Waterwaarden  versterken, en andere Info


 

Welke waterwaarde is nodig voor een gezonde visvijver ?

  PH  7 - 8   N0²    Max. 0.15 mg/liter
 GH  8 - 12   N0³    Max. 50 mg/liter
 KH  5 - 8   NH³    Max. 0.15 mg/liter
  0²  + 70% verzadiging


Hoe vaak gaan we het vijverwater testen .

Bij nieuw vijverwater dient u om de drie dagen het water te testen. Test minimaal gedurende de eerste 6 weken of totdat de juiste waardes stabiel zijn. Het water is en blijft helder omdat het filter nu is opgestart. Bij een bestaande vijver gaan we het vijverwater eens per 14 dagen testen, en starten hiermee in het vroege voorjaar. Na een schoonmaakbeurt, bij hoge temperaturen, na het uitzetten van nieuwe vissen en bij problemen, en toedienen van  medicijnen testen we het water extra.

H2O: Water. Het water moet voldoen aan de hoogste eisen, wilt u langere tijd koi of andere vijvervissen gezond houden, willen ze goed volwassen uitgroeien, en hun kleurenpracht in al hun schoonheid tonen,ondanks dat er bij de koi houders, filterinstallaties van klein tot groot gebruikt worden, en vijvers van 1000 tot 10.000 liter water het meest gebruikt worden, ontkomt men niet aan het gegeven dat het water zal moeten worden ververst. Een minimale grootte voor een koi vijver is vanaf 8000 liter. Alles daaronder zal zich wreken op de lange duur, of de verversingskraan moet open staan, en de medicijnplank zal uitpuilen van aanwezige middelen. Ook de gewone vijverhouder zal aan water verversen niet ontkomen, of men moet een zodanige gemeenschap in evenwicht samenstellen, dat het wat langer uitgesteld kan worden, maar een waterverversing werkt altijd positief naar de vissen toe. Spreken van een Biologisch evenwicht kan men vergeten in een kleine vijver met teveel vissen. Zonder te hoeven water verversen, zal men het meer moeten zoeken in grotere watervolumes met een weelderige plantengroei, waar de natuur dan zelfregulerend op zou kunnen treden. Er zal normaal gesproken met regelmaat water ververst moeten worden, om de afbraakstoffen uit het water te verwijderen. Echt zuiver gedestilleerd water bevat geen opgeloste stoffen, maar in de natuur is zoiets onmogelijk, dus is het water bij iedereen verschillend van samenstelling. Wat wij goed en helder water vinden, kan voor de vijvervissen heel anders uitpakken. Wij willen graag helder water, maar voor de vissen is dat meestal niet wat zij wensen. Dus voer een regelmatige water verversing door, van 10% per week. Beter elke week verversen dan 1X per maand.


O2: Zuurstof. Voor alle leven noodzakelijk, zonder zuurstof is leven niet mogelijk zelfs anaërobe bacteriën hebben nog zuurstof nodig. De zuurstof behoefte van koi is 5-6 Mg/liter water. Hoe hoger de temperatuur hoe minder zuurstof in water aanwezig is. De gunstige zuurstof waarde in water is hoger dan 8 mg/liter. De zuurstofbehoefte bij koi is per kilogewicht 3 gram/uur. De zuurstofbehoefte loopt niet evenredig op door toename per kilo/gewicht, zodat de behoefte per kilogram gewicht, niet met die factor gewichtstoename op loopt. Hoeveel zuurstof water kan bevatten, hangt nauw samen met de temperatuur van het water. bij 0° 14,16 mg/l. bij 6° 12,06 mg/l. bij 10° 10,92 mg/l. bij 20° 8,84 mg/l. en bij 30° 7,53 mg/l. Hoe hoger dus de temperatuur, des te minder opgeloste zuurstof in water. Hieraan zie je, dat er bij hogere temperaturen eerder oververzadiging van zuurstof kan plaats vinden. Zuurstof, zal dus het water gaan verlaten door middel van hele kleine zuurstof belletjes, zodat er oververzadiging kan ontstaan, wat dus net zo slecht kan uitpakken als een zuurstof tekort. Dus?? Water verversen is een Must!!!


