glanzende informaticacarrière al eerder in dienst gesteld had van een onbezorgde oude dag in plaats van het over de balk te gooien via weer een nieuwe synthesizer, dan had ik die financieel onbezorgde toekomst in dit peeskamertje vaarwel moeten zeggen. Dat lijkt me pijnlijk.

EEN JAS VAN EEN GEELTJE
Hier zit ik, tegenover een pakweg vijftien jaar jongere, aantrekkelijke vrouw en bereken mijn kansen als een psychopaat. Ik heb me geschoren, een luchtje opgedaan. Ik draag een nonchalant wit overhemd zonder stropdas, een modieus jasje dat mijn roos camoufleert - voor een geeltje gekocht op de vlooienmarkt. Ik heb mijn favoriete geitenwollen sokken thuisgelaten. Ik ben hierop voorbereid. En alles gaat goed. Paula gaat het CWI verzoeken om de brief die ze al maanden geleden ontvangen heeft. Over een week mag ik weer bellen.

EEN WEEK LATER
Ik krijg zowaar Paula via slechts twee doorschakelingen aan de lijn. Ze heeft nog niets gehoord van het CWI. Ja, ze heeft het verzoek ingediend. Of ik zelf even wil bellen. Natuurlijk, ik heb toch niks beters te doen. Bij het CWI blijkt dat het antwoord op Paula's verzoek, een brief die als twee druppels water lijkt op die van maanden geleden, sinds vorige week dinsdag bij het secretariaat ligt te wachten op verzending. Hij wordt nu maar gefaxt. 's Middags belt Paula me op en instrueert me om woensdag naar de Weener groep te bellen. Dat gedaan. Weer een week later mag ik daar komen praten. Enzovoort.

Ik ga maar weer op de bank liggen en wacht rustig af.

Noten:
1. WIW is een nieuwe regeling en lijkt op de oude Melkert-2-regeling.
2. Het CWI is sinds enige tijd de opvolger van het arbeidsbureau, teneinde de sociale zaken te stroomlijnen.

Verschenen in de Zelfk(r)ant, straatkrant voor daklozen en minima en in "Het Ideale Eigenbelang", kwartaalblad van de stichting UNO-inkomen.


R>