Ph: Zuurgraad. Wanneer de zuurgraad beneden 7.0 daalt, spreekt men van zuur reagerend water. Wanneer een Ph boven 7.0 komt, spreekt men van een alkalische reactie in water. De gunstige waarde van belang voor de vijver, is een Ph 6.5 tot 8.0 Vissenbloed. heeft een Ph van (7.3 tot 7.5). De zoutconcentratie in de vissen is ongeveer 0,9%De PH is van groot belang voor alle leven in uw aquarium. Dit doordat de PH op zich veel invloed heeft op en samenhang heeft met, andere belangrijke waarden. Bij een lagere KH waarde verandert de PH sneller en meer. Bij een hogere PH verandert Ammonium sneller in het giftige Ammoniak. Aanpassingen van de PH moeten daarom altijd geleidelijk geschieden. De gewenste waarden voor een aquarium ligt over het algemeen tussen 6,8 en 7,5. U kunt de waarden wijzigen door toevoegen van turf of PH-min (PH verlaging) of toevoegen van hard water of KH-plus. U kunt ook verzurende of alkalisch vormende materialen toevoegen of verwijderen. Let er overigens op dat regenwater niet meer per definitie goed water is. Een veel gebruikt middel om de Ph te verhogen. 1 deel Natriumcarbonaat (Na2CO3) en 3 delen zuiveringszout (NaHCO3) Als Gh is dit niet meetbaar wel beïnvloedt het de Kh (tijdelijke hardheid)


Dh: Hardheid. De totale waterhardheid, uitgedrukt in Dh Duitse hardheid, wordt bepaald door het aantal opgeloste zouten van Calcium en Magnesium. Deze zouten zijn bepalend voor de totale hardheid van het water. 1 Graad Dh totale hardheid, staat voor 10 milligram Calciumoxide(CaO) per liter water in oplossing. Zacht water kan dus wel degelijk zouten bevatten, maar is arm aan Calciumzouten. Een gunstige waterhardheid is tussen Dh 8. en Dh 12.


Kh: Carbonaathardheid. Ook wel tijdelijke hardheid genoemd. De carbonaathardheid wordt bepaald door de zouten van bicarbonaten (CO3) en hydrocarbonaten (HCO3) die een bufferende werking hebben op de Ph waarde. Een gunstige waarde is hier tussen Kh 6. en Kh 8.


CO2: Koolzuur. Is een aan water gebonden koolzuurgas, (kooldioxide) het wordt door het water uit de lucht opgenomen, en vissen en planten ademen het uit. In water is het eigenlijk slecht oplosbaar. Het is als voedingsstof voor planten onmisbaar, en het hangt nauw samen met de KH carbonaathardheid en de PH waarde. Voor een goede plantengroei in de vijver, is minimaal 5 Mg CO2 per liter water noodzakelijk.


NH3: Ammoniak. Een gas dat opgelost in water, giftig is voor vissen. Het komt voor bij een Ph boven 7.0 Wanneer de Ph beneden 7.0 blijft, komt het voor in het minder giftige Ammonium (NH4) Een gunstige waarde is lager dan 0,2 tot 0,5 Mg/liter (NH3)


NO2: Nitriet. Een giftig tussenproduct, bij de afbraak van stikstofhoudende organische afvalstoffen, en staat in de afbraakketen tussen ammonium en nitraat. de beste Gunstige waarde is lager dan 0,1 Mg/liter.

Gunstige waarde    : lager dan 0,3 mg per liter

Ongunstige waarden: hoger dan 0,5 mg per liter


NO3: Nitraat. Het eindproduct bij de stikstofhoudende organische afvalstoffen, en is giftig boven een bepaalde waarde. Nitraat wordt door planten als voedingstof opgenomen. Verwijdering kan ook geschieden door water verversen. Gunstige waarden liggen tussen 12.5 en 25 mg/l, maar alg problemen kunnen dan reeds voordoen.
Boven 50 mg/l is gedeeltelijk water verversen noodzakelijk  (circa 1/3 deel). Bij waarden boven de 100 mg/l moet men onmiddelijk 50% water verversen.

µs/cm: Elektrische geleidbaarheid. Maat voor het totaal aan opgeloste zouten in water. Gedestilleerd water bevat geen zouten, en is niet of bijna niet stroom geleidend. Hard water met veel opgeloste zouten geleidt stroom zeer goed. Geleidbaarheid wordt gemeten in µs/cm microsiemens. De geleidbaarheid geeft overigens totaal geen uitsluitsel, welke zouten er opgelost zijn in het water.


UV: UV-lamp. Een UV-lamp doodt bacteriën en algen, onder invloed van UV-C straling. De UV-lamp wordt meestal aan het einde van de filterlijn ingezet, maar persoonlijk vindt ik dat niet hoeven. De dodende werking van bacteriën moet niet worden overdreven, omdat het water meestal te snel door de lamp stroomt. Trouwens de meest bacteriën zitten in het filter, dus zullen met de UV straling niet in aanraking komen. Aanbevolen sterkte 2 watt per 1000 liter vijverwater.


O3: Ozon. Bij het gebruik van ozon is het mogelijk de groei te remmen van algen. Ozongas is onstabiel in water en heeft een desinfecterende werking. Droge lucht wordt in een ozonisator  electrisch ontladen, er wordt een extra atoom zuurstof toegevoegd aan een gewone zuurstofmolecuul. Ozon is echter voor alle levensvormen zeer schadelijk, en dient met de nodige voorzichtigheid te worden toegepast. Ozon mag nooit direct in het water met de vissen in contact komen.


NaCl: Zout. Een zout toevoeging van 0,3% 1gram op 10 liter vijverwater, onderdrukt nitrietvergiftiging voor een ondersteunende factor. Wat niet wil zeggen dat zout altijd maar kan worden toegediend, het is een hulpmiddel, geen wondermiddel. Voor resistentie moet worden gewaakt, bij het ongecontroleerde toedienen van zout.De zoutconcentratie in water meten, kan met een Areometer gedaan worden, maar preciezer is het meten met een Refractometer. De werking berust op de brekingsindex van verschillende vloeistoffen. Het is gebaseerd op de meting bij breking, en totale terugkaatsing der optredende grenshoek. Met de ingebouwde kijker, kan men dan de scherpe scheiding tussen licht en donker zien. Men kan dan in water de hoeveelheid opgeloste zoutconcentratie aflezen. Op een glaasje worden een paar druppels water gelegd, en een afsluitklepje gesloten, nu kijkt men met de kijker in het daglicht, en de exacte zoutwaarde kan men op een schaalverdeling aflezen.


PO4: Fosfaat is weliswaar een vitaal element van het leven, het is echter alleen in lage concentraties onschadelijk. Natuurlijk water dat nog niet door de mens werd vervuild, bevat in de regel zeer lage PO4-concentraties. Het is haast onmogelijk om die ideale situatie zonder hulpmiddelen in een vijver of aquarium te creëren. Wanneer de concentratie toeneemt, leidt dit tot ongewenste groei van algen en in het zeewater tot remming van de calciumsynthese bij roodwier, steen koralen en andere kalkafzettende organismen. Om op deze door fosfaat veroorzaakte problemen vat te krijgen, adviseren wij het fosfaatgehalte van 0,1 – 0,3 mg/l niet te overschrijden.


 

FE: IJzergehalte voor alle  planten, dus ook vijverplanten hebben om optimaal te kunnen groeien het sporenelement ijzer nodig. Hoewel dit element slechts in minimale hoeveelheden wordt opgenomen, kan gebrek aan ijzer gevolgen hebben voor de ontwikkeling van de vijverplanten. Symptomen van ijzergebrek zijn het snel geel worden van waterleliebladeren, gaten in de bladeren, iele, glazige uitlopers bij zuurstofplanten, en in het algemeen een mindere ontwikkeling van het bladgroen. krulvorming in de bladeren  Gunstige waarden van het Fe gehalte in de vijver liggen tussen 0.5 en 2 mg per liter.


Chloor: Een teveel aan chloor en chloramiden in water kan leiden tot ademnood, omdat het chloor de kieuwmembranen aantast. Een hoeveelheid van 0,2-0,3 mg/l is meestal dodelijk. Een honderdste hoeveelheid daarvan kan al tot vergiftigingsverschijnselen leiden. U mag daarom ook nooit koi in een vijver plaatsen met vers leidingwater. Binnen enkele dagen is dit chloor verdwenen uit het water. Tijdens het bijvullen van de vijver kunt u het beste het water vernevelen met een tuinslang.

Top

 

Nog wat extra info over waterwaarden.

 

Zuurstof (02)
Een levensnoodzakelijk gas uit de lucht, dat door gaswisseling ook aan het wateroppervlak in oplossing gaat. Hoe warmer het water is, des te minder zuurstof  erin kan oplossen. Men kan het zuurstofgehalte verhogen door de volgende maatregelen: beluchting, temperatuurverlaging en de verwijdering van afvalproducten die zuurstof wegnemen. Zuurstofgebrek kan gemakkelijk ontstaan in overbevolkte vijvers.


 

Zouten
Chemische verbindingen, bestaande uit een negatief en een positief geladen deeltje (anion resp.  kation. Vele zouten zijn in het water oplosbaar en vallen daarbij in hun samenstellende ionen uiteen. Zouten zijn verantwoordelijk voor de hardheid van het water, als ook voor de elektrische geleidbaarheid van het water.


 

Volledige ontzouting
of volledige demineralistaite van water kan worden bereikt met behulp van een omkeerosmose-apparaat of een combinatie van ionenwisselaars, waarmee alle zouten (dus ook de hardheidsveroorzakende) uit het water kunnen worden verwijderd. voor nog meer info over zout klik <<hier>>


Totale hardheid
Met deze grootheid wordt het gehalte aan zouten in het water bedoeld voor zover daar ionen van de zogenaamde aardalkali verbindingen bij betrokken zijn. Voor de vijver houder zijn daarbij vooral magnesium- en calciumverbindingen van belang. Deze zijn te verdelen in:
 
·   verbindingen die de carbonaathardheid veroorzaken, met name magnesium- of calcium(hydro)carbonaten;
 
·  
verbindingen die de niet-carbonaathardheid veroorzaken, met name magnesium- en calciumsulfaten.
De som van carbonaathardheid en de niet-carbonaathardheid is de totale hardheid. Onder bijzondere omstandigheden kan het tot de schijnbaar paradoxale situatie komen, dat de gemeten carbonaathardheid groter is dan de totale hardheid. In dat geval gaat men uit van de waarde der carbonaathardheid, en stelle men deze gelijk aan de totale hardheid. de totale hardheid wordt gemeten in °dGH graden (graden Duitse hardheid).


Proteïnen
of eiwitten: belangrijke stikstofhoudende bouwstoffen in alle levende wezens. Bij de afbraak van proteïnen ontstaan de stikstofhoudende organische stoffen ureum, urinezuur, ammonium, nitriet en nitraat.


Oxidator
Een zuurstofvormend apparaat, dat het water via een chemische reactie met zuurstof verrijkt. De grondstof voor deze reactie is waterstofperoxide, dat uiteenvalt in water en zuurstof. Belangrijk: waterstofperoxide is sterk bijtend en moet zo worden opgeborgen dat kinderen er niet bij kunnen.


Nitriet (N02)
Een giftig tussenproduct bij de afbraak van stikstofhoudende organische afvalstoffen. Staat in de afbraakketen tussen ammonium en nitraat.


Nitraat (N03)
Een zwak giftig eindproduct bij de afbraak van stikstofhoudende organische afvalstoffen in het aquarium. Alleen via bepaalde chemische behandelingen kan het verder worden afgebroken, zodat gasvormige stikstof ontstaat. Gewoonlijk worden nitraten door middel van waterverversing uit de vijver verwijderd.


Ammoniak (NH3)
Een gas, dat opgelost in water bij hogere concentraties giftig op vissen werkt. In het aquarium komt het alleen voor bij de pH-waarden boven de 6,8. Onder die pH-waarde is het voorhanden in de vorm van het weinig giftige ammonium (NH4). Ammoniak/ ammonium ontstaat uit organisch afval.


Kooldioxide (C02)
Een belangrijke voedingsstof voor planten, die door oplossing in water voor een klein deel in koolzuur verandert. Het gehalte aan kooldioxide dat door de planten kan worden opgenomen, hangt ten nauwste samen met de carbonaathardheid en de ph heeft gemeten Als het kooldioxidegehalte van het water te laag is voor de planten, kan men het verhogen door koolzuurbemesting of door verlaging van de carbonaathardheid. Voor de meeste planten is een carbonaathardheid tussen 4 en 6 °dKH optimaal. Wanneer u vissen wilt houden, die basisch water prefereren, dan moet u alleen planten gebruiken die kunnen leven bij een laag kooldioxidegehalte in het water.


ionen
Elektrisch geladen deeltjes, die ontstaan bij het oplossen van zouten in water. Ionen zijn de veroorzakers van de totale hardheid, bijv. in de vorm van carbonaat of sulfaationen. Ook opgeloste organische afvalstoffen kunnen in omvorm voorkomen, zoals ammoniumionen, nitriet en nitraationen. Kortheidshalve wordt de toevoeging 'ionen' vaak weggelaten: nitriet, sulfaat, enz.


Fotosynthese
Een proces waarbij door groene planten suiker (glucose) wordt aangemaakt als voedingsstof, onder gebruikmaking van kooldioxide en licht.


Elektrische geleidbaarheid
Een maat voor de totale hoeveelheid opgeloste zouten in het water. Zouten lossen in water op onder de vorming van elektrisch geladen ionen, die elektrische stroom kunnen geleiden. Hoe groter het aantal ionen in het water, hoe meer stroom er wordt doorgegeven. De geleidbaarheid wordt gemeten in µS/cm (microsiemens per centimeter). Zoutarm water heeft minder dan 100 µS/cm, matig zoutrijk water 100 - 300 µS/cm, zoutrijk water meer dan 300 µS/cm.


Carbonaathardheid
Het gedeelte der totale hardheid, dat wordt veroorzaakt door de ionen van carbonaten (C03) en hydrocarbonaten (HC4). De carbonaathardheid wordt
 opgegeven in ºdKH (graden Duitse carbonaathardheid). Gezien de samenhang tussen het kooldioxide gehalte en de pH-waarde van het water is het nuttig om de waarde van de carbonaathardheid te kennen, zodat men het kooldioxidegehalte en de pH kan beïnvloeden. In de aquariumpraktijk zijn voor het houden van de meeste vissen carbonaathradheden tussen 4 en 8 ºdKH  is ideaal te noemen.

Buffering van de pH
Water met een bepaalde pH-waarde noemt men goed gebufferd, wanneer de pH-waarde bij toevoeging van een kleine hoeveelheid zuur of base weinig of niet verandert. Carbonaathoudend water is beter gebufferd dan carbonaat arm water. Wil men carbonaatrijk water aanzuren, dan moet men daarom grotere hoeveelheden kooldioxide of humuszuren toevoegen, dan men nodig heeft om hetzelfde effect te bereiken bij carbonaatarm water. Water is in de praktijk alleen goed voor aquariumdoeleinden bruikbaar, als de carbonaathardheid minstens 4 ºdKH bedraagt. Anders kunnen gevaarlijke ph fluctuaties optreden.


 

Top